Fascinatie voor botanica
Deze blogpost kwam tot stand in samenwerking met gastauteur Dr. Lesley A. Robertson FRSB van het Departement of Biotechnologie en de universiteitsbibliotheek van de Technische Universiteit Delft. De transcripties van Henriëttes dagboekfragmenten zijn van David Yarrow.
Tekenares Henriëtte Wilhelmina Beijerinck (1847-1937) raakt gebiologeerd door planten waarvan ze schitterende aquarellen maakt. De meesten zijn bedoeld als educatief materiaal om te gebruiken op universiteiten en hogescholen. Inmiddels is ze echter niet meer dan een voetnoot in de geschiedenis van de biologie. Haar naam komt meestal pas bovendrijven in relatie tot het onderzoek van haar broer Martinus Willem Beijerinck, hoogleraar microbiologie in Delft. Ze helpt hem namelijk door veelvuldig beeldmateriaal voor zijn colleges en lezingen te vervaardigen. De aquarellen van Henriëtte zijn echter kunstwerken op zich die niet alleen haar broers fascinatie voor botanica reflecteren, maar ook de hare.
Koopmansgezin
De tekenares is een dochter van de Nijmeegse tabaksverkoper Derk Beijerinck en huisvrouw Jeanette Henriëtte van Slogteren. Zij trouwen op 27 april 1843 en krijgen vervolgens 4 kinderen.[1] Hun eerste wordt geboren op 26 november 1844 en krijgt de naam Frederik Leonard. Als tweede komt op 23 februari 1847 Henriëtte Wilhelmina ter wereld.
Deze Henriëtte Wilhelmina moet niet worden verward met de schrijfster met exact dezelfde naam die op 17 juli 1836 in Nederlands-Indië wordt geboren. Deze laatste is een dochter van Gerrit Jan Adrianus Beijerinck en Rudolpha Goswina van Slogteren (een zus van Jeanette Henriëtte van Slogteren) en dus een nicht van de tekenares met dezelfde naam die het onderwerp is van deze blogpost.
Na Frederik Leonard en Henriëtte Wilhelmina volgen nog twee kinderen: Johanna Hermina Alida (2 februari 1849) en ten slotte Martinus Willem (16 maart 1851), met wie het leven van Henriëtte Wilhelmina altijd nauw vervlochten zal blijven.
Dan moet Derk Beijerinck zijn bedrijf verkopen, maar het brengt te weinig op om het gezin en personeel te onderhouden. Uit de dagboeken van Henriëtte blijkt dat vader zijn boeken niet op orde heeft en te veel geld uitgeeft.[2] Dan verliest het gezin ook het geld van moeders kant en zit er niets anders op dan te verhuizen.
Station Haarlem
Het gezin woont eerst op het Amsterdamse adres Damrak 134. Daarna, op 30 maart 1853, vertrekken vader en moeder met hun kinderen naar Naarden waar ze goedkoper kunnen wonen.[3] Daar blijft het gezin echter maar kort, want in februari 1854 wordt Derk Beijerinck aangesteld als commies 3e klasse van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij waarvoor hij eerst op het station van Haarlem wordt geplaatst.[4] Op 13 maart 1854 vestigt het echtpaar Beijerinck-van Slogteren zich daarom in Haarlem.
Kort daarna wordt Derk Beijerinck overgeplaatst naar een handelskantoor in Leiden vanwege zijn goede kennis van Engels en Frans. Het gezin verhuist dan naar een mooi huis met tuin aan de Mare. De kinderen krijgen thuis les van hun vader, zo schrijft Henriëtte in haar dagboeken. In 1863 wordt Derk Beijerinck echter weer overgeplaatst naar Haarlem en daar gaat het gezin wonen aan de Nieuwegracht tegenover Koudenhoorn, met zich op Spaarne en de Scheepmakerdijk.
In een gedenkboek van 1940 memoreert een oud-student van de dan overleden Martinus Beijerinck dat die als jongeman in Haarlem botanische wandelingen maakt met amateur-plantkundige Frederik Willem van Eeden. Bovendien ontwikkelt zich een vriendschap met de kinderen van de familie De Leeuw. Daartoe hoort ook Amy de Leeuw die later als schrijfster en journalist bekendheid zal krijgen, vooral onder haar pseudoniem Geertruida Carelsen.[5] Deze anekdotes over de jeugd van Martinus doen ook de vraag rijzen in hoeverre Henriëtte deelachtig is aan deze vriendschappen. Ook zij ontwikkelt immers een fascinatie voor de plantenwereld die mogelijk eveneens wortelschiet in Haarlem, zoals dat bij haar jongere broer gebeurt.
Vertrek naar Elst
Ondertussen verslechteren de financiële omstandigheden van het gezin Beijerinck-van Slogteren. Vanwege zijn leeftijd van 64 jaar moet Derk Beijerinck gaan leven van een klein pensioen waarmee hij ook zijn gezin moet onderhouden. Om kosten te besparen, stelt de oudste zoon Frederik voor dat het gezin bij hem in Brielle komt wonen. In oktober 1869 vestigt het gezin zich daarom in Brielle waar Frederik, inmiddels landmeter, vanuit Roermond naartoe is verhuisd.[6] In september 1871 wordt hij overgeplaatst naar ‘s-Hertogenbosch en op 31 oktober 1870 vertrekt het voltallige gezin naar de Brabantse stad, met uitzondering van Martinus. Deze verhuist namelijk in december 1869 naar Delft om aan een studie aan de Polytechnische School te Delft (nu: Technische Universiteit Delft, hierna TU Delft) te beginnen. Daar krijgt hij in 1872 een diploma als chemisch technoloog.
Tegen mei 1872 verlaat het gezin Den Bosch weer, als Beijerinck en Van Slogteren hun huis aan de Zuid-Willemsvaart te koop zetten vanwege “vertrek naar elders”. Dat staat in Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant (7 maart 1872). Elders blijkt Elst te zijn. Met hulp van familie en vrienden krijgt Derk Beijerinck daar een aanstelling als conciërge van het Ambtshuis. Daarvoor krijgt hij geen salaris, maar wel een woning.
Ouders

Dan overlijdt in 1875 de moeder van het gezin, Jeanette Henriëtte van Slogteren, op 63-jarige leeftijd.[7] Van het overlijden “tot diepe droefheid van mij en mijne kinderen” geeft Derk Beijerinck vervolgens kennis in Opregte Haarlemsche courant (27 april 1875). Henriëtte is dan inmiddels 28 jaar oud.
Binnen vier jaar, op 22 januari 1879, overlijdt ook haar vader Derk Beijerinck.[8] Volgens zijn biograaf Den Dooren de Jong komt Martinus dan terug uit Delft om bij zijn zussen in Wageningen te gaan wonen.[9] Het omgekeerde lijkt echter het geval: Martinus Willem heeft namelijk sinds 1873 een aanstelling als leraar aan de Rijkslandbouwschool in Wageningen en dat lijkt de belangrijkste reden voor hem om naar Wageningen te verhuizen.[10]
Bewerkte platen
Zeker is dat Henriëtte in maart 1879 nog in Elst woont en niet in Wageningen. Dat blijkt tenminste wanneer Henriëtte een donatie doet van botanische tekeningen aan de Rijkslandbouwschool:
Mejufvrouw H. W. Beijerinck te Elst, Over-Betuwe, schonk aan de Rijks Landbouwschool een twintigtal door haar zelve keurig bewerkte platen, van niet minder belang voor het botanisch onderwijs, en betrekking hebbende op de ontwikkeling der klaver, die der mossen, de stuifbrand der granen en de aardappelziekte.
– Nederlandsche staatscourant (21 maart 1879), p. 2 [Delpher].
Waarschijnlijk komen Martinus’ zussen dus na het overlijden van hun vader naar Wageningen om zich bij hun broer te voegen in plaats van andersom. Uit de schenking aan de Rijkslandbouwschool blijkt bovendien dat Henriëtte al volop bezig is met het vervaardigen van haar botanische tekeningen die waarschijnlijk bedoeld zijn ter ondersteuning van het onderwijs dat haar broer in Wageningen verzorgt. Ook in Delft bevinden zich enkele botanische onderwijsplaten van Henriëtte die ze voorzien heeft van haar signatuur en het jaartal 1879. Wellicht neemt Martinus Beijerinck deze mee uit Wageningen als hij in 1895 een betrekking krijgt als hoogleraar in Delft.


Karwij (carum carvi). Bron: Het Geheugen



Onderwijzeres Engels

Ook Johanna woont in 1879 nog niet in Wageningen. Dat blijkt uit een bericht in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (18 oktober 1880). In 1880 haalt zij namelijk een akte voor het middelbaar onderwijs in de Engelse taal- en letterkunde in Amsterdam waar zij dan ook woont. Het jaar daarop vestigt zij zich pas in Wageningen, want in 1881 haalt “mej. J.H.A. Beijerinck, van Wageningen” haar akte B volgens Algemeen handelsblad (19 oktober 1881).[11]
Net als het tekentalent van Henriëtte komen ook de taalvaardigheden van Johanna hun broer Martinus goed van pas, want – zo memoreert den Dooren de Jong in de reeds genoemde biografie, gebaseerd op de dagboeknotities van Henriëtte – Johanna assisteert hem bij het vertalen van zijn artikelen, vooral die naar het Engels.[12]
Bovendien schrijft Henriëtte in haar dagboek dat Johanna een nieuwe camera koopt, waarmee ze niet alleen verraadt dat Johanna fotografeert, maar ook suggereert dat Johanna al een toestel in bezit heeft. Bovendien zijn enkele familiefoto’s gesigneerd door Johanna. Veel van de onderwijsplaten van Henriëtte tonen micro-organismen die ze waarschijnlijk tekent naar foto’s, eerder dan rechtstreeks naar microscopisch beeld. Hoewel meeste van de glasnegatieven in bezit van Delft School of Microbiology (TU Delft) niet gesigneerd zijn, ligt het voor de hand dat Johanna een deel, zo niet alle, foto’s maakt waarnaar Henriëtte tekent.
Zo krijgt langzaamaan dus het driemanschap vorm waarbij de zussen hun professionele capaciteiten belangeloos inzetten ter bevordering van de wetenschappelijke carrière van hun broer.
Tekenonderwijzeres
In februari 1884 verhuist Henriëtte weer naar Amsterdam, waar ze eerst aan de P.C. Hooftstraat woont.[13] Volgens het bevolkingsregister is ze dan onderwijzeres. Ter aanvulling daarop gaat ze zich verder bekwamen, want in 1884 krijgt ze een beurs van 300 gulden per jaar “voor minvermogende doch veelbelovende jongelieden”. Daarmee kan ze vervolgens aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid te Amsterdam een opleiding gaan volgen tot “teekenares voor industriële doeleinden”.[14]
In november 1885 slaagt Henriëtte dan voor haar akte middelbaar onderwijs in het handtekenen.[15] Vervolgens begint ze aan een vierjarige cursus van de Rijksschool voor Kunstnijverheid en in 1887 ontvangt ze een einddiploma .[16] Henriëtte heeft zich daar bekwaamd in het maken van decoratieve ontwerpen voor keramiek en textiele industrie.
Nadat Martinus een betrekking krijgt in Delft, bezoekt zijn zus Henriëtte hem in zijn laboratorium. Daarover schrijft ze in haar dagboek:
Having achieved good results in my exams on the 5 April 1885, I visited Martinus in his laboratory in Delft. He sat there, surrounded by a mass of retorts, bottles and glassware, boxes, gas, corks and heating apparatus, so that it looked like the workshop of an alchemist.
– den Dooren de Jong 1940, p. 19.

Tot dan toe is ze al vele malen verhuist en ook in Amsterdam is ze niet echt honkvast. In november 1884 verhuist ze van de P.C. Hooftstraat naar de Van Baerlestraat en in augustus 1887 betrekt ze vervolgens een woning aan de Ruijsdaelkade.[17] Het is waarschijnlijk achter een raam van haar woning daar dat ze een aquarel maakt met zicht over de weilanden waar later het museumplein zal verrijzen. In 1887 staat er alleen nog maar het recent opgeleverde concertgebouw, te zien op de tekening.
Versieringskunst
Op 3 september 1888 verhuist Henriëtte naar Wageningen volgens de bevolkingsregisters, maar ze keert twee jaar daarna terug naar Amsterdam. Per 1 september 1890 wordt ze namelijk als onderwijzeres benoemd aan de Dagteekenschool voor meisjes waar Betsy Kerlen als directrice de scepter zwaait.[18] Daar volgt Henriëtte Beijerinck Christine Kritzler op als lerares in het schilderen en aquarelleren.
Henriëttes aanstelling wordt gemarkeerd door een tentoonstelling van haar aquarellen die goed wordt ontvangen in de pers. Zo schrijft een recensent van De tijd (21 april 1890) bijvoorbeeld:
… al dadelijk werd onze aandacht in hooge mate gespannen door een aantal aquarellen en schilderijen, die op schilders-ezels in de zaal zijn geplaatst of aan den wand zijn opgehangen. … dat zijn enkele bladzijden uit het schets- en teekenboek van mej. Beyerinck, die onlangs uit Wageningen naar deze school als leerares overkwam; proeven van de vaardigheid, waarmede zij het penseel weet te hanteeren.
Volgens een correspondente van het weekblad De Huisvrouw moet Henriëtte voorzien in een cursus voor tekenen en schilderen als versieringskunst.[19] Overigens voegt de schrijver daaraan toe dat Henriëtte “eene van de meest veelbelovende oud-leerlingen” is van de Rijksschool van Kunstnijverheid waar ze in 1887 haar diploma heeft gekregen.
Ook een journalist van Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (21 augustus 1890) schrijft dat Henriëtte zich inmiddels heeft toegelegd op het tekenen, aquarelleren en schilderen van planten en bloemen,
en op het geschikt maken van die natuurlijke vormen voor de versiering van vaatwerk: als van vazen en schotels, van stoffen tot bekleeding, en van ornamenten van allerlei aard, bruikbaar in onze woonkamers en voor ons huisraad
Het gaat dus om bloemen en planten in hun decoratieve toepassing. Ook een correspondent van Het nieuws van den dag (22 augustus 1890) bevestigt dat Henriëtte zich heeft toegelegd op de versierende toepassing van planten en bloemen. Het ligt in het verlengde van de vaardigheden die Henriëtte tijdens haar opleiding aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid heeft opgedaan. Daar maakte ze immers, zoals gezegd, studie van keramiek en textiele industrie. Daarbij laat de liefde voor de natuur haar echter niet los en deze voert steeds de boventoon in haar decoraties.
Botanische tekeningen
Henriëtte Beijerinck blijft echter niet lang als onderwijzeres in Amsterdam werkzaam. In 1891 wordt ze op eigen verzoek eervol ontslagen en per 1 mei opgevolgd door schilderes en textielkunstenares Wilhelmina Keuchenius.[20] Mogelijk gaat Henriëtte dan weer naar Wageningen.



Vanuit Wageningen verhuizen de zussen Beijerinck op 12 mei 1896 samen naar Gorssel. Daar blijven ze twee jaar wonen.[21] Op 17 februari 1898 verhuizen ze vervolgens naar Delft waar ze bij hun broer aan de Nieuwelaan gaan wonen die daar sinds 1895 een baan heeft aan de Polytechnische School (nu TU Delft).[22] In Delft bouwt Henriëtte een druk sociaal leven op. Ze wordt bovendien lid van de kunstenaarsvereniging Delftsche Kunstkring waarmee ze tussen 1907 en 1912 verscheidene malen exposeert.
Over Henriëttes Delftse periode evenals de tijd daarna, wanneer ze zich met haar broer en zus terugtrekt in Gorssel, gaat de volgende blogpost die volgende week online zal komen.
Deze blogpost kwam tot stand in samenwerking met gastauteur Dr. Lesley A. Robertson FRSB van het Departement of Biotechnologie en de universiteitsbibliotheek van de Technische Universiteit Delft. De transcripties van Henriëttes dagboekfragmenten zijn van David Yarrow.
Literatuur
- Beijerinck, Martinus W., Verzamelde geschriften van M.W. Beijerinck ter gelegenheid van zijn 70sten verjaardag met medewerking der Nederlandsche regeering uitgegegeven door zijne vrienden en vereerders, 6 dln (Delft: Delftsch Hoogeschoolfonds, 1921-1940). [Biodoversity Heritage Library]
- den Dooren de Jong, L.E., ‘Beijerinck, the Man’. In van Iterson Jr, G., L. E. den Dooren de Jong en A. J. Kluyver, Martinus Willem Beijerinck: his life and his work (Delft: Nijhoff, 1940; herdruk Springer-Science+Business), p. 3-50 [Google Books]
- Dresen, Leen, ‘De “botanische stadswandelingen” van Geertruida Carelsen in Amsterdam.’ In: Tussen beleving en verbeelding: de staf in de negentiende-eeuwse literatuur, red. Inge Bertels e.a. (Leuven: Universitaire Pers Leuven, 2013), p. 157-179.
- Theunissen, Bert, Nut en nog eens nut: wetenschapsbeelden van Nederlandse natuuronderzoekers, 1800-1900 (Hilversum: Verloren, 2000).
Noten
[1] Voor de huwelijksakte, zie Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.59, inv.nr. 21843, 27-04-1843, Huwelijksakten van de gemeente Hoorn, 1843, aktenr. 9 [NHA].
[2] Onuitgegeven uittreksels uit de dagboeken van Henriëtte Beijerinck bevinden zich in het archief van de Delft School of Microbiology. Henriëtte schreef ze voor de redacteurs van de officiële biografie van Martinus Beijerinck (deel 6 van Beijerinck 1921-1940), vandaar de focus op Martinus. Omdat Henriëtte overlijdt voordat de uittreksels aan haar geretourneerd kunnen worden, zijn ze daarna altijd in bezit van de TU Delft gebleven. De hier gebruikte transcripties zijn van David Yarrow.
[3] Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 400, 23 februari 1847, Bevolkingsregister 1853-1863 [SA].
[4] Het Utrechts Archief, Personeelsregister Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij, Utrecht, archief 920, inv.nr. 3 [HUA] en id., archief 920, inv.nr. 9, folio 47 [HUA]. Zie ook Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 2295, inv.nr. 2667, 1849, Bevolkingsregister Haarlem, 1849-1859 [NHA].
[5] den Dooren de Jong, 1940, p. 9. Amy de Leeuw kwam al eens ter sprake in mijn blogpost ‘De vijf Vs’. Zie ook Dresen 2013 over De Leeuws ideeën van natuurbeleving in de grote stad.
[6] Streekarchief Voorne-Putten te Brielle, archief 084, inv.nr. 359, 1862-1877, Bevolkingsregister Brielle, aktenr. 85 [Streekarchief Voorne-Putten].
[7] Voor de overlijdensakte van Jeanette Henriëtte van Slogteren, zie Gelders Archief te Arnhem, archief 0207, inv.nr. 5026.08, 18-04-1875, Elst, Overlijdensregister, aktenr. 39 [GA].
[8] Voor de overlijdensakte van Derk Beijerinck, zie Gelders Archief te Arnhem., archief 0207, inv.nr. 5025.03, 22-01-1879, Elst, Overlijdensregister, aktenr. 9 [GA]. In 1884 overlijdt ook hun oudere broer Frederik Leonard die landmeter is bij het kadaster te Almelo, op 39-jarige leeftijd. Zie Collectie Overijssel, archief 0123, inv.nr. 228, 3 januari 1884, aktenr. 3 [CO] en id., archief 0123, inv.nr. 462, 31 december 1883, aktenr. 115 [CO]. Hij is inmiddels getrouwd met de Friese Egberta Tjamke Peters. Voor de huwelijksakte, zie AlleFriezen te Leeuwarden, archief 1007, inv.nr. 416, 11 december 1876, Huwelijksregister 1876, aktenr. 223 [AlleFriezen].
[9] den Dooren de Jong 1940, p. 14.
[10] Voor de aanstelling van Martinus Beijerinck, “candidaat in de wis- en natuurkundige wetenschappen enz, en technoloog te Elst, bij Arnhem”, zie De Dordrechtsche courant (16 augustus 1873), p. 2 [Regionaal Archief Dordrecht]. Hij wordt er leraar in de plantkunde.
[11] Johanna Alida Beijerinck gaat na 1880 aan de slag op een school in Wageningen, want daar krijgt ze in augustus 1892 eervol ontslag volgens Arnhemsche courant (31 augustus 1892), p. 1 [Delpher]. In 1894 krijgt ze bovendien haar pensioen toegekend volgens Nederlandsche staatscourant (4 april 1894), p. 1 [Delpher].
[12] den Dooren de Jong 1940, p. 17.
[13] Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 1765, 23 februari 1847, Bevolkingsregister 1874-1893 [SA].
[14] Zie Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (13 augustus 1884), p. 1 [Delpher] en Het nieuws van den dag (13 augustus 1884), p. 5 [Delpher].
[15] Zie De wekker. Nieuwe bijdragen voor het onderwijs 42, nr 92 (november 1885), p. 3 [Delpher] en Het nieuwe schoolblad 3, nr. 47 (november 1885) [Delpher]. Zie ook Het vaderland (17 november 1885), p. 2 [Delpher] en Nederlandsche staatscourant (7 januari 1886) [Delpher].
[16] Zie Maandblad gewijd aan de belangen van het teekenonderwijs en de kunstnijverheid in Nederland 4, nr. 4 (september 1887), p. 40 [Delpher]. Intussen is ze ook lid geworden van de Nederlandsche Vereeniging voor het Teekenonderwijs. Zie Maandblad gewijd aan de belangen van het teekenonderwijs en de kunstnijverheid in Nederland 3, nr. 9 (februari 1887), p. 90 [Delpher].
[17] Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 1630, 23 februari 1847, Bevolkingsregister 1874-1893 [SA] en id., archief 5000, inv.nr. 2114, 23 februari 1847, Bevolkingsregister 1874-1893 [SA].
[18] Maandblad gewijd aan de belangen van het teekenonderwijs en de kunstnijverheid in Nederland 6, nr. 8 (januari 1890), p. 69-70 [Delpher]. Betsy Kerlen kwam ook ter sprake in een andere blogpost ‘De zussen Kerlen’, eveneens op deze website.
[19] De huisvrouw: weekblad tot voorlichting, nut en ontwikkeling van het huisgezin 20, nr. 10 (april 1890), p. 3 [Delpher].
[20] Maandblad gewijd aan de belangen van het teekenonderwijs en de kunstnijverheid in Nederland 7, nr. 12 (mei 1891), p. 110 [Delpher]. Mogelijk volgt het verzoek om ontslag vanwege haar broer Martinus Beijerinck die met periodes aan depressies lijdt.
[21] Regionaal archief Zutphen, archief 5057, inv.nr. 22, Bevolkingsregister, Gorssel, folio 20 [Zutphen].
[22] Archief Delft, Gezinskaarten Gezinskaarten Delft (1908-1939), Delft, archief 16, inv.nr. 303, aktenr. 67 [Archief Delft]. Voor het carrièreverloop van Martinus Beijerinck, zie Theunissen 2000, p. 153-154. Overigens dringt volgens Theunissen (2000, p. 163-164) hoogleraar scheikunde Sebastiaan Hoogewerff aan op de aanstelling van Martinus Beijerinck. Hoogewerff is getrouwd met kunstenares Anna Joanna van Stolk. Over haar gaat de post ‘Schilderes en illustratrice’, te vinden op deze website.