Aan het zicht onttrokken

Schilderes Helena Christina Calmer (1811-1847) wordt geboren in Berbice, op een plantage aan de rivier Rio Berbice in Zuid‑Amerika. Het gebied behoort nu tot de Coöperatieve Republiek Guyana, maar rond 1810 is het nog een Nederlandse kolonie die enkele jaren later, in 1815, in Britse handen overgaat. Calmers geboorteplaats staat daarmee midden in een wereld van koloniale overheersing, onderdrukking en uitbuiting en haar levensverhaal is niet los te zien van deze geschiedenis. De schaarse biografische gegevens over Calmer illustreren bovendien een gerelateerde problematiek: de systematische marginalisering van vrouwen, en in het bijzonder vrouwen met een gemengde of niet‑Europese achtergrond. In archieven zijn de levens van deze vrouwen structureel aan het zicht onttrokken.

Koffieplantage

Helena Christina Calmer is een dochter van planter Anthon Godfried Calmer en Maria Gallez. Anthon Godfried is op zijn beurt een zoon van Simon Petrus Calmer en Lucia Margaretha Boode (ook Lukke, Lucke en Lutia genoemd) Boode.[1] De twee, beiden geboren in Varel te Oldenburg, trouwen in Amsterdam en laten hun zoon Anthon Godfried Calmer dopen op 17 maart 1782.[2]

Passage in het doopregister van de Lutherse kerk in Amsterdam, 17 maart 1782. Stadsarchief Amsterdam, DTB Dopen, archief 5001, inv.nr. 265, aktenr. DTB 265, folio p. 5 (folio 3), nr. 2. Bron: Stadsarchief Amsterdam

Anthon Godfried wordt planter. Wanneer precies is niet duidelijk, maar vóór 1808, trekt hij naar Berbice te runnen. In 1845 biedt hij vervolgens zijn plantage te koop aan. Dat blijkt uit advertentie in The London Gazette (24 november 1845). Daar schrijft marshall W.W. Bennett:

I, the undersigned, Marshall for the county of Berbice … under and by virtue of a sentence of the Honourable the Supreme Court of Civil Justice, at its session held at New Amsterdam, Berbice, on the 1st of May 1845, against Joseph Fredericks Schwartz and Jan Willem Obermaller, in quality as the attroneys, in Berbice, of Anthon Godfried Calmer, late of Berbice, but now residing in the kingdom of the Netherlands, owner of the plantation Niewrr Hoop, [sic] situated on the west bank of the river Berbice cum annexis … will expose for sale to the highest bidder, on the premises, through the Vendue Master of Berbice, in presence of the Registrar of the Courts of Justice, or a Sworn Clerk, in the month of August 1846.

De koffieplantage die Calmer in 1845 wil verkopen, heet Nieuwe Hoop. Bennett omschrijft verder wat er allemaal bij de koop van Nieuwe Hoop is inbegrepen, namelijk circa 500 are land, gebouwen, machines en “further appurtenances”. Geïnteresseerden kunnen de inventaris ten kantore van de marshall inzien.

In kaart

In 1772 brengt landmeter Johan Heinrich Hagen de plantage Nieuwe Hoop in kaart.[3] Als opziener in dienst van de Society of Berbice tekent Hagen verschillende plantages. In 1772 is Nieuwe Hoop aan de beurt met als resultaat “Kaarte van de Nieuwe Grond, genaamd Nieuwe Hoop, gelegen aan de Westwal van de Maripaam in Rio de Berbice enz”.

J.H. Hagen, Kaarte van de Nieuwe Grond, genaamd Nieuwe Hoop, gelegen aan de Westwal van de Maripaan in Rio de Berbice enz., 1772. Nationaal Archief, 4.VEL 1596. Bron: Nationaal Archief

De plantage is dus gelegen aan de rivier Berbice. Het is dezelfde plantage waarvan Marshall schrijft dat hij zich bevindt “on the west bank of the river Berbice.” Wanneer Hagen de kaart maakt, is de plantage in handen van Johan Adolph Nietsch, zo is op de kaart zelf te lezen. In 1794 hebben zijn erfgenamen de plantage in bezit volgens een naamlijst gedrukt in Amsterdam.[4] Toch is Nietsch’s naam nog tot 1821 aan de plantage verbonden, bijvoorbeeld in bericht in Rotterdamsche courant (5 november 1821).

Hendriëtta

Dat Anthon Godfried Calmer er vanaf zijn aankomst in Berbice een losse levensstijl op na houdt, blijkt uit zijn opeenvolgende relaties. Voor de geboorte van Helena Christina heeft Calmer al twee kinderen uit een relatie met een vrouw met een gemengde etnische achtergrond. In de archieven verschijnt slechts haar voornaam. Daar heet ze afwisselend Hendriëtta, Henriette en Harriet. Haar gemengde etnische achtergrond blijkt uit de beladen en beledigende toevoeging “mulattin”. Bovendien is ze een “vrije mulattin” waaruit blijkt dat zij geen tot slaaf gemaakte is.

Met Hendriëtta krijgt Anthon Godfried Calmer eerst een dochter Margareta Antoinetta – geboren op 14 maart 1808 – en vervolgens een zoon die de namen Simon Bartholomeus krijgt (soms ook Bartholomeus Simon).[5] Deze laatste wordt waarschijnlijk geboren op 11 januari 1811, maar een enkele keer wordt ook 1812 als zijn geboortejaar genoemd, bijvoorbeeld in de militieregisters. Mogelijk is hij dus een half jaar ouder dan Helena Christina die op 26 juli 1811 ter wereld komt uit Calmers huwelijk met een andere vrouw. Mogelijk is hij een half jaar jonger.

Maria Gallez

Na Helena Christina volgt uit het huwelijk met Maria Gallez, op 24 januari 1813, nog een jongen die de naam Frederik Philip krijgt.[6] Kort na de geboorte van Frederik Philip overlijdt Maria Gallez echter. Het laat zich raden dat Anthon Godfried Calmers eerdere relatie, die al kinderen van hem heeft, dan wordt ingeschakeld om ook de zorg voor zijn jongere nazaten te dragen. Anthon Godfried en Hendriëtta hervatten hun relatie, als die al ooit is opgehouden, en Hendriëtta krijgt vervolgens nog twee kinderen van hem, eerst een dochter Harriett (ook Harriet, geboren op 2 of 3 april 1815) en daarna een dochter Maria Agata Henrietta.[7]

Net als over de geboortedatum van Simon Bartholomeus is ook over de geboortedatum van Maria Agata Henrietta veel onduidelijkheid. Als zij in 1833 trouwt, staat in haar huwelijksakte dat zij 17 jaar oud is. Dat zou betekenen dat zij in 1815 of 1816 geboren is, maar 1815 is bijna onmogelijk omdat haar zus Harriett, van dezelfde moeder, in april 1815 ter wereld komt.[8] In de bevolkingsregisters komt echter ook herhaaldelijk de geboortedatum van 6 december 1813 voor. Dat zou betekenen dat Maria Agata Henrietta ouder is dan Harriett en qua leeftijd dichter in de buurt zit van haar halfbroer Frederik Philip die op 24 januari 1813 geboren is. Op het moment van haar huwelijk met de 29-jarige Ludolf Friedrich Christian Hausemann is Maria Agata Henrietta dan geen 17, maar 19 jaar oud.

Erfgenamen

Ondanks het feit dat alle kinderen, ook die van Maria Gallez, waarschijnlijk worden grootgebracht door Hendriëtta, maakt het toch verschil wie de biologische moeder is. De twee kinderen Gallez hebben daardoor meer voorrechten dan de andere kinderen. Dat blijkt bijvoorbeeld als Helena Christina en Frederik Philip in 1825 een erfenis krijgen van Petronella Gallez, waarschijnlijk een bloedverwante van hun moeder Maria Gallez.[9]

Abraham Rademakers, Gezicht op de buitenplaats Bergvliet in Abcoude, 1730, ets, uitgegeven door Leonard Schenk, Amsterdam. Amsterdam, Rijksmuseum, RP-P-2019-1856. Bron: Rijksstudio

Petronella Gallez is bij haar overlijden eigenaresse van de buitenplaats Bergvliet in Abcoude.[10] In een krantenbericht in Utrechtsche courant (28 februari 1825) maakt een procureur bekend dat de villa te koop is en dat de opbrengst naar de erfgenamen gaat. Petronella’s echtgenoot Philip Anton Braun die Bergvliet in 1819 heeft gekocht, is twee jaar daarvoor overleden. Daar Braun en Gallez geen kinderen hebben, komen er andere erfgenamen in beeld, onder wie Helena Christina Calmer en haar broertje Frederik Philip, de kinderen van Maria Gallez.

De opbrengsten van de buitenplaats komen dus deels op rekening te staan van de twee kinderen die via hun moeder Maria Gallez aan Petronella Gallez verwant zijn. Het verbetert ongetwijfeld de uitgangspositie van deze jonge mensen ten opzichte van de andere kinderen van Anthon Godfried Calmer die buiten een huwelijk worden geboren, van een andere vrouw die bovendien van gemengde afkomst is.

Verhuizing

Alle kinderen van Anthon Godfried Calmer komen uiteindelijk naar Nederland. Wanneer zij – allemaal afzonderlijk of gelijktijdig – naar Nederland afreizen, blijft echter in nevelen gehuld. In ieder geval is Helena in Amsterdam, als ze daar in 1830 een “fruitstukje” exposeert. In de catalogus staat dat ze dan 15 jaar oud is.[11] Dat klopt niet. Ze is geboren in juli 1811 en dus 19 jaar oud als de tentoonstelling in september 1830 opent.

Haar broer Frederik Philip komt waarschijnlijk rond dezelfde tijd naar Nederland als zijn zus. In 1833 wordt hij namelijk ingeschreven in de militieregisters.[12] Hij krijgt een jaar verlof vanwege ‘lichamelijk gebrek’, al blijft ongezegd wat het gebrek behelst. Ook blijkt uit de registers dat, hoewel zijn ouders aan de singel bij de Blauwburgwal resideren, Frederik Philip bij de heer Gasman inwoont aan de Brouwersgracht woont.

Cornelis de Kruijff, Singel, afgebeeld ongeveer ter hoogte van nummers 90-108, gezien in de richting van de Blauwburgwal, ca 1800-1820, tekening. Collectie Stadsarchief Amsterdam: tekeningen en prenten. Bron: Stadsarchief Amsterdam

Dat Helena Christina, wellicht met de erfenis van Petronella Gallez op zak, een goede positie heeft op de huwelijksmarkt blijkt in 1834 wanneer ze trouwt met jonkheer Frederik Alewijn die afkomstig is uit een vooraanstaande familie.[13] Zijn vader wordt namelijk bij Koninklijk Besluit op 16 september 1815 verheven in de Nederlandse adel.

Schilderkunst

Willem Alewijn, Zittende man met pijp, staande man met beker, gesigneerd ‘W: Alewijn fecit’ (linksonder), pen, gewassen inkt en waterverf, 151 x 123 mm. Collectie onbekend. Bron: Invaluable

Wellicht draagt ook haar bevoorrechte opvoeding, waarin de teken- en schilderkunst een rol spelen, bij aan een beter toekomstperspectief. De schilderkunst is immers iets wat Helena Christina met Willem Alewijn (1769-1839) verbindt. Haar schoonvader is niet uitsluitend hoofdboekhouder van de stadsbank van lening en hoofdingeland van de Beemster. Als vrijetijdskunstenaar tekent en schildert hij ook naar oude meesters.

In Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek schrijft Breen over het kunstenaarschap van Alewijn:

Willem Alewijn beoefende de schilderkunst en teekende naar schilderijen van oud-Hollandsche meesters. Hij was van hare oprichting af lid der Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten.[14]

Alewijn verkeert dus in culturele kringen. Zijn zoon Dirk Alewijn, Helena’s zwager, volgt in zijn vaders creatieve voetsporen. Hij schildert eveneens en wordt ook lid van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten.

Wanneer Helena Christina Calmer in 1830 exposeert, zijn op dezelfde tentoonstelling vier geschilderde landschappen van Dirk Alewijn te zien, onder andere Een bergachtig Landschap in de Provincie Namen en Een duinachtig Landschap nabij Haarlem. Enkele jaren later, in 1834, exposeert Helena Christina Calmer opnieuw op de Amsterdamse tentoonstelling, wederom een fruitstilleven, en ook daar hangt haar werk naast dat van haar zwager Dirk Alewijn.[15] Hij laat wederom vier schilderijen zien waaronder een Gezigt op een Meer, bij opkomen van een Onweder en een Gezigt op het Eiland Zante.

Kinderen

In de tussentijd hebben Alewijn en Calmer twee kinderen gekregen. Op 8 september 1832 wordt als eerst Willem Frederik geboren. In Algemeen handelsblad (11 september 1832) en (13 september 1832) wordt melding gemaakt van zijn geboorte. Op 13 mei 1834 komt vervolgens Anthon ter wereld. Dat maakt zijn vader Frederik Alewijn bekend via een bericht in Opregte Haarlemsche courant (17 mei 1834).

Na 1834 volgen nog enkele kinderen. Op 24 juni 1836 komt Maria Susanna ter wereld, op 21 februari 1838 Dirk en op 12 oktober 1839 bevalt Calmer van een zoon “allervoorspoedigst, doch zeer ontijdig”.[16] Dit vroeggeboren kind krijgt de naam Frederick, maar de jongen overlijdt vóór hij 1 jaar wordt, op 21 september 1840.

Familiebericht in De avondbode (14 oktober 1839), p. 4. Bron: Delpher

Op 18 februari 1841 komt dan nog een dochter ter wereld: Helena Frederica.[17] Dan overlijdt Dirk, op 13 oktober 1841 en ook Helena Frederica sterft jong, op 26 oktober 1841.[18] Na het overlijden van Helena Frederica verhuist het gezin Alewijn-Calmer naar Velp. Op 23 mei 1842 komt daar ten slotte Sophia Constantia ter wereld.[19]

Onnozelheid

In het jaar van de geboorte van Helena’s zoon Frederick wordt Helena’s broer, Frederik Philip, “wegens onnoozelheid” onder curatele geplaatst, volgens bericht in Nederlandsche staatscourant (10 december 1840). In 1847 roept zijn curator Johann Carl Ludwig Wehle – een aangetrouwde oom – daarom in een advertentie in Algemeen handelsblad (10 juli 1847) op om zonder zijn medeweten geen krediet te verlenen aan Frederik Philip Calmer.[20]

Een volgende curator, genaamd Abraham Oltmans, herhaalt het bericht in Opregte Haarlemsche courant (29 april 1856). Opnieuw luidt dan het verzoek om zonder medeweten van de curator geen krediet te verlenen aan “den geïnterdiceerden Frederik Philip Calmer, thans verblijf houdende te Oosterbeek”. Ook Abraham Oltmans is, net als Wehle, familie van Frederik Philip. Hij is namelijk gehuwd met Harriet Calmer, halfzus van Helena en Frederik.[21] Helena’s broer lijkt dus iemand die constante zorg nodig heeft, ook al blijft onduidelijk waaraan hij precies lijdt.

Scheiding

Ondertussen loopt het huwelijk van Calmer en Alewijn stuk. Op 23 oktober 1845 velt de arrondissementsrechtbank te Arnhem het vonnis van de scheiding van tafel en bed tussen Alewijn en Calmer, “hetgeen certificeert C.F. Troost, Procureur der Eischeresse”, staat dan in Arnhemsche courant (23 december 1845). Kennelijk is Calmer degene die de scheiding aanvraagt. Na hoger beroep bevestigt het provinciaal gerechtshof van Gelderland de scheiding. Dat wordt bekend gemaakt in een bericht in Arnhemsche courant (7 juni 1846).

Op 18 mei 1847 overlijdt Helena in Brummen.[22] In de overlijdensakte sluipen echter weer wat onnauwkeurigheden die ook in de overlijdensadvertentie terechtkomen. Volgens de tekst is Helena 36 jaar en bijna 10 maanden oud. Dat zou betekenen dat ze in juli 1810 is geboren. In eerdere bronnen wordt 1811 echter als haar geboortejaar genoemd. Dat betekent dat ze geen 36 jaar is op het moment van haar overlijden, maar pas 35.

Overlijdensadvertentie in Opregte Haarlemsche courant (22 mei 1847), p. 3. Bron: Delpher

Exact een maand eerder is haar vader Anthon Gotfried Calmer overleden. Dat is op te maken uit een overlijdensbericht in Algemeen handelsblad (22 april 1847). Bovendien overlijdt vlak na Helena, op 1 juni 1847, ook haar voormalig echtgenoot Frederik Alewijn, inmiddels wonend in Amsterdam. Dat blijkt uit een overlijdensadvertentie in Opregte Haarlemsche courant (3 juni 1847). Op 8 augustus 1845 overlijdt bovendien hun zoontje Anthon, pas 11 jaar oud.[23] Het overlijden binnen zo korte tijd van Helena, haar voormalig echtgenoot en hun 11-jarige zoontje doet vermoeden dat er wellicht een verband is, maar daarover heb ik niets kunnen vinden.

Zoals gezegd leeft het echtpaar sinds een jaar gescheiden. Omdat ze zo kort na elkaar overlijden wordt de nalatenschap van het voormalige echtpaar toch gelijktijdig afgehandeld. In Algemeen handelsblad (19 juli 1847) verschijnt een bericht dat eenieder die iets te vorderen heeft van of verschuldigd is aan Calmer of Alewijn – “In den tijd, Echtelieden” – daarvan schriftelijke opgave moet doen in Amsterdam of in Brummen. Van de scheiding wordt daar geen melding gemaakt.

Archiefstilte

Kunst is voor Helena Christina Calmer een vorm van sociale mobiliteit. Haar verhaal maakt duidelijk hoe haar artistieke talent haar toegang biedt tot culturele milieus waardoor ze op de sociale ladder weet te stijgen. De kunst zorgt er bovendien voor dat haar naam verschijnt in tentoonstellingscatalogi waardoor haar artistieke aspiraties nu nog zichtbaar zijn.

Toch is het verhaal van Calmer ook een verhaal over onzichtbaarheid. Hoewel haar naam nog enigszins vindbaar is, illustreert de zoektocht naar deze kunstenares tegelijkertijd de collectieve uitwissing van een heleboel vrouwen om haar heen. Dat geldt voor haar eigen moeder Maria Gallez, maar vooral voor haar stiefmoeder Hendriëtta/Henriette/Harriett. In de administratieve bronnen, opgesteld door koloniale machthebbers, verschijnt zij slechts als randfiguur, als iemand zonder achternaam, zonder biografie. Zelfs haar voornaam is onderhevig aan willekeur en desinteresse. Deze archiefruis is niet toevallig, maar het resultaat van een selectief documentatieproces dat bepaalde levens als relevant beschouwt en andere structureel onzichtbaar maakt. Calmers biografie legt dus koloniale structuren bloot waarin vrouwen niet alleen uitwisselbaar zijn, maar die ook bepalen wiens geschiedenis bewaard wordt.


Noten

[1] Voor hun inschrijving in het ondertrouwregister, zie Stadsarchief Amsterdam, archief 5001, inv.nr. 753, folio p.192 [link SA]. Zie ook Stadsarchief Amsterdam, archief, 1295: Archief van de Familie Hartsen en de Familie Then Bergh, 159: Genealogische aantekeningen betreffende de familie Calmer [link SA].

[2] Stadsarchief Amsterdam, archief 5001, inv.nr. 265, aktenr. DTB 265, folio p. 5 (folio 3), nr. 2 [link SA].

[3] Pieter Arend Leupe, Inventaris der verzameling kaarten berustende in het Rijks-archief. 1e gedeelte (’s Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1867), p. 234, nr. 1596. In een brief aan de bestuurders van de Society klaagt hij dat de naam ‘water en modder opziener’ beter bij zijn positie past dan die van landopziener. Zie Philip Dikland, “Engineers, surveyors and cartographers of Guyana 1600-1815”, website Explokart, gepubliceerd maart 2021 p. 13-14 [PDF].

[4] Naam-lyst der bestierders officieren, bediendens, en plantagien Op de colonie de Berbice, Wieronje en Canje en Wicki (Amsterdam: by Erve H. Sligtenhorst en Pieter van Rees, 1794), transcriptie Paul Koulen 2011 [PDF]. Zie ook Paul Koulen, Financing plantations and slavery: Dutch credit in Essequibo, Demerara and Berbice, 1770-1820 (doctoral Thesis, Erasmus University Rotterdam, 2025).

[5] Voor de geboortedatum van Margareta Antoinetta Calmer, zie registratie in Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 647, Bevolkingsregister 1853-1863 [link SA]. Zie verder haar huwelijksakte in Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.6, inv.nr. 139 aktenr. Reg. 5 fol. 16v [link NHA] en overlijdensakte in Gelders Archief te Arnhem, archief 0207, inv.nr. 2631.01, aktenr. 15 [link GA]. Voor Simon Bartolomeus‘ huwelijksakte, zie Archief Delft, archief 0015, inv.nr. 00205, aktenr. 18 [link AD] en voor zijn overlijdensakte, zie id., archief 0015, inv.nr. 00580, aktenr. 207 [link AD]. Voor zijn geboortedatum, zie registratie in Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 2295, inv.nr. 2650, 1849, Bevolkingsregister Haarlem, 1849-1859 [link NHA]. Voor het militieregister, zie Stadsarchief Amsterdam, Militieregisters Deel: 4031, Periode: 1828-1927, Amsterdam, archief 5182, inv.nr. 4031, 11 januari 1811, Militieregisters [link SA].

[6] Voor de geboorte akte van Frederik Philip Calmer, zie Haags Gemeentearchief te Den Haag, archief 0335-01, inv.nr. 1354, aktenr. 1322 [link HG].

[7] Voor Harriett Calmer, zie huwelijksakte in Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.6, inv.nr. 124, aktenr. Reg. 3 fol. 161 [link NHA] en overlijdensakte Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.46, inv.nr. 31877, aktenr. 905 [link NHA].

[8] Voor de huwelijksakte van Maria Agata Henrietta Calmer, zie Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.6, inv.nr. 118, aktenr. Reg. 2 fol. 127v [link NHA].

[9] Voor de overlijdensakte van Petronella Gallez, zie Het Utrechts Archief, archief 481, inv.nr. 346-14, aktenr. 14 [link HUA]. Haar ouders worden daarin niet genoemd, alleen haar geboorteplaats. Daar Petronella in 1924 38 jaar is, zal ze geboren zijn rond 1786. Volgens de overlijdensakte is ze bovendien geboren aan de rivier Canje in de kolonie Berbice. Maria Gallez, ook afkomstig uit Berbice, wordt geboren rond 1789. Wellicht gaat het om zussen.

[10] Voor Bergvliet, zie D.L.H. Slebos, “Bergvliet: een oude buitenplaats die geheel verdwenen is”, Angstelkroniek: uitgave van de Historische Kring Abcoude/Baambrugge, nr. 13 (2003), p. 150-153 [Utrecht University Repository]. Voor de overlijdensakte van Braun, zie Het Utrechts Archief, archief 481, inv.nr. 346-12, aktenr. 22 [link HUA].

[11] Cat. Amsterdam, Lijst der kunstwerken van nog in leven zijnde Nederlandsche meesters, welke zijn toegelaten tot de tentoonstelling van den jare 1830 ([Amsterdam], 1830), p. 5, nr. 53 [RKD Library].

[12] Stadsarchief Amsterdam, archief 5182, inv.nr. 4038, 24 januari 1813, Militieregisters [link SA]. Frederik Philip krijgt een jaar verlof wegens ‘lichamelijk gebrek’.

[13] Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.6, inv.nr. 110, aktenr. Reg. 3 fol. 75 [link NHA]. Zie ook Nederland’s adelsboek (‘s-Gravenhage: Van Stockum/Centraal Bureau voor Genealogie, 1906), p. 12-13 [Delpher].

[14] J.C. Breen, “Alewijn, Jhr. Mr. Willem”, in Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek deel 4 (1918), p. 33 [DBNL].

[15] Cat. Amsterdam, Lijst der kunstwerken van nog in leven zijnde Nederlandsche meesters, welke zijn toegelaten tot de tentoonstelling van den jare 1834 ([Amsterdam], 1934), p. 1, nr. 5 (Calmer) en nrs 6-9 (Alewijn). [RKD Library].

[16] Zie achtereenvolgende familieberichten in Opregte Haarlemsche courant (5 juli 1836), p. 3 [Delpher], in dezelfde (24 februari 1838), p. 1 [Delpher] en in De avondbode (14 oktober 1839), p. 4 [Delpher].

[17] Bericht in Algemeen handelsblad (23 februari 1841), p. 1 [Delpher].

[18] Zie Adelsboek 1906, p. 13 en bericht in Algemeen handelsblad (2 november 1841), p. 2 [Delpher].

[19] Voor de geboorteakte van Sophia Susanna Alewijn, zie Gelders Archief te Arnhem, archief 0207, inv.nr. 3255.02, aktenr. 85 [link GA]. Zie ook familiebericht in Algemeen handelsblad (2 mei 1842), p. 3 [Delpher].

[20] Wehle is in 1814 getrouwd met Agata Calmer, de zus van Anthon Godfried Calmer. Zie Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.6, inv.nr. 16, aktenr. Reg. 3 fol. 149 [scan].

[21] Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.6, inv.nr. 124, aktenr. Reg. 3 fol. 161 [link NHA]. Zie ook Jaarboek van het Genootschap Amstelodamum 34-35 (1937), p. 258. Lang woont Frederik Philips Calmer als “commensaal” of kostganger bij Willem Hendrik Jager en Hendrika Anna van Eversdijk in huis. In 1871 komt het gezin met Calmer naar Den Haag. Daar wonen ze tot 1877, wanneer ze naar Delft verhuizen. Daarna verhuist Calmer met dit gezin vanuit Delft naar Den Haag en in 1880 weer terug naar Delft. Voor verhuizing van Oosterbeek naar Den Haag, zie Haags Gemeentearchief te Den Haag, archief 5270-01, inv.nr. 934, 1870-1870, Bevolkingsregister Stompwijk [link HG]; vervolgens id., archief 6009-01, inv.nr. 8, 1870-1880, Bevolkingsregister Voorburg [link GA] en id., archief 6009-01, inv.nr. 17, 1880-1890, Bevolkingsregister Voorburg [link HG].

[22] Voor de overlijdensakte van Helena Christina Calmer, zie Gelders Archief te Arnhem, archief 0207, inv.nr. 5978.04, aktenr. 56 [link GA].

[23] Voor de overlijdensakte van Anthon Calmer, zie id., archief 0207, inv.nr. 5978.02, aktenr. 82 [link GA].

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top