Veel kennis en kunst
Hermine IJzerdraat (1876-1963) groeit op in een groot en artistiek begaafd gezin. Verschillende van haar broers en zussen worden namelijk lithograaf, schilder, beeldhouwer, wever of kunstnijverheidsdocent. De meesten combineren bovendien verschillende van deze beroepstakken. Dat ook Hermine voor een artistieke loopbaan kiest, hoeft dus niet te verbazen. Het jaar 1920 vormt daarbij een overgangsjaar. Voor die tijd maakt ze namelijk vooral opdrachtvrij werk dat ze exposeert en verkoopt. De kunstschilderes behandelt haar stillevens met veel kennis en kunst, schrijft een recensent daarover in 1901. Na 1920 doet de kunstenares echter vooral illustratiewerk, al blijft ze daarnaast als autonoom kunstenares actief.
Familie
Hermine IJzerdraats vader Willem Bernardus IJzerdraat is tekenaar, schilder en lithograaf. Nadat hij op 12 oktober 1870 trouwt met Anna Margaretha Helena Buckman, krijgt het echtpaar maar liefst 10 kinderen. In 1871 wordt eerst Willem Adrianus geboren.[1] Daarna volgen Willem Bernardus in 1872 en Anna in 1873 of 1874.[2] Twee jaar later komt dan als vierde Hermine ter wereld, op 14 januari 1876. Na Hermine volgen er dan nog 6 kinderen: Elisabeth Sally (geb. 10 oktober 1879), Jacobus (geb. 5 september 1881), Johannes (geb. 26 september 1883), Alberta (geb. 8 februari 1886), Leonard (geb. 4 december 1888) en ten slotte Bernardus (geb. 13 oktober 1891).[3]
De eersten van de 10 kinderen worden waarschijnlijk in Amsterdam geboren, maar na de komst van Hermine verhuist het echtpaar IJzerdraat-Buckmann naar Haarlem. Daar blijft het echter evenmin gekluisterd aan één adres. In 1878 woont het gezin namelijk aan de Kampersingel, in 1884 aan de Schotersingel en in 1891 aan de Zuider-Buitenspaarne.[4]

Opleiding
Waar Hermine haar opleiding volgt, is onduidelijk. Wellicht ontwikkelt ze zich onder de hoede van haar vader, maar het is ook denkbaar dat ze aan de School voor Bouwkunde, Versierende Kunsten en Kunstambachten in Haarlem studeert. In 1889 begint namelijk een vrouw met de naam IJzerdraat met een opleiding aan de kunstnijverheidsschool.[5] Er wordt echter geen voornaam of voorletter genoemd. Het zou hier dus om de dan 13-jarige Hermine kunnen gaan, maar ook om haar oudere zus Anna. Deze laatste is dan ongeveer 16 jaar oud en wordt later kunstnijverheidsdocent.
Ook andere leden van de familie IJzerdraat hebben een band met de kunstnijverheidsschool in Haarlem. Een andere zus van Hermine begint hier in 1901 met haar opleiding.[6] Bovendien wordt Elisabeth Sally (Betsy), weer een andere zus, adjunct-conservatrice van het Koloniaal Museum dat nauw met de kunstnijverheidsschool verbonden is.
Greshoff
Als adjunct-conservatrice van het Koloniaal Museum loopt Betsy IJzerdraat ook mee in de begrafenisstoet van Maurits Greshoff, volgens Haarlem’s dagblad (11 december 1909). Deze directeur van het museum is 3 dagen eerder namelijk onverwachts overleden en dood in zijn laboratorium aangetroffen.
In 1910 leent Hermine IJzerdraat vervolgens een getekend crayonportret van Greshoff uit om uitgestald te worden de Biologische Tentoonstelling te Den Haag in juni 1910. Het portret hangt daar dan te midden van bloemen en planten, nog door Greshoff meegenomen van een reis naar Spitsbergen. Daarna komt de tekening terecht in een vitrine in de bamboehal van het Koloniaal Museum, nog steeds ter herinnering aan de overledene, volgens Het vaderland (25 augustus 1911).[7]

Greshoff kwam overigens ook uitvoerig aan bod in mijn post over batikster Meta Weerman: ‘Proeven in batik’.
Uit het portret blijkt ondertussen dat Hermine met de voormalig directeur bekend is. Het gaat bovendien niet om een gift, maar om een bruikleen. Omdat Hermine het portret slechts tijdelijk afstaat, lijkt het erop dat zij het portret in eigen bezit wil houden.
Verwante kunstenaars
Hermine is inmiddels gevorderd kunstenaar in 1901 wanneer ze met haar vader en broer deelneemt aan een kunstbeschouwing van het Haarlems tekencollege Kunst zij ons doel. Naar aanleiding van het tentoongestelde werk schrijft een recensent van Haarlem’s dagblad (23 februari 1901) vervolgens:
De heer IJzerdraat is het hoofd van een kunstenaarsfamilie. Van zijn zoon zullen wij zoo dadelijk fraai beeldwerk zien. Zijn dochter Hermiena IJzerdraad behandelde het stilleven, een partij uien, met veel kennis en kunst. De huid der aardvruchten, hard en toch satijnachtig, is goed weergegeven.

Willem Bernardus, zijn zoon met dezelfde naam – die inmiddels beeldhouwer is – en Hermine dragen dus gezamenlijk bij aan de kunstbeschouwing. Ook in 1904, 1905, 1907, 1912 en 1914 stelt Hermine IJzerdraat tentoon met de leden van het tekencollege, soms met haar vader, soms alleen. Inmiddels is haar broer voorzitter van deze kunstenaarsclub, net als zijn vader voor hem.[8] Hij wordt namelijk als zodanig genoemd in Haarlem’s dagblad van 1 februari 1904.
In 1909 wordt er bovendien bij hetzelfde tekencollege nog een waterverftekening met spechten van “Mej. IJzerdraat” verloot volgens Haarlem’s Dagblad (3 mei 1909). Overigens doet ook de Haarlemse kunstenares Jacoba Bosscha mee aan enkele van deze kunstbeschouwingen. Aan haar wijdde ik verschillende posts, onder andere ‘IJl en atmosferisch’ en ‘Geïllustreerd door Jacoba’. Het is dus goed mogelijk dat IJzerdraat en Bosscha elkaar kennen of ten minste bekend zijn met elkaars werk.
Ook in 1917 staan enkele leden van het tekengenootschap werk af voor een verloting volgens Haarlem’s dagblad (2 november 1917). Het doel is dan om geld in te zamelen voor het Haarlems Steun-comité. Ook mej. IJzerdraat wordt genoemd als een der deelnemende leden. Het gaat hier ongetwijfeld om Hermine en ook Bosscha doet een schenking.
Buiten Haarlem
Hermines werk is dus regelmatig te vinden op de kunstbeschouwingen van Kunst zij ons doel, maar haar tentoonstellingsdeelname blijft niet beperkt tot Haarlem. In 1912 stelt ze eveneens tentoon met Pictura Veluvensis, een gezelschap van kunstenaars en kunstliefhebbers aan de Veluwezoom dat jaarlijks kunstexposities organiseert in Renkum.[9]
Zie hiervoor ook het tentoonstellingsoverzicht hieronder.
In 1914 neemt ze bovendien deel aan de nationale tentoonstelling in Den Haag, met daaraan verbonden een verloting ten bate van het Koninklijk Nationaal Steun-comité. IJzerdraat stuurt daarvoor een duinlandschap naar voorbeeld van de 17de-eeuwse schilder Jacob van Ruisdael. Het ligt voor de hand dat het om een kopie gaat van een schilderij in Haarlem. Gezien de omschrijving lijkt dan Duinlandschap met konijnenjacht in Frans Hals Museum het meest waarschijnlijke voorbeeld.

Kunstnijveraarster
In 1920 heeft Hermine IJzerdraat een bijzonder succesvol jaar als het om tentoonstellingen gaat. Ze exposeert dan niet alleen in Haarlem, maar ook in Amsterdam en Rotterdam. De aard van die tentoonstellingen lijkt bovendien een weerslag van veranderingen in IJzerdraats carrièrepad. In Rotterdam exposeert ze haar werk namelijk op een tentoonstelling van handenarbeid bij het onderwijs en ook de tentoonstelling tijdens de Jaarbeurs voor Kunstnijverheid in Amsterdam draait vooral om kunstnijverheid.
Op de tentoonstellingen in 1920 is dan ook ander soort werk te zien. In Amsterdam exposeert IJzerdraat bijvoorbeeld wandversieringen en portefeuilles, gebonden in versierd perkament en met leer bekleed. Welke techniek IJzerdraat gebruikt voor de decoratie van het perkament, wordt echter niet duidelijk. Allereerst zou het om geschilderde of getekende versiering kunnen gaan.
Daarnaast kan perkament ook worden gebatikt. Batik is bovendien een techniek die op dat moment grote populariteit geniet in Nederland en daarbuiten. Kunstenares Meta Weerman die van 1891 tot 1895 aan de kunstnijverheidsschool in Haarlem studeert, batikt bijvoorbeeld boekbanden. Een daarvan kwam eerder ter sprake in mijn post ‘Proeven in batik’ en volgens kunsthistorica Marjan Groot was ook IJzerdraat actief als batikster.[10] Hierover kom ik nog te spreken in mijn volgende post. Toch lijkt het hier niet om gebatikt perkament te gaan, omdat een recensent van De standaard (25 november 1920) kiest voor de omschrijving “versierd perkament (handwerk)”.
Behalve perkament werkt IJzerdraat ook met papier. Met papierwerk neemt de kunstenares immers deel aan de tentoonstelling van kunstnijverheid voor het onderwijs in Rotterdam in de zomer van 1920. Op de tentoonstelling ligt dan kartonnagewerk van haar zus Anna IJzerdraat dat is versierd met handgedrukt sierpapier van Hermine. Ander papier- en kartonnagewerk van de zussen wordt tegelijkertijd getoond op een zomertentoonstelling in het Museum van Kunstnijverheid in Haarlem.
Ondertussen gaat IJzerdraat zich meer en meer op illustratiewerk richten, vooral voor tijdschriften als De Amsterdammer en De vrouw en haar huis. Daaraan is mijn volgende blogpost gewijd.
Nederlands-Indië
Hoewel IJzerdraat in 1930 nog als medewerker van De vrouw en haar huis wordt genoemd, nemen de illustratieopdrachten voor het blad daarna af.[11] Dat betekent niet dat de kunstenares niet meer tekent. Dat doet ze bijvoorbeeld nog tijdens een reis in 1933 naar Nederlands-Indië, de voormalige Nederlandse kolonie. Dan maakt ze namelijk een gewassen inkttekening van een Indonesisch rivierlandschap met een overdekte prauw. De tekening is bovendien gemaakt op een ondergrond van dluwangpapier, waarschijnlijk van Javaanse oorsprong.

Dluwangpapier wordt gemaakt door boombast, na de oogst, eerst dagenlang te weken en de vezels vervolgens te bewerken met een boombastklopper.[12] De verkregen vezelpap wordt vervolgens dun uitgesmeerd en gedroogd, waardoor papier met een ruwe textuur ontstaat, zoals ook te zien is inde tekening van IJzerdraat. Zowel voorstelling als materiaal wijzen er dus op dat de tekening in Nederlands-Indië is gemaakt.
Reizen
Omdat IJzerdraat de tekening dateert in juni 1933, zou de reis in dat jaar moeten hebben plaatsgevonden. Mogelijk maakt ze die reis met familieleden, zoals ze wellicht vaker doet. In 1924 bieden Hermine, Anna en Johan, die dan samenwonen op in hun ouderlijke woning aan de Duvenvoordestraat 4, hun woning namelijk al eens te huur aan voor de zomermaanden volgens Algemeen handelsblad (1 juli 1924).[13] Mogelijk ondernemen ze ook dan een reis met zijn drieën.
Niet alleen Hermines werk verraadt één of meerdere reizen naar Nederlands-Indië. Ook andere familieleden maken werk dat op een dergelijke reis wijst. In 1939 exposeert bijvoorbeeld Johan IJzerdraat gepolychromeerd houtsnijwerk in de ‘Netherlands Indies Hall’ tijdens de World’s Fair in New York.[14] Deze 15 figuren die volgens de bijbehorende uitgave evenveel verschillende typen inwoners van Nederlands-Indië voorstellen, lijken erop te wijzen dat ook Johan niet onbekend is in de voormalige Nederlandse kolonie. Met andere woorden, het is alleszins denkbaar dat ook de houtbewerker deze figuren maakt naar aanleiding van een reis, wellicht samen met zijn zus Hermine in 1933 en mogelijk vaker.
Illustratiewerk
Met de exposities in 1920 waarbij IJzerdraat zich meer dan voorheen toelegt op werk van kunstnijverheid, vindt er ook een verandering in haar loopbaan plaats. Ze gaat zich namelijk wijden aan illustratiewerk voor tijdschriften als De Amsterdammer en De vrouw en haar huis. Mode en textiel spelen daarin een centrale rol.
Dit illustratiewerk, waarop IJzerdraat vooral tussen 1920 en 1930 toelegt, komt aan bod in mijn volgende blogpost. Posts over de andere creatieve leden van de familie IJzerdraat volgen daarna. Daarin komen onder andere Anna en Johan IJzerdraat aan bod die ik hier kort al even noemde, maar de familie bevat nog veel meer creatieve leden. Hermines vader Willem Bernardus IJzerdraat wordt dus met recht het hoofd van een kunstenaarsfamilie genoemd.
Tentoonstellingen
De genoemde tentoonstellingen waaraan Hermine IJzerdraat deelneemt, en meer, heb ik hier nog eens op een rijtje gezet. Hiervoor doorzocht ik vooral de historische kranten in Delpher. Daarnaast maakte ik opnieuw dankbaar gebruik van de documentatie over Pictura Veluvensis in bezit van Gerard Overkamp.
Haarlem, Teekencollege Kunst zij ons doel, 1901: Kunstbeschouwing [recensie in Haarlem’s dagblad (23 februari 1901), p. 3 via Noord-Hollands Archief]
- “stilleven, een partij uien”

Haarlem, Teekencollege Kunst zij ons doel, 1904: Kunstbeschouwing, 26 februari [recensie van Conrad Kikkert in Haarlem’s dagblad (29 februari 1904), p. 1 via Noord-Hollands Archief]
- “kijkje op ’t middenschip van de Groote Kerk”
- “gele rozen”
Haarlem, Teekencollege Kunst zij ons doel, 1905: Kunstbeschouwing [recensie van Conrad Kikkert in Haarlem’s dagblad (25 februari 1905), p. 2 via [Noord-Hollands Archief]
- “portret van haar vader”
- “stilleven”
Haarlem, Teekencollege Kunst zij ons doel, 1907: Kunstbeschouwing [recensie van A. in Haarlem’s dagblad (17 maart 1907), p. 1 via [Noord-Hollands Archief]
- “bloemstudie”
Haarlem, Teekencollege Kunst zij ons doel, 1909: Kunstbeschouwing [recensie door ‘Ad interim’ in Haarlem’s dagblad (13 maart 1909), p. 1 volgens Noord-Hollands Archief]
- “hond” (als ‘Hermanna IJzerdraat’)
Haarlem, Teekencollege Kunst zij ons doel, 1912: [recensie in Nieuwe Haarlemsche courant (29 april 1912), p. 1 via Delpher]
- “‘Stilleven’, pastel” (nr. 5)
Renkum, Pictura Veluvensis, 1912: Tentoonstelling
- “Zonnebloemen” (nr. 106), onderdeel van ‘Aquarellen, teekeningen en etsen’
Haarlem, Teekencollege Kunst zij ons doel, 1914: Tentoonstelling van de 25 ontwerpen voor het Hildebrand-monument met een verloting ten bate van Haarlems Steun-comité [verslag in Haarlem’s Dagblad (2 november 1914), p. 3 via Noord-Hollands Archief]
- onbekend
Den Haag 1914: Nationale tentoonstelling van kunstwerken, onder bescherming van H.M. de Koningin, met daaraan verbonden verloting ten bate van het Koninklijk Nationaal Steun-comité
- “naar J. van Ruisdael. Duingezicht” (nr. 780)
Rotterdam 1920: Tentoonstelling van handenarbeid bij het onderwijs te Rotterdam, 7 juli – 22 augustus
- “Kartonnagewerk van Mej. Anna IJzerdraat … versierd met sierpapier (handdruk) van Mej. Hermina IJzerdraat” (nr. B)
Haarlem, Museum van Kunstnijverheid, 1920: Zomertentoonstelling Kunst uit den Vreemde, 28 juli – 31 augustus [recensies in Nieuwe Haarlemsche courant (29 juli 1920), p. 6 via Noord-Hollands Archief, Haarlem’s dagblad (17 augustus 1920), p. 5 via Noord-Hollands Archief en De Amsterdammer (21 augustus 1920), p. 5 via De Historische Groene]
- “papier- en cartonnagewerk van de dames H. en A. IJzerdraat”
Amsterdam, Maatschappij voor Beeldende Kunsten, 1920: Tweede jaarbeurs voor kunstnijverheid [recensie in De standaard (25 november 1920), p. 6 via Delpher]
- “wandversieringen en decoratieve portefeuilles gebonden in versierd perkament (handwerk) met lederen rug”
Nota bene: Naast de hierboven genoemde expositie kwam ik nog twee tentoonstellingen van Kunst zij ons doel tegen waar een persoon met de achternaam IJzerdraat exposeert. Allereerst is dat een kunstbeschouwing die recensent Conrad Kikkert in Haarlem’s dagblad (19 februari 1906) bespreekt. In die recensie noemt hij vervolgens een “geaquarelleerd, een interieur” van “de heer H. IJzerdraat”. Het gaat waarschijnlijk om een fout, omdat er bij mijn weten geen heer IJzerdraad is die schildert en wiens voornaam met de letter H begint. Omdat Kikkert al eerder werk van Hermine bespreekt en dus met haar bekend is, vermoed ik dat hij hier niet Hermine bedoelt, maar een ander lid van de familie IJzerdraat.
Ten tweede komt een “mej. IJzerdraat” ter sprake in Nieuwe Haarlemsche courant (8 oktober 1947). In een recensie van een expositie in Frans Hals Museum in de krant bewondert de recensent een stilleven “om het geel waarin zij de gloed van de zon binnen haar lijst heeft gevangen.” Daar Hermine dan bij mijn weten al decennia lang niet meer exposeert, blijft het een vraag of het hier om deze kunstenares gaat.
Literatuur
Catalogi
- Cat. Den Haag 1914. Catalogus van de nationale tentoonstelling van kunstwerken, onder bescherming van H.M. de Koningin, met daaraan verbonden verloting ten bate van het Koninklijk Nationaal Steun-comité 1914 ([Sijthoff], [1915]), p. 26. [Delpher]
- Cat. Renkum 1912. “Pictura Veluvensis” te Renkum. Tiende jaarlijksche tentoonstelling 1912 (z.p.), z. pag.
- Cat. Rotterdam 1920. Gids van de tentoonstelling van handenarbeid bij het onderwijs te Rotterdam : van 22 Julie tot 7 Augustus 1920 in de gebouwen van de gemeentelike kweekschool (Vereniging tot Bevordering van het Onderwijs in Handenarbeid in Nederland, Afd. Rotterdam, Immig, [1920]), p. 5. [Delpher].
Overig
- Bol, Marten, De kunstvereniging Pictura Veluvensis en haar schilders (1902-1935) (Wageningen: Leida, 2002).
- Enschedé, A.J., De geschiedenis van het Museum van Kunstnijverheid en de School voor Bouwkunde, Versierende Kunsten en Kunstambachten te Haarlem, der Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel 1877-1927 (Vereeniging tot Beheer van het Museum en de School, [1928]). [Delpher]
- Groot, Marjan, Vrouwen in de vormgeving 1880-1940 (Rotterdam: 010, 2007). [Google Books]
- Kuijl, Aart van der, Kunst zij ons doel. 175 jaar wel en wee van een Haarlemse kunstenaarsvereniging. Van teekencollegie, teekengenootschap tot beroepsvereniging (Haarlem: Stichting 175 Jaar Kunst Zij Ons Doel, 1996).
- Scheen, Pieter A., Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, herziene ed. (Den Haag: Scheen, 1981).
Noten
[1] Voor de huwelijksakte, zie Haags Gemeentearchief te Den Haag, archief 0335-01, inv.nr. 648, 12-10-1870, Huwelijksakten Den Haag, aktenr. 586 [Haags Gemeentearchief]. Geboorteakten van de oudste kinderen in het gezin IJzerdraat-Buckmann heb ik niet kunnen vinden. Geboortejaren en -data komen dus uit andere bronnen. Zo wordt de leeftijd van Willem Adrianus in zijn huwelijksakte genoemd. Zie Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.46, inv.nr. 21902, 24-04-1902, Huwelijksakten van de gemeente Haarlem, 1902, aktenr. 115 [NHA].
[2] Willem Bernardus wordt geboren op 20 augustus 1872 volgens de bevolkingsregisters. Zie Stadsarchief Amsterdam, archief 5008: Bevolkingsregisters geannexeerde gemeenten, inv.nr. 62, folio 416 [Stadsarchief Amsterdam]. Voor de overlijdensakte van Anna, zie Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 617, inv.nr. 3948, 01-07-1958, Overlijdensakten van de gemeenten in de provincie Noord-Holland, aktenr. B 410 [NHA]
[3] Voor geboorteakte van Elisabeth Sally, zie Noord-Hollands Archief, archief 358.46, inv.nr. 11879, 11-10-1879, Geboorteakten van de gemeente Haarlem, 1879, aktenr.1057 [NHA] Aangifte wordt gedaan door Georg Heinrich Christian Rueter en Fredrik Johannes Riepsaamen, beide tekenaars in Haarlem. Voor akte van Jacobus, zie id., archief 358.46, inv.nr. 11881, 07-09-1881, Geboorteakten van de gemeente Haarlem, 1881, aktenr. 1040 [NHA]. Lithograaf Jasper Postma doet aangifte. IJzerdraat en Postma zijn beiden bestuurslid van het Weduwen-, Weezen- en Ondersteuningsfonds ‘Lithographia’ volgens Opregte Haarlemsche courant (16 mei 1879), p. 5 [Delpher]. Samen met Rueter en Riepsame, die aangifte deden van de geboorte van, zijn zij lid van een tentoonstellingscommissie van Lithographia volgens Opregte Haarlemsche courant (22 juli 1879), p. 4 [Delpher].
Voor Johan, zie Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.46, inv.nr. 11883, 28-09-1883, Geboorteakten van de gemeente Haarlem, 1883, aktenr. 1194 [NHA]. Voor Alberta, zie id., archief 358.46, inv.nr. 11886, 11-02-1886, Geboorteakten van de gemeente Haarlem, 1886, aktenr. 223 [NHA]. Voor Leonard, zie id., archief 358.46, inv.nr. 11888, 06-12-1888, Geboorteakten van de gemeente Haarlem, 1888, inv.nr. 1591 [NHA]. Daarvan doet lithograaf Carel Zwollo aangifte. Voor Bernardus ten slotte, zie id., archief 358.46, inv.nr. 11891, 16-10-1891, Geboorteakten van de gemeente Haarlem, 1891, aktenr. 1427 [NHA].
[4] Zie achtereenvolgens Adresboek Haarlem (1 september 1878), p. 198 [NHA], id. 1884, p. 333 [NHA] en id. (1 januari 1891), p. 355 [NHA].
[5] Enschedé [1928], p. 89.
[6] In 1900 start “A. IJzerdraat” met haar opleiding aan dezelfde school. Zie Enschedé [1928], p. 98. Opnieuw zijn er dan twee mogelijkheden, Anna of Alberta.
[7] Zie ook De Indische mercuur 34, nr. 35 (29 augustus 1911), p. 769 [Delpher] en Bulletin van het Koloniaal museum te Haarlem 48 (1911), p. 183.
[8] Kuijl 1996, p. 55.
[10] Groot 2007, p. 549. Als bewijs hiervoor noemt Groot uitsluitend een patroon voor een gebatikte theemuts in Naaldwerk en kant, bijlage van De vrouw en haar huis 9, nr. 4 (februari 1927), p. 36.
[11] De vrouw en haar huis (mei 1930), p. 63 [Delpher].
[12] Voor voorbeelden van dergelijke kloppers, zie collectie Wereldmuseum, bijvoorbeeld één gemaakt van bamboe en messing, inv.nr. TM-15-257 [Wereldmuseum].
[13] In 1923 staat Hermine IJzerdraat vermeld in adresboeken van Haarlem op adres Duvenvoordestraat 4, waar haar moeder tot 1917 woont. Zie Adresboeken Haarlem (1 januari 1923), p. 690 [Noord-Hollands Archief]. Ze woont er waarschijnlijk al langer, want het adres wordt in 1920 al als haar correspondentieadres genoemd in De vrouw en haar huis. Zie De vrouw en haar huis nr. 6 (oktober 1921), p. 198 [Delpher].
[14] The Netherlands participation at the New York world’s fair 1939 (Delft: Waltman, 1939), p.79-80 [Delpher].