Geboren op een schip
In juni 1878 vindt in Leeuwarden een tentoonstelling plaats van kunst en nijverheid vervaardigd door vrouwen. Het is de eerste in een reeks van exposities die een podium biedt aan vrouwen in de kunst. In de bijbehorende tentoonstellingscatalogus wordt een onderscheid gemaakt tussen vrouwen die zich bezig houden met objecten van nijverheid enerzijds en beeldende kunst anderzijds. Deze laatste groep omvat zowel gevestigde kunstenaars als jonge onbekenden, onder wie ene J. Allan uit Rotterdam. Deze vrouw exposeert dan negen “gekleurde photographiën” op de kunstafdeling.[1] Het is echter niet gemakkelijk om J. Allan te identificeren. Het blijkt deels een zoektocht met een open einde, maar levert ook een mooi verhaal op over een vrouw die wordt geboren op een schip, haar jeugd in Rotterdam doorbrengt en uiteindelijk verhuisd naar Nijmegen.
Kunst en nijverheid
De tentoonstelling “van kunst en nijverheid” in 1878 is een interessante. Zoals de naam al aangeeft, is er aandacht voor een breed scala aan technieken, zoals schilder-, teken-, naai-, knip-, plak- en borduurwerk. In de sectie Beeldende Kunst krijgen maar liefst 78 vrouwen de gelegenheid om hun werk aan een groot publiek te laten zien.[2] Behalve schilderijen en tekeningen gaat het dan ook om etsen en fotografie.

De tentoonstelling kwam verscheidene malen ter sprake in mijn blogs. Er exposeren immers kunstenaressen over wie ik al eens schreef, zoals Albertina Kranenborg, Sara Sartorius, Jaqueline Francine Nicola en Adriana van Ravenswaay. Sommigen van hen zijn vertegenwoordigd met één, andere met twee, drie of vier werken. Van Clémence Pruijs van der Hoeven en Sara Sartorius hangen er bijvoorbeeld elk zes tekeningen en schilderijen. Van Gerarda Henriëtte Matthijsen hangen er zelfs acht werken, waaronder vier foto’s. Naast veelzijdig kunstenares is zij bovendien de drijvende kracht achter de tentoonstelling,
Dood en levend
Kunstenaressen sturen eigen werk, maar kunsteigenaressen leveren ook bruiklenen: een vrouw met de naam W. Lemei uit Leeuwarden zendt namelijk, behalve voorwerpen van kunstnijverheid, een schilderij met honden van Henriëtte Knip, gedateerd 1843. Daarnaast stuurt S. Postma uit Leeuwarden twee schilderijen van Hermina van der Haas. T.K. Ringeler uit Maarssen ten slotte leent een tekening in dekverf van “Hamburger”, waarmee zowel Hélène Hamburger als haar overleden moeder Eleonora Hamburger-Fairbairn bedoeld kan worden.[3]
Op de tentoonstelling hangt dus niet alleen werk van levende kunstenaressen. Zoals gezegd lenen sommige kunstbezitters werk van overleden artiesten aan de organisatie. Een ander voorbeeld hiervan is de kunstverzamelaar, genaamd Assuerus Quaestius, uit Dronrijp. Naast werk van Anna Maria van Schurman geeft hij onder andere een bloemenschilderij van Adriana van Ravenswaay en tekeningen van de eveneens overleden kunstenaressen Elisabeth Alida Haanen, Henriëtte Geertruida Knip en Christina Chalon in bruikleen.[4] Albertina Kranenborg ten slotte die waarschijnlijk nog eigenhandig een schilderij opstuurt, is enkele maanden voor de opening overleden.
Jong en onbekend
Naast deze gevestigde namen is er echter ook werk van jonge onbekenden. Opvallend is ook de aandacht voor fotografie op de tentoonstelling. Zoals gezegd zijn er van Gerarda Henriëtte Matthijsen vier foto’s te zien. Van “J. Allan, Rotterdam” zijn er maar liefst negen “gekleurde photographiën” op de afdeling Schilderijen en Tekeningen.

Allans “photographiën” liggen op de afdeling beeldende kunst, maar ze is ook vertegenwoordigd op de afdeling nijverheid, waarvoor ze behalve “een gekleurde photographie” ook “een schilderij met 9 photographiën” en divers naaldwerk aanlevert.[5] Wellicht gaat het om zelfgemaakte foto’s, zoals die van Gerarda Henriëtte Matthijsen. Waarschijnlijker echter zijn het foto’s die Allan niet zelf maakt, maar wel kleurt. Van kleurenfotografie is in deze tijd immers nog geen sprake. Monochrome foto’s worden daarentegen wel met de hand ingekleurd, soms met kunstzinnig effect. Soms worden zelfs hele delen overgeschilderd met prachtig resultaat dat het midden houdt tussen een foto en een schilderij. Het hoeft dus niet te verwonderen dat voorbeelden hiervan op de tentoonstelling in Leeuwarden te zien zijn.

Vertegenwoordigd met meer dan twintig objecten over twee afdelingen is Allan bovendien één van de vrouwen van wie het meeste werk op de tentoonstelling te zien is.
Josephine Allan
Wie is deze vrouw genaamd J. Allan? Allan is geen veel voorkomende naam in Nederland. Dat Allan in Rotterdam woont ten tijde van de tentoonstelling, beperkt de mogelijkheden verder. Hoogstwaarschijnlijk is ze lid van een koopmansfamilie, afkomstig uit Glasgow, die zich vóór 1845 in Rotterdam gevestigd heeft.
Een J. Allan in bevolkingsarchieven van Rotterdam is Josephine Alice Elisabeth. Ze is de dochter van koopman William Allan en huisvrouw Mary Balentine Kellar, beide afkomstig uit Glasgow. Het echtpaar Allan-Kellar woont in 1844 reeds in Rotterdam. Dan wordt op 30 mei een zoon met de naam Willem Alexander geboren.[6] Lithograaf Carl Wilhelm Mieling uit Rotterdam doet aangifte van de geboorte. Het zoontje sterft overigens al na 14 dagen.[7]
Josephine wordt geboren op 24 november 1861 in Rotterdam.[8]
Toch blijkt deze Josephine niet dezelfde als J. Allan op de tentoonstelling in Leeuwarden. Josephine’s vader William Allan overlijdt op 28 augustus 1866.[9] Daarna worden in 1884, 1899 en 1903 in Den Haag akten opgemaakt waaruit blijkt dat weduwe Mary Balentine Kellar dan in Londen woont.[10] Waarschijnlijk reist ze daarheen na de dood van William in 1866 en neemt ze haar kinderen mee. Josephine Allan overlijdt namelijk in Londen op 15 augustus 1869 volgens Het vaderland (27 augustus 1869). Op dezelfde dag overlijdt ook haar zusje Adelaide Lucy. Josephine is 7, Adelaide Lucy pas 5 jaar oud.
Ook Adelaide was overigens in Rotterdam geboren. Een Rotterdamse koopman met de naam Barend Baljon deed aangifte van de geboorte bij de gemeente Rotterdam.[11] Zijn naam zullen we verderop weer tegenkomen.
Jane Dinapore Allan
Wie is dan J. Allan op de tentoonstelling in Leeuwarden? Rond die tijd blijkt er een tweede gezin Allan-Kellar in Rotterdam te wonen: John Allan en Jane Kellar. Jane Kellar en Mary Balentine zijn zussen. Mogelijk zijn William Allan en John Allan broers.[12] Dit tweede echtpaar Allan-Kellar heeft ook een dochter met de initiaal J. Zij heeft de bijzondere naam Jane Dinapore waarbij haar tweede naam verwijst naar haar bijzondere geboorteplaats: Jane wordt namelijk geboren aan boord van het emigrantenschip Dinapore op 16 augustus 1852, onderweg van Londen naar Port Philip in Australië.[13]
Als John Allan overlijdt, hertrouwt Jane Kellar met de Rotterdamse koopman en weduwnaar Barend Baljon die ik al eerder noemde. Hij deed in 1864 immers aangifte bij de geboorte van Adelaide Lucy Allan, het nichtje van zijn toekomstige echtgenote. Het huwelijk tussen Baljon en Kellar vindt plaats op 18 november 1875 in Rotterdam.[14]
Leeftijd en woonplaats maken Jane Dinapore Allan een sterke kandidaat als inzender van de foto’s naar Leeuwarden. Ten tijde van de tentoonstelling in 1878 woont ze immers met haar moeder en stiefvader in Rotterdam. Ze is dan 25 jaar oud. Bovendien is ze ten tijde van de expositie ongehuwd, zoals de enkele naam “J. Allan” in de tentoonstellingscatalogus doet vermoeden. Van getrouwde vrouwen worden immers vaak twee namen genoemd, zowel meisjesnaam als achternaam van de echtgenoot.
Nijmegen
Het gezin Baljon-Kellar blijft na de tentoonstelling in Leeuwarden niet lang in Rotterdam wonen. Op 31 augustus 1882 verhuist Baljon met zijn tweede vrouw naar Nijmegen.[15] Daar heeft het echtpaar namelijk een luxe villa laten bouwen. Deze woning aan de Annastraat, nummer 282 krijgt de naam Villa Violenhof. Kellars beide dochters Jane Dinapore en Wilhelmina Mary verhuizen mee.

Na overlijden van hun stiefvader en moeder blijven Jane Dinapore en Wilhelmina Mary in Villa Violenhof wonen. Wilhelmina overlijdt op 15 mei 1913.[16] Jane sterft op 20 maart 1922 na een “langdurige ziekte”, zo staat in een overlijdensbericht in Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant.[17]

Overigens staat in haar overlijdensakte dat Jane geboren is, onderweg van Australië naar Engeland. In de bevolkingsregisters van Nijmegen staat echter het omgekeerde: “Aan boord schip Dinapora op weg naar Port Philip”. Op 1 juli 1852 ligt de Dinapore met bestemming Port Philip immers nog voor anker in Londen.[18] Op 1 augustus vertrekt het naar Port Philip volgens The People’s Advocate and New South Wales Vindicator (30 oktober 1852). Onder de 200 passagiers bevindt zich dan de zwangere Jean Kellar. Jane wordt 2 weken daarna geboren, onderweg naar Australië dus, zoals vermeld in de bevolkingsregisters.
Enkele maanden na het overlijden van Allan wordt de Villa Violenhof met bijbehorende bloemen- en moestuin geveild volgens PGNC (26 augustus 1922).
Open einde
Hoogstwaarschijnlijk is J. Allan te identificeren als Jane Dinapore Allan die in Rotterdam woont op het moment dat de expositie in Leeuwarden opent. Zij is dan 25 jaar oud en ongehuwd, zoals de naamsvermelding in de catalogus suggereert.
Allan stuurt 10 gekleurde foto’s, een schilderij met 9 foto’s en naaldwerk. Het grootste deel van haar gekleurde foto’s wordt tentoongesteld op de afdeling Schilderijen en Tekeningen, de rest met het naaldwerk op de afdeling Nijverheid. Daardoor lijkt het er sterk op dat Allan niet zelf fotografeert, maar dat haar foto’s bewonderd worden vanwege de manier waarop ze deze kleurt of schildert. Dat ze er een plaats mee verovert tussen gevestigde schilderessen, zoals Thérèse Schwartze en Sientje Mesdag-van Houten, geeft wel aan dat Allan van de foto’s kunstwerken weet te maken.
Noten
[1] Cat. Leeuwarden, Catalogus der tentoonstelling van voorwerpen van nijverheid en kunst, uitsluitend door vrouwen vervaardigd, te houden te Leeuwarden, in den Zomer van 1878 (Leeuwarden: J.R. Miedema, 1878), p. 81, nr. 11 [Google Books].
[2] Peter Karstkarel, ‘Gerharda Henriëtte Matthijssen en de eerste tentoonstelling van kunst en nijverheid door vrouwen (1878)’, De Vrije Fries 68 (1988), p. 85-92, daar p. 90. Voor deze tentoonstelling, zie ook Hanna Klarenbeek, Penseelprinsessen & broodschilderessen: Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 (Bussum: Thoth, 2012), p. 117-120.
[3] Voor W. Lemei, zie cat. Leeuwarden, p. 21, nrs 674-678 (dekens) en p. 85, nr. 84 (schilderij van Knip); voor T.K. Ringeler, zie id., p. 89, nrs 168-169. Voor S. Postma te slotte, zie id., p. 86, nrs. 114-115. Voor
[4] Sieger Rodenhuis, ‘Assuerus Quaestius (1815-1887), grootgrond- en kunstbezitter uit de negentiende eeuw’, Fryslân 14, nr. 3 (2008), p. 19-23.
[5] Behalve p. 81 “Negen gekleurde photographiën”, zie cat. Leeuwarden, p. 9, nrs 253-266 (waaronder nogmaals een “Gekleurde photographie” en een “Schilderij met 9 photographiën”) [Google Books].
[6] Stadsarchief Rotterdam, archief 999-09, inv.nr. 1844B, aktenr. 1844.1498, folio b131 [Stadsarchief Rotterdam]. Mary Balentine en William Allan uit Rotterdam trouwen in Lewisham, county of Kent, in 1843, volgens Caledonian Mercury (9 oktober 1843).
[7] Voor de geboorteakte van Josephine, zie Stadsarchief Rotterdam, archief 999-01, inv.nr. 1861E, aktenr. 1861e.3840, folio e148v [Stadsarchief Rotterdam].
[8] Stadsarchief Rotterdam, archief 999-01, inv.nr. 1844B, aktenr. 1844.1360, folio b093 [Stadsarchief Rotterdam].
[9] Stadsarchief Rotterdam, archief 999-09, inv.nr. 1866E, aktenr. 1866.3765, folio e119v [Stadsarchief Rotterdam]. William Allan is de zoon van Ebenezer Allan en Mary Breckenridge.
[10] Haags Gemeentearchief te Den Haag, archief 0373-01, inv.nrs 2322, 10-07-1884, Gabriel Cornelis Visser Jzn. [Haags Gemeentearchief], 2790, 20-05-1899, Gerard van Rossem [Haags Gemeentearchief], 2791, 14-07-1899, Gerard van Rossem [Haags Gemeentearchief] en 2807, 14-07-1903, Gerard van Rossem [Haags Gemeentearchief].
[11] Voor de geboorteakte van Adelaide Lucy Allan, zie Stadsarchief Rotterdam, archief 999-01, inv.nr. 1864B, aktenr. 1864.906, folio b030 [Stadsarchief Rotterdam].
[12] Rond 1866 woont Jane Dinapore Allan tijdelijk in huis bij William Allan en Mary Balentine Kellar. Bij haar naam staat dan de toevoeging “Nicht”. Zie Stadsarchief Rotterdam, archief 494-03, inv.nr. 265, 1860, Bevolkingsregister, Wijk 14, adresnr. 1-111, 1860-1880, aktenr. 42 [Stadsarchief Rotterdam].
[13] Regionaal Archief Nijmegen, archief 679, inv.nr. 33426, 1910, Wijk G, deel 5, folio 107 [Regionaal Archief Nijmegen].
[14] Stadsarchief Rotterdam, archief 999-06, inv.nr. 1875F, aktenr. 1875.1123, folio f092v, 18 november 1875 [Stadsarchief Rotterdam].
[15] Stadsarchief Rotterdam, archief 494-03, inv.nr. 497S, 1880, Bevolkingsregister, Registernr. 40 A, gezinshoofden A-Bon, aktenr. 89 [Stadsarchief Rotterdam].
[16] Voor de overlijdensakte van Wilhelmina Mary Allan, zie Gelders Archief te Arnhem, archief 0207A, inv.nr. 8602.01, aktenr. 332, 15 mei 1913 [Gelders Archief]. Wilhelmina laat in Nijmegen een testament opmaken waarin ze haar zus Jane Dinapore tot haar erfgenaam benoemt. [Regionaal Archief Nijmegen]. Als Jane eerder dan Wilhelmina overlijdt, worden haar tante Mary Balentine Kellar aan haar drie dochters in Londen de erfgenamen. De twee zussen laten zelfs een overlijdensadvertentie plaatsen in PGNC (19 maart 1911) als ze horen van het overlijden van hun tante in Londen:

[17] Zie Gelders Archief te Arnhem, archief 0207A, inv.nr. 8608.01, aktenr. 330, 21 maart 1922 [Gelders Archief]: “geboren op het schip ‘Dinapore’ varende van Australië naar Engeland”.
[18] Onder andere ‘List of vessels laid on for these colonies in Great Britain’, The Empire (21 augustus 1852), p. 2. Zie ook ‘Departure of the chalmers and other emigrant vessels’, The People’s Advocate and New South Wales Vindicator (30 oktober 1852), p. 10.