Wonden in een lichaam

Een van de meest bekende oorlogsmonumenten in Nederland is waarschijnlijk De verwoeste stad van de beeldhouwer Ossip Zadkine. Sinds de onthulling in 1953 herinnert dit beeld voorbijgangers aan een dramatische gebeurtenis op 14 mei 1940. Nazi’s lieten toen hun bommen vallen op Rotterdam. Deze troffen de stad in het hart en lieten hem in ruïne achter. Door de tijd heen brachten kunstenaars materiële en emotionele schade na rampen verschillend in beeld. Zadkine deed dat bijvoorbeeld met een mensfiguur, prentmaker Simon Fokke in 1754 met een kaart van de getroffen regio na een overstroming. Beiden visualiseerden de verwoestingen als wonden in een lichaam.

Gewond lichaam

In 1953 verbeeldde Ossip Zadkine (1890 – 1967) de verwoesting van Rotterdam als een emotionele figuur die de armen in wanhoop in de richting van de hemel reikt.

Zadkine's beeld van de stad met de ramp als wonden in een lichaam
Ossip Zadkine, De verwoeste stad, gedateerd 1951, onthuld in 1953, geelkoperlegering. Rotterdam, Plein 1940. Bron: Vanderkrogt

In het polygoonjournaal van 15 mei 1953 zegt een verslaggever over de sculptuur:

Het is een achterover hellende figuur waaruit het hart is weggerukt, zoals op die verschrikkelijke meidag letterlijk het hart uit de Maasstad werd weggerukt.

Onthulling van De verwoeste stad, in Polygoon Hollands Journaal, 15 mei 1953

De figuur is de stad, de gevolgen van het bombardement een gapend gat in diens borst. De gevolgen van de ramp verbeeldde Zadkine dus als wonden in een lichaam.

Nadat Zadkine het beeld voltooide, ontwierp penningmaker Ian Jacob Pieters (geb. 1925) een gedenkpenning die herinnerde aan de onthulling. Hierop plaatste Pieters Zadkine’s figuur tegen de achtergrond van een stadsplattegrond. Door de wonde in de borst kijken we vervolgens naar de stad. Langs een van de reliëflijnen op de kaart staat ook de naam van de plaats te lezen: Rotterdam. Bovendien is deze stad duidelijk te herkennen aan zijn omtrek, doorkruist door de Maasrivier.

Gedenkpenning van De verwoeste stad met het gewonde lichaam en een plattegrond
Ian Jacob Pieters, penning bij de onthulling van De verwoeste stad, 1953, brons, voor- en keerzijde. Rijksmuseum, NG-2006-22. Bron: Rijksstudio

Op de voorzijde van de penning combineerde Pieters Zadkine’s voorstelling van wanhoop en pijn met een schematisch beeld van de stad. Hiermee maakt de ontwerper duidelijk waarop men gevoelens van medelijden, opgewekt door de lijdende figuur, moet richten.

Gewond landschap

Bijna 200 jaar vóór Zadkine maakte prentmaker Simon Fokke (1712 – 1784) een ets met als onderwerp een overstroming in het rivierengebied van de Rijn en IJssel.

Op de voorgrond zien we geen lijdende figuur, zoals bij Pieters. Integendeel, hier is het aandachtspunt de kaart zelf. De kaart zorgt ervoor dat het getroffen gebied een tastbare aanwezigheid is. Daarop moet de beschouwer vervolgens gevoelens van medelijden projecteren. De cherubijnen laten zien wat de passende reactie daarbij is. Een van de engeltjes dept immers zijn ogen met een doek.

Landschap als lichaam, dijkdoorbraken als wonden
Simon Fokke, Het doorbreken van de Rhyn- en Ysseldyken in ’t begin des Jaers 1754, ets, gepubliceerd in Nederlandsche Jaerboeken (Amsterdam: Houttuyn, 1754). Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-1960-400. Bron: Rijksstudio

Op de kaart volgen we de kronkelende IJsselrivier van Arnhem in het zuiden tot Kampen in het noorden. Daarbij tekende Fokke ook alle zijarmen die het landschap in alle richtingen doorsnijden. Net als Pieters bracht Fokke met de kaart in beeld welke streek getroffen werd, en tevens de omvang van het gebied.

Bovendien gaf Fokke op de kaart precies aan waar dijkdoorbraken plaatsvonden. Op die plekken zien we het water over het land wegvloeien, bijvoorbeeld ten noorden van Deventer. Deze stad ligt precies in het midden van de kaart. Het water stroomt vervolgens door de gebroken dijk in oostelijke richting. Als verhalend element op een schematische kaart geven de dijkdoorbraken het landschap een dramatisch karakter. Ze transformeren de plattegrond in een gewond lichaam.

De rivieren lijken aderen, de dijkdoorbraken wonden in het lichaam. Het water ten slotte is als het bloed dat uit de wonden over het lijdende landschap stroomt.

Wonden en water

Enkele maanden voor de onthulling van de De verwoeste stad vond de watersnoodramp van 1953 plaats. Ook van deze ramp maakte Ian Jacob Pieters een gedenkpenning. Op de keerzijde daarvan verbeeldde hij het dichten van het laatste gat in de dijk op 6 november van dat jaar. De ongedateerde penning stamt dus van na die datum.

Op de voorzijde zien we de ramp zelf.

Geen lichaam of landschap, slechts een wonde met water
Ian Jacob Pieters, Watersnoodramp 1 feb 1953, penning, ongedateerd, na 6 november 1953, brons. Rijksmuseum, NG-2005-37. Bron: Rijksstudio

Hier koos Pieters niet om een dijk af te beelden. Deze penning toont voornamelijk water. Kolkend stroomt het over het land dat volledig aan het oog is onttrokken. Slechts het dak van één enkel huis, dat nog net boven het oppervlak uitsteekt, is zichtbaar. Het benadrukt de alomtegenwoordigheid van het water.

Mensen zijn er niet. Er is zelfs geen landschap. De dijk wordt slechts gesuggereerd. Hier is geen sprake meer van een lichaam in welke vorm dan ook. Hier is enkel nog de wonde. En een overweldigende hoeveelheid water.


Vaak schreef ik blogartikelen over verbeeldde overstromingen van de late middeleeuwen tot de moderne tijd in ‘De Allerheiligenvloed en andere rampen‘, in ‘Het geweld van het water‘ en in ‘De betekenis van de Elisabethsvloed‘. Bovendien nam ik een podcast op met Erfgoed Brabant over de Sint-Elisabethsvloed van 1421 die dit jaar precies 600 jaar geleden plaatsvond. Die podcast vind je hier. Ook schreef ik een blogartikel over een prent van Fokkes leermeester Jan Caspar Philips, over een watersnood in 1740-1741.

Fokkes prent van de watersnoodramp in 1754 is onderwerp van een artikel dat in 2022 zal verschijnen in een bundel naar aanleiding van de conferentie Dealing with Disasters: Cultural Representations of Catastrophes van de Radboud Universiteit Nijmegen, 17 en 18 juni 2021. Zie ook de website van de onderzoeksgroep ‘Dealing with Disasters’ voor recente informatie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back to Top