Met meesterhand
Jonkvrouwe Maria Zubli-van den Berch van Heemstede (1841-1905) maakt vanaf 1882 razendsnel furore met haar aquarellen, want in mum van tijd is ze een van Nederlands meest geprezen schilderessen. Vervolgens wordt ze in een adem genoemd met kunstenaars als Thérèse Schwartze en Sientje Mesdag-van Houten, bijvoorbeeld in Soerabaijasch handelsblad (28 april 1884). Daarnaast musiceert en boetseert ze en is ze ook dichteres. Tijdens haar leven wordt ze dan ook geprezen om haar veelzijdigheid, en bovenal om het penseel dat ze met meesterhand hanteert.
Leiden
Om te beginnen stamt Maria uit een adellijke familie. Ze is namelijk de oudste dochter van Isaac Lambertus Cremer van den Berch van Heemstede, “Lid van den Raad”, en zijn echtgenote Christina Elizabeth Roelants. Isaac Lambertus Cremer van den Berch heeft in 1837 het Huize Heemstede in Houten gekocht en hij voegt vervolgens Van Heemstede toe aan zijn achternaam. In 1841 en 1842 wordt hij vervolgens tot de adelstand verheven, met het predicaat jonkheer.
Op 17 juni 1841 wordt vervolgens Maria geboren, aan de Breedestraat in Leiden.[1] Ze is de eerste van 11 kinderen. Eerst volgt in 1843 een meisje dat de naam Margaretha Bouwina krijgt, maar zij overlijdt in Huize Heemstede als zij pas 1 jaar oud is.[2] Na Maria en de jong gestorven Margaretha Bouwina worden aan de Leidse Breedestraat nog 7 kinderen geboren: Egbert in 1845, Geertruida in 1846, Bouwina in 1848, Godard in 1849, Johannes in 1851, Anna in 1854 en Laurens in 1856.[3] Na de verhuizing van het gezin naar de Papegracht volgen dan ten slotte nog 2 kinderen: Isaac in 1860 en Christina in 1863.[4]
Naar Den Haag
Op 26 april 1864 trouwt de 22-jarige Maria dan met Daniel Jean Zubli, adjunctcommies der eerste klasse, werkzaam ter provinciale griffie van Zuid-Holland.[5] Het jonge echtpaar gaat in Den Haag wonen en uit dit huwelijk wordt dan in 1866 Berthold Justus Daniel geboren.

Familieleed blijft Zubli echter niet bespaard. Op 28 augustus 1871 sterft namelijk eerst haar jongere zus Bouwina, pas 23 jaar oud. Een andere zus sterft kort daarna: Geertruida overlijdt in 1872, op 25-jarige leeftijd en het ergste leed moet dan nog komen. Op 18 april 1878 krijgt Maria een tweede zoon, die ze de naam Egbert Joan Isaac geeft, maar hij wordt slechts 1 jaar en 9 maanden oud.[6] Hij sterft namelijk op 28 januari 1880. Het verlies wordt vervolgens een terugkerend thema in de gedichten die Zubli schrijft en waaraan ik mijn volgende post zal wijden.
Aquarellen
Schilderlessen volgt Zubli inmiddels bij de bekende schilderes Margaretha Roosenboom die veel leerlingen onder haar hoede heeft en deze voornamelijk onderwijst in het schilderen van bloemen. Andere studenten van Roosenboom zijn bijvoorbeeld Marie Wuytiers, Adrienne van Hoogendorp s’Jacob en Maria Beelaerts van Blokland over wie ik al eens blogposts schreef. Naast bloemen wijdt Zubli zich aan landschappen. Daarvoor laat zij zich vooral adviseren door kunstenaar Philip Zilcken.[7] Haar werk gaat ze vervolgens signeren met haar getrouwde naam, aangevuld met de initialen van haar geboortenaam ‘M Zubli-vd B v H’.

Na Egberts overlijden treden de kunsten meer op de voorgrond. Vanaf 1882 verschijnt haar naam namelijk met regelmaat in kranten in verband met kunsttentoonstellingen.[8] Een van eerste journalisten die het werk van Zubli recenseert, is bijvoorbeeld E.O. in Het vaderland (21 november 1882). Mogelijk gaat het hier om de kunstcriticus Anton Cornelis Loffelt die onder het pseudoniem E.G.O. vaker voor Het vaderland schrijft. Deze schrijft dan over een bloem- en vruchtenschilderij in waterverf, te zien tijdens een kunstbeschouwing van kunsthandel Firma Goupil aan de Muzenstraat in Den Haag:
Kleur en toon verraden een lang niet gewoon meesterschap in de behandeling van kleur en waterverf.
Overigens is Zubli op deze kunstbeschouwing van Goupil een van de weinige vrouwen. Behalve het hare is er alleen nog een bloem- en vruchtenstilleven van Sientje Mesdag-van Houten te bewonderen.
Bloemenrand
Voor een Tuinbouw-tentoonstelling te ‘s-Gravenhage – enkele dagen later ook te zien in Gent – gaat Zubli bovendien een bijzondere samenwerking aan. Genealoog Antonie Abraham Vorsterman van Oyen schildert dan een geheel van wapens van verschillende Nederlandse en Vlaamse adellijke geslachten, waarop bloemen, planten en vruchten voorkomen. Deze compositie voorziet Zubli vervolgens van een bloemenkader, volgens De Amsterdammer (6 april 1883).
Het initiatief doet enigszins denken aan een andere samenwerking waarbij eerder genoemde Margaretha Roosenboom betrokken was. In 1874 voorziet deze namelijk, samen met bloemschilderes Gerardine van de Sande Bakhuyzen, een schilderij met weeskinderen van Kate Bisschop-Swift en zicht op Den Haag van Sientje Mesdag-van Houten van een bloemenrand.[9] Het schilderij, dat een geschenk is voor koningin Sophie, is Zubli, die dan of kort daarna lessen bij Roosenboom volgt, ongetwijfeld bekend.

Bron: Bidtoart
De samenwerking maakt indruk, want verschillende verslaggevers vermelden de gelegenheidssamenwerking tussen Vorsterman van Oyen en Zubli.[10] Bovendien ontvangt het schildersduo een gezamenlijke zilveren medaille voor hun inzending, volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (14 juli 1883). Daarnaast krijgt Zubli ook een gouden medaille voor een aquarel van rododendrons die op dezelfde tentoonstelling te zien is, volgens Algemeen handelsblad (7 september 1883). Dit zijn trouwens pas de eersten van meerdere bekroningen die ze voor haar schilderwerk in ontvangst mag nemen. Ook werk dat Zubli later exposeert in 1884, 1885, 1887 en 1890, krijgt immers prijzen toegekend (Zie tentoonstellingsoverzicht hieronder). In 1890 publiceert Zubli bovendien een gedicht ‘Aan mijn zesde médaille’, om maar aan te geven hoe het vanaf 1883 prijzen regent.[11]
Bekende bloemschilderes
In 1884 schrijft een kunstcriticus dan dat de kunstenares zich “nog pas sinds ettelijke jaren .. aan de kunst wijdt”. Dezelfde beklaagt zich er dan over dat h/zij Zubli “nog zoo weinig op onze tentoonstellingen en kunstbeschouwingen gezien” heeft, maar hoopt op verandering in de toekomst:
Wij hopen nog meermalen in de gelegenheid te zijn in onze openbare kunstverzamelingen het werk van mevrouw Zubli te ontmoeten.
– anoniem in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (22 januari 1884), p. 5 via Delpher
Toch heeft ze binnen bepaalde kringen inmiddels al naam voor zichzelf gemaakt, want enkele maanden later schrijft een recensent van Het vaderland (16 juli 1884) over haar als “de bekende bloemenschilderes”. Hoewel Zubli haar werk dus nog maar kort exposeert, is haar ster rijzende.
Loftuitingen
De lovende recensies stapelen zich daarna snel op. Bijvoorbeeld schrijft ‘Jo’ in Lelie en rozeknoppen over de kunstenares:
die gewaagd heeft bij de paarsachtig rose bloemen een lichtblauw tafelkleed te leggen en … uitstekend geslaagd is in het doen harmoniëeren dezer tegenstrijdige kleuren
– ‘Uwe hartelijk liefhebbende Jo’ in Lelie- en rozeknoppen 3, nr. 15 (30 juli 1884), p. 116 [Delpher]
De beschrijving doet denken aan een aquarel Magnolia’s die in 2014 onder de hamer kwam, al blijft onzeker of het om dezelfde aquarel gaat. Zubli heeft ongetwijfeld vaker magnolia’s geschilderd. De paarsachtige bloemen liggen hier bovendien niet op een lichtblauw tafelkleed, al vertoont de aquarel wel een blauwig schijnsel.

Loffelt schrijft onder zijn pseudoniem E.G.O. in Het vaderland opnieuw over Zubli naar aanleiding van de Haagse salon, eveneens in 1884.
Ook het ‘Landschap’, dat mevr. Zubli-Van den Bergh van Heemstede, behalve haar verdienstelijk ‘Stilleven’, inzond, heeft uitnemend frissche partijen.
– E.G.O. in Het vaderland (22 september 1884), p. 2 [Delpher]
Naar aanleiding van een kunstbeschouwing van Pulchri Studio in 1885 schrijft daarna een andere criticus:
een viertal aquarellen van mevr. Zubli v. d. Berch v. Heemstede, die dapper voortschrijdt op het moeilijk pad der kunst en vooral als aquarelliste in den laatsten tijd flink voor den dag komt. De twee stillevens van haar hand, ‘een koperen bloemenbak en blauwe pul’ en ‘pruimen en abrikozen’, onderscheiden zich door een rijpe, krachtige kleur en veel waarheid in de uitdrukking van de stof. Alleen doet haar coloristisch temperament haar den vorm nog te veel over ’t hoofd zien.
– anoniem, ‘Pulchri Studio in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (24 maart 1885), p. 2 [Delpher]
Ondertussen prijst Loffelt dan “haar helder en krachtig koloriet, haar zonnige tonen, zowel in landschap als stilleven”, in Het vaderland (25 maart 1885). Voorgaande is slechts een willekeurige greep in de opeenvolgende positieve recensies over Zubli’s werk.
Erelid
Zubli’s faam reikt inmiddels ook tot buiten de landsgrenzen. In 1885 wordt ze namelijk, tegelijkertijd met de 14 jaar jongere kunstenares Bramine Hubrecht, benoemd tot erelid van de Société Royale Belge des Aquarellistes in Brussel.

Als er dan een tentoonstelling wordt gehouden, oordeelt het Franse dagblad Indépendance dat Zubli “evenzeer in het landschap en in de binnenhuizen, als in vruchten en bloemstukken slaagt”. Zo meldt althans een verslaggever van Het vaderland (18 mei 1885) met enig chauvinistische trots.
Alberdingk Thijm
In 1885 legt Zubli bovendien contact met kunstcriticus en schrijver Joseph Alberdingk Thijm met het verzoek om de jury van de Internationale Kunstvereeniging in Amsterdam aan te sporen. In een brief verklaart ze 3 aquarellen naar het adres van de vereniging – Herengracht 270 – te hebben gezonden, maar tot op heden geen oordeel te hebben ontvangen. Ze laat zich echter niet met een kluitje in het riet sturen:
Nu verlang ik mij te onderwerpen aan het oordeel van de jury, maar dan moet men mijne schilderijen hier komen zien.
De brief naar Alberdingk Thijm werpt zijn vruchten af. De kunstcriticus heeft namelijk banden met de juryleden. Zijn dochter Catharina Alberdingk Thijm is bijvoorbeeld sinds 1885 de inwonende conservatrice van de Internationale Kunstvereeniging.[12]
Met een positief oordeel van de jury op zak volgt een tweede brief van Zubli. Daarin doet ze dan een voortvarende suggestie voor de werken die ze graag tentoongesteld wil zien in de zalen van de kunstvereniging, te weten 6 schilderijen in olieverf, 12 aquarellen of meer, 2 tekeningen in crayon en boetseerwerk. Dat laatste is opvallend. Kennelijk wijdt Zubli een deel van haar tijd inmiddels ook aan boetseren.
Uiteindelijk krijgen 6 schilderijen en 6 aquarellen een plek in benedenzalen van de Internationale Kunstvereeniging, volgens Het vaderland (4 februari 1886). Ook schrijft een recensent in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (24 februari 1886) dat er boetseerwerk van Zubli is uitgestald: twee duiven en medaillon, in gips uitgevoerd door de beeldhouwer F. Maris.

Zubli’s schilder- en boetseerwerk is verder aangevuld met een pentekening van Hendrik Godfried Icke. Het gaat om een portret dat Icke van de kunstenares heeft gemaakt. In haar brief aan Alberdingk Thijm oppert Zubli zelf dat het portret wellicht een mooie aanvulling is: “Even als de buste van de vorige exposante, zou dit contrafeitsel zeker op zijne plaats zijn”, schrijft Zubli.[13]
Stratenus
Het eerste contact met de familie Alberdingk Thijm wordt mogelijk gelegd via schrijfster en vertaalster Louise Antoinette Stratenus. Onder het pseudoniem Maria van Utrecht schrijft deze een recensie over de tentoonstelling van de Internationale Kunstvereeniging in de Dietsche warande waarin ze verraadt de jonge Zubli 15 jaar eerder voor het eerst ontmoet te hebben:
Hoe goed herinneren wij ons nog de kunstenares zelve, uit een winter, nu al lang in het verleden gezonken. Het was het zoogenaamde ‘pokkenjaar’; men huiverde voor de vreeselijke ziekte, die ieder oogenblik den drempel der rijkste woning kon overschrijden …
– Stratenus in Dietsche warande n.s., 5 (1887), p. 283 [DBNL].
In 1870 breekt in Nederland namelijk een pokkenepidemie uit die het jaar erop een hoogtepunt bereikt.
In 1881 raakt Stratenus goed bevriend met Catharina Alberdingk Thijm en sindsdien schrijft Stratenus voor het weekblad Lelie en rozenknoppen waarvan Catharina Alberdingk Thijm sinds 1882 de hoofdredactrice is. Stratenus kent dus zowel Zubli als de familie Alberdingk Thijm. Als Zubli in 1890 een dichtbundel schenkt aan Catharina Alberdingk Thijm schrijft zij onder de opdracht: “avec mes amitiés à votre amie madelle L. Stratenus.”[14]

Wellicht speelt Stratenus dus een cruciale rol in het eerste contact dat Zubli met de familie Alberdingk Thijm legt. Behalve met Joseph Alberdingk Thijm raakt Zubli bovendien goed bevriend met diens jongere broer Paul die in 1887 de redactie van de Dietsche warande van zijn oudere broer overneemt en vervolgens ook flink wat gedichten van Zubli gaat publiceren. Het contact met deze cultuurminnende en goed verbonden Amsterdamse familie legt Zubli dus geen windeieren. Het helpt haar immers om haar werk, geschilderd en geschreven, onder een brede aandacht te brengen.
Vriendschap
Het eerste contact met Joseph Alberdingk Thijm mondt vervolgens uit in een hechte vriendschap. Er ontstaat een wederzijds bewondering die zich ook in verzen uit. In 1886 schrijft Alberdingk Thijm bijvoorbeeld enkele dichtregels waarin hij een schilderes-dichteres bezingt:
qui de son fier pinceau et de sa plume d’or / vient magistralement troubler à l’improviste / Le brouhaha du monde et l’ennui qui s’endort
– Joseph Alberdingk Thijm in Leeswijzer 14 (1886).
Hoewel hij de dichter het onderwerp van zijn ode niet bij naam noemt, is Zubli met gemak in de regels te herkennen. Een journalist van De portefeuille (1886) uit al vermoedens over het subject: “denkelijk mevr Zubli”. Het contact met Alberdingk Thijm blijft bovendien hecht tot aan zijn dood. Nog in 1888, als de gezondheid van de hoogleraar achteruit gaat, schrijft Alberdingk Thijm namelijk in een brief aan de kunstenares:
Ook uw vriendschap is een element van geluk dat mij aan ’t aardse leven doet hechten.
– Brief d.d. 27 maart 1888, in Jos. Alb. Alberdingk Thijm in zijne brieven (1896), p. 328 via Google Books
Als Alberdingk Thijm kort daarop overlijdt, eert Zubli zijn nagedachtenis met een bundel van Franse gedichten die aan hem is opgedragen, getiteld Poésies.[15]
In de bundel wordt tevens een gedicht van Alberdingk Thijm opgenomen, gewijd aan Zubli, dat hij een maand voor zijn dood schrijft. Daarin prijst hij de getalenteerde kunstenares uitvoerig. Onder andere noemt hij haar “Peintre, poète et divine organiste” en “eloquente linguiste”.[16] Alberdingk Thijm roemt dus, naast haar schilderwerk en gedichten, ook haar orgelspel en hij is niet de enige die haar talent voor muziek roemt. 5 Jaar na Zubli’s overlijden schrijft een verslaggever van Het vaderland (9 december 1910) ook over het spel op het harmonium dat de kunstenares in haar woning in Den Haag ten gehore bracht.
Kunst en liefdewerk
Zubli steekt ongetwijfeld veel tijd in haar kunst, die schilderen, tekenen, boetseren, dichten en musiceren omvat. Daarnaast wijdt ze tijd aan liefdewerk, vooral ten behoeve van kinderen. Dat zijn soms financiële donaties, zoals 100 gulden voor collecte op een kinderschool, volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (16 mei 1899). Ook doet de kunstenares commissiewerk: In juni 1883 neemt ze bijvoorbeeld plaats in een commissie voor de Hollandsch-Indischen Bazaar ten behoeve van de Sophia-stichting te Scheveningen volgens Haagsche courant (19 juni 1883).
Daarnaast zet Zubli haar kunst in om geld op te halen voor liefdadige doelen. In 1894 schenkt ze bijvoorbeeld werk voor een tentoonstelling ten behoeve der kinderbewaarplaatsen volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (4 oktober 1894). In 1896 doneert ze vervolgens een schilderij om geld in te zamelen voor de Sophia-stichting, die ik hiervoor al noemde, en in 1889 schenkt ze, samen met andere kunstenaars, werk te behoeve van een loterij voor kinderbewaarplaatsen.[17]

Niet alleen kinderen kunnen op haar inzet rekenen. In 1894 schenkt Zubli werk voor een weldadigheidsloterij van de Nederlandsche Bond van oud-onderofficieren volgens Alkmaarsche courant (15 juni 1894) en in 1900 verloot ze een aquarel “ten behoeve eener Weduwe” volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (28 april 1900).
Nijmeegse samenwerking
Bovendien heeft de kunstenares vanaf ten minste 1887 een vaste partner in caritas in de persoon van jonkvrouwe C. Singendonck in Nijmegen. Waarschijnlijk gaat het hier om Cornelia Singendonck die in Nijmegen wordt geboren en in 1907 op 77-jarige leeftijd overlijdt.[18] Aan haar geeft de schilderes namelijk geregeld werk voor verlotingen om geld in te zamelen. In 1887 wordt bijvoorbeeld een “fraaije aquarelle” verloot van de hand van “de zoozeer gewaardeerde Artiste”, afgestaan door Singendock te Nijmegen. De opbrengst komt trouwens ten goede aan oude behoeftigen, zo staat in PGNC (7 december 1887).
In 1893 schenkt Zubli dan opnieuw een aquarel die door freule C. Singendonck wordt verloot voor “een liefdadig doel te Nijmegen” volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (29 november 1893). Ook in 1895 verloot deze een “schoone Aquarelle, voorstellende Chrysanten, achtergrond Rooden Waaier, welwillend afgestaan door de onvermoeide vriendelijkheid van Mevrouw Zubli v.d. Berch v. Heemstede”, zo meldt PGNC (28 november 1895).

In 1897 verloot de jonkvrouw zelfs meerdere schilderijen van Zubli ineens volgens PGNC (25 november 1897). Rond 1900 verloot Singendonck vervolgens een schermpje “geschilderd en welwillend ter verloting geschonken door Mevr. Zubli” volgens PGNC (8 november 1900) en in 1901 en 1903 wederom aquarellen, volgens PGNC (2 november 1901) en Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (27 maart 1903). Bij die laatste gelegenheid verloot Singendonck bovendien twee prijzen, mogelijk twee aquarellen, “ten voordeele eener behoeftige Weduwe”. Voor deze verlotingen stelt Zubli steeds het werk beschikbaar. Kunst en liefdadigheid gaan voor de kunstenares dus geregeld hand in hand.
Grande dame

Zubli overlijdt op 11 februari 1905.[19] Haar zoon laat vervolgens overlijdensberichten plaatsen in verschillende kranten zoals De nieuwe courant, Het vaderland, Algemeen handelsblad, De tijd, Land en Volk en De standaard.
Het aantal tentoonstellingen waaraan Zubli heeft deelgenomen, loopt inmiddels tegen de honderd. Daaronder zijn veel (raam)exposities bij kunsthandelaars en salons van levende meesters, vooral in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Bovendien exposeert Zubli veelvuldig met leden van kunstgenootschappen als Maatschappij Arti et Amicitiae in Amsterdam, Pulchri Studio in haar woonplaats Den Haag en Kunstliefde in Utrecht.
Bij tijd en wijle toont Zubli haar werk ook buiten de Randstad, bijvoorbeeld in Apeldoorn (1885), Middelburg (1887 en 1890), Arnhem (1890), Maastricht (1891) en Nederlands-Indië, nu Indonesië, maar toen een Nederlandse kolonie (1887, 1890 en 1904). Daarnaast zijn Zubli’s aquarellen buiten Nederlandse grenzen te zien, zoals in Gent (1883), in Brussel (1885, 1888 en 1894) en in Parijs (1886, 1887 en 1891). Veel van haar tentoonstellingen ten slotte zijn gekoppeld aan liefdadige initiatieven, zoals die in Den Haag 1889, 1894 en 1899 of Amsterdam en Rotterdam in 1893. (Zie tentoonstellingsoverzicht hieronder)
Het liefdadige werk dat Zubli tijdens haar leven onderneemt, vindt overigens voortzetting na haar dood. Ze legateert onder andere 2000 gulden aan het weeshuis der Waalsch Hervormde Gemeente in Den Haag.[20] Andere legaten komen ten goede aan het kinderziekenhuis, het Huis van Barmhartigheid, de Utrechtsche Zendingsvereeniging, de Sophia-stichting te Scheveningen, de Martha-Stichting te Alphen “en verschillende personen, onder wie eenige artisten” volgens De nieuwe courant (18 april 1905).
Veelzijdig
Hoewel Zubli schittert in pen, aquarel en olieverf, mag inmiddels duidelijk zijn dat ze zich verschillende kunstvormen bekwaamt. Ze speelt namelijk muziek, boetseert en schrijft gedichten. Bovendien zingt ze. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een verslag van de feestelijkheden bij de aankomst van een Amerikaanse zangeres waar Zubli een Engels lied ten gehore brengt.[21]
Joseph Alberdingk Thijm prijst daarom geregeld Zubli’s veelzijdigheid. Ook zijn broer Paul beschrijft het multitalent in niet mis te verstane bewoordingen:
Mevrouw Zubli is eene der weinige Nederlandsche vrouwen wier aanleg, opvoeding, levenswijze, vermogen en omgeving haar in de gelegenheid stellen, om allerlei kunstgebied tegelijk te betreden, onafgebroken werkzaam te zijn tot verheffing van kunstzin en goeden smaak bij anderen, en zelve daarvan in meerdere richtingen het voorbeeld te geven.
– Paul Alberdingk Thijm, in Dietsche Warande (1897), p. 224 via DBNL
Zubli’s gevarieerde talent valt ook Louise Stratenus op die onder het pseudoniem L. d’Oldenbarneveld, in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (23 september 1890) schrijft:
… mevr. Zubli wijdt zich niet uitsluitend aan de letterkunde; zij bezit het zeldzame voorrecht bijna alle takken der kunst te beoefenen. In de beeldhouwkunst is zij ervaren; de muziek wordt door haar met zeldzaam talent beoefend, maar het is bovenal het penseel, dat deze hoogbegaafde vrouw met meesterhand weet te bezigen.
Ook deze noemt dus poëzie, schilderkunst, beeldhouwkunst en muziek als genres waarin Zubli bedreven is. Stratenus benadrukt bovendien dat Zubli amateurniveau ontstijgt. Om Stratenus te parafraseren: in beeldhouwkunst is Zubli ervaren, haar talent voor muziek is zeldzaam en in de schilderkunst toont ze haar meesterhand. Kortom, Maria van den Berch van Heemstede is een kunstenares die vanwege haar veelzijdige talent bewondering afdwingt.
Selectie van werk
Zubli maakt aquarellen, olieverfschilderijen en tekeningen, al ligt de nadruk op aquarellen. Aquarellen, gemaakt op papier, zijn natuurlijk kwetsbaar en het is wellicht mede daarom dat ik er slechts 14 kon traceren, al is er ongetwijfeld nog veel meer te vinden. 6 Van de werken hieronder zijn olieverfschilderijen. Een ervan is een tekening. De kunstenares en haar zoon laten enkele stukken na aan Haags Gemeentemuseum, nu Haags Historisch Museum, en aan het Rijksmuseum. Ook heeft de Universiteit van Leiden enkele prachtige aquarellen van Zubli in haar bezit.
Aquarellen op papier
1882

1. Het atelier van de schilder Jozef Israëls aan de Koninginnegracht 2, gezien vanuit de woning van de schilderes aan de Houtweg 7, Den Haag, gesigneerd en gedateerd ‘M. Zubli vd B v H 1882’ (rechtsonder), penseel en waterverf, witte dekverf, op papier over sporen van potlood.
Den Haag, Haags Gemeentearchief, 8088-01 Collectie Prenten en Tekeningen, kl. A 357; voorheen Haags Gemeentemuseum, schenking van B.J. van den Berch van Heemstede.
Bron: Haags Gemeentearchief; Servaas van Rooijen 1908, nr. 549; Kroniek 1906, p. 507; De nieuwe courant (22 juli 1905), p. 3.

2. Granaatappels, druiven, appels en pruimen op een tafel, gesigneerd en gedateerd ‘M Zubli vd B v H 82’ (rechtsonder), penseel en waterverf op papier, afmetingen onbekend
Bijzondere collecties, Universiteit van Leiden, PK-T-AW-1986
1885

3. De woning van Kreffer aan de Beeklaan, gesigneerd ‘M Zubli vd B v H’ (rechtsonder), 1885 (datering volgens Haags Gemeentearchief), penseel en waterverf, witte dekverf op papier.
Den Haag, Haags Gemeentearchief, 8088-01 Collectie Prenten en Tekeningen, kl. A 1079 (nadere locatie vooralsnog onbekend)
Bron: Haags Gemeentearchief
1890

4. Benoordenhoutseweg met zicht op de buitenplaats Bosch- en Duinzicht, gesigneerd en gedateerd ‘M Z vd B v H 1890’ (rechtsonder), penseel en waterverf op papier, 169 x 240 cm.
Den Haag, Haags Gemeentearchief, kl. A 1091
Bron: Haags Gemeentearchief; De nieuwe courant (22 juli 1905), p. 3.
Ongedateerd


6. Asters, rozen e.a. bloemen op een tafel, gesigneerd ‘M Zubli vd B v H’ (rechtsonder), penseel en waterverf op papier, afmetingen onbekend
Bijzondere collecties, Universiteit van Leiden, PK-T-AW-2195

7. Stilleven met magnolia, gesigneerd ‘M Zubli vd B v H’ (rechtsonder), penseel en waterverf op papier, 28,5 x 45 cm.
Herkomst: Rotterdam, Vendu Notarishuis, Kunst en Atiekveiling, 20 mei 2014, lot 1033 en 11 november 2014, lot 1092.
Bron: Invaluable en Artprice

8. Een gemengd boeket in een vaas, gesigneerd ‘M Zubli vd B v H’ (rechtsonder), penseel en waterverf op papier, 50 x 32 cm.
Rotterdam, Vendu Notarishuis , veiling Peinture, objets d’art, mobilier, 12 november 2013, lot 66
Bron: Invaluable en Artprice
9. Bloemenstilleven, gesigneerd (rechtsonder), penseel en waterverf op papier, 41 x 31,4 cm. Herkomst: Keulen, Van Ham Kunstauktionen, veiling Dekorative Kunst, 3 februari 2010, lot 968. Bron: Artprice
10. Irissen, gesigneerd, penseel en waterverf op papier, 38 x 22,5 cm. Herkomst: Rotterdam, Vendu Notarishuis, veiling Kunst en Antiekveiling, 17 november 2009, lot 1035. Bron: Artprice.
11. Anjers in een vaas, gesigneerd met initalen (rechtsonder), penseel en waterverf op papier, 36 x 26,5 cm. Herkomst: Den Haag, Venduehuis, veiling Art and Antiques, 9 mei 2000, lot 382. Bron: Artprice

12. Landschap met kerk, gesigneerd ‘M. Zubli vd B v H’ (rechtsonder), penseel en waterverf, witte dekverf op papier, 34,6 x 24,5 cm.
Amsterdam, Rijksmuseum, RP-T-00-2630.
Bron: Rijksstudio

13. Rij huizen aan een sloot in de winter, gesigneerd ‘M Zubli vd B v H’ (rechtsonder), penseel en waterverf op papier, afmetingen onbekend.
Leiden, Bijzondere collecties, Universiteit van Leiden, PK-T-AW-1824

14. Stilleven met kan, fluitglas, lelietje-van-dalen en citroenen op een tafel, gesigneerd ‘M Zubli vd B v H’ (rechtsonder), penseel en waterverf op papier, afmetingen onbekend.
Leiden, Bijzondere collecties, Universiteit van Leiden, PK-T-AW-1825
Schilderijen op doek

15. Benoordenhoutseweg met zicht op de buitenplaats Bosch- en Duinzicht, gesigneerd ‘M Zubli vd B v H’, olie op hout/gips, 165 x 265 cm.
Den Haag, Haags Historisch Museum, 1905-0002-SCH; voorheen Haags Gemeentemuseum, schenking van B.J. van den Berch van Heemstede.
Bron: Haags Historisch Museum; Knuttel 1935, nr. 52; Servaas van Rooijen 1908, nr. 529; Kroniek 1906, p. 507; De nieuwe courant (22 juli 1905), p. 3.

16. Stokrozen, gesigneerd ‘M Zubli vd B v H.’ (rechtsonder) olie op doek, 45 x 60 cm.
Den Haag, B.V. Venduehuis der Notarissen, veiling Schilderijen, aquarellen, tekeningen en grafiek …, 12 november 2014, lot 271.
Bron: Artprice en Bidtoart

17. Boerderij, gesigneerd ‘M Zubli vd B v H.’ (rechtsonder), olie op doek, 32 x 42 cm.
Göteborg, Göteborgs Auktionsverkauf, veiling 8 april 2023, lot 2705685 en idem, veiling 28 juni 2013, lot, 65454.
Bron: Auctionet

18. De drie eiken in de Jacobalaan in het Haagse Bos, gesigneerd ‘M Zubli vd B v H’ (rechtsonder), olie op doek/hout, 67 x 47 cm.
Den Haag, Haags Historisch Museum, 1905-0002-SCH; voorheen Haags Gemeentemuseum, schenking van B.J. van den Berch van Heemstede.
Bron: Haags Historisch Museum; Knuttel 1935, nr. 51; Servaas van Rooijen 1908, nr. 528; Kroniek 1906, p. 507; De nieuwe courant (22 juli 1905), p. 3.
19. Stilleven met bloemen in een glazen vaas, gesigneerd, olie op doek, 64 x 48 cm. Toronto (ON), Ritchie’s Auctioneers, veiling European and American Art, 5 december 1995, lot 231 (ill.). Bron: Artprice

20. Gezicht op de brug over de Mauritskade bij de Nassaulaan, gesigneerd ‘M Zubli vd B v H (linksonder), olieverf op doek en hout, 35 x 45,5 cm.
Den Haag, Haags Historisch Museum, 1905-0001-SCH; voorheen Haags Gemeentemuseum, legaat M. van den Berch van Heemstede
Bron: Haags Historisch Museum; Knuttel 1935, nr. 54; Kroniek 1906, p. 500; De nieuwe courant (22 juli 1905), p. 3; tentoonstelling Den Haag 1896, nr. 246.
Tekening op papier

21. Huize Bosch en Duinzicht Benoordenhout, gesigneerd en gedateerd ‘M Zubli vd B’ (rechtsonder), zwart krijt, gehoogd met wit, op papier.
Den Haag, Haags Gemeentearchief, 8088-01 Collectie Prenten en Tekeningen, kl. A 53
Bron: Haags Gemeentearchief
Tentoonstellingen
De lijst tentoonstellingen waaraan Maria Zubli-Van den Berch van Heemstede deelneemt is alleen al vanwege de hoeveelheid imposant. De exposities tellen er meer dan 70 in een periode van 1882 tot 1904, met het hoogtepunt tussen 1882 tot 1897. Het overzicht hieronder – dat overigens verre van volledig is – is gemaakt op basis van kranten- en tijdschriftberichten en (gedigitaliseerde) tentoonstellingscatalogi van het RKD. De lijst van catalogi inclusief de weblinks volgt aan het einde van deze pagina. Als de kennis over een expositie uit een andere bron komt, zoals een krantenbericht, dan staat de verwijzing bij de tentoonstelling.
Rotterdam 1882: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken
- “Bloemstuk” (nr. 485)
Den Haag 1882: Portefeuille teekeningen van de Firma Goupil bij Pulchri Studio [recensie van H. in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (18 november 1882), p. 2 via Delpher]
- onbekend
_ , Firma Goupil, 1882: Kunstbeschouwing van de firma Goupil aan de Muzenstraat [recensie in Het vaderland (21 november 1882), p. 1 via Delpher].
- “Asters en vruchten … waterverf”
Den Haag, 1883: VIIIe Tuinbouw-tentoonstelling, 6 – 9 april [recensie in De Amsterdammer (6 april 1883), p. 2 via Delpher en J. in Sieboldia 9 (1883), p. 126 via Google Books]
- “wapens van aanzienlijke Nederlandsche en Vlaamsche geslachten, waarop bloemen voorkomen … waaromheen … een bloemenkader” [bekroond volgens Floralia 4, nr. 37 (1883), p. 5 [Delpher].
- “aquarelle, voorstellende Fransche rhododendrum’s” [volgens Algemeen handelsblad (7 september 1883), p. 2 via Delpher, en bekroond volgens De huisvrouw 13, nr. 1 (1883), p. 3 [Delpher], Floralia 4, nr. 37 (1883), p. 5 [Delpher].
Gent 1883: 11e Exposition internationale, 15 – 22 april
- “Les fleurs, les plantes et les fruits dans le blason” (met A.A. Vorsterman van Oijen)
Den Haag, Firma Goupil 1883: Raamtentoonstelling [aankondiging in Haagsche courant (12 juni 1883), p. 1 via Delpher en Het vaderland (12 juni 1883), p. 6 via Delpher]
- “waterverfteekening … ‘Voorjaarsbloemen'”
_ , Panorama, 1884: Tentoonstelling van eenige sapverfteekeningen van Belgische en Nederlandsche aquarellisten [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (22 januari 1884), p. 5 via Delpher]
- “twee bloemstukken, asters en crysanthemums … Beide aquarellen”
Den Haag 1884: Bloemententoonstelling [verslagen in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (5 april 1884), p. 1 via Delpher en in Floralia 5, nr. 15 (1883), p. 4 via Delpher]
- “3 Bloembakken, beschilderd met bloemen en landschappen op paneel en gevuld met bloemen”
_ , Kunsthandel J.Th. Brouwer, 1884: Expositie [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (2 juli 1884), p. 2 via Delpher]
- “landschap in olieverf … een gezicht langs den Benoordenhoutschen weg”
_ , Panorama, 1884: Expositie [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (2 juli 1884), p. 2 via Delpher]
- “aquarel, een gezicht aan de Beeklaan”
- “een handvol veldbloemen”
_ , Firma Goupil, 1884: Raamexpositie [recensie in Haagsche courant (15 juli 1884) via Delpher]
- “een waterverfteekening… ‘Japansche pioenrozen en Fransche jasmijn'”
_ 1884a: Tuinbouwtentoonstelling
- onbekend [bekroond volgens Het vaderland (16 juli 1884), p. 1 via Delpher]
_ 1884b: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters [recensie van Jo in Lelie- en rozeknoppen 3, nr. 15 (30 juli 1884), p. 116 [Delpher]
- “Magnolia’s” (nr. 477)
_ 1884c: De Tentoonstelling der Koninklijke Nederlandsche Aquarellisten [recensie van E.G.O. in Het vaderland (22 september 1884), p. 2 via Delpher]
- onbekend
_ , Pulchri Studio, 1885: Kunstbeschouwing van een portefeuille der firma Goupil et Co, eigenlijk Boussod, Valadon en Co [recensies in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (24 maart 1885), p. 2 via Delpher en van E.G.O. in Het vaderland (25 maart 1885), p. 1 via Delpher]
- “viertal aquarellen”, waaronder
- “‘een koperen bloemenbak en blauwe pul”
- “pruimen en abrikozen”
Brussel 1885: Aquarellententoonstelling [melding in Het vaderland (18 mei 1885), p. 5 via Delpher en recensie in Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (7 mei 1885), p. 2 via Delpher]
- “aquarel”
Rotterdam 1885: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken [recensies in Rotterdamsch nieuwsblad (10 juni 1885), p. 1 via Delpher, van E.G.O. in Het vaderland (13 juni 1885), p. 1 via Delpher en in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (25 juni 1885), p. 7 via Delpher]
- “Bloemstuk” (nr. 485)
Apeldoorn 1885: Rozententoonstelling [vermelding in Apeldoornsche courant (18 juli 1885), p. 1 via Delpher]
- “aquarel” [bekroond volgens Algemeen handelsblad (26 juli 1885), p. 1 via Delpher en Haagsche courant (4 augustus 1885) via Delpher]
Den Haag, Firma Goupil, 1885: Raamexpositie [aankondiging in Haagsche courant (4 augustus 1885), p. 1 via Delpher]
- dezelfde aquarel als “op de onlangs te Apeldoorn gehouden rozententoonstelling”
Amsterdam, Internationale Kunstvereeniging, 1886: Tentoonstelling, vanaf 1 maart [aankondiging in Het vaderland (4 februari 1886), p. 2 via Delpher en recensies in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (24 februari 1886), p. 6 via Delpher, in De Amsterdammer 455 (14 maart 1886), p. 7 via Historische Groene, van Maria van Utrecht in Lelie en rozenknoppen 5, nr. 5 (1886), p. 35 via Delpher en van A. Reyding in De portefeuille, kunst- en letterbode 7 nr. 50 (1886), p. 805 via Delpher]
- “zes schilderijen en zes aquarellen” en “paar duiven en medaillon in gips”
_ 1886. Catalogus van de kunstwerken, geschonken aan het ondersteuningsfonds, opgericht door het Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap, tentoongesteld in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae, 14 februari
- “Le Dejeuner de Noël” (nr. 373)
Parijs 1886: Salon [vermeldingen in o.a. Het vaderland (2 april 1886), p. 1 via Delpher, Algemeen handelsblad (29 april 1886), p. 1 via Delpher en Lelie- en rozeknoppen 5, nr. 7 (1886), p. 53 via Delpher]
- “Fleurs de printemps; – aquarelle” (nr. 3415)
Den Haag, J.M. Lion, 1886: Expositie [recensie in Het vaderland (8 juni 1886), p. 3 via Delpher]
- “waterverfteekening”
Amsterdam, Internationele Kunstvereeniging, 1886: Tentoonstelling van aquarellen, 11 september [aankondiging in De avondpost (7 september 1886), p. 2 via Delpher]
- “aquarel”
Amsterdam 1886: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters [recensie van D. van der Kellen Jr in Het nieuws van den dag (29 oktober 1886), p. 9 via Delpher en in De Amsterdammer 489 (7 november 1886), p. 4 via Historische Groene]
- “Nature morte” (nr. 399)
Middelburg, Kunstmuseum, 1887: Tentoonstelling [recensie van K.-C. in De portefeuille, kunst- en letterbode 9 (1887), p. 37 via Delpher]
- onbekend
Parijs 1887: Salon [vermeldingen in Het vaderland (5 april 1887), p. 2 via Delpher en Algemeen handelsblad (3 mei 1887), p. 2 via Delpher]
- “schilderij in waterverf”
Den Haag 1887: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (16 mei 1887), p. 9 via Delpher en De avondpost (16 juni 1887), p. 5 via Delpher]
- “Stilleven” (nr. 510)
- “Voorjaarsbloemen” (nr. 511)
Pasuruan (Java) 1887: Een bloemententoonstelling, 13 – 15 mei
- “eenige aquarellen” [bekroond met een gouden medaille volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (9 juli 1887), p. 2 via Delpher en De wereldburger nr. 15 (1887), p. 8 via Delpher]
Den Haag, Firma Goupil, 1887: Raamexpositie [aankondiging in Het vaderland (20 september 1887), p. 6 via Delpher]
- “Waterverfteekening, ‘Palet met bloemen'”
Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1887: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, oktober [recensie in Het nieuws van den dag (14 november 1887), p. 9 via Delpher]
- “Bloemstuk; eigendom van Jonkh. J.B.D. Van den Berch van Heemstede” (nr. 280)
Den Haag, Compagnie des Bronzes, 1888: Raamexpositie [aankondiging in Haagsche courant (5 maart 1888), p. 10 via Delpher]
- “Kerstrozen en azalea’s”
Den Haag, Pulchri Studio, 1888: Kunstbeschouwing van portefeuille van Boussod, Valadon en Co (Goupil) [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (24 maart 1888), p. 5 via Delpher]
- onbekend
_ , E.J. van Wisselingh, 1888: Expositie [aankondiging in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (17 april 1888), p. 2 via Delpher]
- “Vruchten”
Den Haag 1888: Tentoonstelling van kunstnijverheid in den Koekamp [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (14 juni 1888), p. 6 via Delpher en Haagsche courant (15 juni 1888), p. 1 via Delpher]
- “bloemen en een stilleven”
Rotterdam 1888: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken [recensie in De Amsterdammer 575 (1 juli 1888), p. 3 via Historische Groene]
- “Bloemstuk” (nr. 499)
Brussel 1888: Le vingt-huitième Exposition de la Société royale belge des Aquarellistes [volgens Courrier de l’art 8, nr. 29 (20 juli 1888), p. 227 via Gallica en Internet Archive; recensie in De Amsterdammer 579 (29 juli 1888), p. 4 via Historische Groene]
- onbekend
Den Haag 1889: 1000 ecrans beschilderd ten voordeele van Licht, Liefde, Leven [advertentie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (31 januari 1889), p. 6 via Delpher]
- onbekend
Amsterdam 1889: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters
- “Bloemstuk” (nr. 484)
Den Haag, Firma Goupil, 1889: Raamexpositie [aankondiging in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (5 augustus 1889), p. 5 via Delpher]
- “waterverfteekening ‘Mandje met bloemen'”
_ , _ , 1890: Raamexpositie [aankondiging in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (1 april 1890), p. 1 via Delpher]
- “waterverf-teekening ‘Rhododendrums en azaleas'”
Middelburg 1890: Schilderijen-tentoonstelling [melding in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (10 april 1890), p. 5 via Delpher]
- “twee … werken”
Den Haag, J.J. Biesing, 1890: Expositie [aankondiging in Het vaderland (7 juli 1890), p. 5 via Delpher]
- “Vruchten”
Arnhem 1890: Internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, 17 juli-15 september
- “Rozen” (nr. 549)
Semarang, Sociëteit Amicitiae, 1890: Tentoonstelling bij de decoratie-wedstrijd [verslag in De locomotief (21 juli 1890), p. 2 via Delpher]
- “bloemenschilderingen, ingezonden door den heer Mens Fier Smeding” [bekroond met een gouden medaille volgens A.T. in Dietsche warande, zoals geciteerd in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (10 juni 1897), p. 2 via Delpher]
Den Haag 1890: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters
- “Voorjaarsbloemen. (Waterverfteekening)” (nr. 483)
- “Vruchten” (nr. 484)
_ , Pulchri Studio, 1891: Kunstbeschouwing van de portefeuille van P.J. van der Burgh [recensie in Het vaderland (20 januari 1891), p. 2 via Delpher en Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (19 januari 1891), p. 5 via Delpher]
- “vruchten”
Maastricht 1891: Schilderijen-tentoonstelling [recensie in Het vaderland (22 januari 1891), p. 1 via Delpher]
- “frissche voorjaarsbloemen”
Rotterdam 1891: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken [verkocht volgens Het vaderland (22 juni 1891), p. 2 via Delpher]
- “Rozen” (nr. 500)
- “Voorjaarsbloemen” (nr. 501)
Den Haag, Kunstzaal C.J. de Regt, 1891: Expositie [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (15 augustus 1891), p. 2 via Delpher]
- “vijf [werken]”
_ , Firma Goupil, 1891: Raamexpositie [aankondiging in Het vaderland (25 augustus 1891), p. 5 via Delpher]
- “eene waterverfteekening ‘Magnolia’s'”
Parijs 1891: Maîtres Hollandais, Pavillon de la Ville de Paris, van de Rotterdam Kunstclub ten voordele van de Parijse armen, 1 – 31 december [verslag in The American register for Paris and the continent (19 december 1891), p. 6 via Gallica en La Gazette de France (22 december 1891), p. 2 via Gallica]
- “Fleurs printanières”(nr. 420)
- “Corbeille de chrysanthèmes” (nr. 421)
Den Haag, Grooten Koninklijken Bazar, 1892: Expositie [aankondiging in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (29 april 1892), p. 1 via Delpher]
- “Bloemstuk”
_ , Delboy, 1892: Expositie [aankondiging in De avondpost (23 augustus 1892), p. 3 via Delpher]
- “Bloemen”
Amsterdam 1892: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (13 oktober 1892), p. 6 via Delpher]
- “Immortelles” (nr. 471)
Rotterdam, Kunsthandel Oldenzeel, 1893: Veiling van verzameling moderne kunst, 20 – 22 januari [aankondiging in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (19 januari 1893), p. 5 via Delpher]
- “aquarel”
Utrecht 1893: Schilderijententoonstelling van het Genootschap Kunstliefde, vanaf 18 april [recensie in Het nieuwe dagblad voor Utrecht en de provincie (19 april 1893), p. 2 via Delpher]
- “het eerste voorjaarsgroen”
Den Haag 1893: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, vanaf 1 augustus [recensie in Het vaderland (10 augustus 1893), p. 1 via Delpher]
- “Bloemstuk” (nr. 434)
_ , Alexander S. Meijer, 1893: Expositie [aankondigingen in Haagsche courant (10 oktober 1893), p. 2 via Delpher en Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (10 oktober 1893), p. 6 via Delpher]
- “een aquarel ‘In de omstreken van Breda'”
Amsterdam, Oude Postkantoor en Rotterdam, Doele, 1893: Tentoonstelling bedoeld voor de verloting ten behoeve van het ondersteuningsfonds van de Nederlandsche Handelreizigersvereeniging, 11 – 15 december (Amsterdam) en 22 – 27 december (Rotterdam) [recensie in Het nieuws van den dag (11 december 1893), p. 14 via Delpher en Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (22 december 1893), p. 6 via Delpher]
- onbekend [bekroond met een gouden medaille volgens A.T. in Dietsche warande, zoals geciteerd in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (10 juni 1897), p. 2 via Delpher]
Utrecht 1894: Jaarlijksche tentoonstelling van Kunstliefde [recensie in Het vaderland (21 april 1894), p. 3 via Delpher en Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (23 april 1894), p. 5 via Delpher]
- “bloemen en vruchten”
Leiden 1894: Kunstbeschouwing van de portefeuille van de weduwe Tutein, met aanvullingen o.a. van de weduwe Artz-Schemel te ‘s-Gravenhage [recensie in Algemeen handelsblad (20 mei 1894), p. 9 via Delpher]
- onbekend
Rotterdam 1894: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (23 mei 1894), p. 7 via Delpher]
- “Een bloemstuk, Japansche pioen” (nr. 509)
- “In de duinen. (Aquarel, kopie naar een schets in olieverf van M. Bok)” (nr. 510)
Den Haag, Vereeniging ter oprichting van Kinderbewaarplaatsen, 1894: Tentoonstelling ten behoeve der kinderbewaarplaatsen, 4 – 7 oktober [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (4 oktober 1894), p. 6 via Delpher]
- onbekend
Brussel 1894: Tentoonstelling van de aquarellisten [vermelding in Het vaderland (28 november 1894), p. 2 via Delpher]
- onbekend
Den Haag, Alexander S. Meijer, 1895: Expositie [aankondiging in Haagsche courant (15 januari 1895), p. 2 via Delpher]
- “Landschap”
Utrecht 1895: Tentoonstelling van het Schilder- en Teekenkundig-Genootschap Kunstliefde [recensies in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (9 april 1895), p. 5 via Delpher en Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (23 april 1895), p. 7 via Delpher]
- “Primula Veris”
Den Haag, Alexander S. Meijer, 1895: Expositie [aankondiging in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (9 april 1895), p. 6 via Delpher]
- “aquarel”
Den Haag 1895: Internationale tentoonstelling van kunstbloemen en kunstvruchten, 9 – 30 mei [melding in De avondpost (10 april 1895), p. 2 via Delpher]
- “aquarel, witte en Japansche lelies voorstellende”
_ , Alexander S. Meijer, 1896: Raamexpositie [aankondiging in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (21 januari 189), p. 1 via Delpher]
- “Cactus-dahlia”
Utrecht 1896: Tentoonstelling van het Utrechtsch Schilder- een Teekenkundig Genootschap Kunstliefde [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (16 april 1896), p. 6 via Delpher]
- onbekend
Den Haag, Nollé, 1896: Raamexpositie [aankondiging in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (2 juni 1896), p. 6 via Delpher]
- “Rozen”
Den Haag 1896: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters [RKD Library: PDF en RKD Library: PDF] [recensies in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (18 juni 1896), p. 6 via Delpher en van P. in De kunstwereld 3, nr. 23 (1896), p. 360 via Delpher]
- “De brug aan de Mauritskade te ’s Gravenhage, bij najaar.” (nr. 246)
_ , Academiezaal, 1898: Tentoonstelling van schilderijen [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (13 september 1898), p. 4 via Delpher]
- onbekend
Den Haag 1899: St. Vincentiustentoonstelling en liefdadigheidsloterij, vanaf 24 juli [recensie in De Maasbode (23 juli 1899), p. 5 via Delpher en De avondpost (24 juli 1899, p. 2 via Delpher]
- “aquarel”
Utrecht, Arti et Litteris, 1901: Kunstbeschouwing van een portefeuille met aquarellen van mevr Zubli-Van den Berch van Heemstede [recensies in Het vaderland (15 maart 1901), p. 2 via Delpher, Vox studiosorum 37, nr. 9 (21 maart 1901), z.p. via Delpher] en ‘Arti et Litteris’, Utrechtsche studenten almanak (Utrecht: Van Schoonhoven, 1902), p. 320 via Delpher]
- “Azalia’s”
- “Neerhangende Tulpen”
- “Huize Bosch- en Duinzicht, waarvan 2, één in Maart, de ander in vollen zomer”
Scheveningen 1902. Exposition internationale
- “Aquarelle ‘La mer du Nord'” (nr. 135)
Den Haag, Buitenrust, 1903: Tentoonstelling Den Haag in de XIXde eeuw, mei
- “Gezicht op de Schenkweg van af Boschlust, omstreeks 1880. Aquarel” (nr. 98)
Surabaya (Java) 1904: Tentoonstelling van schilderijen, vanaf 7 mei [aankondiging in Soerabaijasch handelsblad (5 mei 1904), p. 2 via Delpher en recensie in Soerabaijasch handelsblad (9 mei 1904), p. 1 via Delpher]
- “aquarel, voorstellende witte Chrysanthemums”
- “nog drie andere stukken, eveneens voorstellende bloemen”
- “Benoordenhoutsche wegje”
Literatuur
Het voorgaande tentoonstellingsoverzicht heb ik onder meer samengesteld op basis van de volgende catalogi (op alfabetische volgorde). De meeste zijn te vinden op de onovertroffen websites van de KB (Delpher) en het RKD. Na de catalogi volgt de overige literatuur die ik heb geraadpleegd.
Catalogi
- Cat. Amsterdam 1886. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, te Amsterdam, in den jare 1886 (Amsterdam: Stads-drukkerij), p. 36. [RKD Library]
- Cat. Amsterdam 1889. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, te Amsterdam, in den jare 1889 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 43. [RKD Library]
- Cat. Amsterdam 1892. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, te Amsterdam, in den jare 1892 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 35. [RKD Library]
- Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1886. Catalogus van de kunstwerken, geschonken aan het ondersteuningsfonds, opgericht door het Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap, tentoongesteld in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae. 14 Februari 1886 (Amsterdam), p. 31. [RKD Library]
- Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1887. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, october (Amsterdam: erven van H. Munster & zoon), p. 27. [RKD Library]
- Cat. Arnhem 1890. Internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem, 17 Juli-15 September (Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1890), p. 41 [RKD Library].
- Cat. Den Haag 1884. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te ’s-Gravenhage, 1884 (Den Haag: Mouton & Co), p. 39. [RKD Library]
- Cat. Den Haag 1887. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te ’s Gravenhage 1887 (Den Haag: Mouton), p. 39. [RKD Library]
- Cat. Den Haag 1890. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te ‘s-Gravenhage 1890 (Den Haag: Mouton), p. 37. [RKD Library]
- Cat. Den Haag 1890. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te ‘s-Gravenhage 1893 (Den Haag: Mouton), p. 37. [Google Books]
- Cat. Den Haag 1893. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te ‘s-Gravenhage 1893 (Den Haag: Mouton), p. 32. [Google Books]
- Cat. Den Haag 1896. Lijst van kunstwerken van levende meesters te ’s Gravenhage, 1896 (Den Haag: Mouton & Co), p. 24. [RKD Library]
- Cat. Den Haag, Buitenrust, 1903. Catalogus van de tentoonstelling Den Haag in de XIXde eeuw in het voormalige paleis “Buitenrust” aan den Scheveningschen weg nr. 20: Mei 1903 (Den Haag: Mouton), p. 13. [Delpher]
- Cat. Gent 1883. Société royale d’agriculture et de botanique de Gand: 11e exposition internationale (Gent: Vanderhaeghen), p. 105. [Google Books]
- Cat. Parijs 1886. Explication des ouvrages de peinture et dessins, sculpture, architecture et gravure des artistes vivans exposés aux Palais des Champs-Elysées, le 1er Mai 1886, 2e ed. (Parijs: Paul Dupont), p. 285. [Gallica]
- Cat. Parijs 1891. Exposition de peinture des maîtres hollandais: au profit des pauvres de Paris, ouverte du 1er au 31 décembre 1891, Pavillon de la ville de Paris (Parijs: Ménard), p. 52. [Internet Archive]
- Cat. Rotterdam 1882. Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken, in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1885 ([Rotterdam]), p. 48. [Google Books en RKD Library]
- Cat. Rotterdam 1885. Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken, in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1885 ([Rotterdam]), p. 48. [RKD Library]
- Cat. Rotterdam 1888. Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen, te Rotterdam, in 1888 ([Rotterdam]), p. 50. [Google Books en RKD Library]
- Cat. Rotterdam 1891. Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen, te Rotterdam, in 1891 ([Rotterdam]), p. 46. [RKD Library]
- Cat. Rotterdam 1894. Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken, in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1894 (Rotterdam: Stefanus Mostert & Zonen), p. 47. [RKD Library]
- Cat. Scheveningen 1902. Exposition internationale à Schéveningue. Catalogue de peintures, sculptures et autres œuvres d’art (Den Haag: M. v.d. Beek’s Hof-Boekhandel), p. 87. [Delpher]
Overig
- A.T. [Paul Alberdingk Thijm], ‘Mevrouw Marie Zubli, geb. Ionkvrouw v.d. Berch v. Heemstedt. (Met afbeelding.)‘, Dietsche warande n.s. 2, 10 (1897), p. 224-226 [DBNL]
- Hardus, Bob, ‘Biografie: Maria Zubli-van den Berch van Heemstede’, website Haagse School Nieuwsbrief. [Haagse School]
- Hostyn, Norbert en Willem Rappard, Dictionaire van Belgische en Hollandse bloemenschilders geboren tussen 1750 en 1880 (Knokke-Zoute: Berko, 1995), p. 118.
- Klarenbeek, Hanna, Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 (Bussum: Thott, 2012), p. 114, 209 n. 85, 210 n. 152 en p. 213.
- Knuttel, G., Catalogus van de schilderijen, aquarellen en teekeningen Gemeentemuseum ‘s-Gravenhage (Den Haag: Dienst voor kunsten en wetenschappen,1935), p. 18. [Delpher]
- ‘Kroniek van het jaar 1905′, Die Haghe: Bijdragen en mededeelingen (Den Haag: Mouton, 1906), p. 489-508. [Haags Gemeentearchief]
- Scheen, Pieter A., Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, herziene ed. (Den Haag: Scheen, 1981), p. 33.
- Servaas van Rooijen, Abraham-Jacobus, Catalogus der schilderijen van het Gemeente-Museum van ‘s-Gravenhage (Den Haag: Gemeente-Museum, 1908), p. 183. [Delpher]
- Wittert van Hoogland, E.B.F.F., Bijdragen tot de geschiedenis der Utrechtsche ridderhofsteden en heerlijkheden (Den Haag: [z.u.], 1909-1912). [Delpher]
Noten
[1] Erfgoed Leiden en omstreken te Leiden, BS Geboorte Stadsarchief van Leiden (Stadsbestuur (SA III)) (1816-1929), Deel: 4702, Periode: 1841, Leiden, archief 0516, inv.nr. 4702, 17 juni 1841, Geboorteakten 1841, aktenr. 717 [Erfgoed Leiden]. Zie ook Wittert van Hoogland (1909-1912), deel I, p. 233.
[2] Voor de geboorteakte van Margaretha Bouwina, zie Erfgoed Leiden en omstreken te Leiden, BS Geboorte Stadsarchief van Leiden (Stadsbestuur (SA III)) (1816-1929), Deel: 4704, Periode: 1843, Leiden, archief 0516, inv.nr. 4704, 3 oktober 1843, Geboorteakten 1843, aktenr. 998 [Erfgoed Leiden]. Voor haar overlijdensakte, zie id., BS Overlijden Stadsarchief van Leiden (Stadsbestuur (SA III)) (1816-1929), Deel: 4965, Periode: 1844, Leiden, archief 0516, inv.nr. 4965, 4 oktober 1844, Overlijdensakten 1844, aktenr. 890 [Erfgoed Leiden].
[3] Voor de geboorteakte van Egbert, zie Erfgoed Leiden en omstreken, BS Geboorte Stadsarchief van Leiden, Deel: 4706, Periode: 1845, Leiden, archief 0516, inv.nr. 4706, 11 maart 1845, Geboorteakten 1845, aktenr. 310 [Erfgoed Leiden]. Voor Geertruida, zie idem, Deel: 4707, Periode: 1846, Leiden, archief 0516, inv.nr. 4707, 22 september 1846, Geboorteakten 1846, aktenr. 959 [Erfgoed Leiden]. Voor Bouwina, zie idem, Deel: 4709, Periode: 1848, Leiden, archief 0516, inv.nr. 4709, 2 mei 1848, Geboorteakten 1848, aktenr. 417 [Erfgoed Leiden].
Voor Godard, zie idem, Deel: 4710, Periode: 1849, Leiden, archief 0516, inv.nr. 4710, 28 december 1849, Geboorteakten 1849, aktenr. 1287 [Erfgoed Leiden]. Voor Johannes, zie idem, Deel: 4712, Periode: 1851, Leiden, archief 0516, inv.nr. 4712, 13 augustus 1851, Geboorteakten 1851, aktenr. 888 [Erfgoed Leiden]. Voor Anna, zie idem, Deel: 4716, Periode: 1854, Leiden, archief 0516, inv.nr. 4716, 20 november 1854, Geboorteakten 1854, aktenr. 1103 [Erfgoed Leiden]. Voor Laurens, zie idem, Deel: 4718, Periode: 1856, Leiden, archief 0516, inv.nr. 4718, 4 oktober 1856, Geboorteakten 1856, aktenr. 944 [Erfgoed Leiden].
[4] Voor de geboorte van Isaac, zie Erfgoed Leiden en omstreken te Leiden, BS Geboorte Stadsarchief van Leiden (Stadsbestuur (SA III)) (1816-1929), Deel: 4723, Periode: 1860, Leiden, archief 0516, inv.nr. 4723, 16 april 1860, Geboorteakten 1860, aktenr. 437 [Erfgoed Leiden]. Voor Christina, zie Erfgoed Leiden en omstreken te Leiden, BS Geboorte Stadsarchief van Leiden (Stadsbestuur (SA III)) (1816-1929), Deel: 4726, Periode: 1863, Leiden, archief 0516, inv.nr. 4726, 4 oktober 1863, Geboorteakten 1863, aktenr. 1098 [Erfgoed Leiden].
[5] Erfgoed Leiden en omstreken te Leiden, BS Huwelijk Stadsarchief van Leiden (Stadsbestuur (SA III)) (1816-1929), Deel: 4855, Periode: 1864, Leiden, archief 0516, inv.nr. 4855, 26 april 1864, Huwelijksakten 1864, aktenr. 73 [Erfgoed Leiden].
Voor een gefotografeerd portret van Berthold Justus Daniel Zubli in een fotoalbum van Leidse studenten, zie Amsterdam Rijksmuseum, RP-F-F00666-DB [Rijksstudio]. De foto is gemaakt door een gemaakt door een Haagse fotograaf.
[6] Stadsarchief Amsterdam, 1507: archief van de familie Zubli [Stadsarchief Amsterdam]. Zie ook familiebericht in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (20 april 1878), p. 3 [Delpher]. Voor de overlijdensakte van Egbert Joan Isaac, zie Haags Gemeentearchief te Den Haag, BS Overlijden Ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage, ‘s-Gravenhage, archief 0335-01, inv.nr. 1331, 30-01-1880, Overlijdensakten Den Haag, aktenr. 283 [Haags Gemeentearchief].
Voor de overlijdensakte van Bouwina, zie Gelders Archief te Arnhem, BS Overlijden Burgerlijke stand Gelderland, dubbelen, Ede, archief 0207, inv.nr. 5208.01, 29-08-1871, Ede, Overlijdensregister, aktenr. 15 [Gelders Archief]. Voor de overlijdensakte van Geertruida, zie Haags Gemeentearchief, BS Overlijden Ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage, ‘s-Gravenhage, archief 0335-01, inv.nr. 1306, 19-08-1872, Overlijdensakten Den Haag, aktenr. 1596 [Haags Gemeentearchief]. Geertruida’s echtgenoot Jacob Hendrik Hora Siccama hertrouwt vervolgens in 1879 met een jongere zus, Anna. Voor de trouwakte van Anna, zie Haags Gemeentearchief te Den Haag, BS Huwelijk Ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage, ‘s-Gravenhage, archief 0335-01, inv.nr. 676, 03-04-1879, Huwelijksakten Den Haag, aktenr. 196 [Haags Gemeentearchief].
[7] Zoveel blijkt uit haar brieven aan Alberdingk Thijm. Voor die brieven, 1885 – 1887, zie Nijmegen, Katholiek Documentatie Centrum (hierna: KDC), Radboud Universiteit, archief THYM: J.A. Alberdingk Thijm, 1583 – 1972, inv.nr. 1217 [KDC]. Voor Zubli als beeldend kunstenares, zie ook A.T. 1897, p. 224-226, Servaas van Rooyen 1908, p. 183, Scheen 1981, p. 33 en Hostyn en Rappard 1995, p. 118.
[8] Dat betekent overigens niet dat haar werk, ingediend voor stedelijke tentoonstellingen, altijd geplaatst wordt. Zie Hardus. De weigering heeft overigens niet altijd met de kwaliteit te maken. Als slechts één van 2 inzendingen van Zubli – ‘Les Immortelles’ en ‘Mimosa’ – geweigerd wordt in 1889, is het aantal inzendingen van kunstenaars enorm. Het antwoord van de commissie aan kunstenaars laat dan ook nogal een sop zich wachten, iets waar Zubli zich in brieven over beklaagd. Zie Klarenbeek 2012, p. 114 en het archief van de stedelijke tentoonstellingen. Stadsarchief Amsterdam, 64: Archief van de Commissie voor de Tentoonstelling van Kunstwerken van Levende Meesters, inv.nr. 18: tentoonstelling 1889, 102: Ingekomen stukken betreffende verkoop van schilderijen [Stadsarchief Amsterdam].
[9] Het doek van Kate Bisschop-Swift, Margaretha Roosenboom en Gerardina van de Sande Bakhuyzen waaraan ook Sientje Mesdag-van Houten meewerkt, is een geschenk aan koningin Sophie ter gelegenheid van het regeringsjubileum van haar man, koning Willem III, in 1874. Zie ook Leeuwarden, Fries Museum, Christoffel & Kate Bisschop. Verlangen naar vroeger, met bijdragen van Marlies Stoter, Anne-Marie Segeren, e.a. (Zwolle: Waanders, 2024), p. 67 en Klarenbeek 2012, p. 181.
[9] Behalve De Amsterdammer wordt de collaboratie nog genoemd in Het vaderland (6 april 1883) en Opregte Haarlemsche courant (9 april 1883). De medaille voor haar aquarel wordt genoemd in dagbladen als Algemeen handelsblad (7 september 1883), p. 2 [Delpher], maar ook in diverse weekbladen, zoals De huisvrouw 13, nr. 1 (1883), p. 3 [Delpher] en Floralia 4, nr. 37 (1883), p. 5 [Delpher].
[10] Nijmegen, KDC, archief THYM, inv.nr. 1217: Brieven van Marie Zubli-van den Berch van Heemstede. 1885-1887 [KDC].
[11] Voor het gedicht ‘A ma sixième médaille’, zie Zubli, Poésies. A la mémoire du Professeur Jos. A. Alberdingk Thym (Parijs, Librairie Fischbacher, 1890), waarvan een exemplaar aanwezig is in het Katholiek Documentatie Centrum, Radboud Universiteit, archief THYM, inv.nr. 4418 [KDC].
[12] [Catharina ALberdingk Thijm], ‘De Internationale Kunstvereeniging te Amsterdam’, Lelie- en rozeknoppen 4, nr. 37 (1885), p. 1 [Delpher].
[13] Nijmegen, KDC, archief THYM, inv.nr. 1217 KDC]
[14] Nijmegen, KDC, archief THYM, inv.nr. 4418 [RKD]. Voor diverse pseudoniemen van Louise Stratenus, zie NEWW Women Writers.
[15] Maria Zubli-Van den Berch van Heemstede, Poésies. A la mémoire du Professeur Jos. A. Alberdingk Thym (Parijs: Fischbacher, 1890). Voor een recensie van de bundel, zie De Groene Amsterdammer (25 mei 1890), p. 5 [Historische Groene].
[16] Voor een kladversie van het gedicht, zie Nijmegen, KDC, archief THYM, inv.nr. 3585.[KDC]
[17] ‘Sophia-stichting’, Het vaderland (30 april 1896), p. 6 [Delpher]. Voor de loterij voor kinderbewaarplaatsen, zie onder andere Het vaderland (10 oktober 1889), p. 5 [Delpher]. De werken worden van donderdag 10 tot zondag 13 oktober tentoongesteld in de zalen boven het magazijn van Reeser aan de Noordeinde, alvorens ze geveild zullen worden.
[18] Voor de overlijdensakte van Cornelia Singendonck, zie Haags Gemeentearchief in Den Haag, Ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage,archief 0335-01, inv.nr. 1441, 14-03-1907, aktnr. 1002 [Haags Gemeentearchief]. Overigens is ene Johan Anne Singendonck getuige bij het huwelijk van Daniel Zubli en Maria van den Berch van Heemstede. Zie Erfgoed Leiden en omstreken te Leiden, BS Huwelijk Stadsarchief van Leiden (Stadsbestuur (SA III)) (1816-1929), Deel: 4855, Periode: 1864, Leiden, archief 0516, inv.nr. 4855, 26 april 1864, Huwelijksakten 1864, aktenr. 73 [Erfgoed Leiden]. Dit is waarschijnlijk haar oom, namelijk een broer van de vader van Cornelia Singendonck.
[19] Haags Gemeentearchief te Den Haag, BS Overlijden Ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage, ‘s-Gravenhage, archief 0335-01, inv.nr. 1433, 11-02-1905, Overlijdensakten Den Haag, aktenr. 466 [Haags Gemeentearchief].
[20] ‘Jaarverslag der gemeente ‘s-Gravenhage’, Die Haghe: Bijdragen en mededeelingen (1905), p. 175 [Haags Gemeentearchief].
[21] ‘De Fransche Opera’, Het vaderland (7 april 1888), p. 2 [Delpher].