Modetrends op de hak
Tot 1920 legt Hermine IJzerdraat (1876-1963) zich vooral toe op werk dat ze tentoonstelt en verkoopt. Daarover schreef ik in mijn vorige post ‘Veel kennis en kunst’. Na 1920 komt daarin echter verandering. Dan gaat de kunstenares tevens als illustratrice aan de slag voor bladen als De Amsterdammer en De vrouw en haar huis. Daarbij legt ze een bijzondere aandacht voor kleding aan de dag waarbij ze het ook niet nalaat om modetrends op de hak te nemen.
Op de hak
Als Hermine in 1920 aan het werk als illustratrice voor het maandblad De Amsterdammer, legt ze zich toe op kleding en mode. Onder andere tekent ze voorstellingen waarin ze spot drijft met modetrends. Voorbeelden daarvan zijn ‘Een laag- en een hoogvlieger’ en ‘Een drijftol door den wind bewogen / Een drijftol door de zweep bewogen’.


In deze illustraties trekt IJzerdraat treffende parallellen tussen modesilhouetten en kinderspeelgoed. Bij het eerste silhouet gaat het om het taps toelopende omtrek van de vrouwenfiguur in silhouet waarin IJzerdraat de meetkundige figuur van een vlieger ontdekt. De vergelijking is nauwgezet uitgewerkt tot aan de sleep van het vrouwengewaad die aan de staart van de vlieger herinnert. De tweede vergelijking is ruimtelijk van aard. Daarnaast speelt beweging een rol. De wind die grip krijgt op kleding en deze doet opbollen en de vrouwenfiguur doet tollen, verbindt IJzerdraat vervolgens aan een spinnende tol aangedreven door een zweep.
Hoeden
Ook een prent met vier soorten van modieuze hoeden die elk op hun eigen manier het zicht (deels) belemmeren. is een voorbeeld van de humor die IJzerdraat aan de dag legt.

Hermine IJzerdraat, De hoed in de wintermaanden, illustratie in De Amsterdammer (7 november 1925), p. 9. Bron: Historisch Groene
De overstap van stillevens en een enkele portrettekening naar mode-illustraties lijkt onverwacht, maar IJzerdraat komt waarschijnlijk al jong in aanraking met vrouwenkleding en modetrends. Er zijn namelijk verschillende dameskleermakers onder de aangetrouwde familieleden van haar ouders. Als IJzerdraats broer Willem Adrianus op 24 april 1902 trouwt, zijn behalve zijn vader en broer Willem Bernardus ook twee broers van de bruid getuigen: Johannes Theodorus Henderikus Kunkeler en Christiaan Johannes Hendrikus Kunkeler.[1] Beiden zijn kleermaker. Ook een zwager van Hermines vader, genaamd Johan Daniel Kraft, is dameskleermaker van beroep.[2]
Populaire cultuur
Met haar komische prenten haakt IJzerdraat niet alleen aan bij modetrends, maar ook bij actuele fenomenen in de populaire cultuur. Zo toont een andere spotprent van vijf beschilderde eieren – gepubliceerd in de Paastijd – bijvoorbeeld het masker uit het recent ontdekte graf van Tutanchamun, meest links.

Het graf van deze jong gestorven farao wordt in 1922 ontdekt, vrijwel onaangetast door grafrovers waarbij het prachtige blauwgouden dodenmasker alom bewondering oogst en veel invloed uitoefent op mode en design. Meest rechts tekent IJzerdraat vervolgens een ei met het hoofd van de farao, ontdaan van zijn mooie masker waarbij ze tegelijkertijd een spottende kanttekening plaatst bij de ontmanteling van het pronkgraf. De farao blijft berooid achter, lijkt de boodschap.
Ook met de referenties aan dada, de kid en de shimmy – respectievelijk een kunststroming, een film en een dans – speelt IJzerdraat in op actuele trends.
Vrouwenrechten
Behalve mode en populaire cultuur houdt IJzerdraat zich bezig met vrouwenrechten. Zo tekent ze voor De Amsterdammer ook een spotprent over de Tweede Kamerverkiezingen van 1922, wanneer vrouwen voor het eerst gebruik mogen maken van het actieve kiesrecht. Sinds 1917 hebben vrouwen dan al passief kiesrecht wat betekent dat ze zich verkiesbaar mogen stellen voor politieke functies. In de prent geeft een boerin haar ongezouten mening over het aantal vrouwen op de kiezerslijsten. Het is nog lang niet voldoende. Immers, zo zegt zij stellig, boerinnen werken net zo hard als hun mannelijke evenknieën.

Op hetzelfde moment doet De Amsterdammer – dat is dus ook in het nummer van 3 juni 1922 – een oproep vanwege een tekenwedstrijd waarbij de opdracht luidt om het thema ‘De vrouw en de stemdag’ in beeld te brengen. Ook IJzerdraat doet een inzending, met een tekening waarin een huisvrouw op allerlei wijze wordt aangespoord om van haar actieve stemrecht gebruik te maken.

Een verslaggever van De Amsterdammer (1 juli 1922) meldt vervolgens dat de inzendingen gering in aantal zijn – het zijn er slechts 6 – maar dat van deze die van IJzerdraat de beste is:
De huisvrouw is bezig met het prozaïsch aard appelschillen, maar haar gedachten dwalen af, zij soest over den aanstaanden stemdag. Elk voorwerp in haar omgeving schijnt een vorm aan te nemen, alles, ook baby in de wieg, heeft haar iets te zeggen. Doch de trouwe Friesche hangklok die dagelijks de uitvoering van de huiselijke plichten gadeslaat, houdt het oog op de bezigheden en manend tikt haar slinger: maak voort, maak voort….
Naar oordeel van deze journalist is het plaatje “grappig en zinrijk”. Met de eerste prijs verdient IJzerdraat trouwens 30 gulden. Volgens de omrekentool van het Centraal Bureau voor de Statistiek komt dit ongeveer overeen met een bedrag van 284,20 euro in de huidige tijd.
De vrouw en haar huis
Vanaf tenminste 1921 is IJzerdraat – behalve bij De Amsterdammer – ook een van de vaste tekenaressen van het tijdschrift De vrouw en haar huis. Elis M. Rogge is de oprichtster en hoofdredactrice van dit blad dat sinds 1906 maandelijks verschijnt en waarin ze veel vrouwen een platform geeft om hun talent aan een groot publiek te laten zien. Mogelijk komen Rogge en IJzerdraat met elkaar in contact via De Amsterdammer waar Rogge vanaf december 1914 verantwoordelijk is voor de rubriek ‘Voor vrouwen’.
Bij een artikel van Rogge in De Amsterdammer (8 november 1924) over recente Parijse modetrends tekent Hermine bijvoorbeeld de illustraties. Rogge benoemt in dit artikel allereerst de overdaad en vluchtigheid van modetrends uit de Franse hoofdstad:
Heden de silhouette van de vulpen, morgen die van de bierton, heden zoo min mogelijk gekleed, morgen verdikkingen zonder eenige aesthetiek. Zoo wil het: la mode de Paris! Dwaas toch!
Desalniettemin concludeert Rogge daarnaast dat “die verfijnde modekunst” het waard is gezien en gewaardeerd te worden, “al zijn er weinig vrouwen die de meest moderne toiletten kunnen en willen dragen.” IJzerdraat, met haar talent om modegekte met een voorzichtige knipoog in beeld te brengen, tekent onder andere een vrouw gehuld in een waterval van struisvogelveren ter illustratie van de door Rogge genoemde “kostbare veeren”.

IJzerdraat tekent bovendien nog een vrouw met een “chapeau masculin” en een andere met “echarpe à double usage” waarmee ze laat zien van de laatste modetrends op de hoogte te zijn.
Patronen
De tekeningen die IJzerdraat voor De vrouw en haar huis zijn echter deels van andere aard dan die voor De Amsterdammer. De tekenares richt zich ook hier op mode, maar minder op de actualiteit en meer op handwerken, als ze bijvoorbeeld tekeningen maakt bij de patronen van anderen. In 1921 tekent ze namelijk de modellen van dierfiguren voor een randdecoratie van een babyboxkleed, ontworpen door ontwerpster Lita de Ranitz, en beschreven door Rogge.[3] Daarnaast maakt IJzerdraat diertekeningen die als illustratie voor een kinderkamer kunnen worden gebruikt, naar een idee van Annie van der Stok-Snethlage.[4] De wanddecoraties kunnen vervolgens op papier of stof worden uitgeknipt en op de wanden worden aangebracht. Bij weer een ander stuk van Rogge over sjabloneren, ontwerpt IJzerdraat vervolgens de sjabloonpatronen.[5]
Bij andere gelegenheden ontwerpt IJzerdraat haar eigen patronen, zoals die ter decoratie van een kinderschort in 1923. De tekening in een driehoekscompositie, die als basis voor applicatie of borduurwerk kan dienen, toont een kind dat zaad op de grond strooit voor van beide kanten toestromende kleine boerderijdieren, pluimvee en een paar konijnen. Johanna Bernardina Bokhorst – die al eens uitvoeriger ter sprake kwam in mijn post ‘De vijf V’s’ – tekent er illustratie bij met twee spelende kinderen waarvan er een het door IJzerdraat ontworpen schort draagt.

In 1927 ontwerpt IJzerdraat opnieuw sjablonen, ditmaal voor applicaties die aangevuld dienen te worden met naaldwerk “bedoeld als humoristische schilderijtjes op de kinderkamer”.[6] Het gaat om “geestige teekeningen” volgens Het vaderland (11 februari 1927).
Batikster
In hetzelfde nummer van De vrouw en haar huis geeft IJzerdraat bovendien een strijkpatroon voor een gebatikte theemuts. Daarvan is het ontwerp gebaseerd op een tekening met patronen ter decoratie van paaseieren die IJzerdraat een jaar eerder al voor de De vrouw en haar huis ontworpen heeft.[7] Die toonden respectievelijk een gestileerde zon, vogel en bloem. De vogel dient vervolgens als basis voor de gebatikte versiering op de theemuts. Daarin is de oorspronkelijke eivorm nog duidelijk herkenbaar.


Naar aanleiding van de gebatikte theemuts classificeerde kunsthistorica Marjan Groot IJzerdraat als batikster in haar overzichtswerk over vrouwen in de vormgeving.[8] Voor IJzerdraat lijkt het echter bij dit ene batikontwerp te blijven en die oogst is misschien wat schamel om haar op basis daarvan als batikster te kenschetsen. Bovendien blijkt uit het ontwerp niet dat IJzerdraat zelf batikt. Veel vaker wijdt ze zich aan sjablonen, applicaties en borduurwerk.
In 1933 ontwerpt IJzerdraat opnieuw sjablonen, wederom ter decoratie van een kinderkamer.[9] De sjablonen tonen sprookjesfiguren, namelijk de gelaarsde kat en Assepoester, maar lezeressen worden aangespoord om vooral contact met IJzerdraat op te nemen voor opmerkingen of voor verzoeken om aanvullende sjablonen. De kans is dus groot dat ze meer ontwerpt dan uit de tekeningen in De vrouw en haar huis blijkt.[10]
Voor De vrouw en haar huis schrijft IJzerdraat bovendien enkele teksten die zijn gewijd aan de technische aspecten van tekenen. Daaruit blijk dat ze als tekenares goed onderlegd is. Als de redactie van De vrouw en haar huis haar bij gelegenheid vraagt om lezeressen te onderwijzen in tekentechnieken, doet ze gedetailleerd uit de doeken hoe veelhoeken te construeren en hoe met behulp van ruitjespapier patronen te vergroten of juist te verkleinen.[11] Ten slotte geeft IJzerdraat ook eens een uitvoerige werkbeschrijving voor het maken van een blousedoos. [12]
Artistiek talent
Andere tekeningen voor De vrouw en haar huis zijn meer illustratief van aard en daaruit komt het artistieke talent van de tekenares naar voren, zoals uit een tekening van zonnebloemen gericht op een stralende zon. De tekening is een illustratie bij een muziekstuk van Van der Stok-Snethlage voor wie ze ook al patroontekeningen voor wanddecoraties tekent.

Voor haar illustraties voor De vrouw en haar huis maakt IJzerdraat bovendien vaak gebruik van silhouetfiguren, zoals ze ook al voor De Amsterdammer graag doet. De eerdergenoemde spotprenten van modesilhouetten, vooral die in De Amsterdammer van 16 oktober 1920, zijn immers getekend in dezelfde techniek. Een ander voorbeeld zijn de illustraties voor de jaarkalender van De vrouw en haar huis in 1922/1923.



De silhouetten doen denken aan werken van papierknipkunst dat vaak in vergelijkbaar zwart-wit wordt uitgevoerd. De compleet zwarte figuren, waarvan slechts de omtrek zichtbaar is, plaatst IJzerdraat vervolgens in een landschap dat met enkele dunne lijnen wordt neergezet. Zo creëert ze een diepte en gelaagdheid die bij papierknipkunst vaak ontbreken.
Sprookjes
In vergelijkbare silhouetuitvoering ontwerpt ze een vignet van Moeder de Gans bij G. te Winkels ‘Over sprookjes en andere vertellingen’ in 1924. De hoofdredactrice Rogge laat overigens dat gehele winternummer door vrouwen illustreren, zoals nog eens expliciet wordt benoemd in Bredasche courant (18 december 1924).

december 1924, p. 295

Hermine IJzerdraat, Moeder de Gans, illustraties van sprookjes in decembernummers van De vrouw en haar huis, respectievelijk 1924 en 1926. Bron: Delpher en Delpher
Als IJzerdraat in december 1926 nog eens wordt gevraagd om het sprookje van Moeder de Gans in beeld te brengen, kiest ze voor andere uitvoering. Wel grijpt ze op de eerdere versie terug door de hoofdfiguur op een vergelijkbare manier voor te stellen: steunend op een wandelstok terwijl ze op een heuvel wandelt, vergezeld van ganzen.

Ook een illustratie bij een verhaal van schrijver en dichter J.W.F. Werumeus Buning ‘Van de wals tot de wals’ voert IJzerdraat uit in de door haar zo geliefde en goed uitgevoerde silhouettechniek. Landschap, of welk vorm van omgeving dan ook, is daar afwezig. Wel wekt de tekenares, opnieuw met slechts enkele aanvullende dunne lijnen, de suggestie van een sluier.
Verhalenbundels
IJzerdraats tekeningen vinden ook een plek buiten de kaders van De Amsterdammer en De vrouw en haar huis. In 1927 illustreert ze namelijk een kort verhaal getiteld ‘Nichtjes’ van Clemence M.H. Bauer dat wordt uitgegeven in het jeugdtijdschrift Zonneschijn.[13] Het verhaal wordt in 1928 bovendien opgenomen, inclusief de illustraties van IJzerdraat, in de bundel De bron en andere verhalen, uitgegeven door W. de Haan in Utrecht.
In 1929 valt IJzerdraat ten slotte de eer te beurt om de illustraties te maken voor de jaarlijkse kalender van de Nederlandsche Vereeniging van Huisvrouwen.[14] De kalender met “12 maandblaadjes … door Mej. Hermine IJzerdraat” wordt onder andere aangekondigd in Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant (7 april 1927). De kalender van 1929 is gewijd aan vruchten en de voorstellingen van IJzerdraat gaan daarom vergezeld van recepten die De Bruyn-van Scherpenberg voor haar rekening neemt. Het is een prestigieuze opdracht: de voorgaande jaren ervoor maakten Frist Lensvelt (1926), Rie Cramer (1927) en G. Kerkhoff (1928) de ontwerpen.
Veelzijdig
Volgens een recensent van De vrouw en haar huis illustreert IJzerdraat in 1946 nog een boek getiteld De zak van Sinterklaas van Joh. Veeken-Bakker, uitgegeven door De Boekerij.[15] Het lijkt er echter op dat de recensent haar hier verwart met kinderboekenschrijfster en illustratrice Hermien IJzerman. Dat gebeurt overigens wel vaker. Volgens een ander literatuurrecensent illustreert IJzerdraat in 1956 wederom een boek, met deels ingekleurde, deels niet ingekleurde tekeningen, maar ook hier gaat het waarschijnlijk om IJzerman.[16]
Ondanks de persoonsverwarring blijkt uit alle werkzaamheden van IJzerdraat een enorme veelzijdigheid. Ze is schilderes, aquarellist en tekenares die tot 1920 veelvuldig met de leden van het Haarlemse kunstgenootschap Kunst zij ons doel exposeert. Daar toont ze interieurs, een portret, stillevens, bloemen, landschappen, zelfs dieren. Die waren het onderwerp van mijn voorgaande post. Na 1920 legt ze zich echter meer toe op illustraties als ze gaat werken voor De Amsterdammer en De vrouw en haar huis.
In de bladen kan ze bovendien haar liefde voor mode kwijt. Enerzijds tekent ze vrouwen in modieuze kleding. Anderzijds maakt ze spotprenten waarin ze juist modegekte op de hak neemt. Daarbij ligt bij De Amsterdammer meer de nadruk op de actualiteit, bij De vrouw en haar huis meer op huisvlijt, van sjabloneer- en borduurpatronen tot tekentechnieken. Daarnaast maakt ze ook illustraties voor kinderboeken en zelfs een kalender. Samenvattend valt wel te stellen dat IJzerdraat een kunstenares is met een enorme reikwijdte en een grote productiviteit wier werk vast meer aandacht gaat krijgen in de toekomst.
Literatuur
- Groot, Marjan, Vrouwen in de vormgeving 1880-1940 (Rotterdam: 010, 2007). [Google Books]
- Groot, Marjan, ‘Rogge, Elisabeth Margaretha (1858-1945)’, in Biografisch Woordenboek van Nederland. URL: http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn6/rogge, laatste gewijzigd 12 november 2013. [online]
- Klarenbeek, Hanna, Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 (Bussum: Thott, 2012).
- IJzerdraat, Hermine, ‘Het construeeren van veelhoeken’, De vrouw en haar huis: geïllustreerd maandschrift 18, nr. 1 (mei 1923), p. 39-41. [Delpher]
- IJzerdraat, Hermine, ‘Opvouwbare blousedoos’, De vrouw en haar huis: geïllustreerd maandschrift 18, nr. 3 (juli 1923), p. 113. [Delpher]
- IJzerdraat, Hermine, ‘Vergrooten en verkleinen van teekeningen’, De vrouw en haar huis: geïllustreerd maandschrift 19, nr. 12 (april 1924), p. 486-487. [Delpher]
Noten
[1] Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.46 burgerlijke stand van de gemeente Haarlem, Archiefdeel van (dubbele) registers van de, inv.nr. 21902: 1902, aktenr. 115 [Noord-Hollands Archief].
[2] Haags Gemeentearchief te Den Haag, archief 0335-01, inv.nr. 648, 12-10-1870, Huwelijksakten Den Haag, aktenr. 586 [Haags Gemeentearchief].
[3] Dieren voor een babyboxkleed, tekeningen van Hermine IJzerdraat, bij Elis M. Rogge, ‘Kleed voor de babybox’, De vrouw en haar huis, nr. 6 (1921), p. 195-198 [Delpher].
[4] Hermine IJzerdraat, ‘Teekening van muizen en poes’, bij A.C. van der Stok-Snethlage, ‘Behangen’, De vrouw en haar huis 4 (1 augustus 1925), p. 158 (teekeningen p. 165) [Delpher]. Annie Snethlage is in 1911 getrouwd met Cornelis Eliza van der Stok. Voor de huwelijksakte, zie Haags Gemeentearchief, archief 0335-01, inv.nr. 826, 11-03-1911, Huwelijksakten Den Haag, aktenr. 389 [Haags Gemeentearchief].
[5] Hermine IJzerdraat, sjabloonpatronen en tekening bij Elis M. Rogge, ‘Schabloonwerk’, De vrouw en haar huis, nr 8 (december 1925), p. 345-347 [Delpher].
[6] ‘Voor de kinderkamer’: ‘Naar de landbouwtentoonstelling’, ‘Ballonnendag’ en ‘Voor ’t eerst op schaatsen’, tekeningen van Hermine IJzerdraat met werkpatroon en beschrijving in De vrouw en haar huis 9, nr. 4 (februari 1927), p. 39 [Delpher].
[7] Voor de paaseieren, zie ‘Lente-ontwaken’, tekening van Hermine IJzerdraat in De vrouw en haar huis nr. 12 (april 1926), p. 508 [Delpher].
[8] Groot 2007, p. 549.
[9] ‘Motieven voor appliquewerk’, ontwerp Hermine IJzerdraat, in De vrouw en haar huis, nr. 7 (november 1933), bijlagen 6 en 7 [Delpher].
[10] In 1935 maakt Hermine ten slotte nog ontwerpen voor geborduurde figuren in een combinatie kruis- en platsteek, voor een boek van M.C.E. Roosenboom en Elis Rogge dat verschijnt als 10e deel in een serie boeken bij De vrouw en haar huis. M.C.E. Rooseboom en Elis M. Rogge, Patronen voor kruissteek- en smyrnawerk: uit te voeren op verdeelde stof ter versiering van kleeding en huis (Van Holkema & Warendorf, [1935]), pl. 71-77 [Delpher].
[11] IJzerdraat 1923 mei en IJzerdraat 1924.
[12] Zie IJzerdraat 1923 juli.
[13] Clemence M.H. Bauer, ‘Nichtjes’ in Zonneschijn 3, nr. 2 (1927), p. 38-51 [Delpher] en idem, in De bron en andere verhalen (Utrecht: W. de Haan, [1928]), p. 38 [Delpher]. Ook hiervoor genoemde Berendina Midderigh-Bokhorst ontwerpt illustraties voor verhalen van Bauer, bijvoorbeeld voor haar boek Een nieuwe wereld in (1912) en voor Kleine Sarina (1916). Zie hiervoor mijn oudere post ‘De vijf V’s’.
[14] Zie Kort overzicht van organisatie en werkzaamheden der Nederlandsche Vereeniging van Huisvrouwen van 1912-1929 (Den Haag: Nederlandsche Vereeniging van Huisvrouwen, januari 1929), p. 15 [Delpher].
[15] Voor de recensie, zie De vrouw en haar huis 40, nr. 12 (1946), p. 232 [Delpher].
[16] De vrouw en haar huis 50, nr. 12 (1956), p. 614 [Delpher].