Zij durft en zij kan

Als Elisabeth Verwoert (1836-1905) in 1871 aan de Amsterdamse Rijksakademie van Beeldende Kunsten begint, is ze een van de eerste drie vrouwen die wordt toegelaten. Ze is dan 34 jaar oud. Vervolgens is ze de enige van de drie die kunstschilder wordt en haar landschappen doen het goed bij een publiek van zowel kopers als critici. Zij durft en zij kan, schrijft een recensent bijvoorbeeld vol bewondering over haar. Toch was er nog maar weinig aandacht voor deze kunstenares. Bovendien bleef ook haar vriendschap met de schrijfster en feministe Betsy Perk onderbelicht. Wat blijkt namelijk: de paden van de beide vrouwen kruisen elkaar geregeld vanaf Verwoerts academietijd.

Antonidesschool

Tijdens haar studie woont Verwoert bij haar tante Sara Deelman, een zus van haar overleden moeder. Als Verwoert in 1877 een schilderij instuurt voor de tentoonstelling van levende meesters in Amsterdam, is het adres dat ze opgeeft dus dat van de “weduwe J.F. Strumphler, Geldersche kade nr 47”.[1] Deelman is immers getrouwd geweest met de inmiddels overleden Johannes Fredrik Strumphler. Ook in 1878 woont Verwoert nog bij Deelman en haar gezin aan de Gelderschekade.[2] Om toch ruimte te hebben om te schilderen, huurt de schilderes daarom vanaf 1878 een atelier aan de Rozengracht.[3]

In april 1879 wordt Verwoert echter gedwongen te verhuizen als haar tante in mei met haar gezin naar Baarn vertrekt. De onderwijzeres-schilderes blijft namelijk in Amsterdam en haar nieuwe adres wordt Herengracht 34.[4]

P.H.J. Reynet de la Rue, Herengracht 2-42 (v.r.n.l.), gezien in noordelijke richting, naar de Brouwersgracht, 1883 t/m 1898, foto. Stadsarchief Amsterdam, collectie kabinetfoto’s. Bron: Stadsarchief Amsterdam

Aan de Herengracht trekt Verwoert in bij Maria Stokhuijzen die, net als Verwoert, onderwijzeres is en die al vanaf november 1872 aan de Herengracht woont.[5] Bovendien woont vanaf 1875 ook Maria’s zus Wilhelmine Christina Stokhuijzen op dit adres. Herengracht 34 is bovendien de locatie van de Antonidesschool, een openbare burgerschool van de 2e klasse voor meisjes.[6] Stokhuijzen is er hoofdonderwijzeres, terwijl Verwoert er tekenlessen geeft.[7]

Minder bekende

Naast haar bezigheden als onderwijzeres timmert Verwoert dus hard aan de weg als kunstschilder. In 1868 exposeert ze al, maar vanaf 1874 volgen tentoonstellingen elkaar sneller op. De kunstenares is inmiddels namelijk lid geworden van het Amsterdamse kunstenaarsgenootschap Maatschappij Arti et Amicitiae en ze exposeert vanaf 1874 bijna jaarlijks met andere leden van deze vereniging.

Zie tentoonstellingsoverzicht hieronder.

In 1875 behoort Verwoert volgens verschillende critici nog tot de minder bekende kunstenaars, hoewel velen haar talent opmerken. Naar aanleiding van twee schilderijen op een tentoonstelling in Arnhem schrijft een anonieme recensent van Arnhemsche courant (19 augustus 1875) bijvoorbeeld:

Wij kenden deze schilderes nog niet, maar uit hetgeen zij hier ten toon stelde, mogen wij voorspellen, dat haar naam niet lang onder de minder bekenden zal behooren. Zij durft en zij kan.

Zij durft en zij kan, schrijft deze in complimenteuze bewoordingen. Uit de bijbehorende tentoonstellingscatalogus weten we bovendien wat de onderwerpen van Verwoerts geëxposeerde schilderijen zijn: Een van beide doeken op deze expositie toont het schilderachtige Engelse kustplaatsje Tynemouth dat Verwoert mogelijk vervaardigd op basis van tekeningen die zijn ontstaan tijdens een bezoek aan Engeland. Het andere is een zicht op Katwijk, zoals Verwoert dat haar leven lang veelvuldig blijft schilderen.

Schoon talent

Met haar kust- en duingezichten gooit Verwoert steevast hoge ogen gooit bij critici. Een schilderij Katwijk aan Zee van uit de duinen gezien op een tentoonstelling in 1877 krijgt bijvoorbeeld lovende recensies, onder andere in Zutphense courant. Een recensent van Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (17 mei 1877) onderschrijft vervolgens de loftuitingen van de journalist uit Zutphen en voegt daaraan toe:

Wij meenen met den Zutphenaar, dat Mej. Verwoert een schoon talent bezit, en verheugen ons dat deze schilderes meer en meer gewaardeerd wordt.

Behalve de kustplaats schildert Verwoert de duinen bij Katwijk geregeld en ook deze stelt ze in de jaren 1876-1878 veelvuldig tentoon, steeds met positieve kritieken: “Ook goed geschilderd is het duingezicht van mej. Elizabeth Verwoert”, schrijft bijvoorbeeld een criticus met de initialen F.A.L. in weekblad Ons Streven naar aanleiding van een tentoonstelling in Amsterdam.[8]

Elisabeth Verwoert, Vuurtoren te Katwijk, gesigneerd en gedateerd, 1877, olie op doek, 110 x 133 cm. Collectie onbekend. Bron: Mutual Art

Lieve doekjes

In 1878 neemt Verwoert ook deel aan de tentoonstelling in Leeuwarden waar kunst en nijverheid geëxposeerd wordt die uitsluitend door vrouwen is vervaardigd. Over deze tentoonstelling schreef ik al vaker blogposts waarin ik verscheidene van de bekende en minder bekende deelnemers belichtte, zoals Jane Dinapore Allan die – al dan niet zelfgemaakte – foto’s beschildert, de Amsterdamse kunstschilderes Wilhelmina Amons, en de Arnhemse schilderes Jacqueline Francine Nicola.

Ook de duinlandschappen van Verwoert zijn in Leeuwarden dus te aanschouwen en ook daar springen weer een Gezicht op Katwijk en een duinlandschap in het oog van critici:

In het vijfde vak ziet men een paar lieve doekjes van E. Verwoert te Amsterdam; no. 143, een Gezicht op Katwijk aan Zee is frisch van kleur en levendig van conceptie. Er zit veel relief en diepte in. Ook het Gezicht op het duin, no. 144, is goed geschilderd, doch eentoniger van voorstelling.

Leeuwarder courant (12 juli 1878), p. 9 [Delpher]

Een ander schrijft bijvoorbeeld naar aanleiding van dezelfde expositie:

E. Verwoert te Amsterdam leverde een paar bevallige duingezichtjes. Vooral het gezicht op Katwijk aan Zee is pittig en goed van toon.

Ons streven: courant voor Nederlandsche vrouwen 9, nr. 42, (9 juli 1878), p. 2 [Delpher]

Wat de een – in enigszins denigrerende termen – “lieve doekjes” noemt, beschrijft de ander als “pittig en goed van toon”. De aard en achtergrond van de journalisten speelt hierin zeker een rol. Helaas blijft de schrijver van het feuilleton in Ons streven anoniem, maar de strijdvaardige en emanciperende toon spreekt boekdelen.

Boeiende toon

In 1882 neemt Verwoert opnieuw deel aan een tentoonstelling, volledig gewijd aan het werk van vrouwen, ditmaal in de kunstzaal van het Panoramagebouw in Amsterdam en ook daar valt haar werk in de smaak. Naar aanleiding daarvan oordeelt een criticus van De tijd (18 april 1882) namelijk dat de momenten, doorgebracht voor de schilderijen van Verwoert, verre van verloren zijn. Deze journalist bewondert zowel een voorstelling van het Harzgebergte als een Katwijks toneel en met betrekking tot die laatste constateert deze een rustige doch boeiende toon:

leder, die ooit Katwijk bezocht, moet er levendig door getroffen worden.

Opnieuw valt een Katwijkse scène dus veel lof toe en het lijdt geen twijfel of Verwoerts treffende voorstellingen zijn het resultaat van geregelde bezoeken aan deze Hollandse kustplaats.

Krachtig penseel

Vanwege haar herhaaldelijke aanwezigheid op tentoonstellingen, haar gewaardeerde schilderstijl en themakeuze begint haar werk steeds meer critici op te vallen. In 1879 schrijft een recensent van Arnhemse courant bijvoorbeeld:

De landschapjes van Elisabeth Verwoert, wier krachtig penseel wij ook vroeger waardeerden, bewijst in haar ‘Hollandsch Landschap’ en ‘Watermolen te Lochem’ dat zij steeds vooruitgaat

Arnhemsche courant (16 augustus 1879), p. 2 [Delpher].

Ondanks de herkenning beschouwt de kunstcriticus haar nog steeds als een kunstenaar in ontwikkeling. Ook in 1881 wordt de dan 41-jarige Verwoert nog tot de ontluikende talenten gerekend, bijvoorbeeld door een recensent van Algemeen handelsblad (25 juni 1881).

Blijk van waardering

Tegen 1890 heeft Verwoert haar naam als kunstschilderes echter gevestigd en vallen haar enkele bijzondere onderscheidingen te beurt. Zo zijn haar aquarellen bijvoorbeeld het onderwerp van kunstbeschouwingen, gewijd aan haar werk en het hare alleen. In 1889 toont ze namelijk 43 van haar tekeningen in Middelburg, volgens een recensie in Middelburgsche courant (11 november 1889), en in 1890 toont ze een portefeuille van aquarellen in Haarlem. Let wel, het is een van de eerste keren, zo niet de allereerste, dat er een kunstbeschouwing volledig is gewijd aan het werk van één vrouwelijke kunstenaar.

Elisabeth Verwoert, Katwijk, gesigneerd ‘Elisabeth Verwoert’ (rechtsonder), zwart krijt en waterverf op papier, 29,5 x 47,7 cm. Collectie: Haarlem, Teylers Museum, DD034. Bron: Teylers Museum

Deze bijzondere eer blijft niet onopgemerkt. Schrijfster Betsy Perk brengt de Haarlemse kunstbeschouwing namelijk onder de aandacht in een ingezonden brief aan Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (7 juli 1890) en benoemt daar bovendien een aankoop van vier van Verwoerts aquarellen door het Genootschap Teyler, nu in de collectie van Teylers Museum. Perk schrijft daarover:

Zulk een aanmoedigend blijk van waardeering verdient voorzeker bekend te zijn.

Verwoert is niet het belangrijkste onderwerp van Perks ingezonden brief die meerdere afleveringen van de krant beslaat. De schilderes is slechts een voorbeeld ter illustratie van het eigenlijke onderwerp, te weten de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen.

Als een van de argumenten daarvoor voert de brievenschrijfster vervolgens de kunstwereld op. Op kunsttentoonstellingen blijkt immers, zo schrijft Perk, dat menig schilderes haar kunstbroeders voorbijstreeft en ze noemt specifiek Verwoert als een voorbeeld van een vrouw van bijzondere verdiensten. Het toont Perks bewondering voor de schilderes, maar verraadt waarschijnlijk ook een langdurige vriendschap, waarover later meer.

Album

Blijken van waardering voor Verwoerts werk beperken zich echter niet tot kunstbeschouwingen en positieve recensies. In 1891 verschijnt er namelijk een album met etsen naar haar werk, in plaat gebracht door etser George Lourens Kiers en Elias Stark. Het album bevat onder andere etsen naar voorstellingen van de kustplaatsen en strandgezichten waarmee Verwoert naam voor zichzelf heeft gemaakt. Het totaal levert dus een staalkaart van Verwoerts kunnen.

De collectie etsen is vervolgens te koop voor 18 gulden, welk bedrag volgens een journalist van Apeldoornsche courant (28 november 1891) “zeker niet te hoog is”.

Successen in het verleden zijn echter geen garantie voor de toekomst. Ondanks alle lof worden Verwoerts schilderijen ook nog wel eens geweigerd voor expositie. In 1892 stuurt ze namelijk een schilderij met de titel Molen aan de Lage Vuursche voor een tentoonstelling van levende meesters in Amsterdam.[9] Het werk verschijnt echter niet in de tentoonstellingscatalogus, omdat de commissie om onbekende redenen een streep door de inzending zet.

Domburg

Hoewel duingezichten en Hollandse kustplaatsen geliefde onderwerpen van Verwoerts schilderijen en aquarellen blijven, schildert Verwoert veel meer dan dat alleen. Ik noemde al de schilderijen van Tynemouth en het Harzgebergte die ongetwijfeld het resultaat zijn van haar reizen naar het buitenland. Daarnaast schildert de kunstenares kustgezichten in Zeeland waarvoor ze geregeld Domburg bezoekt, vooral gedurende de zomermaanden en vaak in het gezelschap van een van de zussen Stokhuijzen.

Elisabeth Verwoert, Een avond, gesigneerd ‘Elisabeth Verwoert’ (rechtsonder), waterverf en dekverf op papier, 44 x 34,5 cm. Collectie: Haarlem, Teylers Museum, DD033. Bron: Teylers Museum

Volgens Domburgsch badnieuws (7 augustus 1898) arriveert Verwoert bijvoorbeeld tussen 28 juli tot 4 augustus 1898 in Domburg, samen met Wilhelmine Stokhuijzen. Overigens verblijft dan ook ene “Mej. C. van Hoorn” uit Amsterdam in het dorp. Mogelijk gaat het om de schilderes Cato van Hoorn die aansluitend aan het zomerverblijf in Domburg van haar woonplaats Amsterdam naar Nijmegen verhuist, zoals ik beschreef in een eerdere post ‘Krachtige kleuren’.

Verwoert ervaart de omgeving van Domburg kennelijk als inspirerend, want in de zomer van 1899 is zeer opnieuw volgens bericht in Domburgsch badnieuws (5 augustus 1899). Dan is ze in gezelschap van Maria Stokhuijzen. Twee jaar later arriveert de kunstschilderes wederom in de Zeeuwse badplaats volgens Domburgsch badnieuws (17 augustus 1901), met Willemine, en ook in 1902 verblijven een “mej Stokhuijzen” en een “mej Verwoert” in het vakantieoord volgens dezelfde krant (6 september 1902).[10] Tijdens deze zomerverblijven grijpt Verwoert ongetwijfeld de kans om de omgeving te tekenen en te schilderen.[11]

Nijmegen en omstreken

Behalve plaatsen in de kustprovincies schildert Verwoert veelvuldig andere Nederlandse streken, zoals het genoemde Watermolen te Lochem al aanduidde. Kennelijk bezoekt Verwoert ook de Achterhoek. Bovendien schildert ze in de omgeving van Arnhem waarvan een Plekje bij Wolfhezen getuigt. Deze aquarel komt terecht in de kunstverzameling van Charlotte Cathazrina de Man-Calkoen wier collectie in 1900 in Arnhem voor bezichtiging wordt uitgestald. Behalve Plekje bij Wolfhezen is daar ook Gele rozen van schilderes Wilhelmine Kiehl te zien over wier uitzonderlijke carrière van kunstenares tot oorlogscorrespondente ik eerder blogposts schreef getiteld ‘Een gelukkig talent’ en ‘Kunstschilderes en oorlogscorrespondente’.

Ook het landschap rond de Waalstad Nijmegen is onderwerp van Verwoerts tekeningen en schilderijen. Op tentoonstellingen hangen namelijk werken met titels als Waal bij Nijmegen (Amsterdam, Art et Amicitiae, 1890) en Lent bij Nijmegen bij buiïg weêr (Amsterdam 1895). Wellicht maakt Verwoert haar tekeningen als ze daar familie bezoekt. Haar neef Coenraad Hendrik Strumphler – zoon van Sara Deelman bij wie Verwoert van 1859 tot 1879 inwoont – huist namelijk in Ubbergen. Bovendien brengt ook ene mevrouw Strumphler en familie uit Ubbergen de zomer van 1901 in Domburg door, als ook Verwoert daar haar vakantie spendeert. Wellicht gaat het hier om de vrouw en kinderen van Verwoerts neef.[12]

Betsy Perk

Ten slotte komen enkele van de werken van Verwoert in het oosten van Nederland mogelijk tot stand tijdens bezoeken aan Betsy Perk in Arnhem. Het lijkt er tenminste op dat de twee vrouwen elkaar goed kennen, want hun wegen kruisen opvallend vaak. Hun contact gaat terug tot Verwoerts academietijd wanneer ze exposeert op een tentoonstelling van de Algemeene Nederlandsche Vrouwenvereeniging ‘Arbeid Adelt’, eerder dat jaar door Perk gesticht. Als pionier van de vrouwenbeweging zet Perk zich namelijk in voor onderwijs en de mogelijkheid voor vrouwen om een inkomen voor zichzelf te genereren. Verwoert is daarvan een uitstekend voorbeeld, als zij met een opleiding aan de Rijksakademie begint en vervolgens als tekenlerares en kunstschilderes een inkomen verdient.

Daarna blijft het contact tussen de vrouwen voortduren. Verwoert krijgt bijvoorbeeld geregeld aandacht in het vrouwenblad Ons Streven dat Perk in 1869 heeft opgericht. Nadat Perk zich in 1874 teruggetrokken heeft in het Zuid-Limburgse Valkenburg, exposeert Verwoert bovendien twee schilderijen die Meerssen verbeelden, op een tentoonstelling in Rotterdam (1876). Het lijkt geen toeval dat Meerssen, niet ver van Valkenburg, onderwerp van Verwoerts doeken wordt nadat Perk daarheen verhuisd is.

Na een kort verblijf in België keert Perk vervolgens in 1890 naar Nederland terug waar zij in Arnhem gaat wonen.[13] In 1895 wordt vervolgens een portefeuille van aquarellen onderwerp van een kunstbeschouwing op een der kunstavonden van Kunst en Intellectie aangekondigd in Arnhemsche courant (8 november 1895). Kunst en Intellectie is de kenspreuk, en tevens titel van het maandblad, van de Algemene Nederlandsche Ethische Bond, een afsplitsing van Perks ‘Arbeid Adelt’. Perk is secretaris en haar mede-oprichtster, ene mevrouw Ciccolini, voorzitter volgens Het vaderland (17 juli 1894).[14] Centraal tijdens de kunstbeschouwing van 1895 staat vervolgens het werk van niemand minder dan Elisabeth Verwoert.

Erelidmaatschap

Verwoerts werk is niet alleen het middelpunt van de Arnhemse kunstbeschouwing, de kunstschilderes zegt tevens toe om de beschouwing persoonlijk bij te wonen. Dat schrijft vervolgens een journalist in Arnhemsche courant (4 december 1895). Als de kunstbeschouwing echter moet worden verzet, wordt de nieuwe datum in overleg met de schilderes vastgesteld volgens Arnhemsche courant (6 december 1895). Het duidt allemaal in de richting van nauwe contacten tussen kunstenares en de organisatie.

Op 17 december vindt de beschouwing alsnog plaats volgens vervolgbericht in dezelfde krant (16 december 1895) en daar blijft het niet bij. Om haar bijzondere talent te huldigen, wordt Verwoert bovendien het erelidmaatschap van het genootschap Kunst en Intellectie toegekend, inclusief diploma volgens Arnhemsche courant (25 december 1895).

In 1897 sticht Perk vervolgens de vereniging Kunst en Kennis waarmee ze lezingen, concerten en toneelvoorstellingen organiseert. Daarnaast houdt ze tentoonstellingen in haar woonhuis aan de Parkstraat, vergelijkbaar met de salons van schilderes en dichteres Maria Zubli-Van den Berch van Heemstede over wie ik uitvoerig schreef in mijn blogpost ‘Beschermende hand’. Uiteraard is ook dan het werk van Verwoert te zien, bijvoorbeeld als onderdeel van de expositie gewijd aan de verzameling van De Man-Calkoen die ik hierboven al even noemde, en mogelijk is Verwoert zelfs een van de vaste bezoekers.

Wederzijdse inspiratie

De vriendschap tussen Perk en Verwoert doet de vraag rijzen op welke manieren de vrouwen elkaar geholpen en geïnspireerd hebben. Om te beginnen geeft Perk de beginnend kunstenaar de kans om haar werk te exposeren als de schilderijen van de jonge Verwoert op de tentoonstelling van Arbeid Adelt te zien zijn. De jonge kunstenares is zelfs het eerste lid van Perks vereniging, memoreert de schrijfster jaren later in Arnhemsche courant (25 december 1895).

Andersom haalt Perk mogelijk inspiratie uit haar vriendschap met de schilderende Verwoert wanneer ze zich vanaf 1890 meer op de ontwikkeling van kunstzin gaat richten. Bovendien geeft de kunstschilderes vanaf het begin haar steun aan Perks vereniging Kunst en Intellectie, ook als Verwoert haar naam als kunstenaar gevestigd heeft. In Perks eigen woorden heeft de kunstenares:

sinds lang den steun van Kunst en Intellectie ontwassen … zich van den beginnen af aan, een steun voor de jeugdige Vereeniging betoond te zijn.

– Perk in Arnhemsche courant (25 december 1895), p. 5 [Delpher]

In de praktijk betekent dit dat Perk op medewerking van Verwoert kan rekenen, bijvoorbeeld als ze een kunstbeschouwing organiseert. De kunstenares levert zelfs een aquarel om als prijs te fungeren bij een aangekondigde tombola, te houden in 1896. Als publiekstrekker verzekert Verwoert Perk ongetwijfeld van begeerde loten.

Tot slot delen de vrouwen hun idealen. Net als Perk zet ook Verwoert zich in voor vrouwenemancipatie, vooral van vrouwelijke collega’s. Voor een tweede kunstbeschouwing van de Arnhemse vereniging Kunst en Intellectie stelt de kunstenares namelijk een portefeuille samen van aquarellen “harer verschillende kunstzusters” volgens verslaggever van Arnhemsche courant (25 december 1895). Zo gebruikt ze haar naamsbekendheid om andere, startende tekenaressen aan een groter publiek te helpen.

Pensioen

Als vakonderwijzeres gaat Verwoert met pensioen op 1 januari 1900.[15] Hoewel ze waarschijnlijk blijft tekenen en schilderen, komt er dan ook een einde aan haar tentoonstellingsdeelname. Verwoert sterft op 12 februari 1905. De zoon van Sara Deelman – Verwoerts neef Johannes Fredericus Strumphler – laat vervolgens overlijdensberichten plaatsen waarin hij kennisgeeft van het overlijden van Verwoert “ten huize der Dames Stokhuijzen”.

Ook Maria Stokhuijzen en haar zus Wilhelmine Christina – de “Dames Stokhuijzen” – plaatsen een overlijdensadvertentie ter nagedachtenis aan hun “lieve Vriendin”.

Overlijdensbericht in Het nieuws van den dag (15 februari 1905), p. 18. Bron: Delpher

Stof tot nadenken

Al met al geeft een overzicht van Verwoerts levenswandel dus stof tot reflectie over de carrière van deze weinig bestudeerde kunstenares. Zo doet een lijst van de tentoonstellingen waaraan ze deelneemt, en de werken die ze exposeert, inzien dat ze meer is dan een schilderes van duinen en strand. Hoewel ze haar naam vestigt met het schilderen van strandgezichten en kustplaatsen, lopen de plaatsen die ze op doek brengt, uiteen van Domburg tot Lochum, van Katwijk aan Zee tot Berg en Dal, en van de Schotse en Engelse kust tot het Harzgebergte.

Verwoerts tentoongestelde werk reflecteert bovendien haar onderbelichte vriendschap met de feministe Betsy Perk. Het contact tussen de twee vrouwen is terug te voeren tot Verwoerts academietijd en als Perk naar Valkenburg verhuist, schildert Verwoert ook in Meerssen. Als Perk vervolgens in Arnhem neerstrijkt, is ook Verwoert daar vaak te vinden. Met andere woorden, Verwoerts artistieke loopbaan is met de levensloop van Perk verweven. Niet alleen zoeken ze elkaar steeds op, de vrouwen delen ook hun idealen met betrekking tot kunst en vrouwenemancipatie en ondersteunen elkaar hun leven lang bij de verwezenlijking ervan.


Tentoonstellingen

Verwoert exposeert haar werk van 1868 tot 1902, met een nadruk op de jaren tussen 1874 en 1896. In deze 24 jaar presenteert ze meerjaarlijks haar werk, vooral op tentoonstellingen van het kunstenaarsgenootschap Maatschappij Arti et Amicitiae waarvan Verwoert sinds 1874 lid is. Daarnaast is zijn haar tekeningen, aquarellen en schilderijen vooral te zien op tentoonstellingen van levende meesters door het hele land, in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Groningen, Arnhem, Zutphen, enz.

Arnhem 1868: Tentoonstelling van nijverheid en kunst, 5 juli – 30 september [recensie in Algemeen handelsblad (12 augustus 1868), p. 1 via Delpher]

  • “Fantaisie” [aangekocht voor de verloting volgens Arnhemsche courant (14 oktober 1868) via Delpher]

Amsterdam, Arbeid Adelt, 1871: Tentoonstellings-bazar van vrouwelijke nijverheid en kunst december [recensie van Anna Storm-van der Chijs in Ons streven: weekblad voor vrouwen en meisjes 2, nr. 51 (20 december 1871), p. 203 via Delpher].

  • “met houtskool en zwartkrijt geteekende groep van bedevaartgangers”

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1874: Tentoonstelling van Teekeningen, enz.

  • “De Watermeerwijk bij Berg en Dal” (nr. 137)

Arnhem, Artibus Sacrum, 1875: Tentoonstelling van Artibus Sacrum [recensie in Arnhemsche courant (19 augustus 1875) via Delpher]

  • “In de duinen aan de Hollandsche kunst” (nr. 286)
  • “Bij Tynemouth aan de Engelsche kust” (nr. 287)

Rotterdam 1876: Tentoonstelling der schilder- en kunstwerken, op de tentoonstelling

  • “Koestal te Meerssen, prov Limburg” (nr. 541)
  • “Strandgezicht bij Tynemouth” (nr. 542)
  • “De Veebrug bij Meerssen, prov. Limburg” (nr. 543)

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1876a: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, oktober – november

  • “Katwijk aan Zee” (nr. 255)

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1876b: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, november – december

  • “Katwijk aan zee” (nr. 270)

[onbekend] 1877: Schilderijententoonstelling [recensies in Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (17 mei 1877), p. 2 via Delpher]

  • “Katwijk aan Zee van uit de duinen gezien” (nr. 307)

Amsterdam 1877: Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende meesters [recensie van F.A.L. in Ons streven 8, nr. 40 (3 oktober 1877), p. 158-159 via Delpher]

  • “Katwijk aan Zee van uit de duinen gezien” (nr. 552)

Groningen, 1877: Tentoonstelling van schilderijen van levende Nederlandsche meesters … van wege het kunstlievend genootschap, ter aanmoediging en bevordering van teeken- en schilderkunst, onder den naam: Pictura

  • “Katwijk aan Zee van uit de duinen gezien” (nr. 301)
  • “Nabij het Brouwerskolkje te Haarlem” (nr. 302)

Leeuwarden 1878: Tentoonstelling van voorwerpen van nijverheid en kunst, uitsluitend door vrouwen vervaardigd [recensie in Ons streven: courant voor Nederlandsche vrouwen 9, nr. 42 (9 juli 1878), p. via Delpher en in Leeuwarder courant (12 juli 1878), p. 10 via Delpher]

  • “Strandgezicht” (nr. 142)
  • “Gezicht op Katwijk aan Zee” (nr. 143)
  • “Gezicht op het duin” (nr. 144)

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1878: Tentoonstelling van Schilderijen enz. van levende meesters

  • “Gezicht in de duinen” (nr. 291)
  • “Katwijk buiten” (nr. 292)

Den Haag 1878: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters

  • “Hollandsch landschap” (nr. 455)

Rotterdam 1879: Tentoonstelling van schilder- en kunstwerken

  • “Watermolen te Lochem” (nr. 531)
  • “Een Hollandsch landschap” (nr. 532)

Arnhem, Artibus Sacrum, 1879: Tentoonstelling [recensie in Arnhemsche courant (16 augustus 1879), p. 2 via Delpher]

  • “Hollandsch landschap”
  • “Watermolen te Lochum”

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1879: Tentoonstelling van Kunstwerken van levende meesters [recensie in Rotterdamsch nieuwsblad (17 november 1879), p. 1 via Delpher]

  • “Gezicht te ’s Graveland” (nr. 318)
  • “Watermolen te Lochem” (nr. 319)

Amsterdam 1880: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters

  • “De Schotsche kust” (nr. 422)

Groningen 1880: Tentoonstelling van schilderijen van levende Nederlandsche meesters … van wege het kunstlievend genootschap ter aanmoediging en bevordering van Teeken- en Schilderkunst, onder den naam: Pictura, te Groningen

  • “Gezigt te ’s Graveland” (nr. 238)
  • “De schotsche kust” (nr. 239)

Den Haag 1881: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters

  • “Wintergezicht in het Vondelspark” (nr. 360)

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1881: Tentoonstelling van Teekeningen enz.

  • “Hollandsch landschap” (nr. 155)

Zutphen 1881: Tentoonstelling van schilderijen van levende Nederlandsche meesters, geopend door de kunstvereeniging Pictura

  • “De Schotsche kust” (nr. 236)
  • “Een wintergezicht” (nr. 237)

Goes 1881: Tentoonstelling van kunstwerken op het gebied van schilder- en teekenkunst vervaardigd door binnenlandsche of buitenlandsche levende meesters [recensie in Algemeen Handelsblad (25 juni 1881), p. 2 via Delpher]

  • “Wintergezicht” (nr. 256)

Amsterdam 1882: Tentoonstelling van kunstwerken, door vrouwen vervaardigd in het Panoramagebouw [recensies in De tijd (18 april 1882), p. 2 via Delpher, in Algemeen handelsblad (27 april 1882), p. 9 via Delpher en in Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (28 april 1882), p. 2 via Delpher]

  • “Die Teufelsbrücke im Harz” (nr. 121)
  • “Strandgezicht te Katwijk” (nr. 122)
  • “Wintergezicht” (nr. 123)

Rotterdam 1882: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken

  • “Gorinchem” (nr. 426)
  • “Woudrichem” (nr. 427)

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1882: Tentoonstelling van Kunstwerken van levende meesters

  • “De Ilsenfelz in den Harz” (nr. 294)
  • “Gezicht aan den Amstel bij den Omval” (nr. 295)

Den Haag, Goupil, 1883: Raamexpositie [vermelding in Haagsche courant (17 juli 1883) via Delpher]

  • “een kapitaal doek, voorstellende een ijsval in het Harz-gebergte, genomen van een zeer boschrijk gedeelte”

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1883. Tentoonstelling van teekeningen van levende meesters

  • “Hooiveld bij Nieuwer-Amstel” (nr. 252)
  • “Het wasmeer op de heide bij Hilversum” (nr. 251)

Groningen 1883: Tentoonstelling van schilderijen van levende Nederlandsche meesters … van wege het kunstlievend genootschap Pictura, te Groningen

  • “Ilsenfall in den Harz” (nr. 325)
  • “De hooitijd, Amsterdam in ’t verschiet” (nr. 326)

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1884: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters

  • “Zomeravond” (nr. 270)
  • “Strandgezicht” (nr. 271)

Zutphen 1885: Pictura’s schilderijententoonstelling [recensie in Zutphensche courant (2 mei 1885), p. 5 via Delpher]

  • “Strandgezicht”
  • “Winter” (nr. 269) [verkocht volgens Zutphensche courant ((13 juni 1885), p. 5 via Delpher; aan een particulier volgens Algemeen handelsblad (15 juni 1885) via Delpher]

Rotterdam 1885: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken

  • “Het strand te Katwijk” (nr. 446)

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1885: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters

  • “Katwijk aan Zee” (nr. 246)
  • “Ymuiden. Waterverfteekening” (nr. 247)

Groningen 1886: Tentoonstelling van schilderijen van levende Nederlandsche meesters … van wege het kunstlievend genootschap Pictura, te Groningen

  • “De groote laan in ’t Vondelspark” (nr. 237) [verkocht volgens Nieuwe Groninger courant (11 juli 1886), p. 5 via Delpher]

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1886: Tentoonstelling van de kunstwerken, geschonken aan het ondersteuningsfonds, opgericht door het Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap, 14 februari

  • “Zomeravond” (nr. 344)

Amsterdam, Arti et Amicitiae 1887: Tentoonstelling

  • “Avondstond” [aangekocht voor de verloting volgens Haarlem’s Dagblad (21 november 1887), p. 1 via Noord-Hollands Archief]

Rotterdam 1888: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken

  • “Winter. (Teekening)” (nr. 457)
  • “Het aankomen van een bomschuit te Katwijk aan Zee” (nr. 458)

Groningen 1889: Tentoonstelling van schilderijen van levende Nederlandsche meesters … van wege het genootschap Pictura, te Groningen

  • “Een wintergezicht nabij Amsterdam” (nr. 254) [verkocht volgens Nieuwe Groninger courant (9 juni 1889), p. 2 via Delpher]

Utrecht, Kunstliefde, 1889: Kunstbeschouwing … eener portefeuille van de St Lucas Confrèrie te Rotterdam, 29 oktober [recensie in Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (31 oktober 1889), p. 2 via Delpher]

  • “aquarellen … in verschillende genres”

Middelburg, Kunstmuseum (Schuttershof), 1889: Verzameling aquarellen van mej. Elisabeth Verwoert te Amsterdam, 9 – 11 november [recensie in Middelburgsche courant (11 november 1889), p. 1 via Krantenbank Zeeland]

  • “drie-en-veertig geëxposeerde teekeningen … landschappen, zeegezichten en stillevens”

Den Haag 1890: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters

  • “Avond aan Zee” (nr. 446)

Haarlem, Genootschap Teyler, 1890: Kunstbeschouwing … van de aquarellen-portefeuille van mej. Elisabeth Verwoert

  • “aquarellen” [4 aangekocht door Genootschap Teyler en 2 door particulieren volgens Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (7 juli 1890), p. 5 via Delpher]

Arnhem 1890: Internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, 17 juli – 15 september

  • “Het binnenkomen van een visschersschuit te Katwijk” (nr. 498)
  • “Een avond aan zee” (nr. 499)

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1890: Tentoonstelling van kunstwerken vervaardigd door leden der Maatschappij, oktober [recensie in Het nieuws van den dag (18 november 1890), p. 5 via Delpher]

  • “De Waal bij Nijmegen” (nr. 191)

Maastricht, Societeit Momus, 1890-1891: Internationale tentoonstelling van schilderijen, aquarels, teekeningen, etsen, enz. en beeldhouwwerk, 21 december – 18 januari

  • “Wintergezicht” (nr. 501)
  • “Avond aan ’t strand” (nr. 502)

Rotterdam 1891: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken

  • “Landschap” (nr. 454)
  • “Aan den Wassenaarschen weg” (nr. 455)

Den Haag 1893: Tentoonstelling van kunstwerken

  • “Aan de lage Vuursche” (nr. 396)

Arnhem 1893: Tweede internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, 8 augustus – 19 september

  • “Landschap” (nr. 413)

Rotterdam 1894: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken

  • “Het molentje aan de Lage Vuursche” (nr. 455)
  • “Wintergezicht” (nr. 456)

Haarlem, Teylers Genootschap, 1895: Kunstbeschouwing [van] de portefeuille van mej. Elizabeth Verwoert

  • “aquarellen” [vier aquarellen werd verkocht volgens Arnhemsche courant (4 december 1895), p. 5 via Delpher]

Amsterdam 1895: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters

  • “Wintergezicht aan den Amsteldijk (nr. 416)
  • “Lent bij Nijmegen bij buiïg weêr” (nr. 417) [beide schilderijen verkocht volgens Arnhemsche courant (4 december 1895), p. 5 via Delpher]

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1895: Tentoonstelling van kunstwerken vervaardigd door leden der Maatschappij

  • “Studie in de duinen” (nr. 35)

Arnhem, Kunst en Intellectie, 1895: Kunstbeschouwing [van] de portefeuille van mej. Elizabeth Verwoert [recensie in Arnhemsche courant (25 december 1895), p. 5 via Delpher]

  • “een zestigtal aquarellen … stilleven, water en bloemen … landschappen”

Maastricht, Sociëteit Momus, 1896: Internationale tentoonstelling van schilderijen, aquarels, teekeningen, etsen, beeldhouwwerk, enz., 23 augustus – 27 september

  • “Een bomschuit te Katwijk aan Zee” (nr. 332)
  • “Avond aan het strand” (nr. 333)

Arnhem, Kunst en Kennis, 1900: De Kunstverzameling van Mevrouw de Man-Calkoen [recensie in Arnhemsche courant (27 januari 1900 via Delpher]

  • “aquarel … plekje bij Wolfhezen”

Scheveningen 1902: Exposition internationale à Schéveningue. Catalogue de peintures, sculptures et autres œuvres d’art 

  • “Aquarelle ‘hiver'” (nr. 121; als “Vervoert”)

Literatuur

Catalogi

  • Cat. Amsterdam 1877. Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende meesters te Amsterdam in den jare 1877 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 36. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1880. Tentoonstelling van kunstwerken van Levende Meesters te Amsterdam in den jare 1880 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 39. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1895. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, te Amsterdam, in den jare 1895 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 33. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1874Tentoonstelling van Teekeningen, enz. in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae (Amsterdam: erven H. van Munster & zoon), p. 15. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1876a. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae. Oct. / November 1876 (Amsterdam: Erven H. van Munster & Zoon), p. 20. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1876b. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae. Tweede serie, Nov. / December 1876 (Amsterdam: Erven H. van Munster & Zoon), p. 21. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1878. Catalogus van de Tentoonstelling van Schilderijen enz. van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae (Amsterdam: Erven H. van Munster & Zoon), p. 22. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1879Catalogus van de Tentoonstelling van Kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae (Amsterdam: Erven H van Munster & Zoon), p. 29. [RKD Library
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1881Catalogus van de Tentoonstelling van Teekeningen enz. in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae (Amsterdam: Erven H. van Munster & zoon), p. 14. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1882Catalogus van de Tentoonstelling van Kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae (Amsterdam: Erven H. van Munster & zoon), p. 27. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1883Catalogus van de Tentoonstelling van Teekeningen van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae (Amsterdam: Erven H van Munster & Zoon), p. 21. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1884Catalogus van de Tentoonstelling van Kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae (Amsterdam: Erven H van Munster & Zoon), p. 27. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1885Catalogus van de Tentoonstelling van Kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae (Amsterdam: Erven H van Munster & Zoon), p. 26. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1886. Catalogus van de kunstwerken, geschonken aan het ondersteuningsfonds, opgericht door het Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap, tentoongesteld in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae. 14 Februari 1886 (Amsterdam), p. 29. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1890Tentoonstelling van kunstwerken vervaardigd door leden der Maatschappij. October 1890 ([Amsterdam]), p. 21. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1895. Tentoonstelling van kunstwerken vervaardigd door leden der Maatschappij ([Amsterdam]), z.p. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Panorama-gebouw Plantage, 1882. Catalogus van de tentoonstelling van kunstwerken door vrouwen vervaardigd, in de kunstzaal van het Panorama-gebouw, Plantage tegenover Artis (Amsterdam: Roeloffzen & Hübner), p. 15. [RKD Library]
  • Cat. Arnhem, Artibus Sacrum, 1875Catalogus van de tentoonstelling van schilderijen enz. te houden in de lokalen der Hoogere Burgerschool van den 1sten tot en met. den 26sten Augustus 1875 (Arnhem: G.J. Thieme), p. 24. [RKD Library]
  • Cat. Arnhem 1890Internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem, van 17 juli – 15 september 1890 (Arnhem: Van Mastrigt & Verhoeven), p. 38. [RKD Library]
  • Cat. Arnhem 1893Tweede internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem, Musis Sacrum, van 8 augustus – 19 september 1893 (Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven), p. 34. [RKD Library]
  • Cat. Den Haag 1878Lijst van kunstwerken van levende meesters, ’s Gravenhage1878 (Den Haag: W. Carpentier), p. 41. [RKD Library]
  • Cat. Den Haag 1881Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te ’s Gravenhage 1881 (Den Haag: W. Carpentier), p. 33. [RKD Library en Google Books]
  • Cat. Den Haag 1890Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te ‘s-Gravenhage 1890 (Den Haag: Mouton), p. 34. [RKD Library]
  • Cat. Den Haag 1893Tentoonstelling van kunstwerken. ’s Gravenhage 1893 (Den Haag: Mouton & Co), p. 30. [RKD Library en Google Books]
  • Cat. Goes 1881Catalogus van de tentoonstelling van kunstwerken op het gebied van schilder- en teekenkunst vervaardigd door binnenlandsche of buitenlandsche Levende Meesters, geopend van den 4den Juni tot en met den 30sten Juni 1881, op het Raadhuis te Goes (Goes: S.J. de Jonge), p. 23. [RKD Library]
  • Cat. Groningen, 1877. Lijst van schilderijen van levende Nederlandsche meesters, waarvan de tentoonstelling zal plaats hebben van wege het kunstlievend genootschap, ter aanmoediging en bevordering van teeken- en schilderkunst, onder den naam: Pictura (Groningen: gebroeders Hoitsema), p. 35. [RKD Library]
  • Cat. Groningen 1880Lijst van schilderijen van levende Nederlandsche meesters waarvan de tentoonstelling zal plaats hebben van wege het kunstlievend genootschap ter aanmoediging en bevordering van Teeken- en Schilderkunst, onder den naam: Pictura, te Groningen (Groningen: Van Heijningen Bosch & Co), p. 29. [RKD Library]
  • Cat. Groningen 1883Lijst van schilderijen van levende Nederlandsche meesters waarvan de tentoonstelling zal plaats hebben van wege het kunstlievend genootschap Pictura, te Groningen (Groningen: J.B. Wolters), p. 28. [RKD Library]
  • Cat. Groningen 1886Lijst van schilderijen van schilderijen van levende Nederlandsche meesters, waarvan de tentoonstelling zal plaats hebben van wege het kunstlievend genootschap Pictura, te Groningen (Groningen: J.B. Wolters), p. 23. [RKD library]
  • Cat. Groningen 1889Lijst van schilderijen van levende Nederlandsche meesters, op de tentoonstelling van wege het genootschap Pictura, te Groningen (Groningen: J.B. Wolters), p. 29. [RKD library]
  • Cat. Leeuwarden 1878. Catalogus der tentoonstelling van voorwerpen van nijverheid en kunst, uitsluitend door vrouwen vervaardigd, te houden te Leeuwarden, in den Zomer van 1878 (Leeuwarden: J.R. Miedema), p. 88. [Google Books]
  • Cat. Maastricht 1890-1891Internationale tentoonstelling van schilderijen, aquarels, teekeningen, etsen, enz. en beeldhouwwerk (buiten programma) te Maastricht, georganiseerd door de Societeit Momus. Afdeeling: Beeldende Kunsten (Maastricht: Leiter-Nypels), p. 35. [RKD Library en Google Books]
  • Cat. Maastricht 1896Internationale tentoonstelling van schilderijen, aquarels, teekeningen, etsen, beeldhouwwerk, enz… georganiseerd door de Sociëtiet Momus, afd. Beeldende Kunsten (Maastricht: Leiter-Nypels), p. 25. [Google Books]
  • Cat. Rotterdam 1876Catalogus der schilder- en kunstwerken, op de tentoonstelling door de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1876 (Rotterdam), p. 47. [RKD Library en Google Books]
  • Cat. Rotterdam 1879Catalogus van schilder- en kunstwerken, op de tentoonstelling door de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1879 (Rotterdam: Stefanus Mostert & Zonen), p. 50. [RKD Library]
  • Cat. Rotterdam 1882Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken, in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1882 (Rotterdam), p. 42. [RKD Library en Google Books]
  • Cat. Rotterdam 1885Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken, in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1885 (Rotterdam), p. 44. [RKD Library en Google Books]
  • Cat. Rotterdam 1888Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen, te Rotterdam, in 1888 (Rotterdam), p. 45. [RKD Library]
  • Cat. Rotterdam 1891Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen, te Rotterdam, in 1891 (Rotterdam), p. 42. [RKD Library]
  • Cat. Rotterdam 1894Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken, in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1894 (Rotterdam: Stefanus Mostert & Zonen), p. 43. [RKD Library]
  • Cat. Scheveningen 1902. Exposition internationale à Schéveningue. Catalogue de peintures, sculptures et autres œuvres d’art (Den Haag: M. v.d. Beek’s Hof-Boekhandel), p. 87. [Delpher]

Overig

  • Dieteren, Fia, ‘Perk, Christina Elizabeth’, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, laatste update: 12 juli 2017 [online].
  • I.H. v. E., ‘Een schildershuis op de Rozengracht’, Amstelodamum 40 (1953), p. 40-43. [Delpher]
  • Jensen, Lotte, ‘”Bij uitsluiting voor de vrouwelijke sekse geschikt”. Vrouwentijdschriften en journalistes in Nederland in de achttiende en negentiende eeuw’, dissertatie Universiteit van Amsterdam, 2001. [UvA-DARE]
  • Klarenbeek, Hanna, Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 (Bussum: Thott, 2012), p. 108, 205 en 209.
  • Scheen, Pieter A., Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, herziene ed. (Den Haag: Scheen, 1981), p. 548.

Noten

[1] Stadsarchief Amsterdam, archief 64: Archief van de Commissie voor de Tentoonstelling van Kunstwerken van Levende Meesters, 15 Tentoonstelling 1877, inv.nr. 71 Ingekomen stukken van inzenders., brief nr. 117 [Stadsarchief Amsterdam].

[2] Cat. Den Haag 1878, p. 41.

[3] I.H. v. E. 1953, p. 42.

[4] Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 1744, 21 september 1836, Bevolkingsregister 1874-1893 [Stadsarchief Amsterdam].

[5] Stadsarchief Amsterdam, archief 5416, inv.nr. 127, 21 september 1836, Overgenomen delen [Stadsarchief Amsterdam]. Voor het vertrek van Deelman naar Baarn, zie Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 1712, 21 september 1836, Bevolkingsregister 1874-1893 [Stadsarchief Amsterdam].

[6] ‘Herengracht 34’, website Amsterdam van de Amsterdam Cultuur-Historische Vereniging, voor het laatst bewerkt op 20 april 2025 [online]. In 1882 wordt De Antonidesschool verbouwd tot openbare lagere school der 4e klasse voor meisjes.

[7] Bijdragen tot de algemeene statistiek van Nederland, aflevering IV: Lager Onderwijs (1878), p. 60-61 [Google Books]. Stokhuijzen wordt al hoofdonderwijzeres van deze school genoemd voordat de school goed en wel zijn deuren heeft geopend. Zie bericht in Het vaderland (1 september 1871), p. 2 [Delpher]. Stokhuijzen krijgt in 1907 eervol ontslag als hoofdonderwijzeres “uit hoofde van lichaamsgebreken”. Zie Stadsarchief Amsterdam, archief 5175, inv.nr. 2059, Pensioenkaarten [Stadsarchief Amsterdam].

[8] F.A.L. in Ons streven 8, nr. 40 (3 oktober 1877), p. 159 [Delpher]. Lotte Jensen (2001, p. 259) die het tijdschrift uitvoerig bestudeerde, wist de schrijver met de initialen F.A.L. niet te identificeren. De eindredacteur van het blad (dat overigens wordt opgericht door Betsy Perk, zie verderop) Reinoudina de Goeje, kwam nog kort ter sprake in mijn blogpost ‘Album Rotterdam-Krakatau’. Over haar, zie ook Inge de Wilde, ‘Goeje, Reinoudina de’, in Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, laatste update 13 januari 2014 [DVN].

[9] Stadsarchief Amsterdam, archief 64: Archief van de Commissie voor de Tentoonstelling van Kunstwerken van Levende Meesters, 19: Tentoonstelling 1892, inv.nr. 107: Register op de ingekomen stukken, nr. 337 [Stadsarchief Amsterdam].

[10] Vanwege de combinatie van de twee namen zal het hier waarschijnlijk om Elisabeth Verwoert en een van de zussen Stokhuijzen gaan, hoewel in de krant bij de vrouwennamen staat dat ze uit Rotterdam komen, niet uit Amsterdam.

[11] Twee gesigneerde aquarellen met vissersschuiten bij Domburg, eerder in bezit van het echtpaar Verwey-van Willes, is in 1945 gestolen. Zie Collectie Nederland: Cultuurgoederen Tweede Wereldoorlog, voor de aangifte van de diefstal.

[12] Voor de overlijdensakte, zie Gelders Archief te Arnhem, archief 0207A, inv.nr. 8973.08, 02-06-1910, Ubbergen, Overlijdensregister, aktenr. 28 [Gelders Archief].

[13] Over Betsy Perk, zie Dieteren 2017.

[14] Mevrouw Ciccolini is waarschijnlijk Susanna Francisca Christina Frohnhäuser die in 1859 te Arnhem met de Italiaan Alexander Petrus Pius Venantius Marquis Ciccolini trouwt. Voor de huwelijksakte, zie Gelders Archief te Arnhem, archief 0207, inv.nr. 159.01, 07-03-1859, Arnhem, Huwelijksregister, aktenr. 27 [Gelders Archief].

[15] Stadsarchief Amsterdam, archief 5175, inv.nr. 2020, 21 september 1836, Pensioenkaarten [Stadsarchief Amsterdam]. Verwoert werkt dan al een tijd niet meer op de Antonidesschool van Maria Stokhuijzen. In 1895 wordt haar namelijk ontslag verleend als lerares aan de openbare lagere school aan de Koningin-Emmakade in Den Haag volgens De avondpost (26 juni 1895), p. 2 [Delpher]. Mogelijk is Verwoert daar als tekenlerares gestart in 1891 wanneer de Haagse school wordt opgericht. Waar ze in de periode van haar ontslag 1895 tot haar pensioen in 1900 werkt, is mij echter niet duidelijk.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top