Een kemphaan of een patrijs

Op 20 augustus 1892 overlijdt schilderes Jeanne Catharina Wijnanda Rondeau op 80-jarige leeftijd in Amsterdam, volgens een familiebericht in Het vaderland (25 augustus 1892). Ze exposeert dan al decennia niet meer, maar heeft alsnog een schilderende carrière van ruim 20 jaar achter de rug, van circa 1836 tot 1858. Toch is over Rondeau maar weinig te vinden. Er zijn schilderijen noch tekeningen van haar in bekende collecties. Gelukkig noemen bewaard gebleven tentoonstellingscatalogi wel de onderwerpen die Rondeau schildert: vooral bloemen en vruchten, en ook wel eens jachtstillevens met dood wild, zoals een kemphaan of een patrijs. Via onder andere krantenberichten komen we iets meer over Rondeau te weten, over haar goede komaf en over familiedrama’s. Het geeft het leven van de schilderes over wie zo weinig bekend is, iets meer kleur, ook al blijft haar artistieke werk helaas buiten beeld.

Russische hof

Op 8 oktober 1811 wordt Jeanne Catharina Wijnanda Rondeau geboren. [1] Haar moeder is Helena van Oldecop, dochter van Helena Paauw en Jan Hendrik Fredrik van Oldecop. Deze laatste, Jeannes overgrootvader dus, is agent generaal van de Russische keizerin in Amsterdam, aangesteld om de belangen van het Russische hof in Amsterdam te behartigen. Het is een functie met flink wat aanzien. Dat blijkt ook wel uit de keuze van peetouders voor zijn kinderen. Als zijn dochter Helena in 1783 gedoopt wordt, zijn niemand minder dan de hoog-adellijke prins Alexander Alekseevich Vyazemsky en zijn echtgenote prinses Elena Nikitichna Trubetskoy uit Sint-Petersburg getuigen. [2] Jeannes moeder komt dus uit een gezin dat nauwe banden onderhoudt met de Russische aristocratie.

Helena van Oldecop trouwt in 1810 met Samuel Rondeau junior, controleur van de belastingen in Amsterdam. Na Jeanne (geboren in 1811) wordt in 1812 een jongetje geboren dat sterft als hij 11 maanden oud is. [3] Op 23 april 1816 komt vervolgens Jeannes broer Henri Samuel ter wereld en in 1818 Leonard Jacques. [4] In 1819 volgt dan nog een meisje dat Helena Alexandrina gedoopt wordt. Ten slotte worden nog twee kinderen geboren: Jean Henri Frederic (op 26 april 1821 volgens de militieregisters) en Bondina Hendrika, beide in 1821.

Dichtende vader

Behalve controleur der stedelijke belasting is Jeannes vader Samuel Rondeau productief dichter. Hij schrijft onder andere Oranjegezinde gedichten en lofzangen op gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis. Een voorbeeld hiervan is een gedicht getiteld ’18 Junij’ waarin hij de slag bij Waterloo bezingt. Deze ode wordt bovendien voorgedragen tijdens een herdenking van de slag in 1861 waarbij het volgens Algemeen handelsblad (21 juni 1861) “algemeene sympathie verwekte”.

Jan Cornelis van Rossum, Portret van Samuel Rondeau, gesigneerd en gedateerd 1840. Collectie Stadsarchief Amsterdam: tekeningen en prenten. Bron: Stadsarchief Amsterdam / J.C. van Rossum

Rondeau laat zijn gedichten ook publiceren. In 1831 verschijnt namelijk zijn Vaderlandsch dichtstuk, bij A. Zweesaardt in Amsterdam alsook Het Vaandel: Krijgslied.

Titelblad van Samuel Rondeau, De dijkbreuk (Uitgegeven ten voordeele der Ongelukkigen door den Watersnood) (Amsterdam: L.F.J. Hasselts, 1855). KB- Nationale Bibliotheek. Bron: Google Books

In 1855 laat Rondeau bovendien een dichtstuk De Dijkbreuk uitgeven bij Hassels in Amsterdam. Voorafgaand aan het gedicht schrijft Rondeau dat hij in 1825 de doorgebroken zeedijk bij Durgerdam met eigen ogen heeft gezien:

al wat ik, op de plaats des onheils gekomen, zag; al wat ik er hoorde, trof en schokte mijn gemoed en greep mij diep in het hart.

Het was de aanleiding voor een gedicht. Dertig jaar lagen de dichtregels die hij toen schreef, verborgen, zo vertelt Rondeau. Vanwege de watersnood die in 1855 Brabant en Gelderland treft, ziet hij een kans om met die oude dichtregels recente slachtoffers te hulp te komen.

Schildertalent

Haar vader is dus artistiek begenadigd, maar van wie Jeanne Rondeau leert schilderen, is niet bekend. Vrijwel zeker is dat Rondeau al jong teken- en schilderlessen krijgt. Dat was namelijk gebruikelijk in welgestelde gezinnen. Mogelijk krijgt ze enig onderwijs van haar moeder Helena van Oldecop. Interessant is dat haar tante Etienette, de zus van Helena van Oldecop, een school voor vrouwen tussen 6 en 15 jaar leidt,

om in alles onderwezen te worden, hetgeen tot eene beschaafde Educatie vereischt wordt, zoo wel de Talen, als Linnen- en Wollen-Naaijen, Borduren en Bloemen maken, voorts nuttige en aangename Handwerken

– advertentie in Opregte Haarlemsche Courant (16 juni 1831), p. 3 via Delpher

Uit de opsomming blijkt welke vaardigheden belangrijk worden geacht voor jonge vrouwen. Vermoedelijk maakt tekenen ook deel uit van het lespakket als onderdeel van de “nuttige en aangename handwerken”.

In dit culturele klimaat waarbij tekenen essentieel wordt geacht voor een goede opvoeding, vooral van vrouwen, krijgt ook Jeanne kansen om haar talent te ontwikkelen, net als waarschijnlijk haar zussen. Dat blijkt ook wel: op de stedelijke tentoonstelling van 1838 is tevens een mejuffrouw H.A.R. Rondeau aanwezig met een getekend bloemstukje (nr. 380). Dit is waarschijnlijk Jeanne’s zus Helena Alexandrina.

Tentoonstellingen

Helena’s deelname aan een stedelijke tentoonstelling blijft eenmalig. Jeanne daarentegen stelt haar werk geregeld tentoon. Vanaf 1836 tot 1858 doet ze immers mee aan de tweejaarlijkse stedelijke tentoonstelling in Amsterdam. [5] Alleen in het jaar 1854 is ze afwezig. Ze exposeert 11 keer in totaal dus met soms meer dan één werk. In 1840 zijn er niet minder dan drie werken van haar te zien en in 1842 maar liefst vier.

Het gaat vooral om schilderijen, een enkele keer om een aquarel (1836 en 1856). De meeste van haar inzendingen zijn bloem- en vruchtstukken, maar af en toe stuurt Rondeau ook een jachtstilleven met dood wild, zoals een kemphaan of een patrijs (1842, 1850 en 1856).

Te koop is Rondeaus werk echter zelden. Kunstenaars hebben op de stedelijke tentoonstellingen weldegelijk de mogelijkheid om hun werk te verkopen als ze dat willen. Niet in alle catalogi staat echter aangegeven of het geëxposeerde daadwerkelijk te koop is. Van de exposities waaraan Rondeau deelneemt, is dat alleen zo in 1840, 1850, 1852, 1856 en 1858. Wat blijkt daar nu uit? Van deze vijf biedt Rondeau alleen in 1856 een aquarel te koop aan. Kennelijk exposeert ze niet om er inkomsten mee te genereren.

Enkele journalisten merken het werk van Rondeau op, hoewel er voor 1850 nog niet veel aandacht is voor werk van vrouwen. Toch figureert Rondeau een enkele maal in recensies. Zo noemt een recensent van Algemeen Handelsblad (22 oktober 1844) haar bijvoorbeeld onder de bloem- en stillevenschilders wier werk “goed geslaagd” is. Ook behoort ze tot de kunstenaars over wie de recensent van Algemeen Handelsblad (30 september 1846) “gaarne nog iets goeds gezegd [zou] hebben”, maar waar het door plaatsgebrek niet van komt.

Kunstgenootschap Arti et Amicitiae

Naast de stedelijke tentoonstellingen wordt Rondeau ook genoemd in een catalogus van een tentoonstelling van Arti et Amicitiae in 1841. Zowel leden als niet-leden mogen hun werk insturen naar deze tentoonstellingen waarmee dit genootschap geld inzamelt voor het eigen weduwen- en wezenfonds. [6]

Bovendien wordt “Mej. S. Rondeau” genoemd als een van de deelnemers aan een tentoonstelling van Arti et Amicitiae in 1845. In een lijst van “schilderijen van de heeren” vermeldt Algemeen handelsblad (17 oktober 1845) ook Rondeau, samen met de bekende schilderessen Adriana Haanen en Henriëtte Knip. Dat dergelijke lijsten vaker ingeleid worden alsof er slechts mannennamen volgen, constateerde ik ook al in een blog ‘Kunstenaarsinitiatieven na rampen’. Vrouwelijke kunstenaars worden daardoor snel over het hoofd gezien, maar ze doen weldegelijk mee. In dezelfde lijst staan ook nog: Elisabeth Schmetterling, Henriëtte Christina Winkelaar-Temminck en Elisabeth Johanna Koning.

Het zijn stuk voor stuk namen van kunstenaressen over wie kunsthistorica Hanna Klarenbeek eerder schreef dat het om vrouwen gaat “die vandaag de dag vergeten zijn, maar zeer geregeld exposeerden en destijds op een menigte bewonderaars konden rekenen.” [7] Ook Adriana van Ravenswaay, over wie ik eens de blogpost ‘Uitbundige boeketten’ schreef, staat in Klarenbeeks rijtje. Als vrouw mag geen van deze kunstenaressen echter ‘gewoon’ lid worden van Arti et Amicitiae. Slechts het buiten-lidmaatschap behoort voor hen tot de mogelijkheden.

Henriëtte Knip en Adriana Haanen treden later overigens als eerste twee vrouwelijke leden tot het kunstgenootschap toe, respectievelijk in 1848 en 1855. Dat Rondeau dat niet doet, heeft mogelijk te maken met de rol die de schilderkunst in haar leven vervult. Als gezegd is het voor haar geen manier om inkomsten te genereren, waar het dat voor Knip en Haanen wel is. Het lidmaatschap van Arti helpt hun dus verder, waar Rondeau dat niet nodig heeft. Toch is toelating tot de Arti-tentoonstelling een blijk van waardering waar Rondeau kennelijk wel naar streeft.

Bloeiende leeftijd

Veel meer is er over het werkende leven van Jeanne Rondeau niet te vinden. Wel geven kranten en archieven meer informatie over wel en wee, voornamelijk het wee dat de familie Rondeau ten deel valt. Vanaf 1848 krijgt het gezin immers met grote tegenslagen te kampen. Eerst sterft Jeannes jongere broer Leonard Jacques op 30-jarige leeftijd na een “plotselinge ongesteldheid en daardoor teweeggebragte val” volgens de overlijdensadvertentie in Opregte Haarlemsche courant (12 mei 1848).

Familiebericht naar aanleiding van het overlijden van Leonard Jacques Rondeau in Opregte Haarlemsche Courant (12 mei 1848), p. 3. Bron: Delpher

Hij sterft binnen drie dagen. In de advertentie suggereert de familie bovendien dat Leonard Jacques op het punt stond om een huwelijksverbintenis aan te gaan, als er wordt gehint op een “teedere en lang beproefde verbindtenis, door welker plegtige bevestiging hij had gehoopt weldra het geluk zijns levens te zullen volmaken.” De geplande voltrekking van deze verbintenis zou dus nooit plaatsvinden.

Het gezin krijgt nauwelijks de tijd om van het verlies bekomen, want het jaar daarop sterft ook de oudste zoon Henry Samuel “na vijf maanden ongesteldheid”, zo staat in Algemeen handelsblad (17 november 1849).

Met zijne Broeders en Zusters betreuren wij ook dezen geliefden afgestorvene, wiens handel en wandel zich kenmerkten door braafheid en getrouwe pligtsbetragting; en om wiens gemis wij thans tranen van droefheid storten, die hij bij zijn leven nimmer deed vloeijen.

– Overlijdensbericht in Algemeen handelsblad (17 november 1849), p. 3. Bron: Delpher

Het grote verdriet schemert door de tekst van de overlijdensadvertentie heen, waarin de ouders ook refereren aan het eerdere overlijden van Leonard Jacques.

Twee jaar cel

Vervolgens komen we de naam van de enig overgebleven zoon Jean Henri Frederic Rondeau tegen in de archieven van de arrondissementsrechtbank Amsterdam. Vanaf 1852 komt deze namelijk geregeld in aanraking met justitie. Allereerst wordt hij veroordeeld tot een geldboete omdat hij zonder vergunning op jacht betrapt wordt. [8] Enkele maanden daarna belandt Jean zelfs twee jaar in de gevangenis vanwege een vechtpartij. Uit een rechtbankverslag blijkt namelijk dat hij schuldig wordt bevonden “aan het moedwillig toebrengen van slagen”.

Vonnis in Noord Hollands Archief, 198 Arrondissementsrechtbank Amsterdam, 38: 1853, aktenr 271. Noord Hollands Archief. Bron: Noord-Hollands Archief

Het vonnis gaat gepaard met een korte samenvatting van de gebeurtenis. Hierin staat dat Rondeau in de namiddag van 24 april 1853 de heer Donker Curtius tegen. Rondeau spreekt hem dan aan op zijn eerdere ontslag bij de Rhijnspoorweg. Ter verduidelijking, deze spoorlijn liep van de haven van Amsterdam via Utrecht en Arnhem naar het Ruhrgebied in Duitsland. Donker Curtius wil hem echter niet te woord staan en verwijst hem naar de directie van de Rhijnspoorweg-Maatschappij. Dit antwoord is klaarblijkelijk tegen de zin van Rondeau. Sterker nog, Rondeau stompt Donker Curtius dan in het gezicht,

waarna hij hem heeft op de grond geworpen en dezen opnieuw verscheidenen slagen opter aangezigt en op het hoofd heeft toegebragt, en hem eindelijk nog herhaaldelijk getrapt, uit welke mishandelingen echter volgens de beeedigde verklaring van de 1ste get(ekende) hoewel hij zwaar gewond was geene ziekte of beletsel van te merken gedurende 20 dagen is ontstaan

– Vonnis 271 via Noord Hollands Archief, 198 Arrondissementsrechtbank Amsterdam, 38: 1853, aktenr 271 via Noord Hollands Archief.

Uit het verslag blijkt onder andere dat Jean tot circa 1852 bij de Rijnspoorweg-Maatschappij in dienst is. Daarvan was Boudewijn Donker Curtius op dat moment voorzitter. [9] Jean heeft het dus met de voorzitter zelf aan de stok. Waarom hij is ontslagen, blijkt echter niet uit het vonnis, maar alles wijst erop dat het zeer tegen de zin van Rondeau zelf is. Tot overmaat van ramp levert het akkefietje met de voorzitter hem twee jaar cel en een geldboete op.

Twee zussen

Daarmee houden de tegenslagen niet op. Ook Jeannes jongste zus Bondina overlijdt mogelijk in juni 1854. Bondina’s naam is immers doorgestreept in de bevolkingsregisters en wordt daarna nergens meer genoemd. [10] Het is tevens het enige jaar waarin Jeanne niet op de stedelijke tentoonstelling van Amsterdam exposeert. Jeanne woont dan nog slechts met zus Helena Alexandrina en broer Jean Henri Frederic bij hun ouders op de Noorderstraat. Moeder Helena van Oldecop overlijdt vervolgens in 1859. Ook al is er niet direct een oorzakelijk verband, vanaf dat moment exposeert Jeanne niet langer. Haar werk is daarna niet meer op enige stedelijke tentoonstelling van Amsterdam te vinden, waar ze eerder steevast vertegenwoordigd was.

De laatste jaren van hun leven wonen Helena en Jeanne samen op de P.C. Hooftstraat in Amsterdam. [11] Als Jeanne in 1892 uiteindelijk overlijdt, laat haar zus Helena hiervan bericht plaatsen in Het nieuws van den dag (1 oktober 1892). Helena blijft dus als laatste over van het gezin Rondeau, want hun jongere broer Jean leeft dan inmiddels ook niet meer. Helena sterft uiteindelijk op 10 februari 1900. [12]

Zelden te koop

Jeanne Catharina Wijnanda Rondeau, zo blijkt, komt uit een welgesteld gezin met ouders die zelfs nauwe banden onderhouden met de Russische aristocratie. Vanwege haar gegoede afkomst krijgt Jeanne waarschijnlijk veel kansen haar schildertalent te ontplooien. Dit geldt ook voor haar zus Helena, maar Jeanne legt uitzonderlijk talent aan de dag. Ze zet haar talent echter niet in om er geld mee te verdienen, zoals tijdgenoten Adriana Haanen, Henriëtte Knip of Adriana van Ravenswaay dat wel doen. Rondeaus werk is namelijk maar zelden te koop. Bovendien beperkt ze zich tot tentoonstellingen in Amsterdam waar de andere genoemde kunstenaressen hun werk het land door sturen. Kennelijk blijft het tekenen en schilderen voor Rondeau altijd een vrijetijdsbesteding waarvoor ze desalniettemin waardering krijgt, bijvoorbeeld met opname in tentoonstellingen van Arti et Amicitiae.


Tentoonstellingen

Jeanne Catharina Wijnanda Rondeau is vanaf 1836 op elke stedelijke tentoonstelling in Amsterdam aanwezig. Deze worden tweejaarlijks gehouden. Alleen in 1854 is Rondeau afwezig. Daarnaast exposeert ze ten minste twee maal (in 1841 en 1845) op een tentoonstelling van kunstgenootschap Arti et Amicitiae, ook in Amsterdam. Op tentoonstellingen buiten Amsterdam is haar werk bij mijn weten niet te vinden.

Amsterdam 1836: Tentoonstelling van kunstwerken van nog in leven zijnde Nederlandsche meesters

  • eenige Bloemen, in Sapverwen (nr. 351)

_ 1838: Tentoonstelling van kunstwerken van nog in leven zijnde Nederlandsche meesters

  • Een Bloem- en Fruitstuk (nr. 381)

_ 1840: Tentoonstelling van Voortbrengselen van Schilder-, Teeken-, Graveer-, Bouw- en Beeldhouwkunst

  • een Bloem- en Vruchtenstukje (nr. 395)
  • een dito (nr. 396)
  • een Bloem- en Fruitstuk (nr. 669)

_ , Arti et Amicitiae, 1841: Tentoonstelling van kunstwerken

  • Een Bloem- en Fruitstuk (nr. 95)
  • een Bloemstukje (nr. 96)

_ 1842: Tentoonstelling van Voortbrengselen van Schilder-, Teeken-, Graveer-, Bouw- en Beeldhouwkunst

  • een Bloem- en Fruitstuk (nr. 311)
  • een doode Kemphaan, met Bijwerk (nr. 312)
  • een Bloem- en Fruitstuk (nr. 313)
  • een stil Leven (nr. 314)

_ 1844: Tentoonstelling van Voortbrengselen van Schilder-, Teeken-, Graveer-, Bouw- en Beeldhouwkunst [volgens recensie in Algemeen Handelsblad (22 oktober 1844), p. 4 via Delpher]

  • een doode Patrijs (nr. 357)

_ , Arti et Amicitiae, 1845: Tentoonstelling van kunstwerken [“Mej. S. Rondeau” in opsomming van deelnemers in Algemeen handelsblad (17 oktober 1845), p. 3 via Delpher]

_ 1846: Tentoonstelling van Voortbrengselen van Schilder-, Teeken-, Graveer-, Bouw- en Beeldhouwkunst [recensie in Algemeen Handelsblad (30 september 1846), p. 4 via Delpher]

  • Een porceleinen Kom met eenige Vruchten (nr. 499)

_ 1848, Tentoonstelling

  • Een Bloemstuk (nr. 531)

_ 1850: Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars

  • Bloemen en Vruchten (nr. 275)

_ 1852: Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars

  • Bloemen en Vruchten (nr. 389)

_ 1856: Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars

  • Een doode Patrijs (teekening in sapverw). (nr. 348)

_ 1858: Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars

  • Bloemen en Vruchten (nr. 389)

Literatuur

Eerst staan hier de geraadpleegde tentoonstellingscatalogi. De tentoonstellingscatalogus van Arti et Amicitiae volgt als laatste, na de catalogi van de stedelijke tentoonstellingen dus. Ten slotte volgt de overige literatuur. Voor raadpleging van de catalogi heb ik trouwens veelvuldig gebruik gemaakt van gedigitaliseerde bestanden in de RKD Library database en op Google Books.

Catalogi

  • Cat. Amsterdam 1836. Lijst der kunstwerken van nog in leven zijnde Nederlandsche meesters, welke zijn toegelaten tot de tentoonstelling van den jare 1836 ([Amsterdam]), p. 15. [RKD Library en Google Books]
  • Cat. Amsterdam 1838. Lijst der kunstwerken van nog in leven zijnde Nederlandsche meesters, welke zijn toegelaten tot de tentoonstelling van den jare 1838 ([Amsterdam]), p. 16. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1840. Lijst van Voortbrengselen van Schilder-, Teeken-, Graveer-, Bouw- en Beeldhouwkunst, te Amsterdam, welke zijn toegelaten tot de Tentoonstelling van den Jare 1840 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 22 en z.p. (Naagekomen stukken) [RKD Library en Google Books]
  • Cat. Amsterdam 1842. Lijst van Voortbrengselen van Schilder-, Teeken-, Graveer-, Bouw- en Beeldhouwkunst, te Amsterdam, welke zijn toegelaten tot de Tentoonstelling van den Jare 1842 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 13. [RKD Library en Google Books]
  • Cat. Amsterdam 1844. Lijst van Voortbrengselen van Schilder-, Teeken-, Graveer-, Bouw- en Beeldhouwkunst, te Amsterdam, welke zijn toegelaten tot de Tentoonstelling van den Jare 1844 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 13. [RKD Library en Google Books]
  • Cat. Amsterdam 1846Lijst van Voortbrengselen van Schilder-, Teeken-, Graveer-, Bouw- en Beeldhouwkunst, te Amsterdam, welke zijn toegelaten tot de Tentoonstelling van den Jare 1846 te Amsterdam (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 29. [RKD Library en Google Books]
  • Cat. Amsterdam 1848Tentoonstelling te Amsterdam voor den jare 1848 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 30. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1850. Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars in Amsterdam in den jare 1850 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 21. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1852Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars te Amsterdam, in den jare 1852 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 28. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1856Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars te Amsterdam, in den jare 1856 (Amsterdam: Stads-Drukkerij, in de Nes), p. 26. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1858Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars te Amsterdam, in den jare 1858 (Amsterdam: Stads-Drukkerij in de Nes), p. 28. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1841. Kunstwerken ter bezigtiging gesteld in de Kunstzaal der Maatschappij Arti et Amicitiae ten behoeve van het Fonds voor Weduwen en Weezen (Amsterdam), p. 7. [RKD Library]

Overige literatuur

  • Samuel Rondeau, De dijkbreuk. Dichtregelen door S. Rondeau (Uitgegeven ten voordeele der Ongelukkigen door den Watersnood) (Amsterdam: L.F.J. Hasselts, 1855) [Google Books].
  • Pieter A. Scheen, Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, herziene ed. (Den Haag: Scheen, 1981).
  • Hanna Klarenbeek, Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 (Bussum: Thott, 2012).
  • Norbert Hostyn en Willem Rappard, Dictionaire van Belgische en Hollandse bloemenschilders geboren tussen 1750 en 1880 (Knokke-Zoute: Berko, 1995), p. 330.

Noten

[1] Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1851-1853 Deel: 639, Periode: 1851-1863, Amsterdam, 1811, Bevolkingsregister 1851-1853, folio p. 864 [open archieven]. zie ook Scheen 1981, p. 436.

[2] Doop van Helena van Oldecop, 6 augustus 1783. Stadsarchief Amsterdam, DTB Dopen Deel: 266, Periode: 1783, Amsterdam, archief 5001, inv.nr. 266, 6 augustus 1783, DTB Dopen, aktenummer DTB 266, folio p. 81(folio 54), nr.1 [Stadsarchief Amsterdam].

[3] Op 28 september 1812 wordt Jean Henrij Frédric geboren: Het Utrechts Archief, BS Geboorte Burgerlijke Stand van de gemeenten in de provincie Utrecht 1811-1902, Utrecht, archief 481, inv.nr. 93-02, 29-09-1812, Utrecht 1812, aktenr. 821 [open archieven]. Deze sterft als hij 11 maanden oud is: Het Utrechts Archief, BS Overlijden Burgerlijke Stand van de gemeenten in de provincie Utrecht 1811-1902, Utrecht, archief 481, inv.nr. 429-02, 30-08-1813, Utrecht 1813, aktenr. 956 [open archieven].

[4] Voor de geboortedatum van Henri Samuel, zie Stadsarchief Amsterdam, Militieregisters Deel: 4050, Periode: 1828-1927, Amsterdam, 2 april 1816, Militieregisters [open archieven].

[5] Volgens Scheen exposeert Rondeau van 1836 tot 1856. Ik vind haar naam echter ook nog in een catalogus van 1858. Zie Scheen 1981, p. 436.

[6] Klarenbeek 2012, p. 101.

[7] Klarenbeek 2012, p. 136-139. Het eerste vrouwelijke lid – buitenleden daargelaten – is schilderes Henriëtte Knip in 1848. Als tweede vrouw wordt Adriana Haanen toegelaten, in 1855. Beiden exposeren op de Arti-tentoonstelling in 1845 waaraan Rondeau ook deelneemt.

[8] Noord-Hollands Archief, 198 arrondissementsrechtbank Amsterdam, 37 1853, nrs. 1-237 (4 jan.-26 april), aktenr. 189 [Noord-Hollands Archief]. Voor de eerdere veroordeling, zie Noord-Hollands Archief, 39 Vrede- en politiegerechten in de arrondissementen Alkmaar, Amsterdam, Haarlem en Hoorn 381 1822-1824 [Noord-Hollands Archief].

[9] ‘Boudewijn Donker Curtius’ in: A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 4 (Haarlem: J.J. van Brederode, 1858), p. 261 [dbnl].

[10] Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1853-1863 Deel: 641, Periode: 1851-1863, Amsterdam, 1811, Bevolkingsregister 1853-1863 [open archieven].

[11] Helena en Jeanne Rondeau wonen op verschillende adressen, eerst op de Oudezijds Voorburgwal, daarna op de P.C. Hooftstraat, blijkt uit de bevolkingsregisters van de stad Amsterdam. Voor het laatste adres – dat is de P.C. Hooftstraat 136 – zie Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1874-1893 Deel: 1766, Periode: 1874-1893, Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 1766, 8 oktober 1811, Bevolkingsregister 1874-1893 [open archieven].

[12] Stadsarchief Amsterdam, Overgenomen delen Deel: 54, Periode: 1920-1921, Amsterdam, archief 5416, inv.nr. 54, 24 maart 1819, Overgenomen delen [open archieven].

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top