Nauwelijks bekend

De naam van Gesine Schenck (1858-1933) komt voorbij als ze in 1886 in de running is voor de functie van directrice van de Dagtekenschool voor meisjes. Hoewel de aanstelling uiteindelijk naar Betsy Kerlen gaat, blijkt uit de sollicitatie dat Schenck over de juiste kwalificaties beschikt om voor de positie in aanmerking te komen. Toch blijft de vraag wie deze tekenlerares en kunstenares was, want haar oeuvre is nauwelijks bekend. Hoewel eigentijdse critici het treffende karakter van haar bloemenaquarellen roemen, is haar werk slechts bekend uit tentoonstellingscatalogi en -recensies.

Ziekte

Gesine Schenck is een dochter van Charles Jacques Schenck en Catharina Ellerman. Zij trouwen op 26 oktober 1848.[1] Ten tijde van het huwelijk is Charles Jacques Schenck inmiddels gepensioneerd militair die eerder werkzaam is geweest als luitenant van de Oost-Indische infanterie. In 1847 krijgt hij zijn ontslag uit militaire dienst, zo staat in Rotterdamsche courant (7 januari 1847)

Vervolgens krijgt het echtpaar 7 kinderen: 4 dochters en 3 zonen. Dat zijn achtereenvolgens Frederik Charles Phoebus, (27 augustus 1849), Elizabeth Frederika (24 november 1850), Maria Catharina (14 februari 1852), Hendrik Izaak (11 augustus 1853), Jacques Charles (22 maart 1855) en Augusta Petrolenna (1 oktober 1856).[2]

Gesine is de jongste. Zij wordt geboren op 23 januari 1858 in Kampen en krijgt de officiële namen “Geziena Geertruida”, blijkt uit de geboorteakte.[3] Hendrik Schipper, molenaar, en Coenradus Jacobus Vlemink, logementhouder, komen aangifte doen, want volgens de akte is vader “door ziekte verhinderd”. Slechts 19 dagen na Gesines geboorte overlijdt hij, op 16 februari 1858.[4] Hij is dan pas 41 jaar.

Familiebericht in Opregte Haarlemsche courant (4 maart 1858), p. 1. Bron: Delpher

Waaraan en waarom vader Schenck overlijdt blijft ongewis. Volgens de overlijdensadvertentie die de weduwe laat plaatsen, komt zijn overlijden “zeer onverwacht”. Hoe het ook zij, Ellerman blijft dan achter met 7 jonge kinderen, waarvan de oudste pas 8 jaar en de jongste – Gesine – nog geen 3 weken oud. Jaren later, in 1870, komt bovendien Maria Catharina – de derde van Ellermans kinderen – te overlijden, op 18-jarige leeftijd.[5] Op dat moment is Gesine 12 jaar.

Onderwijs

Op 18 april 1880 wordt Gesine in Zwolle toegelaten als kandidaat voor de akte tot bekwaamheid in het geven van lager onderwijs in tekenen.[6] Dat wil zeggen dat ze het examen voor de akte mag afleggen. Ze is dan 22 jaar. Volgens kunsthistoricus Albert Plasschaert ontvangt ze rond deze tijd “Wenken van Tholen (na die van Belmer)”.[7] Blijkbaar krijgt ze ter voorbereiding op haar eerste akte eerst tekenadvies van Johannes Daniël Belmer die als tekenleraar werkzaam is op een H.B.S. in Kampen. Daarna krijgt ze les van diens leerling, aquarellist, graficus, schilder en tekenaar Willem Bastiaan Tholen, die tussen 1880 en 1885 in Kampen woont en daar eveneens tekenlessen geeft.

In oktober 1880 wordt Gesine bovendien geëxamineerd als onderwijzeres in fraaie handwerken, blijkt uit bericht in Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant (6 oktober 1880). Ook die akte behaalt ze en vervolgens start ze in de zomer van 1881 met een zomercursus ter voorbereiding op het akte-examen voor tekenonderwijs in het middelbaar onderwijs aan de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Aan deze cursus nemen ook schilderessen Johanna Croiset van der Kop, Hermina van der Haas en Marie Heijermans deel.[8]

Rijksnormaalschool

Op 30 januari 1882 verhuist Gesine van Den Haag naar Amsterdam. Haar moeder komt dan vanuit Kampen bij haar wonen.[9] Samen betrekken ze een woning op het adres Jacob van Lennepstraat 9. Daar gaat Gesine studeren aan de Rijksnormaalschool voor tekenonderwijzers en krijgt ze les van schilder en tekenaar Jan Derk Huibers.[10]

In 1885 krijgt ze haar diploma, volgens Nederlandsche staatscourant (20 juli 1885), tegelijkertijd met Anna van Prooijen die zich later als pleitbezorger voor hervormingen in het tekenonderwijs gaat inzetten. Over haar schreef ik eerder de blogpost ‘Onvermoeid aan het werk’. In november 1883 volgt daarop bovendien Gesines akte voor bekwaamheid tot het geven van het middelbaar onderwijs in het handtekenen, rechtlijnig tekenen en perspectief en boetseeren.[11] Tegelijkertijd met Anna van Prooijen en Henriëtte Beijerinck legt Gesine het examen af in Amsterdam. Vervolgens studeert ze nog een jaar op het atelier van aquarellist, graficus, schilder en tekenaar Petrus van der Velden in Den Haag.[12]

Industrieschool

Dan wordt Gesine Schenck voorgedragen voor de functie van directrice en docent van de Dagtekenschool te Amsterdam. Ook Christine Kritzler en Betsy Kerlen worden voor de functie naar voren geschoven, zo staat onder andere te lezen in Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (15 maart 1886). De nominatie van de drie vrouwen kwam ook al kort ter sprake in mijn vorige blogpost die aan Christine Kritzler gewijd was. De functie gaat uiteindelijk naar Kerlen. Kritzler wordt enkele maanden later als tweede docent aan de Dagtekenschool aangesteld.

Anoniem, Industrieschool voor meisjes op de Gedempte Gracht 20, Den Haag, 1900, pen in kleur. Den Haag, Haags Gemeentearchief, 8088-01: Collectie Prenten en Tekeningen, kl. A 3246. Bron: Haags Gemeentearchief

De benoeming gaat dus aan Schenck voorbij. Haar talent voor onderwijs gaat echter niet verloren. In juni 1886 verhuist ze naar Den Haag en daar vindt ze een betrekking aan de Haagse Industrieschool voor meisjes.[13] Ze vervangt er Otto Eerelman die vanaf 1876 tekenleraar is aan die school.[14] Hij geeft er onder andere les aan Anna Kerling en de getalenteerde, maar jong gestorven tekenares en illustratrice Hendrika van der Tand over wie ik de blogpost ‘Bladeren en bloemen’ schreef.

Examenklassen

Met de personeelswisseling vinden er ook wat verschuivingen plaats in het takenpakket van de tekendocenten. Als opvolger van Eerelman neemt Schenck het tekenonderwijs voor haar rekening. Ze wordt er voornamelijk belast met onderwijs in tekenen in de hogere klassen ter voorbereiding op het akte-examen. Ze krijgt er dus een behoorlijke verantwoordelijkheid. In dat jaar treedt ze ook toe tot de Nederlandsche Vereeniging voor Teekenonderwijs.[15]

Naast lessen in het regulier onderwijs, geeft Schenck ook cursussen aan jonge vrouwen. In 1890 vraagt ze bijvoorbeeld met Josephine Schütt toestemming om een lokaal in de H.B.S. voor meisjes te Leiden te huren, zodat zij daar samen een cursus kunnen geven. Na de directie van de HBS geeft ook het college van burgemeester en wethouders van Leiden hiervoor haar goedkeuring zodat de lessen van start kunnen.[16]

Bloemen

Schencks bezigheden beperkten zich niet tot onderwijs. In het jaar dat ze als docent aan de Industrieschool start, begint ze ook met exposeren, om te beginnen op stedelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters in Den Haag. Ze woont dan inmiddels aan de Zoutmanstraat 69, blijkt uit de catalogus. Ook doet ze zaken met de firma Goupil waar in 1891 een schilderij van haar wordt geëxposeerd.[17]

Zie ook tentoonstellingsoverzicht

Vanaf 1893 exposeert ze ook met de leden van de Haagsche Kunstkring en met die van kunstenaarsvereniging Pulchri Studio.[18] Uit de catalogi en recensies van de verschillende tentoonstellingen blijkt dat ze zich specialiseert in aquarellen. Meestal wordt het onderwerp van haar waterverftekeningen in de catalogi slechts aangeduid met het weinig specifieke “bloemen”. Slechts een enkele keer wordt aangeduid om wat voor bloemen het gaat. Zo exposeert kunsthandel Goupil in 1891 een waterverftekening van chrysanten. In 1893 hangt er een aquarel van meidoorns op de najaarstentoonstelling van de Haagsche Kunstkring en in 1894 een waterverftekening van rozen op een tentoonstelling met werk van de leden van Pulchri Studio.

Toch is het niet al bloemen wat Schenck schildert. Af en toe maakt ze ook een uitstapje naar een ander thema. Zo exposeert ze in 1893 een schilderij met de titel Buiten waarmee wellicht een landschap of tuin wordt bedoeld. In 1895 exposeert de schilderes een stilleven van appels en op een ander moment zelfs een portret.

Beste verwachtingen

De meeste bewondering oogst ze echter met haar bloemen. Zo benoemt een recensent van Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (14 januari 1893) “een zeer fraaie aquarel (‘bloemen’)” die te zien is op de januaritentoonstelling van de Haagsche Kunstkring in 1893. Ook de aquarel van meidoorns die in het najaar bij de Kunstkring wordt tentoongesteld, valt in de smaak. Dan schrijft een criticus met het pseudoniem Palet in Haagsche courant (12 oktober 1893):

Daarnaast, op den schoorsteenmantel, hoeft mejuffrouw Schenck een bloemstuk ten beste gegeven, no. 35, “Meidoorns”. Knap is het karakter dier bloemen uitgedrukt. Mej. Schenck is eene artiste, van wie men de beste verwachtingen kan koesteren.

In 1894 schrijft ten slotte een anonieme criticus in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (17 januari 1894): “Een hartelijk bravo voor mej. G. Schenck, die in haar bloemen van belangrijke vorderingen blijk geeft.”

Onbeduidend

Het is echter niet al lof wat de klok slaat. Tegenover deze loftuitingen staan namelijk ook kritischer beoordelingen. In 1894 schrijft een anonieme recensent van Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (19 maart 1894) voorzichtig dat Schencks Rozen “in haar mooi-intense kleur nog beter waren uitgekomen tegen een meer artistiek bewerkten achtergrond.” Vooral een criticus van Arnhemsche courant is bij herhaling bijzonder negatief over het werk van Schenck (en over dat van vrouwen in het algemeen trouwens). Deze schrijft namelijk op 29 maart 1893 dat Schenck op de tentoonstelling van Pulchri Studio slecht vertegenwoordigd is en besluit de recensie met:

En hiermede meen ik ook te hebben gezegd, hoe onbeduidend de inzending van de damesartisten in “Pulchri” thans is geweest.

Op 23 januari 1894 laat dezelfde het bij een dodelijk, “ook de inzendingen van mej. Schwartze, mej. Schenck en van Witkamp geven mij weinig aanleiding meer, dan hunne namen te vermelden als inzenders.” In 1895 lijkt het tij echter enigszins gekeerd wanneer een anonieme criticus van Arnhemsche courant, mogelijk dus dezelfde, op 24 april 1895 schrijft dat Schencks Appelen tot het beste behoren wat er op de expositie te zien is.

Medaille

Ondanks deze kritische noten valt Schencks werk in de prijzen. In 1895 hangt er een aquarel van deze kunstenares op een internationale tentoonstelling van kunstbloemen en kunstvruchten die wordt gehouden in het hoofdgebouw van het Koninklijk Zoölogisch-Botanisch Gezelschap. De kunstplanten, bloemen en boeketten worden er beoordeeld, maar er hangen ook schilderijen en aquarellen van bloemen en Schencks werk wordt er bekroond met een bronzen medaille in de klasse Aquarellen en Schilderijen. De uitslag staat bijvoorbeeld in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (11 mei 1895). Ook schilderes Wilhelmine Kiehl valt er in de prijzen. Over haar schreef ik eerder de blogpost ‘Een gelukkig talent’.

Op 27 december 1895 trouwt Gesine met weduwnaar Bernardus Johannes Franciscus Varenhorst die leraar is op een H.B.S.[19] Daarna exposeert zij nog nog wel, maar minder vaak, onder meer in 1906 en bij Pulchri Studio, waarna schilder Philippe Zilcken in 1913 de harmonie van een “esquisse” van haar hand prijst.

Met het voorgaande ontstaat het beeld van een kunstenares die in haar tijd weldegelijk erkenning kreeg, maar wier oeuvre later grotendeels uit zicht is verdwenen. Schenck blijkt daarmee een van die vele vrouwelijke kunstenaars rond 1900 van wie het talent tijdens haar leven werd opgemerkt, maar wier naam desondanks langzaam uit het collectieve geheugen is verdwenen.


Tentoonstellingen

Voor onderstaand overzicht maakte ik gebruik van de gedigitaliseerde tentoonstellingscatalogi van het RKD en van de gedigitaliseerde kranten in Delpher.

Den Haag 1890: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters

  • “Bloemen. (Waterverfteekening)” (nr. 385)
  • _ (nr. 386)

Den Haag, Goupil, 1891: [aankondiging in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (8 december 1891), p. 2 via Delpher]

  • “waterverfteekening Chrysanthemums”

Amsterdam 1892: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters

  • “Bloemen” (nr. 368)

Den Haag 1893: Tentoonstelling van kunstwerken

  • “Bloemen. (Waterverfteekening)” (nr. 348)

Den Haag, Haagsche Kunstkring, 1893: Tentoonstelling van schilderijen, aquarellen, beeldhouwwerken en etsen [recensies in Arnhemsche courant (13 januari 1893) via Delpher en in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (14 januari 1893), p. 2 via Delpher]

  • “aquarel (‘bloemen’)”

Den Haag, Pulchri Studio, 1893: [recensie in Arnhemsche courant (29 maart 1893), p. 2 via Delpher]

  • “Buiten” (nr. 116)
  • “Bloemen” (nr. 117)

Den Haag, Haagsche Kunstkring, 1893: Derde expositie van schilderijen door de werkende leden [recensie van Palet in Haagsche courant (12 oktober 1893) p. 2 via Delpher]

  • “Meidoorns” (nr. 35)

Den Haag, Pulchri Studio, 1894: Vierde groepententoonstelling in Pulchri Studio, 11 – 24 januari [recensies in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (12 januari 1894), p. 5 via Delpher, in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (17 januari 1894), p. 6 via Delpher en in Arnhemsche courant (23 januari 1894), p. 2 via Delpher]

  • “bloemen”

Den Haag, Pulchri Studio, 1894: Kunstbeschouwing [recensies in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (19 maart 1894), p. 5 via Delpher]

  • “Rozen”

Den Haag 1894: Tentoonstelling van prijzen der loterij ten behoeve der Kinderbewaarplaatsen [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (4 oktober 1894), p. 6 via Delpher]

  • onbekend

Den Haag, Pulchri Studio, 1895: Kunstbeschouwing, 17 januari

  • “Bloemen” [verkocht volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (19 januari 1895), p. 5 via Delpher en Haagsche courant (19 januari 1895), p. 2 via Delpher]

Den Haag, Pulchri Studio, 1895: Kunstbeschouwing, 14 maart [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (21 maart 1895), p. 5 via Delpher]

  • onbekend

Den Haag, L.M. Delboy, 1895: [aankondigingen in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (5 maart 1895), p. 1 via Delpher en in Haagsche courant (6 maart 1895) p. 6 via Delpher]

  • “Bloemen”

Leeuwarden, Maatschappij van schilder- en teekenkunst, 1895: Portefeuille van kunstehandel Boussod & Valadon uit Den Haag [opsomming in Leeuwarder courant (12 april 1895), p. 2 via Delpher]

  • onbekend

Den Haag, Pulchri Studio, 1895: [recensie in Arnhemsche courant (24 april 1895), p. 2 via Delpher]

  • “Appelen”

Den Haag 1895: Internationale tentoonstelling van kunstbloemen en kunstvruchten in het hoofdgebouw van het Koninklijk Zoölogisch-Botanisch Gezelschap

  • onbekend [bekroond met een bronzen medaille in de klasse aquarellen en schilderijen volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (11 mei 1895), p. 6 via Delpher]

Den Haag 1895: Internationale invitatie-tentoonstelling van de Haagsche Kunstkring in de Academie [recensie in Arnhemsche courant (20 juli 1895), p. 2 via Delpher]

  • “bloemstuk”

Den Haag 1895: Tentoonstelling in de Academie [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (10 augustus 1895), p. 5 via Delpher]

  • “portret”

Amsterdam, Stedelijk Museum, 1906: Jubileumtentoonstelling van werken van oudleerlingen der beide museumscholen, 12 september – 10 oktober

  • onbekend

Den Haag, Pulchri Studio, 1908: Tentoonstelling van Schilderijen, teekeningen, beeldhouwwerken en etsen om ten bate van het Weduwen- en Weezenfonds te worden verkocht

  • “Vaasje met Bloemen. Aquarel” (nr. 100)

Den Haag, Pulchri Studio, 1909: Tentoonstelling [recensie in Wereldkroniek 16 (1909), p. 633]

  • onbekend

Den Haag, Pulchri Studio, 1913: Tentoonstelling [recensie van Ph. Zilcken, in L’art et les artistes 16 (1913), p. 292 [internet archive]

  • “une esquisse”

Literatuur

Catalogi

  • Cat. Amsterdam 1892. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, te Amsterdam, in den jare 1892 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 368. [RKD Library]
  • Amsterdam, Stedelijk Museum, 1906. Catalogus der jubileumtentoonstelling van werken van oudleerlingen der beide museumscholen (Amsterdam). [Stedelijk Museum Bibliotheek]
  • Cat. Den Haag 1890Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te ‘s-Gravenhage 1890 (Den Haag: Mouton), p. 30. [RKD Library]
  • Cat. Den Haag 1893Tentoonstelling van kunstwerken. ’s Gravenhage 1893 (Den Haag: Mouton & Co), p. 27. [Google Books en RKD Library]
  • Cat. Den Haag, Pulchri Studio, 1893. Catalogus van schilderijen en beeldhouwwerken door gewone en buiten leden (‘Den Haag: Mouton), p. 11. [Google Books]
  • Cat. Den Haag, Pulchri Studio, 1908. Catalogus van schilderijen, teekeningen, beeldhouwwerken en etsen door de werkende Leden van Pulchri Studio bijeengebracht (Den Haag: [z.pub.]), z.p. [internet archive]

Overig

  • Klarenbeek, Hanna, Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 (Bussum: Thott, 2012).
  • Plasschaert, Alb., Korte geschiedenis der Hollandsche schilderkunst: van af de Haagsche School tot op den tegenwoordigen tijd (Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur, 1923). [Delpher]
  • Scheen, Pieter A., Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, herziene ed. (Den Haag: Scheen, 1981).

Noten

[1] Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.6, inv.nr. 209, aktenr. Reg. 5 fol. 43v [link NHA].

[2] Voor Frederik Charles Phoebus, zie Erfgoed Leiden en omstreken te Leiden, archief 0600, inv.nr. 725, aktenr. 21 [link Erfgoed Leiden]; Elizabeth Frederika, zie Collectie Overijssel locatie Zwolle, archief 0123, inv.nr. 7388, aktenr. 386 [link Collectie Overijssel]; Maria Catharina, zie id., archief 0123, inv.nr. 7389, aktenr. 57 [link Collectie Overijssel]; Hendrik Izaak, zie id., archief 0123, inv.nr. 7389, aktenr. 285 [link Collectie Overijssel]; Jacques Charles: id., archief 0123, inv.nr. 7390, aktenr. 121 [link Collectie Overijssel]; Augusta Petrolenna [sic], zie id., archief 0123, inv.nr. 7390, aktenr. 303 [link Collectie Overijssel].

[3] Voor de geboorteakte van Gesine, zie Collectie Overijssel locatie Zwolle, archief 0123, inv.nr. 7391, aktenr. 44 [link Collectie Overijssel].

[4] Voor de overlijdensakte van Charles Jacques Schenck, zie Collectie Overijssel locatie Zwolle, archief 0123, inv.nr. 7944, aktenr. 76 [link Collectie Overijssel].

[5] Voor de overlijdens akte van Maria Catharina, zie Collectie Overijssel locatie Zwolle, archief 0123, inv.nr. 7948, aktenr. 146 [link Collectie Overijssel]

[6] De wekker: nieuwe bijdragen voor het onderwijs 39, nr. 34 (28 april 1880), p. 3 [Delpher]. Zie ook Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant (22 april 1880), p. 4 [Delpher].

[7] Plasschaert 1923, p. 341.

[8] Haags Gemeentearchief, archief 0058-01: Academie van Beeldende Kunsten, inv.nr. 433: Voor de zomercursus, 1881 [HG].

[9] Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 1907, 21 januari 1858, Bevolkingsregister 1874-1893 [SA].

[10] Plasschaert 1923, p. 341 en Scheen 1981, p. ##. In 1883 wordt ze bevorderd van eerste tot het tweede jaar. Zie Het nieuws van den dag (14 juli 1883), p. 5 [Delpher].

[11] Zie De wekker: nieuwe bijdragen voor het onderwijs 42, nr. 58 (22 juli 1885), p. 3 [Delpher]. Zie ook Nederlandsche staatscourant (7 januari 1886) [Delpher]. In april 1885 zijn Gesine en haar moeder binnen Amsterdam verhuisd en hebben ze een woning aan de Weesperzijde betrokken. Zie Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 2344, 21 januari 1858, Bevolkingsregister 1874-1893 [SA].

[12] Plasschaert 1923, p. 341.

[13] Zie bijvoorbeeld De wekker: nieuwe bijdragen voor het onderwijs 44, nr. 26 (30 maart 1887) [Delpher] en Maandblad gewijd aan de belangen van het teekenonderwijs en de kunstnijverheid in Nederland 3, nr. 12 (mei 1887), p. 123 [Delpher]. Ook Het vaderland (28 maart 1887), p. 1 [Delpher].

[14] Zie Het nieuws van den dag (19 september 1876), p. 2 [Delpher].

[15] Voor het lidmaatschap, zie Maandblad gewijd aan de belangen van het teekenonderwijs en de kunstnijverheid in Nederland 3, nr. 3 (augustus 1886), p. 32 [Delpher].

[16] Handelingen van de Raad (28 februari 1890), p. 1 [Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken]. Voor een aankondiging van de cursus, zie Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (17 maart 1890), p. 1 [Delpher].

[17] Zie ook Klarenbeek 2012, p. 212, n. 264.

[18] Id., p. 145 en p. 211, n. 190.

[19] Haags Gemeentearchief, archief 0335-01, inv.nr. 740, aktenr. 1351 [Haags Gemeentearchief].

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top