Modetrends op de hak

Tot 1920 legt Hermine IJzerdraat (1876-1963) zich vooral toe op werk dat ze tentoonstelt en verkoopt. Daarover schreef ik in mijn vorige post ‘Veel kennis en kunst’. Na 1920 komt daarin echter verandering. Dan gaat de kunstenares tevens als illustratrice aan de slag voor bladen als De Amsterdammer en De vrouw en haar huis. Daarbij legt ze een bijzondere aandacht voor kleding aan de dag waarbij ze het ook niet nalaat om modetrends op de hak te nemen.

Op de hak

Als Hermine in 1920 aan het werk als illustratrice voor het maandblad De Amsterdammer, legt ze zich toe op kleding en mode. Onder andere tekent ze voorstellingen waarin ze spot drijft met modetrends. Voorbeelden daarvan zijn ‘Een laag- en een hoogvlieger’ en ‘Een drijftol door den wind bewogen / Een drijftol door de zweep bewogen’.

In deze illustraties trekt IJzerdraat treffende parallellen tussen modesilhouetten en kinderspeelgoed. Bij het eerste silhouet gaat het om het taps toelopende omtrek van de vrouwenfiguur in silhouet waarin IJzerdraat de meetkundige figuur van een vlieger ontdekt. De vergelijking is nauwgezet uitgewerkt tot aan de sleep van het vrouwengewaad die aan de staart van de vlieger herinnert. De tweede vergelijking is ruimtelijk van aard. Daarnaast speelt beweging een rol. De wind die grip krijgt op kleding en deze doet opbollen en de vrouwenfiguur doet tollen, verbindt IJzerdraat vervolgens aan een spinnende tol aangedreven door een zweep.

Hoeden

Ook een prent met vier soorten van modieuze hoeden die elk op hun eigen manier het zicht (deels) belemmeren. is een voorbeeld van de humor die IJzerdraat aan de dag legt.

Een tekening toont vier vrouwenhoofden op een rij, allemaal met een hoed. De eerste in profiel draagt een hoed over haar ogen. Eronder staat de tekst 'Niets zien. De tweede figuur draagt een hoed met een lange klep. Eronder staat 'Half zien'. De derde draagt een hoed die scheef op haar hoofd staat en een oog bedekt. Eronder staat 'Scheel zien'. De laatste draagt een hoge hoed met lange veer. Daaronder staat ten slotte de tekst 'Goed zien'.

Hermine IJzerdraat, De hoed in de wintermaanden, illustratie in De Amsterdammer (7 november 1925), p. 9. Bron: Historisch Groene

De overstap van stillevens en een enkele portrettekening naar mode-illustraties lijkt onverwacht, maar IJzerdraat komt waarschijnlijk al jong in aanraking met vrouwenkleding en modetrends. Er zijn namelijk verschillende dameskleermakers onder de aangetrouwde familieleden van haar ouders. Als IJzerdraats broer Willem Adrianus op 24 april 1902 trouwt, zijn behalve zijn vader en broer Willem Bernardus ook twee broers van de bruid getuigen: Johannes Theodorus Henderikus Kunkeler en Christiaan Johannes Hendrikus Kunkeler.[1] Beiden zijn kleermaker. Ook een zwager van Hermines vader, genaamd Johan Daniel Kraft, is dameskleermaker van beroep.[2]

Populaire cultuur

Met haar komische prenten haakt IJzerdraat niet alleen aan bij modetrends, maar ook bij actuele fenomenen in de populaire cultuur. Zo toont een andere spotprent van vijf beschilderde eieren – gepubliceerd in de Paastijd – bijvoorbeeld het masker uit het recent ontdekte graf van Tutanchamun, meest links.

De tekening toont vijf eieren op rij. De eerste heeft een beeltenis van het masker van Tutanchamun. Eronder staat de tekst 'Hoofdtooi bij Toet-anch-Amen's leven'. Het tweede ei heeft een abstracte decoratie. Eronder staat de tekst 'Lenteweelde: Dada-kleuren'. Het middelste ei is opengebroken en binnen zit een figuur met een hoge hoed. Daaronder staat 'De Kid: Plastische eivulling' . Het vierde ei heeft een abstracte decoratie met de tekst 'De Shimmy': Mode-tinten'. Het laatste ei ten slotte toont een mannenhoofd dat enigszins doet denken aan het gezicht op het eerste ei met daarbij de tekst  'Hoofdtooi bij Toet-anch-Amen's herrijzenis'.
Hermine IJzerdraat, Gekleurde paascheieren van onzen tijd, illustratie in De Amsterdammer (24 maart 1923), p. 5. Bron: Historisch Groene

Het graf van deze jong gestorven farao wordt in 1922 ontdekt, vrijwel onaangetast door grafrovers waarbij het prachtige blauwgouden dodenmasker alom bewondering oogst en veel invloed uitoefent op mode en design. Meest rechts tekent IJzerdraat vervolgens een ei met het hoofd van de farao, ontdaan van zijn mooie masker waarbij ze tegelijkertijd een spottende kanttekening plaatst bij de ontmanteling van het pronkgraf. De farao blijft berooid achter, lijkt de boodschap.

Ook met de referenties aan dada, de kid en de shimmy – respectievelijk een kunststroming, een film en een dans – speelt IJzerdraat in op actuele trends.

Vrouwenrechten

Behalve mode en populaire cultuur houdt IJzerdraat zich bezig met vrouwenrechten. Zo tekent ze voor De Amsterdammer ook een spotprent over de Tweede Kamerverkiezingen van 1922, wanneer vrouwen voor het eerst gebruik mogen maken van het actieve kiesrecht. Sinds 1917 hebben vrouwen dan al passief kiesrecht wat betekent dat ze zich verkiesbaar mogen stellen voor politieke functies. In de prent geeft een boerin haar ongezouten mening over het aantal vrouwen op de kiezerslijsten. Het is nog lang niet voldoende. Immers, zo zegt zij stellig, boerinnen werken net zo hard als hun mannelijke evenknieën.

De zwart-wit tekening toont twee voruwen in klederdracht, een met een hark, de ander met een juk waaraan twee emmers hangen.  Ze staan op een akker,, terwijl ze met elkaar in gesprek zijn. Op de achtergrond scheppen mannen hooi op een hoge kar. Daaronder staat de tekst: Ant: Zeg Trien, heb ie de kiezerslijsten gezien, der staon heel wat vrouwen op. Trien: ,'t Mocht wat! Der hadde er veul meer op motten staon. We doene op 't land toch krek hetzelfde werk as de mannen.
Hermine IJzerdraat, Nu de verkiezingen naderen, illustratie in De Amsterdammer (3 juni 1922), p. 5. Bron: Historisch Groene

Op hetzelfde moment doet De Amsterdammer – dat is dus ook in het nummer van 3 juni 1922 – een oproep vanwege een tekenwedstrijd waarbij de opdracht luidt om het thema ‘De vrouw en de stemdag’ in beeld te brengen. Ook IJzerdraat doet een inzending, met een tekening waarin een huisvrouw op allerlei wijze wordt aangespoord om van haar actieve stemrecht gebruik te maken.

Zwart-wit tekening van een vrouw in klederdracht die bezig is met aardappels schilen, terwijl alle zaken in haar omgeving haar herinneren aan de verkiezingen. De babay brabbelt candididadadaadaat. Het garen van het ene klosje op tafel vormt het woord stemmen, van het ander het woord recht. uit een pan krinkelt rook dat eht woord parlement spelt, etc. Onder een slingerende pendule van een staartklok aan de wand staan de woorden Maak voort.
Hermine IJzerdraat, De verbeelding, illustratie in De Amsterdammer (1 juli 1922), p. 5. Bron: Historisch Groene

Een verslaggever van De Amsterdammer (1 juli 1922) meldt vervolgens dat de inzendingen gering in aantal zijn – het zijn er slechts 6 – maar dat van deze die van IJzerdraat de beste is:

De huisvrouw is bezig met het prozaïsch aard appelschillen, maar haar gedachten dwalen af, zij soest over den aanstaanden stemdag. Elk voorwerp in haar omgeving schijnt een vorm aan te nemen, alles, ook baby in de wieg, heeft haar iets te zeggen. Doch de trouwe Friesche hangklok die dagelijks de uitvoering van de huiselijke plichten gadeslaat, houdt het oog op de bezigheden en manend tikt haar slinger: maak voort, maak voort…. 

Naar oordeel van deze journalist is het plaatje “grappig en zinrijk”. Met de eerste prijs verdient IJzerdraat trouwens 30 gulden. Volgens de omrekentool van het Centraal Bureau voor de Statistiek komt dit ongeveer overeen met een bedrag van 284,20 euro in de huidige tijd.

De vrouw en haar huis

Vanaf tenminste 1921 is IJzerdraat – behalve bij De Amsterdammer – ook een van de vaste tekenaressen van het tijdschrift De vrouw en haar huis. Elis M. Rogge is de oprichtster en hoofdredactrice van dit blad dat sinds 1906 maandelijks verschijnt en waarin ze veel vrouwen een platform geeft om hun talent aan een groot publiek te laten zien. Mogelijk komen Rogge en IJzerdraat met elkaar in contact via De Amsterdammer waar Rogge vanaf december 1914 verantwoordelijk is voor de rubriek ‘Voor vrouwen’.

Bij een artikel van Rogge in De Amsterdammer (8 november 1924) over recente Parijse modetrends tekent Hermine bijvoorbeeld de illustraties. Rogge benoemt in dit artikel allereerst de overdaad en vluchtigheid van modetrends uit de Franse hoofdstad:

Heden de silhouette van de vulpen, morgen die van de bierton, heden zoo min mogelijk gekleed, morgen verdikkingen zonder eenige aesthetiek. Zoo wil het: la mode de Paris! Dwaas toch! 

Desalniettemin concludeert Rogge daarnaast dat “die verfijnde modekunst” het waard is gezien en gewaardeerd te worden, “al zijn er weinig vrouwen die de meest moderne toiletten kunnen en willen dragen.” IJzerdraat, met haar talent om modegekte met een voorzichtige knipoog in beeld te brengen, tekent onder andere een vrouw gehuld in een waterval van struisvogelveren ter illustratie van de door Rogge genoemde “kostbare veeren”.

Een gezichtsloze vrouwenfiguur ten halve lijve is gehuld in grote veren. Ze draagt bovendien een veer op haar glanzende hoge hoed en een veer in haar handen. Eronder staat de tekst 'Struisveeren weelde'.
Hermine IJzerdraat, Struisveeren weelde, illustratie bij een stuk van Elis M. Rogge over mode in De Amsterdammer (8 november 1924), p. 11. Bron: Historisch Groene

IJzerdraat tekent bovendien nog een vrouw met een “chapeau masculin” en een andere met “echarpe à double usage” waarmee ze laat zien van de laatste modetrends op de hoogte te zijn.

Patronen

De tekeningen die IJzerdraat voor De vrouw en haar huis zijn echter deels van andere aard dan die voor De Amsterdammer. De tekenares richt zich ook hier op mode, maar minder op de actualiteit en meer op handwerken, als ze bijvoorbeeld tekeningen maakt bij de patronen van anderen. In 1921 tekent ze namelijk de modellen van dierfiguren voor een randdecoratie van een babyboxkleed, ontworpen door ontwerpster Lita de Ranitz, en beschreven door Rogge.[3] Daarnaast maakt IJzerdraat diertekeningen die als illustratie voor een kinderkamer kunnen worden gebruikt, naar een idee van Annie van der Stok-Snethlage.[4] De wanddecoraties kunnen vervolgens op papier of stof worden uitgeknipt en op de wanden worden aangebracht. Bij weer een ander stuk van Rogge over sjabloneren, ontwerpt IJzerdraat vervolgens de sjabloonpatronen.[5]

Bij andere gelegenheden ontwerpt IJzerdraat haar eigen patronen, zoals die ter decoratie van een kinderschort in 1923. De tekening in een driehoekscompositie, die als basis voor applicatie of borduurwerk kan dienen, toont een kind dat zaad op de grond strooit voor van beide kanten toestromende kleine boerderijdieren, pluimvee en een paar konijnen. Johanna Bernardina Bokhorst – die al eens uitvoeriger ter sprake kwam in mijn post ‘De vijf V’s’ – tekent er illustratie bij met twee spelende kinderen waarvan er een het door IJzerdraat ontworpen schort draagt.

Het ontwerp voor een versiering in applicatie- of borduurwerk toont in het midden een kind met een muts en korte tuniek dat zaadjes strooit uit een mand. Rondom het kind verzamelen zich kleine boerderijdieren, zoals kippen, een haan, een gans en konijnen.
Hermine IJzerdraat, Borduurwerk voor een speelschort, in De vrouw en haar huis 18, nr. 4 (augustus 1923), p. 144. Bron: Delpher

In 1927 ontwerpt IJzerdraat opnieuw sjablonen, ditmaal voor applicaties die aangevuld dienen te worden met naaldwerk “bedoeld als humoristische schilderijtjes op de kinderkamer”.[6] Het gaat om “geestige teekeningen” volgens Het vaderland (11 februari 1927).

Batikster

In hetzelfde nummer van De vrouw en haar huis geeft IJzerdraat bovendien een strijkpatroon voor een gebatikte theemuts. Daarvan is het ontwerp gebaseerd op een tekening met patronen ter decoratie van paaseieren die IJzerdraat een jaar eerder al voor de De vrouw en haar huis ontworpen heeft.[7] Die toonden respectievelijk een gestileerde zon, vogel en bloem. De vogel dient vervolgens als basis voor de gebatikte versiering op de theemuts. Daarin is de oorspronkelijke eivorm nog duidelijk herkenbaar.

Naar aanleiding van de gebatikte theemuts classificeerde kunsthistorica Marjan Groot IJzerdraat als batikster in haar overzichtswerk over vrouwen in de vormgeving.[8] Voor IJzerdraat lijkt het echter bij dit ene batikontwerp te blijven en die oogst is misschien wat schamel om haar op basis daarvan als batikster te kenschetsen. Bovendien blijkt uit het ontwerp niet dat IJzerdraat zelf batikt. Veel vaker wijdt ze zich aan sjablonen, applicaties en borduurwerk.

In 1933 ontwerpt IJzerdraat opnieuw sjablonen, wederom ter decoratie van een kinderkamer.[9] De sjablonen tonen sprookjesfiguren, namelijk de gelaarsde kat en Assepoester, maar lezeressen worden aangespoord om vooral contact met IJzerdraat op te nemen voor opmerkingen of voor verzoeken om aanvullende sjablonen. De kans is dus groot dat ze meer ontwerpt dan uit de tekeningen in De vrouw en haar huis blijkt.[10]

Voor De vrouw en haar huis schrijft IJzerdraat bovendien enkele teksten die zijn gewijd aan de technische aspecten van tekenen. Daaruit blijk dat ze als tekenares goed onderlegd is. Als de redactie van De vrouw en haar huis haar bij gelegenheid vraagt om lezeressen te onderwijzen in tekentechnieken, doet ze gedetailleerd uit de doeken hoe veelhoeken te construeren en hoe met behulp van ruitjespapier patronen te vergroten of juist te verkleinen.[11] Ten slotte geeft IJzerdraat ook eens een uitvoerige werkbeschrijving voor het maken van een blousedoos. [12]

Artistiek talent

Andere tekeningen voor De vrouw en haar huis zijn meer illustratief van aard en daaruit komt het artistieke talent van de tekenares naar voren, zoals uit een tekening van zonnebloemen gericht op een stralende zon. De tekening is een illustratie bij een muziekstuk van Van der Stok-Snethlage voor wie ze ook al patroontekeningen voor wanddecoraties tekent.

Boven een muziekstuk De Zonnebloem staat een zwart-wit  illustratie van drie grote zonnebloemen links die zich richten op een grote stralende zon, rechts in beeld.
Hermine IJzerdraat, Zonnebloemen, bij muziekstuk De Zonnebloem van A. van der Stok-Snethlage, in De vrouw en haar huis 17, nr. 5 (1922), p. 170. Bron: Delpher

Voor haar illustraties voor De vrouw en haar huis maakt IJzerdraat bovendien vaak gebruik van silhouetfiguren, zoals ze ook al voor De Amsterdammer graag doet. De eerdergenoemde spotprenten van modesilhouetten, vooral die in De Amsterdammer van 16 oktober 1920, zijn immers getekend in dezelfde techniek. Een ander voorbeeld zijn de illustraties voor de jaarkalender van De vrouw en haar huis in 1922/1923.

De maanden augustus, september en oktober zijn voorzien van een illustratie in silhouet van een vrouw en een klein jongetje aan het water die samen dansen. Op het kalme water varen zeilschepen. De ruimte om de figuren is gevuld met vogels. Daarboven staat: Wees jong, geniet, wees vrolijk, kind.
Hermine IJzerdraat, Onze jaarkalender, illustratie in De vrouw en haar huis 17, nr. 4 (augustus 1922), p. 117. Bron: Delpher
De maanden november, december en januari zijn voorzien van een illustratie in silhouet van een vrouw met bloemen in een arm en in de andere geheven arm een zakdoek die wappert in de wind. Ze lijkt ermee te zwaaien naar wegvliegende vogels. Een klein meisje probeert met haar handen boven haar hoofd de zakdoek te grijpen. Daarboven staat: Oost west, thuis best.
Hermine IJzerdraat, Onze jaarkalender, illustratie in De vrouw en haar huis 17, nr. 7 (november 1922), p. 215. Bron: Delpher
De maanden februari, maart en april hebben een illustratie in silhouet van een vrouw en een meisje, beide met muts, die bloemen plukken in een weiland aan de voet van bergen. De vrouw bukt zich voorover, het meisje staat ernaast met een wilgentak in de handen. Daarboven staat: Het daghet in het oosten.
Hermine IJzerdraat, Onze jaarkalender, illustratie in De vrouw en haar huis 17, nr. 10 (februari 1923), p. 117. Bron: Delpher

De silhouetten doen denken aan werken van papierknipkunst dat vaak in vergelijkbaar zwart-wit wordt uitgevoerd. De compleet zwarte figuren, waarvan slechts de omtrek zichtbaar is, plaatst IJzerdraat vervolgens in een landschap dat met enkele dunne lijnen wordt neergezet. Zo creëert ze een diepte en gelaagdheid die bij papierknipkunst vaak ontbreken.

Sprookjes

In vergelijkbare silhouetuitvoering ontwerpt ze een vignet van Moeder de Gans bij G. te Winkels ‘Over sprookjes en andere vertellingen’ in 1924. De hoofdredactrice Rogge laat overigens dat gehele winternummer door vrouwen illustreren, zoals nog eens expliciet wordt benoemd in Bredasche courant (18 december 1924).

Als IJzerdraat in december 1926 nog eens wordt gevraagd om het sprookje van Moeder de Gans in beeld te brengen, kiest ze voor andere uitvoering. Wel grijpt ze op de eerdere versie terug door de hoofdfiguur op een vergelijkbare manier voor te stellen: steunend op een wandelstok terwijl ze op een heuvel wandelt, vergezeld van ganzen.

Een silhouettekening toont een vrouw in een wijde baljapon met pofmouwen, het haar opgestoken, terwijl een man voor haar diep buigt terwijl hij zijn hoed in de hand hooudt.
Hermine IJzerdraat, Invitation à la valse, illustratie bij J.W.F. Werumeus Buning, ‘Van de wals tot de wals’, in De vrouw en haar huis, nr. 9 (januari 1926), p. 372. Bron: Delpher

Ook een illustratie bij een verhaal van schrijver en dichter J.W.F. Werumeus Buning ‘Van de wals tot de wals’ voert IJzerdraat uit in de door haar zo geliefde en goed uitgevoerde silhouettechniek. Landschap, of welk vorm van omgeving dan ook, is daar afwezig. Wel wekt de tekenares, opnieuw met slechts enkele aanvullende dunne lijnen, de suggestie van een sluier.

Verhalenbundels

IJzerdraats tekeningen vinden ook een plek buiten de kaders van De Amsterdammer en De vrouw en haar huis. In 1927 illustreert ze namelijk een kort verhaal getiteld ‘Nichtjes’ van Clemence M.H. Bauer dat wordt uitgegeven in het jeugdtijdschrift Zonneschijn.[13] Het verhaal wordt in 1928 bovendien opgenomen, inclusief de illustraties van IJzerdraat, in de bundel De bron en andere verhalen, uitgegeven door W. de Haan in Utrecht.

In 1929 valt IJzerdraat ten slotte de eer te beurt om de illustraties te maken voor de jaarlijkse kalender van de Nederlandsche Vereeniging van Huisvrouwen.[14] De kalender met “12 maandblaadjes … door Mej. Hermine IJzerdraat” wordt onder andere aangekondigd in Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant (7 april 1927). De kalender van 1929 is gewijd aan vruchten en de voorstellingen van IJzerdraat gaan daarom vergezeld van recepten die De Bruyn-van Scherpenberg voor haar rekening neemt. Het is een prestigieuze opdracht: de voorgaande jaren ervoor maakten Frist Lensvelt (1926), Rie Cramer (1927) en G. Kerkhoff (1928) de ontwerpen.

Veelzijdig

Volgens een recensent van De vrouw en haar huis illustreert IJzerdraat in 1946 nog een boek getiteld De zak van Sinterklaas van Joh. Veeken-Bakker, uitgegeven door De Boekerij.[15] Het lijkt er echter op dat de recensent haar hier verwart met kinderboekenschrijfster en illustratrice Hermien IJzerman. Dat gebeurt overigens wel vaker. Volgens een ander literatuurrecensent illustreert IJzerdraat in 1956 wederom een boek, met deels ingekleurde, deels niet ingekleurde tekeningen, maar ook hier gaat het waarschijnlijk om IJzerman.[16]

Ondanks de persoonsverwarring blijkt uit alle werkzaamheden van IJzerdraat een enorme veelzijdigheid. Ze is schilderes, aquarellist en tekenares die tot 1920 veelvuldig met de leden van het Haarlemse kunstgenootschap Kunst zij ons doel exposeert. Daar toont ze interieurs, een portret, stillevens, bloemen, landschappen, zelfs dieren. Die waren het onderwerp van mijn voorgaande post. Na 1920 legt ze zich echter meer toe op illustraties als ze gaat werken voor De Amsterdammer en De vrouw en haar huis.

In de bladen kan ze bovendien haar liefde voor mode kwijt. Enerzijds tekent ze vrouwen in modieuze kleding. Anderzijds maakt ze spotprenten waarin ze juist modegekte op de hak neemt. Daarbij ligt bij De Amsterdammer meer de nadruk op de actualiteit, bij De vrouw en haar huis meer op huisvlijt, van sjabloneer- en borduurpatronen tot tekentechnieken. Daarnaast maakt ze ook illustraties voor kinderboeken en zelfs een kalender. Samenvattend valt wel te stellen dat IJzerdraat een kunstenares is met een enorme reikwijdte en een grote productiviteit wier werk vast meer aandacht gaat krijgen in de toekomst.


Literatuur

  • Groot, Marjan, Vrouwen in de vormgeving 1880-1940 (Rotterdam: 010, 2007). [Google Books]
  • Groot, Marjan, ‘Rogge, Elisabeth Margaretha (1858-1945)’, in Biografisch Woordenboek van Nederland. URL: http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn6/rogge, laatste gewijzigd 12 november 2013. [online]
  • Klarenbeek, Hanna, Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 (Bussum: Thott, 2012).
  • IJzerdraat, Hermine, ‘Het construeeren van veelhoeken’, De vrouw en haar huis: geïllustreerd maandschrift 18, nr. 1 (mei 1923), p. 39-41. [Delpher]
  • IJzerdraat, Hermine, ‘Opvouwbare blousedoos’, De vrouw en haar huis: geïllustreerd maandschrift 18, nr. 3 (juli 1923), p. 113. [Delpher]
  • IJzerdraat, Hermine, ‘Vergrooten en verkleinen van teekeningen’, De vrouw en haar huis: geïllustreerd maandschrift 19, nr. 12 (april 1924), p. 486-487. [Delpher]

Noten

[1] Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.46 burgerlijke stand van de gemeente Haarlem, Archiefdeel van (dubbele) registers van de, inv.nr. 21902: 1902, aktenr. 115 [Noord-Hollands Archief].

[2] Haags Gemeentearchief te Den Haag, archief 0335-01, inv.nr. 648, 12-10-1870, Huwelijksakten Den Haag, aktenr. 586 [Haags Gemeentearchief].

[3] Dieren voor een babyboxkleed, tekeningen van Hermine IJzerdraat, bij Elis M. Rogge, ‘Kleed voor de babybox’, De vrouw en haar huis, nr. 6 (1921), p. 195-198 [Delpher].

[4] Hermine IJzerdraat, ‘Teekening van muizen en poes’, bij A.C. van der Stok-Snethlage, ‘Behangen’, De vrouw en haar huis 4 (1 augustus 1925), p. 158 (teekeningen p. 165) [Delpher]. Annie Snethlage is in 1911 getrouwd met Cornelis Eliza van der Stok. Voor de huwelijksakte, zie Haags Gemeentearchief, archief 0335-01, inv.nr. 826, 11-03-1911, Huwelijksakten Den Haag, aktenr. 389 [Haags Gemeentearchief].

[5] Hermine IJzerdraat, sjabloonpatronen en tekening bij Elis M. Rogge, ‘Schabloonwerk’, De vrouw en haar huis, nr 8 (december 1925), p. 345-347 [Delpher].

[6] ‘Voor de kinderkamer’: ‘Naar de landbouwtentoonstelling’, ‘Ballonnendag’ en ‘Voor ’t eerst op schaatsen’, tekeningen van Hermine IJzerdraat met werkpatroon en beschrijving in De vrouw en haar huis 9, nr. 4 (februari 1927), p. 39 [Delpher].

[7] Voor de paaseieren, zie ‘Lente-ontwaken’, tekening van Hermine IJzerdraat in De vrouw en haar huis nr. 12 (april 1926), p. 508 [Delpher].

[8] Groot 2007, p. 549.

[9] ‘Motieven voor appliquewerk’, ontwerp Hermine IJzerdraat, in De vrouw en haar huis, nr. 7 (november 1933), bijlagen 6 en 7 [Delpher].

[10] In 1935 maakt Hermine ten slotte nog ontwerpen voor geborduurde figuren in een combinatie kruis- en platsteek, voor een boek van M.C.E. Roosenboom en Elis Rogge dat verschijnt als 10e deel in een serie boeken bij De vrouw en haar huis. M.C.E. Rooseboom en Elis M. Rogge, Patronen voor kruissteek- en smyrnawerk: uit te voeren op verdeelde stof ter versiering van kleeding en huis (Van Holkema & Warendorf, [1935]), pl. 71-77 [Delpher].

[11] IJzerdraat 1923 mei en IJzerdraat 1924.

[12] Zie IJzerdraat 1923 juli.

[13] Clemence M.H. Bauer, ‘Nichtjes’ in Zonneschijn 3, nr. 2 (1927), p. 38-51 [Delpher] en idem, in De bron en andere verhalen (Utrecht: W. de Haan, [1928]), p. 38 [Delpher]. Ook hiervoor genoemde Berendina Midderigh-Bokhorst ontwerpt illustraties voor verhalen van Bauer, bijvoorbeeld voor haar boek Een nieuwe wereld in (1912) en voor Kleine Sarina (1916). Zie hiervoor mijn oudere post ‘De vijf V’s’.

[14] Zie Kort overzicht van organisatie en werkzaamheden der Nederlandsche Vereeniging van Huisvrouwen van 1912-1929 (Den Haag: Nederlandsche Vereeniging van Huisvrouwen, januari 1929), p. 15 [Delpher].

[15] Voor de recensie, zie De vrouw en haar huis 40, nr. 12 (1946), p. 232 [Delpher].

[16] De vrouw en haar huis 50, nr. 12 (1956), p. 614 [Delpher].

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top