Voor vrouwen gesloten
Wanneer de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam haar poort in 1871 voor vrouwen opent, is Elisabeth Verwoert (1836-1905) een van de eersten die wordt toegelaten. Al langer werkzaam als onderwijzeres, wordt ze er vooral verder bekwaamd in het geven van tekenonderwijs. Desalniettemin gaat ze erna tevens aan de slag als kunstschilderes, en met succes. Daaraan gaat echter wel een bewogen jeugd vooraf. Ze verliest bijvoorbeeld haar moeder op jonge leeftijd en een jongere zus met een geestelijke beperking verdrinkt in de grachten van Gouda.
Winkeliersdochter
Elisabeth Verwoert, die voluit Maria Elisabeth Verwoert heet, is een dochter van winkelier of kruidenier Johan (Jan) Tristron Verwoert en huisvrouw Maria Elizabeth Deelman.[1] Het stel trouwt op 5 april 1826 in Amsterdam.[2] Van de kinderen die het echtpaar Verwoert-Deelman daarna krijgt, heb ik geen geboorteakten kunnen vinden. Gelukkig zijn er ook andere manieren om te achterhalen wanneer hun kinderen geboren worden. Als Johan Tristron Verwoert namelijk rond 1850 ingeschreven staat op het adres Korte Prinsengracht 172, woont hij daar met vijf kinderen, te weten Johanna Arend, Sara, Maria Elisabeth, Willem Fredrik en Carolina.[3]
Bovendien laat Verwoert bij gelegenheid familieberichten in dagbladen plaatsen waaruit blijkt dat het echtpaar meer kinderen krijgt dan de genoemde vijf. Tevens blijkt daaruit dat het jonge gezin te maken krijgt met verlies. Hun allereerste kind wordt namelijk geboren op 4 januari 1827, maar sterft binnen een dag volgens verdrietig bericht in Opregte Haarlemsche courant (11 januari 1827).
Vervolgens wordt op 30 oktober 1827 een dochter geboren volgens Opregte Haarlemsche courant (3 november 1827). Waarschijnlijk is dit Clasina Johanna op wiens overlijdensakte in 1893 Verwoert en Deelman als ouders genoemd worden.[4] Clasina Johanna woont echter sinds jonge leeftijd bij een tante in huis en niet bij haar vader zoals de andere kinderen.[5] De redenen daarvoor zijn onduidelijk. Een jaar na de geboorte van Clasina Johanna volgt dan een tweeling van het vrouwelijk geslacht volgens bericht in Opregte Haarlemsche courant (28 november 1829). Wat met deze dochters gebeurt, is evenmin helder. Ze staan later namelijk niet op het adres Korte Prinsengracht bij de rest van het gezin.
Stuipen
Vervolgens komen Johanna Arend en Sara ter wereld, respectievelijk op 30 november 1828 en op 2 december 1830. Op 29 juli 1832 wordt dan een jongetje geboren dat de naam Jan Tristron krijgt, maar deze overlijdt nog vóór zijn eerste verjaardag “aan eene bezetting op de borst” volgens een overlijdensbericht in Opregte Haarlemsche courant (11 juli 1833).[6] Op 5 februari 1834 wordt wederom een jongetje geboren dat opnieuw de naam Jan Tristron krijgt volgens bericht in Opregte Haarlemsche courant (5 februari 1835). Ook deze overlijdt als hij 7 maanden oud is “aan de gevolgen van stuipen” volgens familiebericht in dezelfde krant (1 september 1835).
Na deze tragedies volgt Elisabeth – de latere kunstschilderes – op 21 september 1836. Op 11 maart 1838 komt nogmaals een tweeling ter wereld volgens bericht in Opregte Haarlemsche courant (15 maart 1838). Hoewel de twee kinderen te vroeg worden geboren, verkeren de jongen en het meisje in goede gezondheid. Dat staat althans in het krantenbericht. Hun levenslot heb ik echter evenmin kunnen achterhalen. Vervolgens komen Willem Fredrik en Carolina ter wereld, op 24 augustus 1839 en op 23 juni 1841. Op 12 augustus 1842 ten slotte komt een dood kindje ter wereld volgens bericht in Algemeen handelsblad (16 augustus 1842). Mogelijk komt ook moeder Maria Elizabeth Deelman kort daarop te overlijden. Immers, wanneer Johan Tristron Verwoert met vijf van zijn kinderen aan de Korte Prinsengracht woont, staat Deelman niet op dit adres vermeld.
Kortom Verwoert en Deelman krijgen dus ten minste zes kinderen die de volwassenheid bereiken: Clasina Johanna (1827), Johanna Arend (1828), Sara (1830), Elisabeth (1836), Willem Fredrik (1839) en Carolina (1841). Daar staat tegenover dat ten minste vier kinderen op jonge leeftijd overlijden, onder wie twee jongetjes met de naam Jan Tristron. Wellicht overlijden er zelfs acht jong, want van beide tweelingen, die geboren worden in 1829 en 1838, heb ik het lot niet kunnen achterhalen.
Ooms in Amsterdam
Op 19 mei 1851 verhuist vader Verwoert met zijn kinderen naar Winterswijk waar hij oorspronkelijk vandaan komt en waar zijn familie nog steeds woont.[7] Volgens de bevolkingsregisters huist Elisabeth tot december 1856 bij haar vader in de Achterhoek, maar in die jaren verblijft ze ook korte periodes bij de broers van haar overleden moeder in Amsterdam. In 1851 woont ze bijvoorbeeld van 24 mei tot 22 juli bij haar oom, koopman Wilhelm George Deelman en zijn gezin, op Prinseneiland.[8]
In hetzelfde jaar woont Elisabeth bovendien kortstondig bij een andere oom, namelijk Hendrik Deelman die dan directeur is van brouwerij De Haan aan de Gelderschekade.[9] Ook Herman Deelman is een broer van Verwoerts moeder.[10]
Vader
Dan overlijdt op 27 juli 1856 Elisabeths vader.[11] Tot december wonen de broers en zussen nog in Winterswijk, maar in januari 1857 trekken Elisabeth, 20 jaar oud, haar zussen Sara en Carolina en haar broer Willem Fredrik in bij Wilhelm George Deelman en zijn gezin op Prinseneiland.[12] Deelman neemt dan de volledige zorg voor de kinderen op zich, zo blijkt ook uit de de militieregisters. Wanneer Willem Fredrik Verwoert daar namelijk wordt ingeschreven, staat Deelman vermeld als wettelijke voogd van de jongen.[13] Omdat de andere kinderen ook bij hem in huis wonen, ligt het voor de hand dat Willem Fredrik ook als hun voogd optreedt.

In december 1859 trekt Elisabeth vervolgens in bij haar tante Sara Deelman en haar echtgenoot, boekhouder Johannes Fredrik Strumphler, aan de Gelderschekade. Verwoert blijft vervolgens 20 jaar lang bij haar tante in huis wonen, eerst op nummer 419, daarna op nummer 439 en ten slotte op nummer 47.[14]
Uit het water
In de tussentijd voltrekt zich echter nog een familiedrama. Elisabeths zus Carolina sterft namelijk, op 18 juni 1867. Ze is dan pas 23 jaar oud. In haar overlijdensakte wordt over het sterfgeval vermeldt dat zij “uit het water van de peperstraat alhier, overleden, is opgehaald”.[15] Met andere woorden, Carolina verdrinkt in het water van een Goudse gracht. Een bericht van vergelijkbare bewoordingen verschijnt vervolgens ook in verschillende dagbladen:

Het korte krantenbericht over het meisje van 23 jaar dat uit het water van de Peperstraat is opgevist, moet dus wel over Elisabeths zus Carolina Verwoert gaan. Uit deze berichten blijkt bovendien nog meer waarover de overlijdensakte zwijgt: de jonge vrouw kampte waarschijnlijk met een geestelijke beperking.
Huisonderwijzeres
Tussen alle familieperikelen door gaat Elisabeth Verwoert tekenlessen volgen, al is niet bekend vanaf wanneer precies. Mogelijk is het al kort na het overlijden van haar vader, wanneer ze naar Amsterdam verhuist. Ze gaat op zeker moment in de leer bij beeldhouwer en schilder Louis Royer, die van 1851 tot 1859 directeur van de Rijksakademie in Amsterdam is geweest en daar inmiddels is opgevolgd door schilder Auguste Allebé.[16]

Als Verwoert dan in 1868 aan een tentoonstelling in Arnhem deelneemt, is dat meteen een succes. Een recensent van Algemeen handelsblad (12 augustus 1868) schrijft namelijk dat haar tekening in waterverf, getiteld “Fantaisie”, hen bevalt. In het voorjaar 1870 legt Elisabeth bovendien met goed gevolg examen af waarmee ze haar akte van bekwaamheid als huisonderwijzeres in het tekenen krijgt.[17]
Voor de duidelijkheid, vrouwen mogen zich dan nog niet inschrijven als leerling. Met andere woorden, de poort van de academie is voor vrouwen gesloten en zij zijn dus gedwongen om zich via privélessen in de kunst te scholen.
Rijksakademie
Als dan vanaf januari 1871 vrouwen officieel worden toegelaten tot de Rijksakademie, schrijft Verwoert zich onmiddellijk in en op 7 februari slaagt ze voor haar toelatingsexamen.

In 1871, als niet al eerder, komt Verwoert bovendien in contact met schrijfster en feministe Betsy Perk. Als deze later, in 1895, in een toespraak enkele wapenfeiten van Verwoert opsomt, laat Perk weten ook hand te hebben gehad in het besluit van de academie om de deuren voor vrouwen open te zetten. In een verslag van deze speech schrijft een verslaggever van Arnhemsche courant (25 december 1895) namelijk:
Bovendien was zij [Verwoert] de eerste, die de voor dames gesloten poort der Kunstacademie kon doorgaan, toen het spreekster [Perk] gelukken mocht, die der vrouwelijke kunne te helpen ontsluiten.
Volgens Perk is Verwoert dus zelfs de eerste die de academie betreedt. In feite deelt Verwoert deze eer met twee andere vrouwen. Als zij namelijk op 7 februari 1871 voor het toelatingsexamen slaagt, leggen ook M.H. Stoffers en Janna Willemina Götte dit examen met goed gevolg af.[18] Kort na deze drie pionierende vrouwen, start schilderes Clémence Pruijs Van der Hoeven aan de academie. Zij doet namelijk toelatingsexamen op 28 februari. Kort daarop volgt Sara Sartorius over wie ik al eens de post ‘Zijn kunstzuster’ schreef.
Tekenonderwijs
Hoewel kunstenaarsbiograaf Pieter Scheen over Verwoert schrijft dat Verwoert aan de Rijksakademie schilderlessen neemt, leggen Götte, Stoffers en Verwoert zich alledrie toe op het tekenonderwijs volgens het stamregister van de academie.[19] In overeenstemming daarmee stuurt Verwoert eind 1871 een tekening in houtskool en zwart krijt naar een tentoonstellings-bazar van vrouwelijke nijverheid en kunst in Delft, georganiseerd door de vereniging Arbeid Adelt.[20] Deze vereniging is kort daarvoor opgericht door eerdergenoemde Betsy Perk.

Verwoerts krijttekening krijgt vervolgens de eer om als eerste prijs voor de loterij te dienen. Dat vermeldt tenminste Anna (Mienette) Storm-van der Chijs in haar bespreking van de expositie.[21] Daar noemt de recensente Verwoert zowel een van “de leerlingen der Amsterdamsche Academie” als “de tegenwoordige onderwijzeres in ’t handteekenen aan de Middelbare Meisjesschool(?) aldaar”. Terwijl ze lessen volgt aan de academie, is Verwoert dus ook nog steeds als tekendocent aan het werk.
Niet zeer bevredigend
Götte volgt slechts kort kunstonderwijs, want zij verlaat de Rijksakademie in hetzelfde jaar dat ze er begint. Verwoert daarentegen blijft langer, tot 1872. Ondanks het succes op de tentoonstellings-bazar krijgt zij van haar docenten echter geen bijzonder gunstig oordeel. In het stamregister van studenten staat immers:
Heeft zich bijzonder op het teekenonderwijs toegelegd. De uitkomsten waren niet zeer bevredigend.
Over Stoffers ten slotte – die de academie pas in 1873 verlaat – wordt gunstiger geoordeeld:
Legde zich meer bepaald op het teekenonderwijs toe en niet zonder vrucht.
Desondanks wordt Stoffers geen kunstschilderes. Zij gaat namelijk vooral aan het werk als onderwijzeres in het tekenen aan verschillende dagscholen voor meisjes in Amsterdam.
Dagscholen voor meisjes
M.H. Stoffers is waarschijnlijk Margaretha Hendrika Stoffers (1850/1851-1925) die net als Verwoert onderwijzeres in het tekenen is.[22] Stoffers is een van de dochters van kruidenier/winkelier Pieter Jacobus Stoffers en huisvrouw Elisabeth Bakker.[23] Na haar verblijf aan de academie is Stoffers werkzaam als docent in het tekenen aan maar liefst drie verschillende dagscholen voor meisjes tegelijk. In 1878 staat zij namelijk voor de klas in de Comeniusschool aan de Egelantiersstraat, aan de Roemer Visscherschool aan de Nieuwzijds Voorburgwal en aan de Tesselschadeschool aan de Muidergracht.[24] Ieder van deze scholen huisvest maar liefst 155 leerlingen.
In 1909 krijgt Stoffers eervol ontslag als onderwijzeres in het tekenen wegens opheffing van de Roemer Visscherschool volgens Het nieuws van den dag (22 mei 1909). In 1911 volgt opnieuw ontslag, dit keer vanwege opheffing van de Tesselschadeschool, volgens Algemeen handelsblad (16 juli 1911). Met ingang van 1 september 1916 vraagt Stoffers zelf ontslag als tekendocent aan de Comeniusschool volgens Algemeen handelsblad (7 mei 1916). Per 1 november krijgt zij vervolgens per Koninklijk Besluit haar pensioen volgens Nederlandsche staatscourant (2 november 1916).
Verder in de kunst
Dat Verwoert zich – net als haar twee vrouwelijke medeleerlingen overigens – aan de academie vooral toelegt op het tekenonderwijs. ligt misschien voor de hand, want ze is namelijk al enige tijd als tekenlerares werkzaam. Haar opleiding is vervolgens misschien niet wat ze ervan verwachtte, maar door het matige oordeel van haar docenten laat Verwoert zich niet tegenhouden. Sterker nog, ze weet het als kunstschilderes ver te schoppen, met werk dat geliefd is bij zowel critici als kopers. Daarnaast is ze jonge kunstenaressen tot steun, wellicht geïnspireerd en aangemoedigd door contact met schrijfster en feministe Betsy Perk die naar eigen zeggen heeft geholpen om de poort der academie voor vrouwen te openen en die zich bijzonder blijft inzetten voor vrouwenemancipatie.
Over Verwoerts carrière valt dus nog meer te vertellen, evenals over haar blijvende contact met Betsy Perk. Meer over haar indrukwekkende carrière als schilderes volgt in mijn aanstaande blogpost die volgende week online komt.
Selectie van werk
Verwoert schildert vooral landschappen waar ze geregeld veel ruimte geeft aan wolkenluchten. Ze legt daarbij een voorkeur aan de dag voor zeegezichten en duinlandschappen. Het werk in Frans Halsmuseum, genoemd door Scheen (1981, p. 548), is waarschijnlijk een pasteltekening van zeilschepen op een woelige zee (nr. 22). Werk in Zeeuws Museum Middelburg, dat Scheen ook noemt, heb ik niet kunnen traceren (nr. 23). Wel bevinden zich verschillende aquarellen van Verwoert in Teylers Museum (nrs. 13-14, 18 en 20). Van Verwoert komt daarnaast met enige regelmaar iets onder de hamer. Omdat zij haar schilderijen en aquarellen vaak signeert en dateert is er ook een chronologie aan te brengen. De datering van een winterlandschap (nr. 1) is overigens uitzonderlijk vroeg en verdient daarom wat meer aandacht. De overige gedateerde werken – die ik heb kunnen vinden – dragen namelijk een jaartal tussen 1875 en 1883.
Olieverf
1859

1. Namiddagzon in een winters bos, gesigneerd en gedateerd ‘Elisabeth Verwoert 1859’ (linksonder), olie op doek, 90 x 120 cm.
Herkomst: Den Haag, Venduehuis, veiling Classical Paintings & Drawings, 27 september – 11 oktober 2022, lot 10365.
Bron: Artnet en Artprice
1875

2. Vuurtoren te Katwijk, gesigneerd en gedateerd ‘Elisabeth Verwoert 1875’ (linksonder), olie op doek, 106 x 146,5 cm.
Herkomst: Den Haag, Glerum, veiling 19e eeuwse schilderijen, 13 november 1996, lot 23; Amsterdam, Christie’s, veiling Fine 19th Century European Pictures, Watercolours and Drawings, 26 april 1989, lot 177.
Bron: RKD en Artprice
1876

3. De kust bij Scheveningen, gesigneerd en gedateerd ‘Elisabeth Verwoert 1876’ (rechtsonder), olie op doek, 106 x 139 cm.
Herkomst: Keulen, Kunsthaus am Museum, veiling 15 oktober 1975, lot 2071.
Bron: RKD
1877

4. Vuurtoren te Katwijk, gesigneerd en gedateerd, 1877, olie op doek, 110 x 133 cm.
Herkomst: Catawiki, veiling Klassieke kunst, 16 december 2017, lot 15359487
Bron: Mutual Art
1882
5. Bergstroom, gesigneerd en gedateerd ‘Elisabeth Verwoert / 1882’ (linksonder), olie op doek, 90 x 69 cm. Herkomst: Den Haag, Venduehuis, veiling Art and Antiques, 9 mei 2000, lot 284; Amsterdam, Christie’s, veiling Pictures – Watercolours and Drawings, 20 januari 1999, lot 437. Bron: Artprice en Christie’s
6. Nederlands rivierlandschap, gesigneerd en gedateerd 1882, olie op doek, 50,8 x 81,28 cm. Herkomst: Den Haag, Venduehuis, veiling Oil Paintings, Watercolours & Drawings, 11 augustus 1994, lot 92. Bron: Artory
1883

7. Hollands zomerlandschap met hooiende boeren, gesigneerd en gedateerd ‘Elisabeth Verwoert 1883’ (rechtsonder), olie op paneel, 33,5 x 45,5 cm.
Herkomst: Berlijn, Bassenge Auctions, veiling Gemälde Alter und Neuerer Meister Zeichnungen des 15.-19. Jahrhunderts, 27 november 2009, lot 6118.
Bron: Invaluable
18..

8. Rivierlandschap bij zonsondergang, gesigneerd ‘Elisabeth Verwoert 18..’ olieverf op paneel, 33 x 56 cm.
Herkomst: veiling 14 – 26 april 2021.
Bron: Mutual Art
Ongedateerd
9. Gezicht op huizen aan een vaart, gesigneerd (linksonder), olie op doek, 43 x 68 cm. Herkomst: Amsterdam, De Zwaan Veilinggebouw, veiling Spring Art and Antiques, 30 april-15 mei 2024, lot 6129. Bron: Artprice
10. Kustlandschap bij zonsondergang, gesigneerd, olie op paneel, 22,5 x 37,5 cm. Herkomst: Amsterdam, Sotheby’s, veiling 19th Century European Paintings, 21 november 1988, lot 38. Bron: Artprice

11. Brug, ‘Elisabeth Verwoert d’après J. Maris’ (linksonder), afmetingen onbekend.
Bron: Kunstveiling
Aquarel
1880
12. Houtsprokkelaarster in een besneeuwd boslandschap, gesigneerd en gedateerd (linksonder), waterverf op papier, 30,5 x 41 cm. Herkomst: Den Haag, Van Stockum’s Veilingen, veiling Kunst en Antiekveiling, lot 115. Bron: Artprice
Ongedateerd

13. Herfstdag, gesigneerd ‘Elisabeth Verwoert’ (linksonder) en ‘N: 46 Herfst’, waterverf op papier, 47,3 x 39,3 cm (papier).
Collectie: Haarlem, Teylers Museum, DD031; waarschijnlijk aangekocht tijdens een kunstbeschouwing van Genootschap Teyler in 1890.
Bron: Teylers Museum; Scholten 1904, nr. 603; Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (7 juli 1890), p. 5 [Delpher]

14. Een avond, gesigneerd ‘Elisabeth Verwoert’ (rechtsonder) en ‘N: 49 / Een Avond’, waterverf en dekverf op papier, 44 x 34,5 cm.
Collectie: Haarlem, Teylers Museum, DD033; waarschijnlijk aangekocht tijdens een kunstbeschouwing van Genootschap Teyler in 1890.
Bron: Teylers Museum; Scholten 1904, nr. 604; Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (7 juli 1890), p. 5 [Delpher]
15. Vissersvrouwen bij huizen aan duinrand te Katwijk, gesigneerd, waterverf op papier, 36,5 x 31,5 cm. Herkomst: Arnhem, Derksen Veilingbedrijf, 8 februari 2016, lot 408. Bron: LotSearch

16. Bomschuit voor anker voor het strand, gesigneerd ‘Elisabeth Verwoert.’ (rechtsonder), waterverf en dekverf op papier, 29,8 x 22,2 cm.
Herkomst: Den Haag, Venduhuis der Notarissen, veiling 19-21 november 2008, lot 9.
Collectie: Ede, Simonis & Buunk, 15753
Bron: Simonis & Buunk

17. Bomschuit, gesigneerd ‘Elisabeth Verwoert’ (linksonder), waterverf en dekverf op papier, afmetingen onbekend.
Herkomst: Catawiki, online veiling Classical Art, 16 november 2022, nr. 63854787.
Bron: Catawiki

18. Katwijk, gesigneerd ‘Elisabeth Verwoert’ (rechtsonder) en ‘N: 52 Studie (Katwijk) ‘, zwart krijt en waterverf op papier, 29,5 x 47,7 cm.
Collectie: Haarlem, Teylers Museum, DD034; Scholten 1904, nr. 604; waarschijnlijk aangekocht tijdens een kunstbeschouwing van Genootschap Teyler in 1890.
Bron: Teylers Museum; Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (7 juli 1890), p. 5 [Delpher]

19. Dorpsgezicht Katwijk, gesigneerd (rechtsonder), aquarel, 27 x 38 cm.
Collectie: Haarlem, Galerie Nieuw-Schoten
Bron: Galerie Nieuw Schoten

20. Avond aan zee, gesigneerd ‘Elisabeth Verwoert’ (rechtsonder) en ‘N: 54 Avond aan zee’, Zwart krijt, waterverf en gekleurde dekverf op papier, 26,8 x 36,4 cm.
Collectie: Haarlem, Teylers Museum, DD032; waarschijnlijk aangekocht tijdens een kunstbeschouwing van Genootschap Teyler in 1890.
Bron: Teylers Museum; Scholten 1904, nr. 603-604; Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (7 juli 1890), p. 5 [Delpher]

21. Bomschuiten op zee, gesigneerd ‘Elisabeth Verwoert’ (rechtsonder), waterverf en dekverf op papier, afmetingen onbekend.
Herkomst: Catawiki, online veiling Classical Art, 16 november 2019, nr. 30743487
Bron: Catawiki
Pastelkrijt

22. Marine, gesigneerd ‘E Verwoert’ (rechtsonder), pastelkrijt op papier, 31,2 x 45,7 cm.
Collectie: Haarlem, Frans Halsmuseum, mt I 476.
Bron: Frans Halsmuseum
Ongetraceerd
23. Avondstond, tekening. Collectie: Middelburg, Zeeuws Museum volgens Scheen 1981, p. 548; schenking volgens Middelburgsche courant (27 juni 1893), p. 2 [Krantenbank Zeeland]; bij navraag bij het museum blijkt het werk niet (langer) in de collectie.
Addendum d.d. 6 juli 2025

24. Dorp in de duinen bij nacht, met vuurtoren in het verschiet, gesigneerd (rechtsonder), olieverf op paneel, 23 x 35 cm.
Herkomst: Utrecht, Veilinghuis Peerdeman, veiling Kunst & antiek, zilver & sieraden, design, 6 juli 2025, lot 2021.
Bron: Peerdeman
Literatuur
- Derkinderen, A.J., De Rijks-Academie van Beeldende Kunsten te Amsterdam. Stads Teeken-Academie tot 1817, Koninklijke Academie 1817-1870, Rijks-Academie 1870-heden (Haarlem: Enschedé, 1908). [Delpher].
- Klarenbeek, Hanna, Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 (Bussum: Thott, 2012).
- van der Molen, Tom, ‘De Witte Haan: een koloniale familiebrouwerij in Amsterdam’, website Oneindig Noord-Holland, gepubliceerd 9 oktober 2020. [online]
- Scheen, Pieter A., Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, herziene ed. (Den Haag: Scheen, 1981).
- Scholten, H.J., Catalogue raisonné des dessins des écoles française et hollandaise, Musée Teyler à Haarlem (Haarlem: Loosjes, 1904). [Delpher]
- Stolwijk, Chris, Uit de schilderswereld. Nederlandse kunstschilders in de tweede helft van de negentiende eeuw (Leiden : Primavera Pers, 1998).
Noten
[1] Jan Tristron wordt op 14 april 1803 hervormd gedoopt in de Westerkerk, Maria Elizabeth hersteld Evangelisch-Luthers op 6 augustus 1802. Zie Stadsarchief Amsterdam, archief 5001, inv.nr. 114, 14 april 1803, DTB Dopen, aktenr. DTB 114, p.16 (folio 8v), nr. 259 [Stadsarchief Amsterdam] en id., archief 5001, inv.nr. 295, 6 augustus 1802, DTB Dopen, aktenr. DTB 295, folio p.406 (oud pag. 406), nr. 10 [Stadsarchief Amsterdam].
[2] Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.6, inv.nr. 79, 05-04-1826, Huwelijksakten van de gemeente Amsterdam, 1826, aktenr. Reg. 2 fol. 92v [Noord-Hollands Archief]. In de huwelijksakte wordt Verwoert winkelier genoemd. Volgens Stolwijk (1998, p. 292) is Jan Tristron Verwoert kruidenier.
[3] Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 939, 21 september 1836, Bevolkingsregister 1853-1863 [Stadsarchief Amsterdam] en id., archief 5000, inv.nr. 937, 21 september 1836, Bevolkingsregister 1851-1853, p. 585 [Stadsarchief Amsterdam].
[4] Clasina Johanna Verwoert overlijdt op 65-jarige leeftijd in Haarlem. Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.46, inv.nr. 31893, 05-07-1893, Overlijdensakten van de gemeente Haarlem, 1893, aktenr. 631 [Noord-Hollands Archief].
[5] Stadsarchief Amsterdam te Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 535, 30 oktober 1827, Bevolkingsregister 1853-1863 [Stadsarchief Amsterdam].
[6] De geboorte van het jongetje wordt vermeld in een familiebericht in Algemeen handelsblad (31 juli 1832), p. 3 [Delpher].
[7] Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers te Doetinchem, archief 0263, inv.nr. 3391, 1851, Bevolkingsregister Winterswijk register 17. Dorp, 1851-1861 [Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers].
[8] Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, inv.nr.964, 21 september 1836, Bevolkingsregister 1851-1853, p. 451 [Stadsarchief Amsterdam].
[9] Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, in.nr. 457, 21 september 1836, Bevolkingsregister 1851-1853, p. 524 [Stadsarchief Amsterdam]. Voor de brouwerij De Haan, zie van der Molen 2022.
[10] Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.6, inv.nr. 162, 23-07-1840, Huwelijksakten van de gemeente Amsterdam, 1840, aktenr. Reg. 3 fol. 105 [Noord-Hollands Archief]. Hij overlijdt in 1843 in Weesp met als beroep “inspecteur van verschwater”. Zie Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.132, inv.nr. 31853, 04-10-1853, Overlijdensakten van de gemeente Weesp, 1853, aktenr. 75 [Noord-Hollands Archief]
[11] Gelders Archief te Arnhem, archief 0207, inv.nr. 2392.08, 28-07-1856, Winterswijk, Overlijdensregister, aktenr. 96 [Gelders Archief].
[12] Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 966, 21 december 1836, Bevolkingsregister 1853-1863 [Stadsarchief Amsterdam].
[13] Id., archief 5182, inv.nr. 4149, 24 augustus 1839, Militieregisters [Stadsarchief Amsterdam].
[14] Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 393, 21 september 1836, Bevolkingsregister 1853-1863 [Stadsarchief Amsterdam]; id., archief 5000, inv.nr. 436, 21 september 1836, Bevolkingsregister 1853-1863 [Stadsarchief Amsterdam] en id., archief 5000, inv.nr. 1712, 21 september 1836, Bevolkingsregister 1874-1893 [Stadsarchief Amsterdam].
[15] Streekarchief Midden-Holland, archief 0060, inv.nr. 294, 21 juni 1867, BS Overlijdensregister, aktenr. 334 [Streekarchief Midden-Holland].
[16] Scholten 1904, p. 603.
[17] Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare 1870, nr. 7 (1870), p. 522 [Delpher]. Zie ook bericht in Het vaderland (17 mei 1870), p. 3 [Delpher].
[18] Stadsarchief Amsterdam, archief 90 Rijksakademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam, inv.nr. 175: 1870-1893 (1 t/m 445), folio 3, nr. 15 [Stadsarchief Amsterdam]. Ook Derkinderen 1908, Bijlage F Naamlijst der leerlingen, p. 9 en Klarenbeek 2012, p. 205, n. 133.
[19] Stadsarchief Amsterdam, archief 90 Rijksakademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam, inv.nr. 175: 1870-1893 (1 t/m 445), folio 3, nr. 15 [Stadsarchief Amsterdam]. Scheen (1981, p. 548) noemt Allebé als Verwoerts docent.
[20] Klarenbeek 2012, p. 115-117 en p. 209, n. 92.
[21] Anna Storm-van der Chijs, in Ons streven: courant der Nederlandsche vrouwen 2, nr. 51 (20 december 1871), p. 203 [Delpher].
[22] Stadsarchief Amsterdam te Amsterdam, Pensioenkaarten Deel: 2014, Periode: 1894, Amsterdam, archief 5175, inv.nr. 2014, 4 april 1851, Pensioenkaarten [Stadsarchief Amsterdam]. Zie ook Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, inventarisnummer 931, 4 april 1851, Bevolkingsregister 1851-1853, p. 1119 [Stadsarchief Amsterdam] en Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, inventarisnummer 1727, 4 april 1850, Bevolkingsregister 1874-1893 [Stadsarchief Amsterdam].
[23] Zie ook de overlijdensakte, Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.55, inv.nr. 31925, 05-01-1925, Overlijdensakten van de gemeente Hilversum, 1925, aktenr. 3 [Noord-Hollands Archief].
[24] Zie Bijdragen tot de algemeene statistiek van Nederland, aflevering IV: Lager Onderwijs (1878), p. 50-51 en 58-61 [Google Books].