Samen als kunstenaar
Op de Nieuwe Algemene Begraafplaats te Baarn staat een prachtige zerk die het graf markeert van het kunstenaarsechtpaar Gerrit Haverkamp (1872-1926) en Jo Machwirth (1875-1945). De eerste woorden die in de steen zijn uitgehakt, luiden “Gerhard Christiaan Haverkamp Kunstschilder”. Onder de zijne wordt in 1945 vervolgens de volledige naam van zijn echtgenote Johanna Georgina Maria Machwirth toegevoegd. Dat ook zij haar leven lang kunstschilder is, blijkt echter uit niets. Hoewel Machwirth en Haverkamp samen als kunstenaar optrekken, krijgt zij daarvoor niet de erkenning die haar man krijgt. Bovendien zet Machwirth bij leven alles in het werk om de reputatie van haar echtgenoot als kunstenaar te ondersteunen.
Portretten
Gedurende de tijd die ze samen doorbrengen, oefenen de kunstenaars Haverkamp en Machwirth wederzijdse invloed op elkaar uit. Dat blijkt bijvoorbeeld uit hun werk. Allereerst speelt Haverkamp, die grafisch kunstenaar is, een rol in Machwirths keuze om zich op grafiek toe te leggen. Daarmee begint ze na haar huwelijk in 1907. In 1919 exposeert ze namelijk een litho van een slapende poes op een tentoonstelling in Leiden die is gewijd aan het dier in de hedendaagse kunst en kunstnijverheid, georganiseerd door de Nederlandsche Vereniging tot Bescherming van Dieren.[1]
Zie tentoonstellingsoverzicht hieronder
De vroegst gedateerde litho die ik kon vinden, dateert eveneens uit 1919. Deze toont een portret van een meisje, al is niet duidelijk of het om een bestaande persoon gaat.

Het gaat hier om een zogenaamd busteportret wat wil zeggen dat het hoofd is afgebeeld inclusief schouderpartij. Hoewel er zich achter de jonge vrouw een weidelandschap uitstrekt, met uitzicht op een rij hoge populieren, wordt de figuur zelf omsloten door verschillende soorten bloemen, zoals een zonnebloem en een rozenstruik. Voorgrond en achtergrond lijken daardoor twee gescheiden werelden: een uitgestrekt akker en een bloementuin. Bovendien staat het meisje met blote schouders tussen de doornentakken. De tegenstrijdige elementen zorgen vervolgens voor een vervreemdend sfeer die het portret een sprookjesachtige uitstraling geeft.
In 1923 exposeert ze opnieuw grafisch werk, dan in de Koninklijke Kunstzaal Kleykamp in Den Haag. Op die tentoonstelling – “die bedoeld is permanent te zijn” volgens het tijdschrift voor leerlingen en oud-leerlingen van de Utrechtse School voor de Grafische Vakken De tampon (1923) – is tegelijkertijd ook werk te zien van Gerrit Haverkamp.
Weduwe
Op 16 december 1926 overlijdt Haverkamp echter, en plotseling.[2] Dat staat ook ook in de rouwadvertentie in De telegraaf (19 december 1926) waarin Machwirth het overlijden “plotseling tot onze groote droefheid” kenbaar maakt. In het jaar na Haverkamps overlijden maakt de kunstenares vervolgens een gelithografeerd portret van haar echtgenoot op 52-jarige leeftijd. Dat wil zeggen, de litho van 1927 stelt haar echtgenoot voor zoals hij was in 1923/1924.

In deze litho probeert Machwirth haar echtgenoot te vatten in een voor hem typerende bezigheid, want Haverkamp zit in de buitenlucht voor zijn ezel, terwijl hij aandachtig het resultaat van een tekensessie bekijkt. De korenschoven in het veld achter hem, zijn ook te zien op het paneel met papier dat op zijn ezel staat.
Aandachtige kop
Het portret oogst vervolgens veel bewondering. Dat blijkt bijvoorbeeld wanneer Machwirth in 1935 een solotentoonstelling heeft die tot meer aandacht in de krant leidt. Wanneer dan een recensent met de initialen C.A.S., waarschijnlijk de bekende toneel- en kunstrecensent Cor A. Schilp, deze expositie bespreekt, introduceert hij Machwirth als de weduwe van “den teekenaar G.C. Haverkamp, die veel in onze provincie gewerkt heeft o.a. in Scherpenzeel en Soest.”[3] Vervolgens beschrijft hij het portret dat Machwirth enkele jaren na Haverkamps overlijden maakt:
De stille aandachtige kop en profiel gezien, is onder de handen van de lithografe een levend iets geworden: men voelt het strak-geduldige, het het bijna fanatisch bezig zijn met zijn kunst, zijn droom.
Het is echter niet de eerste maal dat Machwirth Haverkamp afbeeldt. Integendeel, haar echtgenoot is veel vaker onderwerp van haar tekeningen en schilderijen. Zo bevinden zich bijvoorbeeld in Drents Museum nog enkele tekeningen met een portret van Haverkamp en zelfs een schilderij van haar echtgenoot terwijl deze in de buitenlucht aan het schilderen is.[4]
Exposities
De portretten die Machwirth van haar echtgenoot vervaardigt, maken de kunstenares vervolgens tot hofleverancier van portretvoorstellingen van de graficus. Een portrettekening wordt bijvoorbeeld afgedrukt in boekje behorend bij een tentoonstelling van Haverkamps etsen die wordt gehouden in de Haarlemse kunsthandel van J.H. de Bois in 1915, volgens Algemeen handelsblad (19 juni 1915).[5]

Bron: van der Valk 1915, p. 3
En daar blijft het niet bij, want in 1943 gebruikt kunsthistoricus R.W.P. de Vries Jr de hiervoor genoemde portretlitho van de 52-jarige Haverkamp in zijn boek over Nederlandse grafisch kunstenaars.[6] Overigens bespreekt De Vries de kunstenares, die zelf ook graficus is, niet in zijn overzichtswerk. Ze wordt alleen terloops als genoemd als echtgenote van Haverkamp. De schrijver typeert haar daar als schilderes, terwijl zij tevens de maker is van de portretlitho die de passage over Haverkamp vergezelt.
Liefde voor dieren
Na het overlijden van haar man verhuist Machwirth terug naar Soest en daarom wordt ze in een krantenbericht in Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (2 augustus 1928) weer een Soester kunstenaar genoemd. De kunstenares blijkt ondertussen een aanhoudend voorvechtster van dierenrechten. Hiervoor noemde ik al haar deelname aan een tentoonstelling van de Nederlandsche Vereniging tot Bescherming van Dieren in 1919.
Met haar werk blijft ze ook daarna organisaties ondersteunen die zich voor de dierenzaak inzetten. In 1928 voorziet de kunstenares bijvoorbeeld een kalender van dezelfde Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Dieren met maandelijkse tekeningen “die de liefde jegens dieren kunnen helpen aankweeken” volgens Het vaderland (27 november 1928). In 1930 voorziet ze vervolgens het boekje Verhalen uit den dierenwereld van J. Westendorp van illustraties.[7] Uitgever van het boek is de Vereeniging tegen het Mishandelen van Dieren voor Haarlem en Omstreken.[8] Na een succesvolle eerste druk in 1911 verzorgt de dochter van Westendorp in 1930 een tweede die, zoals gezegd, door Machwirth wordt geïllustreerd.
Anna de Savornin Lohman bespreekt het boekje vervolgens kort in het tijdschrift De Hollandse lelie. Daarin schrijft ze:
Aardige plaatjes versieren den tekst. Ik noem o.a.: De honden van den St. Bernard, Zelf-genezing bij Dieren, enz. Och toe ouders, geeft uw kinderen dit werkje cadeau.
– A. de Savornin Lohman, in De Hollandsche Lelie 25 (1911-1912), p. 363 [DBNL]
Katten
Haar liefde voor dieren is ook terug te zien in Machwirths overgeleverde litho’s waarin bovenal katten een hoofdrol spelen. Verschillende van Machwirths litho’s tonen namelijk katten in herkenbare situaties, soezend voor een raam, slapend op een bank of spelend met kleinere dieren.

Ondanks de populariteit van deze dieren in de kunst – lees bijvoorbeeld mijn post over Anna Maria Kruijff – kan de grote hoeveelheid niet iedereen bekoren. Zo schrijft criticus Cor Schilp bijvoorbeeld naar aanleiding van een solo-expositie van Machwirth in 1935 dat alle plaatjes van poezen hem “een beetje tè … poezig, te lief en te plaatjesachtig” zijn.
Ouderwets
Behalve grafiek blijft Machwirth ook schilderijen met andere thema’s exposeren, bijvoorbeeld in 1928, wanneer een journalist van Winschoter courant (17 november 1928) naar aanleiding van een tentoonstelling schrijft:
Van mevr. Haverkamp worden er een drietal heel mooie stillevens geëxposeerd, uitstekend van toon en compositie.
Haar bloemen worden na 1930 echter steeds vaker als enigszins ouderwets beschouwd. Zo exposeert ze in 1933 bijvoorbeeld met een groep kunstenaars in de Openbare Leeszaal en Bibliotheek te Laren. Dan oordeelt een criticus met de initialen H.v.C. in De Gooi- en Eemlander (25 juli 1933):
Het werk van Mevr. Haverkamp-Machwirth doet in deze omgeving erg ouderwetsch aan. Het is echter goed verzorgd en een schilderij als: “Appelbloesem” (no. 27), geeft wel de illusie van lenteweelde. Ook haar “Meidoorn” (no. 28), mag om dezelfde kwaliteiten worden genoemd.
In 1939 komt ook een recensent met de initialen J.B. van Arnhemsche courant (21 juni 1939) tot hetzelfde oordeel:
In het gezelschap van deze modern georiënteerde schilders doet het preciese werk van J. Haverkamp-Macwirth [sic] wat antiek aan. Het is tonalistisch zuiver afgestemd en in de voorstellingen, b.v. muizenfeest, van een verhalend karakter.
Tussen het werk van jongere kunstenaars als Jo Kruyder-Bouman (1886-1873), Mathieu Wiegman (1886-1971) en Dorus Roovers (1897-1953) oogt het werk van de oudere Machwirth dus wat oubollig. Desondanks wordt haar werk nog steeds gewaardeerd om zijn kwaliteiten, zoals precisie en zuivere tonaliteit.
Vrouwenemancipatie
Naast dierenbescherming zet Machwirth zich ook voor de emancipatoire zaak. Ze exposeert in 1933 bijvoorbeeld op een tentoonstelling van kunstenaressen georganiseerd door de Vereeniging van Werkende Vrouwen. Ter verduidelijking, deze vereniging is de Nederlandse afdeling van de International Federation of Business and Profesional Women waarvan de Italiaanse beeldhouwster Antonietta Paoli Pogliani voorzitter is. De tentoonstelling, die van 16 september tot 2 oktober in het Stedelijk Museum te Amsterdam te zien is, heeft vervolgens een expliciet emanciperend doel. Zo schrijft Pogliani namelijk in de inleiding van de catalogus:

Ons streven heeft dus een maatschappelijk doel waartoe de vrouwen kunnen bijdragen door haar invloedssfeer in gezin en wereld geleidelijk te verbreeden.[9]
Het jaar daarna neemt Machwirth plaats in een Nederlandse subcommissie van de kunstafdeling van de International Federation of Business and Professional Women. Met de overige leden gaat ze vervolgens een vergelijkbare tentoonstelling van werkende vrouwen organiseren in Warschau volgens Het vaderland (22 mei 1934).
Ook de Poolse keramiste Lea Halpern (1895-1985), die een jaar eerder ook in de commissie van uitvoering zit, neemt deel aan de kunstcommissie voor Warschau. Het initiatief vindt vervolgens steun bij de Poolse autoriteiten die ruimte beschikbaar stellen in het Instytut Propagandy Sztuki (Instituut voor Kunstpropaganda) in Warschau, dat eerder is opgericht op initiatief van kunstenaars en kunsthistorici om moderne kunst te stimuleren.[10] In oktober 1934 is de tweede tentoonstelling door werkende vrouwen in Warschau dan een feit.
Gevoelige portretje
Ondertussen draagt Machwirth zorg voor de nagedachtenis van haar overleden echtgenoot. In 1937 doet ze bijvoorbeeld een grote donatie van 37 schilderijen plus “een groot aantal teekeningen en etsen” van Haverkamp aan het Goois Museum, volgens De Gooi- en Eemlander (1 juni 1937).
In 1942 overlijdt vervolgens Machwirths broer Jan George, pas 54 jaar oud.[11] In 1922 is hij getrouwd met de Friese Grietje Frantzen en na zijn overlijden plaatst de weduwe, ook namens hun 17-jarige zoon Carlo, een overlijdensbericht in Leeuwarder courant (21 februari 1942).[12] De band van Jo Machwirth met het gezin van haar broer is waarschijnlijk nauw, want ze stelt in 1935 een portret van de jongen tentoon. Het “gevoelige portretje van Carlo”, zoals een recensent het omschrijft, dateert van 1930, als Carlo pas 4 of 5 jaar oud is.[13]

Drie jaar na haar broer Jan George overlijdt ook Jo, op 6 januari 1945 in Soest.[14] Ze is dan 69 jaar. Omdat ze geen kinderen heeft, plaatst haar schoonzus Grietje Frantzen de rouwadvertentie. Ook de naam van haar inmiddels 20-jarige neef Carlo staat onder de advertentie in Friesche courant (10 januari 1945).
Bijgezet in Baarn
Vervolgens laat Frantzen in een later overlijdensbericht in Algemeen handelsblad (12 februari 1945) weten dat de begrafenis van Machwirth op 10 januari op de Hervormde Begraafplaats in haar woonplaats Soest heeft plaats gevonden. Toch is Machwirths graf momenteel in Baarn te vinden. Vermoedelijk heeft de begrafenisceremonie dus eerst in Soest plaatsgevonden en is het lichaam vervolgens naar Baarn overgebracht en in het graf van haar echtgenoot bijgezet. Dan wordt waarschijnlijk ook haar naam in de zerk uitgehakt.

Met de zerk is echter iets raars aan de hand. Er zit nochtans een vreemde discrepantie in de manier waarop echtgenoot en echtgenote worden voorgesteld. Waar bij Haverkamp namelijk wordt vermeld dat hij bij leven kunstschilder was, is deze toevoeging bij Machwirth nergens te bekennen. Daarmee is de vrouw een zelfde lot beschoren als veel vrouwelijke kunstenaars wier echtgenoot tevens werkzaam is in de kunst. Schilderes Sara Sartorius bijvoorbeeld overkomt iets vergelijkbaars. In 1913 wordt zij bijgezet in het graf van haar overleden man, maar haar naam wordt niet toegevoegd aan hun gezamenlijke graf. Over Sartorius schreef ik al meerdere blogposts, onder andere ‘Zijn kunstzuster’ waarin ook de misverstanden rond de artistieke relatie met haar echtgenoot H.A.C. Dekker uitvoeriger aan bod komen.
Onvermeld
De rol die Machwirth speelt om de nagedachtenis aan haar overleden man levend te houden, is dus groot. Net zoals Sartorius laat ze bijvoorbeeld een monumentale grafzerk ontwerpen die haar mans reputatie als kunstschilder benadrukt met de toevoeging ‘kunstschilder’. Ze levert bovendien de portretten voor publicaties over haar echtgenoot en ze doneert zijn werk aan een museum. Zo slaagt Machwirth erin om haar man onder de aandacht te houden, ook na zijn overlijden. Ondertussen blijft Machwirth ook actief als kunstenaar. Ze blijft namelijk schilderen, lithograferen en exposeren.
Toch gaat de aandacht voor Haverkamp vaak ten koste van haarzelf. Als ze in 1935 een solotentoonstelling heeft die aandacht krijgt in de pers, introduceert recensent Schilp haar bijvoorbeeld als de weduwe van “den teekenaar G.C. Haverkamp die veel in onze provincie gewerkt heeft”.[15] In dezelfde recensie beschrijft hij ook de portretlitho die Machwirth van haar 52-jarige echtgenoot maakt. Hoewel er grote bewondering voor haar kwaliteiten als portrettist in de recensie doorklinkt, gebruikt Schilp de litho vooral om over Haverkamps “fanatisch bezig zijn met zijn kunst” te spreken. Zodra Haverkamp in beeld is, lijkt de aandacht dus te verschuiven van Machwirth naar haar echtgenoot.
Na Machwirth dood blijkt er echter niemand die de zorg draagt voor haar nagedachtenis. Na haar overlijden wordt de schilderes en graficus bijgezet in het graf van haar echtgenoot waarbij haar kunstenaarschap onvermeld blijft.
Selectie van grafisch werk en tekeningen
In de vorige blogpost ‘Consciëntieus coloriste’ maakte ik een lijst van enkele schilderijen van Machwirth. Behalve schilder is ze echter ook graficus. Het grafisch werk van Machwirth, allemaal litho’s, dateert van tijdens en na haar huwelijk met Haverkamp. Dat blijkt ook wel uit de signatuur. Ze signeert haar litho’s namelijk met J. Haverkamp-Machwirth, of met het monogram JHM.
Lithografie
1919

1. Portret van een meisje tussen de bloemen in landschap, rondom een lijst van rozentakken, eigenhandig gesigneerd ‘J Haverkamp-Machwirth’ (rechtonder) en genummerd ’25/25′ (linksonder), beide in potlood, gesigneerd met initialen en gedateerd ‘JHM 19’ (rechtsonder) op de steen, lithografie, 396 x 312 mm (blad).
Collectie: Amsterdam, Rijksmuseum, RP-P-1937-1017.
Bron: Rijksstudio
1927

2. Portret van Gerrit Haverkamp op 52-jarige leeftijd, eigenhandig gesigneerd ‘ J Haverkamp Machwirth’ (linksonder) en genummerd ’22/35′ (rechtsonder), beiden in potlood, gesigneerd met initialen en gedateerd ‘JHM 27’ (linksonder) op de steen, lithografie, 280 x 373 mm (blad).
Collectie: Amsterdam, Rijksmuseum, RP-P-1927-401
Bron: Rijksstudio
1928

3. ’n Duel, litho, eigenhandig gesigneerd ‘J Haverkamp Machwirth’ (rechtsonder) en genummerd ’30/50′ (linksonder), beide in potlood, gesigneerd en gedateerd J Haverkamp Machwirth ’28’ (linksonder) op de steen, lithografie, 160 x 240 cm (voorstelling)
Herkomst: Kunstveiling, veiling, 31 oktober 2015; Haarlem, Bubb Kuyper: Auctioneers of Books, Fine Arts & Manuscripts, veiling 27 november 2014.
Bron: Kunstveiling
Opmerking: Nummer 39/50 werd geveild bij Bubb Kuyper: Auctioneers of Books, Fine Arts & Manuscripts, veiling 21 mei 2015, lot 3581. Bron Invaluable

4. Diogenes, lithografie, 27,8 x 38,3 cm., eigenhandig gesigneerd ‘J Haverkamp Machwirth’ (linksonder) en genummerd ’21/60′ (rechtsonder), beide in potlood, gesigneerd en gedateerd ‘J Haverkamp Machwirth ’28’ (linksonder) op de steen, lithografie, 278 x 383 mm.
Herkomst: Haarlem, Bubb Kuyper: Auctioneers of Books, Fine Arts & Manuscripts, veiling 29 november 2018, lot 4041.
Bron: Invaluable
1929

5. De graveur (Portret van Paul Dupont), eigenhandig gesigneerd ‘J Haverkamp Machwirth’ (linksonder) in potlood, gesigneerd met initialen en gedateerd ‘1929 JHM’ (rechtsonder) op de steen, 240 x 320 mm (blad), 100 x 195 mm (voorstelling).
Collectie: Amsterdam, Rijksmuseum, RP-P-2014-84-1. Andere staat: Haarlem, Teylers Museum,
KG 2014 053.
Bron: Rijksstudio

6. Ontmoeting tussen een kat en een kikker, eigenhandig gesigneerd ‘J Haverkamp-Machwirth’ (linksonder) en genummerd ’46/60′ (rechtsonder), beide in potlood, gesigneerd en gedateerd ‘J Haverkamp Machwirth ’29’ (rechtsonder) op de steen, litografie, 427 x 327 mm.
Herkomst: Haarlem, Bubb Kuyper: Auctioneers of Books, Fine Arts & Manuscripts, veiling 29 november 2018, lot 4042.
Bron: Invaluable

7. Twee katten, gesigneerd ‘J Haverkamp Machwirth’ (linksonder) en genummerd ‘5/45’ (rechtsonder), beide in potlood, gesigneerd met initialen en gedateerd ‘JHM ’29’ (rechtsonder) op de steen, lithografie, 175 x 234 mm.
Herkomst: Haarlem, Bubb Kuyper: Auctioneers of Books, Fine Arts & Manuscripts, veiling 29 november 2018, lot 4043.
Bron: Invaluable
Tekeningen
1907
8. Portret van Gerhard Christiaan Haverkamp, 1907, tekening. Assen, Drents Museum, E2019-0008. Bron: Drents Museum.
1909

9. Verpleegster bij een vrouw in een bedstee, gesigneerd ‘Jo Haverkamp M 09’ (linksonder), tekening, zwart krijt, 28,4 x 42,2 cm.
Herkomst: Haarlem, Bubb Kuyper Veilingen, veiling 24 november 2022, lot 4023 en idem, 19 mei 2022, lot 3571; Auktionen Dr. Crott, Arts & Graphics, 19 mei 2022, lotnummer onbekend.
Bron: LotSearch en Invaluable
1911
10. Gerhard Christiaan Haverkamp, lezend in interieur, 1911, tekening. Assen, Drents Museum, E2019-0009. Bron: Drents Museum
1927
11. Portret van Gerhard Christiaan Haverkamp, 1927, tekening. Assen, Drents Museum, E2019-0006. Bron: Drents Museum

12. Slapende kat met twee kittens, gesigneerd ‘J Haverkamp Machwirth 27’ in potlood (linksonder), tekening in zwart krijt, 24,5 x 35,5 cm.
Herkomst: Haarlem Bubb Kuyper: Auctioneers of Books, Fine Arts & Manuscripts, veiling 1 juni 2017, lot 4139.
Bron: Invaluable
1934

13. Portret van een meisje met capuchon bij hazelaar, gesigneerd met initialen en gedateerd ‘JHM 1934’ in de steen (linksonder) en ‘J Haverkamp Machwirth’ met potlood (linksonder), potlood op papier, 34 x 26 cm.
Collectie: Rijksmuseum, RP-P-2014-83-95
Bron: Picryl
Ongedateerd

14. Portret van G.C. Haverkamp, gesigneerd met initialen JHM, vó’r 1915, tekening, afgedrukt in van der Valk 1915.
Herkomst: tentoonstelling Haarlem, J.H. de Bois 1915.
Bron: van der Valk 1915, p. 3

15. Een vrouw helpt kinderen in hun jas, ongesigneerd, tekening in potlood, 19,2 x 13,3 cm.
Herkomst: Haarlem, Bubb Kuyper Veilingen, veiling 24 november 2022, lot 4022.
Bron: Invaluable


17. Kat, ongesigneerd, tekening in zwart krijt, 35,2 x 26,8 cm
Herkomst: Haarlem Bubb Kuyper: Auctioneers of Books, Fine Arts & Manuscripts, veiling 1 juni 2017, lot 4138.
Bron: Invaluable

18. Twee katten op een vensterbank, gesigneerd met initialen ‘JHM’ (rechtsonder), tekening in zwart krijt, 19,5 x 39 cm
Herkomst: Haarlem Bubb Kuyper: Auctioneers of Books, Fine Arts & Manuscripts, veiling 1 juni 2017, lot 4140.
Bron: Invaluable
19. Portret van Pieter Dupont, tekening op papier. Herkomst: Den Haag, Glerum, veiling 1 december 1992, lot 110. Bron: RKD
20. Portret van vrouw, tekening. Assen, Drents Museum, E1997-0108. Bron: Drents Museum
21. Handwerkende vrouw, tekening. Assen, Drents Museum, E1997-0109. Bron: Drents Museum
22. Portret van Gerhard Christiaan Haverkamp, tekening. Assen, Drents Museum, E2019-0007. Bron: Drents Museum
Tentoonstellingen
Machwirth stelt haar werk vanaf 1899 tentoon, eerst voornamelijk in Zwolle. Haar grote doorbraak lijkt vervolgens de gemeentelijke tentoonstelling in Arnhem in 1901. Haar werk wordt daar namelijk bijzonder positief ontvangen en daarna volgen er snel meer exposities. In Utrecht exposeert ze dan met de leden van Kunstliefde (vanaf 1901), in Amsterdam met de kunstenaarsgenootschappen Maatschappij Arti et Amicitiae (vanaf 1906) en Sint-Lucas (vanaf 1907). Na 1913 lijkt het aantal exposities echter weer af te nemen. Waar ze eerder meerjaarlijks exposeert, is dat daarna niet altijd meer het geval.
Zwolle, Firma Waanders 1899: Expositie van eenige studiën van Johanna Machwirth [melding in POZC (2 november 1899), p. 5 via Delpher]
- “enige studiën”
_ , Firma Van Duyse 1900: Expositie van mejuffrouw Machwirth [melding in POZC (5 november 1900), p. 10 via Delpher]
- “eenige schilderijen en teekeningen … waaronder een paar portretten”
_ , Vereeniging Rembrandt en Vereeniging Vreemdelingenverkeer, 1900: Kunstbeschouwing van de portefeuille van de firma Goupil, aangevuld met een viertal stukjes, twee van J. Machwirth en twee van A.J. Driessen [recensie in POZC (27 november 1900), p. 2 via Delpher]
- onbekend (mogelijk “Boterbloempjes”, zie opmerking in POZC (19 juni 1901) hierna)
Arnhem 1901: Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem (tweede vierjaarlijksche) 15 juni – 1 augustus [recensies in De nieuwe courant (22 juni 1901), p. 9 via Delpher, van A.C. Loffelt in Het nieuws van den dag (1 juli 1901), p. 9 via Delpher en van R. in POZC (8 juli 1901), p. 1 via Delpher]
- “Boterbloempjes” (nr. 238) [verkocht volgens Arnhemsche courant (17 juni 1901), p. 5 via Delpher en POZC (19 juni 1901), p. 3 via Delpher: “verkocht een potje met boterbloemen, dat verleden jaar hier op de Harmonie geëxposeerd was.”]
Zwolle, Vereeniging tot Bevordering van het Vreemdelingenverkeer, 1901: Tentoonstelling in de Harmonie, 7 – 11 oktober [recensie in POZC (8 oktober 1901), p. 5 via Delpher]
- “Oost Indische Kers” (nr. 51)
- “meisjesportret” (nr. 54)
Utrecht, Vereeniging Voor de kunst, 1901: Keuze-tentoonstelling van zwart en wit, tot 27 december
- “teekening, Gezicht op Brussel” [verkocht volgens POZC (25 december 1901)p. 6 via Delpher]
Zwolle 1902: Tentoonstelling van aquarellen en teekeningen op de Harmonie, tot 31 januari [melding in POZC (30 januari 1902) via Delpher]
- “Gezicht op Brussel”
Utrecht, Kunstliefde, 1902: Tentoonstelling van werken der leden [recensie in Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (26 november 1902), p. 2 via Delpher]
- “een paar stadsgezichtjes van een hoog punt uit genomen”
- “‘Meisjeskopje’, een … Scheveningsch figuurtje” [verkocht volgens Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (28 november 1902), p. 2 via Delpher]
_ , _ , 1903a: Tentoonstelling [recensies van Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (1 april 1903), p. 2 via Delpher en in Utrechtsche courant (16 april 1903), p. 2 via Delpher]
- “Stilleven met pauweveeren” (nr. 66)
_ , _ , 1903b: Tentoonstelling van werk van leden [recensie van V. in Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (27 november 1903), p. 2. via Delpher]
- “een paar stadsgezichten”
Amsterdam 1903: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters
- “Stilleven” (nr. 311)
- “Stilleven” (nr. 312)
Utrecht, Kunstliefde 1903: Kunstbeschouwing van een portefeuille van werk der leden [recensie in Utrechtsche courant (27 november 1903), p. 3 via Delpher]
- “portretkop (potlood)”
Arnhem 1905: Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem in Musis Sacrum (derde vierjaarlijksche), 15 juli – 18 augustus
- “Studiekop” (nr. 177)
- “Oude schuur” (nr. 178)
Zwolle, Vereeniging tot bevordering van Vreemdelingenverkeer, 1905: Tentoonstelling van schilderijen in de bovenzaal der sociëteit de Harmonie, vanaf 1 oktober [aankondiging in POZC (29 september 1905), p. via Delpher en recensie in POZC (3 oktober 1905), p. 5 via Delpher]
- “Stillevens” waaronder een klein stilleven en “appels op het grootere stuk”
- “Schuurtje”
- “Roggeland”
- “Studiekop”
Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1906: Tentoonstelling van kunstwerken, vervaardigd door leden der Maatschappij
- onbekend (nr. 93) [verkocht aan de Vereeniging tot Bevordering van Beeldende Kunsten voor de verloting volgens Algemeen Handelsblad (5 mei 1906), p. 9 via Delpher]
Rotterdam 1906: Vierjaarlijksche tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen
- “Portret” (nr. 111)
Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1907: Zeventiende Jaarlijksche Tentoonstelling van kunstwerken van leden der vereeniging, 1 april – 15 mei [recensies in Algemeen handelsblad (11 april 1907), p. 6 via Delpher en van R. in Het vaderland (16 april 1907), p. 9 via Delpher]
- “Stilleven” (nr. 121) [aangekocht voor de verloting en ten deel gevallen aan de heer A.H. Thysmyer te Hattem [volgens POZC (25 april 1907) via Delpher]
_ , Sint-Lucas, 1907: Stedelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende Meesters [recensie volgens Algemeen handelsblad (11 april 1907), p. 6 via Delpher]
- “Gezicht op Eben (België)” (nr. 204)
- “Stilleven” (nr. 205)
Amsterdam 1907: Stedelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, vanaf 7 september
- “Damesportret” (nr. 177)
- “Meisjeskopje” (nr. 178)
_ , Arti et Amicitiae, 1908: Tentoonstelling van kunstwerken, vervaardigd door leden der Maatschappij
- “Stilleven” (nr. 66) [verkocht aan de Vereeniging tot Bevordering van Beeldende Kunsten voor de verloting volgens De nieuwe courant (19 mei 1908), p. 2 via Delpher]
_ , Sint-Lucas, 1908: 18e Jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken van leden der vereeniging, 3 mei – 15 juni
- “Straatje te Canne” (nr. 200)
- “Poort eener Limburgsche boerderij” (nr. 201)
_ , Larensche kunsthandel, 1908: Portrettententoonstelling [recensie van R. in Het vaderland (14 november 1908), p. 2 via Delpher]
- “Meisjeskopje”
_ , Sint-Lucas 1909: Negentiende jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken van leden der vereeniging, 11 april – 16 mei
- “Een kleine schalk” (nr. 267)
- “O. I. kers” (nr. 268)
_ , Arti et Amicitiae, 1909: Tentoonstelling van teekeningen en beeldhouwwerken, vervaardigd door leden der maatschappij, oktober – november
- “Bloemen” (nr. 70)
_ , _ , 1910: Voorjaarstentoonstelling van kunstwerken, vervaardigd door leden der Maatschappij
- onbekend (nr. 79) [aangekocht door de Vereeniging tot Bevordering van Beeldende Kunsten voor de verloting volgens De telegraaf (17 juni 1910), p. 2 via Delpher]
Arnhem 1912: Vierjaarlijksche [recensie in Het nieuws van den dag (6 april 1912), p. 9 via Delpher]
- “landschap(pen)”
Amsterdam 1912: Stedelijke internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, 13 april – juli
- “Portret van Mevrouw B.” (nr. 56)
_ , Stedelijk Museum, 1912: Tentoonstelling van kunstwerken, welke zullen worden verloot ten bate van het Volks-sanatorium Herema-staate te Joure [Aankondiging in De Maasbode (13 oktober 1912) via Delpher]
- een of meer “schilderijen”
Zwolle, Vereeniging tot Bevordering van het Vreemdelingenverkeer en de Verfraaiing van de Stad en Omstreken 1912: Tentoonstelling van schilderijen, teekeningen, enz. van in Zwolle wonende of gewoond hebbende schilders en schilderessen, in de bovenzaal der sociëteit ‘de Harmonie’ [recensie in POZC (21 oktober 1912) via Delpher]
- “een paar stillevens – o.a. een met Visch”
- “eenige herfstbloemen”
- “oude Aaltje”
Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1913: Voorjaarstentoonstelling van schilderijen en beeldhouwwerken, vervaardigd door leden van de Maatschappij [recensies in Het nieuws van den dag (5 april 1913), p. 22 via Delpher, in Algemeen handelsblad (10 april 1913), p. 6 via Delpher en van F.L. in De nieuwe courant (17 april 1913), p. 1 via Delpher]
- een of meer “Bloemstukken”
- “blond meisje”
Amsterdam 1913: Steuntentoonstelling in het Stedelijk Museum [recensie in POZC (24 maart 1915) via Delpher]
- “Amaryttes” [verkocht volgens Het nieuws van den dag (19 maart 1915), p. 2 via Delpher]

Haarlem, Kunsthandel J.H. de Bois, 1915: Tentoonstelling met etsen van G.C. Haverkamp [vermelding in Algemeen handelsblad (19 juni 1915) via Delpher].
“een portret van den kunstenaar naar eene teekening van mevr. Haverkamp-Macwirth”
Den Haag 1915: Nationale steuntentoonstelling, georganiseerd door de sub-commissie te ’s Gravenhage van het Nederlandsch Steuncomité voor beeldende kunstenaars te Pulchri Studio [recensie in Dake [1915], p. 371 (als Machwith)]
- onbekend (nr. 75)
Leiden, Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Dieren, 1919: Tentoonstelling ‘Het dier in de hedendaagsche kunst en kunstnijverheid’, 6 – 14 december
- “Slapende poes, (litho)” (nr. 10)
Den Haag, Koninklijke Kunstzaal Kleykamp, 1923: Tentoonstelling van werken van grafische kunst, begin oktober [recensie in De tampon: orgaan voor de leerlingen en oud-leerlingen der School voor de Grafische Vakken, Utrecht 3, nr. 11 (1923), p. 165 via Delpher]
- onbekend
Enschedé, Nationale Kunsthandel te Amsterdam, 1926: Tentoonstelling van schilderijen en etsen in de openbare leeszaal, vanaf 23 oktober [aankondiging in Nieuwe Rotterdamsche courant (20 oktober 1926), p. 11 via Delpher]
- waarschijnlijk dezelfde “Licht rose rozen” als hieronder
Veendam, Nationale Kunsthandel te Amsterdam, 1927: Tentoonstelling van schilderijen en etsen in de openbare leeszaal [recensie van G.H. Streurman in De Noord-Ooster (25 juni 1927) via Delpher]
- “Licht rose rozen” (nr. 5)
Winschoten, Nationale Kunsthandel te Amsterdam, 1927: Tentoonstelling van schilderijen en etsen in de bovenzaal van De Nederlanden [recensie in Winschoter courant (9 juli 1927), p. 7 via Delpher]
- “Licht rose rozen”
_ , Nationale Kunsthandel te Amsterdam, 1928: Tentoonstelling van schilderijen, etsen en handweefsels in de bovenzaal van het hotel De Wintertuin in de Torenstraat alhier [recensie in Winschoter courant (17 november 1928), p. 6 via Delpher]
- “drietal … stillevens”
- “etsen”
Enschedé, Nationale Kunsthandel te Amsterdam, 1928: Expositie van schilderijen in de openbare leeszaal [recensie van de Br. in Nieuwe Hengeloosche courant (19 december 1928), p. 7 via Delpher]
- “Stilleven” (nr. 12)
- “Kerstrozen”(nr. 13)
Laren 1933: Tentoonstelling van schilderijen, teekeningen en beeldhouwwerk in de O.L.B.[recensie van H.v.G. in De Gooi- en Eemlander (25 juli 1933), p. 2 via Delpher]

- “Appelbloesem” (nr. 27)
- “Meidoorn” (nr. 28)
Amsterdam, International Federation of Business and Professional Women, 1933: Tentoonstelling van werken van beeldende kunstenaressen in het Stedelijk Museum, 16 september – 2 oktober [recensies in Algemeen handelsblad (21 september 1933), p. 9 via Delpher en in De Gooi- en Eemlander (24 september 1933), p. 3 via Delpher]
- “Meidoorn”
- “Witte irissen”
Baarn 1935: Tentoonstelling van schilderijen, teekeningen en litho’s van mevr. J. Haverkamp-Machwirth in het Baarnsche Lyceum, tot en met 10 april [recensie van C.A.S. in Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (26 maart 1935), p. 7 via Delpher]
- “stilleven met de boeken, het Oostersch beeldje en de pot met doode bloemen” (nr. 7)
- “stilleven” (nr. 12)
- “bloeiende vruchtboomen” (nr. 28)
- “bloeiende elzetakken” van 1925 (nr. 41)
- “portret van G.C. Haverkamp” van 1927
- “vogeltjes in duel” van 1928
- “portret van de graveur Dupont” van 1929
- “portretje van Carlo” van 1930

Putten, Kunstzaal d’Olde deel, 1939: Zomerexpositie [recensie van J.W. in Arnhemsche courant (21 juni 1939) via Delpher]
- “voorstellingen, b.v. muizenfeest”
Literatuur
Catalogi
- Cat. Amsterdam 1903. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, te Amsterdam, in den jare 1903 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 30. [internet archive en RKD Library]
- Cat. Amsterdam 1907. Stedelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, in 1907. Catalogus (Amsterdam: Stadsdrukkerij), p. 14. [RKD Library en Delpher]
- Cat. Amsterdam 1912. Stedelijke internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters. Catalogus (Amsterdam: Stadsdrukkerij), p. 21. [RKD Library, Delpher en DoME]
- Cat. Amsterdam 1933. Tentoonstelling van werken van kunstenaressen, georganiseerd door het Internationaal Comité voor Schoone Kunsten, Stedelijk Museum Amsterdam, 16 september – 2 october 1993 ( International Federation of Business and Professional Women), p. 25. [Delpher]
- Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1907. Tentoonstelling van Kunstwerken Vervaardigd door Leden der Maatschappij. April-Mei 1907 (Amsterdam). [DoME]
- Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1909. Tentoonstelling van Teekeningen en Beeldhouwwerken Vervaardigd door Leden der Maatschappi. April-Mei 1909 (Amsterdam). [DoME]
- Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1909. Tentoonstelling van Teekeningen en Beeldhouwwerken vervaardigd door Leden der Maatschappij. Oct-Nov 1909 (Amsterdam). [DoME]
- Cat. Amsterdam, Sint-Lucas, 1908. Vereeniging “Sint Lucas”, 18e jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken van leden der vereeniging (Amsterdam). [DoME]
- Cat. Arnhem 1901. Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem (tweede vierjaarlijksche) 15 juni tot 1 augustus 1901 (Arnhem: G.J. Thieme), p. 27. [RKD Library]
- Cat. Arnhem 1905. Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem in Musis Sacrum (derde vierjaarlijksche), 15 juli tot 18 augustus 1905 (Arnhem: G.J. Thieme), p. 21. [RKD Library en DoMe]
- Cat. Leiden 1919. Tentoonstelling “Het dier in de hedendaagsche kunst en kunstnijverheid“. Bovenzaal Amicitia, Leiden, Breestraat 78, 6-14 December 1919 (Leiderdorp: Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Dieren, afd. Leiden e.o.), p. 9. [Delpher]
- Cat. Rotterdam 1906. Catalogus der Vierjaarlijksche Tentoonstelling van Schilderijen en andere Kunstwerken, in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1906 (Rotterdam: Stefanus Mostert & Zonen), p. 17. [RKD Library en Delpher]
Overig
- C.A.S. [initialen van Cor A. Schilp], ‘Haverkamp-Machwirth. Tentoonstelling van schilderijen en teekeningen in het Lyceum te Baarn’, Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (26 maart 1935), p. 7. [Delpher]
- Heij, Jan Jaap, Vernieuwing & bezinning: Nederlandse beeldende kunst en kunstnijverheid ca. 1885-1935 uit de collectie van het Drents Museum (Zwolle: Waanders, 2004).
- Jakubowska, Agata, ‘All-Women Art Exhibitions Organised by the International Federation of Business and Professional Women’, Archives of Women Artists Research & Exhibitions, gepubliceerd 7 februari 2025). [online]
- van Steijnen, C., ‘Uit de geschiedenis van de Vereeniging tegen het mishandelen van dieren voor Haarlem en omstreken.’ In: Hart voor Haarlem. Liber amicorum voor Jaap Temminck (Haarlem, 1996), p. 317-330.
- van der Valk, M.W., G.C. Haverkamp: zijne schetsen tot 1915. Eene waardeering. Haarlemsche Kunstboekjes, 1 (Haarlem: J.H. de Bois, 1915). [Delpher]
- de Vries Jr, R.W.P., Nederlandsche grafische kunstenaars uit het einde der negentiende en het begin van de twintigste eeuw (De Haag: Oceanus, 1943). [Delpher]
Noten
[1] Cat. Leiden 1919, p. 9.
[2] Het Utrechts Archief, archief 463, inv.nr. 386-06, 17-12-1926, Baarn 1926, aktenr. 130 [Het Utrechts Archief]. Ook Heij 2004, p. 126.
[3] C.A.S. 1935, p. 7.
[4] Hey 2004, p. 242. Steijnen noemt een schilderij, enkele tekeningen en een prent. Bij navraag aan het Drents Museum in Assen bleek het om een schilderij van een buiten-schilderende Haverkamp te gaan, een litho van Dupont en vijf tekeningen waarvan opnieuw drie Haverkamp als onderwerp hebben. Mailcorrespondentie d.d. 17 september 2025.
[6] de Vries 1943, p. 125-129.
[7] De omslagtekening is van Sierk Schröder. Zie Maandblad van de Nederlandsche Vereeniging van Huisvrouwen 18, nr. 10 (1930), p. 323 [Delpher]. De eerste druk die in 1911 het licht ziet, was voorzien van tekeningen door August M.J. Sevenhuijsen (1888-1934).
[8] van Steijnen 1996, vooral p. 329-330.
[9] Cat. Amsterdam 1933, p. 7.
[11] AlleFriezen te Leeuwarden, archief 1007, inv.nr. 743-744, 20 februari 1942, Overlijdensregister 1942, aktenr. 83 I [AlleFriezen].
[12] Id., archief 1007, inv.nr. 462, 24 juli 1922, Huwelijksregister 1922, aktenr. 214 [AlleFriezen].
[13] Carlo is overigens niet de enige zoon van Machwirth en Frantzen. Op 25 april 1923 is ook nog een levenloos jongetje geboren. AlleFriezen te Leeuwarden, archief 30-34, inv.nr. 3056, 26 april 1923, Overlijdensregister 1923, aktenr. 72 [AlleFriezen]. Vervolgens wordt op 2 juli 1925 Jan George Carolus Machwirth geboren. Id., archief 1002, inv.nr. 4989, Bevolkingsregister 1922 – 1939 [AlleFriezen]. Zie ook mededeling in Sneeker Nieuwsblad (8 juli 1925), p. 4 [Kranten in de gemeente Sudwest-Fryslan]. Deze jongen wordt vervolgens Carlo genoemd. Op 31 oktober 1928 komt een derde jongetje ter wereld, ook levenloos. Id., archief 30-34, inv.nr. 3061, 31 oktober 1928, Overlijdensregister 1928, aktenr. 166 [AlleFriezen].
[14] Het Utrechts Archief te Utrecht, BS Overlijden Burgerlijke Stand van de gemeenten in de provincie Utrecht 1943-1950, Soest, archief 1221, inventarisnummer 1791, 09-01-1945, -, aktenummer 25 [Het Utrechts Archief].
[15] C.A.S. 1935, p. 7.