Verschillende materialen
Elke nieuwe vondst van insignesporen bevestigt opnieuw het idee dat de praktijk om insignes in te naaien wijd verspreid en alom bekend was in de 15de en vroege 16de eeuw. Maar mensen voegden niet uitsluitend insignes toe aan hun boeken. Met het speuren naar insignesporen vind je ook andere zaken die mensen aan hun religieuze boeken toevoegde. Hier blijkt dat objecten in verschillende materialen samengebracht werden en elkaar aanvulden. In de bibliothèque du patrimoine in Clermont bijvoorbeeld wordt een middeleeuws handschrift bewaard dat naast insignes een bijzondere afbeelding bevatte.
Nieuwe ontdekkingen
Toen ik mijn promotiestudie naar religieuze insignes in middeleeuwse boeken afrondde, bekende ik al dat mijn corpus alles behalve compleet was. Desalniettemin waren 90 middeleeuwse handschriften met (sporen van) insignes voldoende om er conclusies over middeleeuwse boekgebruik aan te verbinden. Bovenal kwam ik tot het inzicht dat het gebruik om insignes in te naaien, veel voorkwam. Ik bleef ook na afronding van mijn proefschrift verder speuren naar insignesporen. In mijn Engelstalige monografie over het onderwerp kon ik dan ook een twintigtal handschriften aan het corpus toevoegen, met de opmerking:
that many books with traces of badges … still await discovery, and that these will bring further nuance to this study in the future.
– Silver Saints (2021), p. 2
In lijn met die verwachting doe ik nog regelmatig ontdekkingen van boeken met insignesporen
In de vorige post, ‘Sporen in het perkament’, beschreef ik een getijdenboek, gemaakt voor een vrouwelijk eigenaar. Zij, of een latere bezitter, bevestigde ten minste drie insignes aan een blad voor haar boek dat later weer werd verwijderd. Waarschijnlijk gebeurde dit toen het boek opnieuw werd ingebonden.
Hier wil ik opnieuw aandacht besteden aan een getijdenboek in Clermont (Ms 1508). Ook daarin zitten insignesporen.
Wapens
Het boek bevat wat indicaties voor wie het gemaakt is. Voorafgaand aan de Mariagetijden zit een afbeelding van drie wapens, twee losse boven en dezelfde gecombineerd in één onder. In de catalogus van gedigitaliseerde handschriften Overnia worden de twee beschreven als:
d’azur aux trois losanges d’or … & d’or à la bande d’azur chargée de trois geais passant au naturel
– Overnia, Clermont Ms 1508

Het wapen met drie gouden ruiten op een rij kan van de familie De Ruols zijn, zoals op de website Overnia wordt voorgesteld. Deze adellijke familie voerde een wapen in blauw met drie gouden ruiten volgens het Dictionnaire héraldique de l’Auvergne (1857 p. 180). Ook kan het gaan om het wapen van de adellijke familie De Joserand of Jozerand. Die had bezittingen nabij Riom. In het Nobiliaire d’Auvergne, deel III (1846, p. 322) wordt hun wapen beschreven als gedeeld, met heraldisch links: “d’azur, à trois losanges d’or rangées en fasce.” De familie De Joserand voerde het wapen met de ruiten al in de vijftiende eeuw.
De geografische plaatsing van de eigenaar in de Auvergne komt overeen met de herkomst van het boek. Dat heeft namelijk een kalender voor gebruik in de Auvergne. Hierin staat bijvoorbeeld op 5 juni de naam Illidius, ofwel Alyre, de vierde bisschop van Clermont. Bovendien staat op 14 december de translatie van zijn relieken. Deze werden bewaard in de benedictijnerabdij Saint-Alyre in Clermont.
Latere bezitters
Door verschillende bezittersnotities kunnen we de opeenvolgende eigenaars van het boek traceren, van Anna Girald (f. 63r) via Amable Thierry (f. 180r, met de datum 1571) en Louis Chaduc (f. 1r) tot Michel-Claude Pelissier de Feligonde (schutblad). Louis Chaduc (1564-1638) was raadgever van het présidial de Riom en een verzamelaar van antieke boeken. Zijn naam en handtekening vinden we ook in andere boeken in de bibliotheek van Clermont. Hij liet zijn grote boekencollectie na aan zijn dochter Jeanne die trouwde in 1745 met Claude Laville. Een dochter van Jeanne en Claude Laville huwde François Pellissier de Féligonde. Ook die achternaam vinden we terug in het getijdenboek.

In tegenstelling tot andere boeken in zijn verzameling kocht Chaduc dit getijdenboek niet. Hij kreeg het mogelijk van zijn moeder. Zijn ouders waren François Chaduc, procureur van het “présidial de Riom” en Amable Thierry (geb. Riom, 1548). Haar naam vinden we op het folio met het einde van een gebed tot Maria (f. 184r). Ze voegde daaraan het jaartal 1571 toe. Mogelijk was dit het jaar waarop ze het boek aan haar zoon overdroeg.
Intensief gebruik
Van wie Thierry het boek kreeg, blijft echter onduidelijk. Op folio 63r is een tekst weggekrast. Het gaat om een 15de-eeuwse eigendomsnotitie die gereconstrueerd is:
Ces heures sont à moy anna girald qui les trouvera les moy randra et je poyeres sa poene et son tems.
A. girald
Deze getijden zijn van mij, Anna Girald. Wie ze zal vinden, zal ze naar me terugbrengen en ik zal betalen voor de moeite en de tijd. A Girald
– Overnia, Ms 1508
Wie Anna Girald was, blijft voorlopig een mysterie. De notitie verklapt wel enkele andere zaken: het is duidelijk dat Girald haar boek koesterde. In de notitie belooft zij immers degene te belonen die haar boek terugbrengt. De notitie verraadt tegelijkertijd de grote kans dat Anna het boek zou verliezen. Een boek dat alleen thuis wordt geraadpleegd, behoeft een dergelijke notitie niet. Kennelijk gebruikte Anna het getijdenboek intensief en nam het met zich mee, als zij haar woning verliet, om naar de kerk te gaan bijvoorbeeld.
De laatste pagina in het boek is het interessantst. Daar zien we dat het boek niet alleen gekoesterd werd, maar ook verder aangevuld.

In verschillende materialen
De pagina toont sporen van insignes onder aan de pagina. Het gaat om afdrukken van reliëf. Tevens zitten er gaatjes in het perkament van het draad waarmee de metalen plaatjes bevestigd waren. Het waren twee ronde insignes en een vierkante. Deze laatste had een onbekende voorstelling in een cirkelvormige omlijsting.
Bovendien zat er op dezelfde pagina – boven de insignes – ooit een vierkant plaatje. Het perkament is daar lichter van kleur. Het platte voorwerp liet echter geen afdruk achter van reliëf, zoals de insignes. Waarschijnlijk gaat het dus om een tekening, houtsnede of schildering.

De tekst langs de bovenrand van de pagina geeft een indicatie wat er was afgebeeld. Daar staat namelijk in kapitalen:
SALVE SANCTA FACIES NOSTRI REDEMPTORIS IN QVA NITET SPECIES
Het is het begin van het gebed Salve sancta facies, gericht tot het ‘heilige gelaat’. In dit gebed spreekt de gelovige de hoop uit om na de dood het gezicht van Christus in het hiernamaals te mogen aanschouwen. Het populaire gebed verschijnt in veel religieuze boeken, vaak gecombineerd met een voorstelling van Christus, zoals in een getijdenboek in The Fitzwilliam Museum (hier) of in het DaCosta getijdenboek in The Morgan Library (hier). In het getijdenboek Clermont 1508 ontbrak dat gebed echter. De boekeigenaar compenseerde dit gemis door het begin zelf toe te voegen, inclusief een afbeelding. Hierop was het portret van Christus afgebeeld of wellicht, zoals ook wel gebruikelijk, de afdruk van zijn gelaat op de doek die als reliek in Rome wordt bewaard. In sommige afbeeldingen houdt de heilige Veronica die doek omhoog, bijvoorbeeld in een getijdenboek van hertog Filips de Goede (hier) of in een getijdenboek in Châlons-en-Champagne (hier).
Speuren
Speuren naar insignesporen levert soms meer op dan alleen insignes. De pagina in Clermont 1508 bevat behalve insignesporen ook de beginregel van het gebed Salve sancta facies: ‘Gegroet heilig aanschijn’. Bovendien koppelde de eigenaar het gebed aan een afbeelding van Christus’ gelaat. Met de verscheidenheid aan afbeeldingen in verschillende materialen complementeerde de boekbezitter de al aanwezige teksten en beelden. Zo werd het boek na aanschaf verder aan persoonlijke wensen aangepast.