Gewond lichaam
Begin 2020 bereikt het coronavirus dat COVID-19 veroorzaakt, ook Nederland. Daarop volgt een lange tijd van lockdowns en grote onzekerheid. Immers, het virus maakt in Nederland, zoals elders, veel slachtoffers en in ernstige gevallen gaat de ziekte gepaard met een lijdensweg. In die periode schenkt kunsthandelaar Bob Haboldt een schilderij van engelen met het dode lichaam van Jezus aan het Amsterdamse Rijksmuseum. Volgens de kunsthandelaar dient de voorstelling,die is toegeschreven aan de Vlaamse schilder Bartholomeus Spranger, als monument voor de slachtoffers van SARS-CoV-2. Dat Haboldt voor een scène van de bewening kiest, hoeft niet te verbazen: Voorstellingen van Jezus’ gewond lichaam zijn ontworpen om medelijden op te wekken. Daarom diende Sprangers Bewening door engelen wel vaker tot inspiratie na rampen. Tekenaar en etser Simon Fokke (1712-1784) bijvoorbeeld projecteerde Sprangers iconografie van een gewond lichaam op het overstroomde landschap.
Dode Jezus
Het koperpaneel toont een grote engel met gespreide vleugels die de dode Jezus in de armen draagt. Het onderlichaam van de dode leunt op de sarcofaag, het bovenlichaam hangt zwaar in de armen van de engel. Ook zijn kleinere engelen aanwezig: één draagt een mand met de kruisnagels en doornenkroon en een ander houdt Jezus’ linkerhand vast. Deze toont de rug met de kruiswond aan de beschouwer. Alles lijkt er dus op gericht om de wonden en martelwerktuigen zichtbaar te maken en zo het lijden met Jezus’ dood tot gevolg duidelijk in beeld te brengen.

Amsterdam, SK-A-5073. Bron: Rijksstudio
Naar aanleiding van de schenking zendt het Amsterdamse Rijksmuseum een persbericht uit. Daar doet Haboldt uitspraken over zijn motivatie om het paneel te schenken:
Corona heeft mij geraakt, vooral emotioneel. Het was voor mij een aanleiding voor reflectie. Hoe kan ik bijdragen? Hoe kunnen we deze periode memoreren? Het mooie van een schilderij is dat het voor eeuwig blijft en als monument kan fungeren voor de moeilijke periode waar we doorheen gaan.
– Schenker Bob Haboldt in een persbericht van het Rijksmuseum d.d. 27 mei 2020
Hij noemt de mogelijkheid van schilderijen om te dienen als monumenten ter herinnering, maar raakt onwillekeurig ook aan de specifieke kwaliteiten van dit paneel. Door de nadruk op het gewond lichaam van Jezus wekt de voorstelling medelijden op. De lijdensweg die aan het sterven van Jezus vooraf ging, en het medelijden dat het gewond lichaam opwekt, maakt dit schilderij geschikt als herinnering aan de slachtoffers van de coronapandemie.
Bewening
Volgens het Rijksmuseum is het paneel geschilderd door Bartholomeus Spranger (1546-1611), al is er enige twijfel over deze toeschrijving. [1] Zeker is dat de voorstelling teruggaat op een inventie van Spranger die veel navolging gekend heeft. Kort na de totstandkoming, in 1587, maakt de Haarlemse graveur Hendrick Goltzius (1558-1617) namelijk al een gravure van Sprangers Bewening. Via deze populaire prent krijgt de voorstelling een grotere bekendheid, ook in de Republiek.

RP-P-OB-10.376. Bron: Rijksstudio
Etser en graveur Simon Fokke (1712-1784) was een fervent kunstverzamelaar. Gedurende zijn leven bracht hij een grote collectie prenten bijeen en vanwege de veiling hiervan na zijn dood weten we wat hij zoal in bezit had. De veilingcatalogus – in twee delen maar liefst – noemt namelijk verschillende losse en gebonden prenten (in zogenoemde konstboeken verzameld) van Italiaanse, Franse, Engelse en Nederlandse meesters.
In zijn prentcollectie bevinden zich ook diverse voorstellingen van de dode Jezus, bijvoorbeeld een Jezus ondersteund door een engel van “Aug. Carats” (Tweede deel 1756, p. 23, nr. 334). Deze “Carats” de Bolognese kunstenaar Agostino Carracci die een prent maakt naar een voorstelling van de bewening van de Venetiaanse schilder Paolo Veronese.

Ook bezit Fokke meerdere prenten naar werken van Bartholomeus Spranger. Een van de prenten in Fokkes bezit is “Christus op zyn graf door een Engel ondersteund” (Eerste deel 1756, p. 54, nr. 775). Ongetwijfeld gaat het hier om de gravure die Goltzius naar het voorbeeld van Spranger maakte.
Dijkdoorbraken
Wanneer Fokke in 1754 een ets ontwerpt van de meest recente dijkdoorbraken langs de rivieren Rijn en IJssel, kiest hij voor een bijzondere manier om de ramp in beeld te brengen. In zijn voorstelling combineert hij namelijk een verhalende scène (op de achtergrond) met een allegorie (op de voorgrond). De ontwerptekening voor de voorstelling is in bezit van het Rijksmuseum. Deze toont nog de lijnen die zijn achtergebleven nadat de voorstelling met een griffel in de etsplaat was overgebracht.

Allereerst zien we twee kleine gevleugelde engelen voor een lage muur. Daaroverheen is een kaart van het overstroomde gebied gedrapeerd. Op die kaart staan de rivieren Rijn en IJssel en hun zijrivieren met daarlangs de belangrijkste steden, zoals Zwolle, Deventer en Zutphen. De tekst op de tekening is in spiegelschrift, omdat de voorstelling spiegelbeeldig zal worden afgedrukt. Op de uiteindelijke ets is de tekst gespiegeld ten opzichte van de tekening en dus leesbaar.
Nederlandsche jaerboeken
Fokke maakt de prent voor de Nederlandsche jaerboeken. Deze verschijnen in Amsterdam van 1747 tot 1765 en worden daarna voortgezet als Nieuwe Nederlandsche jaerboeken. In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, verschijnen de Jaerboeken niet jaarlijks. Eerst lijkt de intentie om ze maandelijks te laten verschijnen, maar die frequentie neemt snel af tot eens in de twee of drie maanden.
Voor de teksten is Houttuyn grotendeels afhankelijk van verslaggevers in den lande. Dat blijkt bijvoorbeeld als het gaat over de overstromingen in 1754. Eerst is een verslaggever uit Zutphen aan het woord:
De groote Overstroomingen, waer mede dit Graefschap en de omliggende Landen, zoo in ’t laetste van ’t voorledene, als in den beginne dezes Nieuwen Jaers, bezogt zyn, verschaffen ons, helaes! eene nieuwe stof van droeffenisse, waer mede wy wel hartelyk wenschten den aendacht onzer Lezeren niet te moeten bezig houden.
– Nederlandsche jaerboeken, 8, eerste deel (1754), p. 1 via Google Books
Vervolgens schrijven journalisten uit Arnhem, Zwolle en Deventer over de gevolgen van de overstromingen voor hun standplaats.
Gevolgen
Omdat de Jaerboeken minder vaak verschijnen dan kranten, kan journalist en uitgever Frans Houttuyn ook af en toe prenten opnemen. Daarvoor schakelt Houttuyn vaak Fokke in, zo ook na de overstromingen.
Met de kaart hoeft Fokke niet te kiezen voor een scène op één van de genoemde plaatsen, maar kan hij tegelijkertijd verschillende steden in beeld brengen vanwaar de verschillende schrijvers hun verslagen doen. Daarnaast toont Fokke op de kaart ook de verschillende dijkdoorbraken die tot resultaat hebben dat het landschap onder water staat: Waar de doorbraken plaatsvinden, gutst het water over het land. Daarmee voorziet Fokke de schematische kaart tevens van een verhalend element. Anders gezegd, Fokke toont met de kaart niet alleen de reikwijdte van het getroffen gebied, maar ook de aard van de ramp: hij geeft immers ook de plaatsen van de dijkdoorbraken aan en toont daar het water dat door de gaten kolkt. De engelen laten ons vervolgens de enig juiste reactie zien: diepe droefenis en medelijden.

ontworpen voor Nederlandsche jaerboeken, 4 (Amsterdam: Frans Houttuyn, 1754). Rijksmuseum,
Amsterdam, RP-P-1960-400. Bron: Rijksstudio
Net als Spranger geeft Fokke een betekenisvolle doorkijk naar de achtergrond. Spranger beeldde in de verte drie naderende vrouwen af die onderweg zijn om het lichaam van de dode Jezus te balsemen (Marcus 16:2). Fokke daarentegen toont in de achtergrond de concrete gevolgen van de doorbraken: er zijn bootjes met huisraad, een man die een kind op het droge tilt en mensen die hun vee naar hoger gelegen gebied drijven.
Spranger als inspiratie
Ondanks de tragedie die zich op de achtergrond voltrekt, is de kaart het overduidelijke middelpunt van de voorstelling.
Op de kaart geeft Fokke de plekken aan waar de dijken zijn doorgebroken. De lezer kon deze verbinden aan de opeenvolgende verslagen in de Jaerboeken, maar de oplettende lezer en kunstliefhebber zal zeker ook het verband met Beweningsscènes hebben gelegd.
Misschien was de voorstelling van Spranger wel Fokkes directe inspiratiebron, want we weten dat Fokke de gravure van Goltzius naar Spranger in bezit had. In de tijd van Fokke was Sprangers voorstelling een icoon van lijden en medelijden. Omdat de gravure van Goltzius met de bewening nog alom bekendheid genoot, kon Fokke dit voorbeeld aangrijpen om een medelijden voor het overstroomde gebied op te wekken. Dat effect heeft Sprangers Bewening nog steeds. De schenking van Haboldt aan het Rijksmuseum – of het nu Spranger zelf is die het schilderde of iemand die naar Goltzius kopieerde – laat immers zien dat Sprangers inventie aan emotionele lading nog nauwelijks heeft ingeboet.
Een uitvoerig artikel over Fokkes prent van de dijkdoorbraken in 1754 verscheen recent als hoofdstuk ‘Landscape as Wounded Body. Emotional Engagement in Visual Images of Floods’ in de bundel Dealing with Disasters from Early Modern to Modern Times (AUP, 2023), pp. 83-102 [open access]. Ik schreef al eens over Fokkes ets in een post getiteld ‘Wonden in een lichaam’.
Noten
[1] Kunsthistorica Evelyne Verheggen wees mij op de twijfel rond de toeschrijving. Zelf opperde zij – in een post op Instagram d.d. 27 mei 2020 – dat de voorstelling op koper waarschijnlijk geschilderd is met de prent van Hendrick Goltzius als voorbeeld, zoals vaak gebeurde, bijvoorbeeld voor katholieke schuilkerken of voor privégebruik. Ik ben Verheggen dank verschuldigd voor deze aanvulling.
Literatuur
- Hanneke van Asperen, “Landscape as Wounded Body. Emotional Engagement in Visual Images of Floods.” In Dealing with Disasters from Early Modern to Modern Times. Cultural Responses to Catastrophes (Disaster Studies: Historical and Cultural Perspectives, 1), red. Hanneke van Asperen en Lotte Jensen (Amsterdam 2023), p. 83-102. DOI: 10.5117/9789463725798_CH03 [open access]
- Rietje van Vliet, “Nederlandsche Jaarboeken (1747-1765).” In Encyclopedia Nederlandse Tijdschriften: Nederlandstalige periodieken tot aanvang Koninkrijk der Nederlanden (tot 1815), laatste update 22 juli 2021. [online]
- Donald Haks, Journalistiek in crisistijd. De (Nieuwe) Nederlandsche Jaarboeken 1747-1822 (Hilversum 2017).
- Nadine M. Orenstein, “Eindelijk Spranger. Prenten en prentontwerpen 1586-1590.” In Hendrick Goltzius (1558-1617). Tekeningen, prenten en schilderijen, red. Huigen Leeflang en Ger Luijten (Zwolle 2003), p. 81-114.
- Eerste deel. Catalogus van eene collectie schilderyen, beeldwerk en rariteiten, beneevens een uitmuntend kabinet gecouleurde en ongecouleurde teekeningen […] verzameld en nagelaaten door wylen den Heer Simon Fokke, in leven beroemd kunstgraveerder (Amsterdam 1784). [Delpher]
- Tweede deel. Catalogus van een zeer fraay kabinet prenten […] gebonden en losse prent-werken, en eenige schilderkundige boeken […] verzameld en nagelaaten, door wylen de Heer Simon Fokke, in leven beroemd kunstgraveerde (Amsterdam 1784). [Delpher]
- Nederlandsche jaerboeken, inhoudende een verhael van de merkwaerdigste geschiedenissen: die voorgevallen zyn binnen den omtrek der Vereenigde Provintien, sedert het begin des Jaers MDCCXLVII, deel 8 (1754), p. 36-37. [Google Books]