Tekentalent

Zus Gerdes Oosterbeek (1907-1935) is een geweldig tekenaar. In mijn voorgaande post besteedde ik vooral aandacht aan haar ontwerpopdrachten. De hoeveelheid daarvan is indrukwekkend, vooral als je bedenkt dat haar maar korte tijd is gegeven. Tegelijkertijd geven ze blijk van haar aanleg. Aan de basis van die opdrachten ligt namelijk een tekentalent dat Gerdes Oosterbeek ook in haar vrije tijd veelvuldig laat zien.

Tekenakte

Gerdes Oosterbeek begint al jong met tekenen. Typerend is een ongedateerde foto van haar, wanneer ze nog jong is, met een vriendin genaamd Stanneke. Het opschrift op de keerzijde luidt: “Stan en ik met inkfleschjen en teekenpen [en Stan] doet alsof ze mandoline speelt.” Het lijkt geen toeval dat Gerdes Oosterbeek de tekenpen vasthoudt. Het anticipeert op een toekomst waarin tekenen een grote rol zal gaan spelen.

Anoniem, Portret van Zus Gerdes Oosterbeek met vriendin Stanneke, circa 1920, foto (los). Archief ZGO, privébezit

Na haar opleiding bij Wilhelm Johann Lampe behaalt Gerdes Oosterbeek in 1925 haar onderwijsakte in het handtekenen. Uiteraard tekent ze in deze periode veelvuldig. Zo zijn er dierstudies bewaard, onder andere een blad met tekeningen van een hondje dat Li genoemd wordt. ‘Studies van Li’ staat namelijk bovenaan de pagina. Het blad is gedateerd 19 juli 1924. Gerdes Oosterbeek is dan 16 jaar.

Haar tekenmodellen zoekt ze waarschijnlijk in haar nabije omgeving. Het baasje van Li is ongetwijfeld een bekende van Gerdes Oosterbeek, zoals ook de baasjes van andere honden en katten die Gerdes Oosterbeek vastlegt op papier. Daarnaast bezoekt ze een dierentuin om er de inwoners te tekenen. Ze maakt er studies van apen, vogels, leeuwen en tijgers.

Op een steen

Ook op haar reizen gaat potlood en papier mee. Van 26 juli tot 5 augustus 1927 maakt Zus met een groep vrienden een trektocht door Sauerland. Ze wandelen dan van Hagen naar Arnsberg, nemen in Öventrop de trein naar Gleidorf en wandelen daar verder. Een van de medereizigers is Wim, de broer van Zus. De rest van het gezelschap bestaat uit hun vrienden Pim, Jup van Rossem – de latere echtgenoot van Zus Gerdes Oosterbeek – en zijn twee zussen Tini (Justine) en Co (Jacoba).

Tijdens de reis houden Wim en Pim een dagboek bij waarin ze om en om schrijven. De eerste dag van de reis is Wim aan de beurt.[1] Hij schrijft:

Zus gaat al direct fanatiek een rotspartijtje tegenover ons teekenen.

Per dag wordt in het uitvoerige reisverslag wel een opmerking gemaakt over een tekenende Zus. Drie dagen later komen ze door Mellen. “Lieflijk dorpje”, schrijft Wim.[2]

Zus zette zich dus ook gauw op een steen en … schetste (zie kiek èn resultaat!)

Zowel de foto als de tekening zitten gelijmd in een album dat aan de wandeltocht door Sauerland is gewijd. De potloodtekening die Gerdes Oosterbeek in Mellen maakt, blijkt een detail te zijn van een vakwerkhuisje.

In het fotoalbum zijn foto van Zus en haar tekening naast elkaar ingeplakt.

Zus Gerdes Oosterbeek, Slaapzaal in de jeugdherberg in Arnsberg, 29 juli 1927, potloodtekening in in fotoalbum. Archief ZGO, privébezit.

Onderweg wijdt Gerdes Oosterbeek zich aan uitlopende thema’s: landschappen, dorpjes en de bevolking, maar ook haar reisgezelschap neemt ze tot onderwerp, bijvoorbeeld op de meisjesslaapzaal in de jeugdherberg in Arnsberg.

Beloning

In Völlingshausen neemt het gezelschap een dag rust. Ze besluiten twee nachten in dezelfde jeugdherberg verblijven en zijn erg tevreden met hun ‘Herbergsvater’.[3] Ter beloning besluiten de vrienden een tekening van de jeugdherberg, door Zus gemaakt, in het gastenboek te plakken, waarbij ze ook nog een kort gedichtje schrijven:

Van dit zalig oord
Slechts één enkel woord:
Nergens bestaat er
Zóó'n Herbergsvater!

Na het vers voor hem vertaald te hebben, vraagt de Herbergsvater bij het gezelschap na of dat er wel echt staat. “Hij kon het in al zijn bescheidenheid niet geloven!” schrijft Wim Gerdes Oosterbeek in het reisjournaal.

Talent voor karikatuur

Op de dag van het vertrek uit Völlingshausen, op 1 augustus 1927, nemen de wandelaars de trein van Öventrop naar Fredeburg. “Dat was wel tegen de principes, maar we wilden nu eens naar het Zuiden om van dat deel van Sauerland ook een stuk te zien,” schrijft Wim Gerdes Oosterbeek dan. In de trein ontmoeten ze een conducteur die de aandacht van omstanders trekt.[4] Over hem schrijft Wim vervolgens:

De chef, een man van kolossale afmetingen, meer in de breedte dan in de lengte, zich wel bewust van zijn waardigheid, staat bevelen te geven en de menschen “Vorsicht!” toe te brullen. Zus tekent hem even. Iedereen lacht hem uit; hij maakt zich dan ook geheel belachelijk.

Die tekening van Zus die tevens aan het fotoalbum over Sauerland is toegevoegd, is bewijs van haar aanleg voor karikatuur.

Zus Gerdes Oosterbeek, Conducteur, geannoteerd en gedateerd Fredeburg 1-8-27 (middenonder), potloodtekening in fotoalbum. Archief ZGO, privébezit.

De combinatie van “kiekjes” van Jup van Rossem en tekeningen van Zus Gerdes Oosterbeek maken het album uit 1927 tot een bijzonder reisdocument. Snelle schetsen, zoals die van de conducteur, zorgen bovendien voor een dosis humor. Het uitvoerige reisverslag ten slotte voorziet de foto’s en tekeningen van allerhande vermakelijke anekdotes. Daarmee is de reis door Sauerland tot in bijzondere details vastgelegd.

Saudasjøen

In maart 1932 onderneemt de familie Gerdes Oosterbeek met een groot reisgezelschap een wintersportvakantie naar het Noorse dorp Saudasjøen. Opnieuw neemt Zus een schetsboek mee waarin ze afwisselend de omgeving en haar medereizigers vastlegt. Van het reisgezelschap maakt ze vlotte schetsen, voor het landschap neemt ze vaak wat meer tijd. Aan de laatste voegt ze soms kleur toe, bijvoorbeeld aan de tekening van Saudasjøen. Het kleurige dorp spat van de pagina tegen de achtergrond van de schetsmatig aangeduide fjorden.

Zus Gerdes Oosterbeek, Saudasjøen, potloodtekening in kleuren, maart 1933, onderdeel van schetsboek Saudasjøen. Archief ZGO, privébezit

Opnieuw blijkt haar gevoel voor humor in de snelle schetsen van haar metgezellen op de ski’s. Een van hen valt en ook dat wordt in een vluchtige tekening vastgelegd. “Die stakker is Bakker!” schrijft Gerdes Oosterbeek er grappend bij. Een van de medereizigers heet Anton Bakker en hij zal de ongelukkige zijn die de smak maakt, gretig gedocumenteerd door Zus.

Zus Gerdes Oosterbeek, Reisgezelschap op de ski’s, potloodtekening in grijs, maart 1933, onderdeel van schetsboek Saudasjøen. Archief ZGO, privébezit

Ook op de terugreis met stoomschip Ariadne tekent Gerdes Oosterbeek haar reisgenoten op het dek.[5] Met kragen omhoog en mutsen over hun oren zitten ze weggedoken in hun warme winterjassen. Bij één van hen staat de naam Ans waarmee hoogstwaarschijnlijk Ans Wiederhold bedoeld wordt die ook in een eerdere post ‘Tekenles bij Lampe’ al kort ter sprake kwam. Zij haalt immers tegelijkertijd met Zus Gerdes Oosterbeek in 1925 haar tekenakte. Zij blijft daarna een goede vriendin van de familie, en van Zus.

Zus Gerdes Oosterbeek, Aan boord op de terugreis, maart 1933, twee potloodtekeningen, onderdeel van schetsboek Saudasjøen. Archief ZGO, privébezit

De schetsen getuigen opnieuw van Gerdes Oosterbeeks tekentalent. Sommige tekeningen zijn vluchtig, andere iets verder uitgewerkt, maar allemaal zijn ze even trefzeker.

Thuis

Hoewel Gerdes Oosterbeek haar geregelde reizen aangrijpt om te tekenen, doet ze dat in Den Haag even graag. Bovendien is het thuis makkelijker om technieken toe te passen die op reis lastiger uitvoerbaar zijn. Thuis aquarelleert ze bijvoorbeeld. In het jaar voor haar huwelijk met Jup van Rossem schildert Gerdes Oosterbeek haar aanstaande schoonmoeder.

Zus Gerdes Oosterbeek, Portret van Albertina van Rossem-Robbers in de achtertuin, Den Haag, gesigneerd met initialen ZGO en gedateerd sept ’32 (rechtsonder), waterverf op papier. Archief ZGO, privébezit

De tekening die in september 1932 is gemaakt – zo blijkt uit de datering rechtsonder – brengt een warme nazomer in beeld. De zon schijnt fel en maakt scherpe schaduwen op de grond. Eén van de stoelen vangt het licht, terwijl de rest van het tuinmeubilair in de schaduw van het afdak staat. Daar zit Albertine van Rossem-Robbers, de moeder van Jup van Rossem, in gedachten verzonken, waarschijnlijk met een naai- of borduurwerkje op schoot. Een open deur achter haar biedt vervolgens een inkijkje in het interieur van haar woning aan de Cornelis Jolstraat in Den Haag. De meeste voorwerpen binnen staan er in het halfdonker. Alleen enkele metalen voorwerpen weerkaatsen enig zonlicht, zoals een hoge koperen vaas met op een plantentafel en een vergulde lijst aan de muur.

Huwelijksreis

Op 5 september 1933 trouwt Gerdes Oosterbeek met Jup van Rossem.[6] De huwelijksreis gaat met de trein via Parijs en Lausanne naar Italië waar ze Milaan en Bellagio bezoeken. Behalve een schetsboek houdt Gerdes Oosterbeek onderwijl een reisdagboek bij dat ze aanvult met vluchtige schetsen. Op de allereerste dag tekent Gerdes Oosterbeek zichzelf met haar kersverse echtgenoot zittend op een balustrade en uitkijkend over een plein met een ruiterstandbeeld, mogelijk dat van Henri IV op het Place du Pont Neuf.[7] “Beetje moe, gewoon op de balustrade aan Seinekade gaan zitten met hangende beenen. Fruit gegeeten en toen taxi geroepen,” schrijft de tekenares op de tegenoverliggende pagina.

Reisjournaal en schetsboek vullen elkaar wonderwel aan. Zo schrijft Gerdes Oosterbeek op 11 september, wanneer het pasgetrouwde stel een wandeling maakt door de Alpen, in haar dagboek:

Ik teeken Jup en Jupt kiekt bergen.[8]

Een tekening in het schetsboek toont Van Rossem met zijn camera voor zich op de grond en de Col de Voza op de achtergrond. Gerdes Oosterbeek maakt er een mooi contrastrijk landschap van, met de paarse bergketen van de Col de Vosa in de verte achter het groengele grasveld waarop Van Rossem ligt te fotograferen.

Zus Gerdes Oosterbeek, Col de Voza, Jup kiekt Mt Blanc keten, gedateerd 11 sept 1933 (linksonder), potloodtekening in kleuren, onderdeel van schetsboek. Archief ZGO, privébezit

Na het bezoek aan de Col de Voza wandelt het stel verder langs Bonnant naar Contamines. “We beginnen te herkennen. Loop steeds harder. Reuzespanning voor ’t herkennen van Chalet” schrijft Gerdes Oosterbeek dan in haar reisverslag.

Ons chalet

De volgende ochtend gaat het echtpaar naar Tresse om inkopen doen. Dan schrijft Gerdes Oosterbeek in haar dagboek: “Terug bij Chalet, geteekend, gekiekt”.[9] De tekening waaraan ze hier refereert, is terug te vinden in het schetsboek. Deze is geannoteerd ‘Les Contamines 12 Sept 33’. ‘Ons chalet’ schrijft de tekenaar er bovendien bij. Hier zoekt Gerdes Oosterbeek opnieuw het contrast op door de blauwe kozijnen te omlijsten met oranjebruine luiken. De complementaire kleuren zorgen voor een dynamische en levendige tekening.

Zus Gerdes Oosterbeek, Les Contamines: Ons chalet, gedateerd 12 sept 33 (rechtsboven), potloodtekening in kleuren, onderdeel van schetsboek. Archief ZGO, privébezit

Gevoel voor kleur

Haar uitstekende gevoel voor kleur blijkt ook uit de opmerkingen die Gerdes Oosterbeek over haar omgeving maakt. Tijdens de wandeling in Sauerland in 1927 beschrijft haar reisgenoot Pim al hoe Zus in extase raakt bij een gezicht op het dorpje Helden.[10]

Speciaal kraaide ze over de heerlijke kleur groen van de sappige bergweiden. Dat was ook fijn!!

In het dagboek van haar huwelijksreis benadrukt Gerdes Oosterbeek eveneens de prachtige kleuren die ze overal treft. Zo beschrijft ze in Parijs “de blauwige waas in alle zijstraten”, een tuin “met diep roode en gele kleuren” en “het fijne licht door de heerlijk gekleurde ramen” in de Sacre Coeur.[11] In Lausanne beschrijft ze bijvoorbeeld “witte zwanen in paarsblauwe nevel”.[12] Op vrijdag 15 september nemen de twee de bus naar Aosta.[13] “Prachtige tocht”, schrijft Gerdes Oosterbeek in haar journaal en ze vervolgt:

We zien steeds meer van de witte bergen hoe hooger we komen. Heerlijke kleuren van de bergen. Boven de boomgrens mooi roestbruine kleur van de rood geworden alpenrozenbladen Prachtig weer, diepblauwe lucht. Fijn die huisjes tegen die lucht op een groene berg!

Daar steken ze vervolgens de grens over naar Italië. Na een paar dagen in Milaan komen de pasgetrouwden op 18 september bij het Comomeer.

Zus Gerdes Oosterbeek, Bellagio, ongedateerd, potloodtekening in kleuren, onderdeel van schetsboek. Archief ZGO, privébezit

In de drie volgende dagen wordt er weer veelvuldig getekend volgens notities in Gerdes Oosterbeeks dagboek.[14] De kunstenares maakt er onder andere een prachtige gekleurde tekening van het stadje aan het Comomeer, mogelijk vanuit een raam van Hotel Suisse waar ze dan verblijft.

Referentiekader

De reisverslagen en schetsboeken belichten de artistieke persoonlijkheid van Gerdes Oosterbeek van diverse kanten. Allereerst tonen de uitgewerkte tekeningen en de vluchtige schetsen haar bijzondere tekentalent. Ten tweede verraden tekeningen en teksten haar oog voor kleur.

Ook geven de reisverslagen een inzicht in haar culturele referentiekader. Op vrijdag 29 juli 1927 bezoekt Gerdes Oosterbeek met haar vrienden bijvoorbeeld het dorpje Balve alvorens verder te trekken naar Mellen. Daar doen ze boodschappen en bekijken ze vluchtig een kerkje waarbij tussen haakjes staat geschreven “Romaansche stijl volgens Zus”.[15] Ook tijdens hun huwelijksreis wandelen Gerdes Oosterbeek en Van Rossem veel in de natuur, maar ze bezoeken even goed de culturele bezienswaardigheden. Gerdes Oosterbeek beschrijft in haar dagboek bezoeken aan het Louvre in Parijs en de kathedraal in Milaan. In de Santa Maria della Grazie ziet ze natuurlijk het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci:

Groote blauwgrijze indruk. Heel rustig en buitengewoon harmonisch! Compositie heel fijn! Eenzame Jezus zeer bedroefd, maar algeheel vrede hebbend met Gods wil. Alle apostelen een ander karakter, kleuren heel fijn. Zonde dat t al zoo vergaan is.

Over de Italiaanse schilder Paolo Veronese, wiens werk ze in Brera ziet, oordeelt ze echter “mooi van compositie, van gracie, van harmonie, van synthese, maar ’t ontroert niet zoo gauw. Ons tenminste niet.”[16]

Humor

Alle beschrijvingen gaan ten slotte gepaard met een grote dosis humor die ook haar snelle schetsen kenmerkt. Wanneer Gerdes Oosterbeek tijdens haar huwelijksreis langs het riviertje Isère terug naar haar chalet wandelt, ziet ze een hooiende boer.[17]

Zus Gerdes Oosterbeek, Rembrandttype, 15 augustus 1933, potloodschets in reisdagboek Tirol 1933, p. 40. Archief ZGO, privébezit

Onder ’t naar huis gaan zien we een hooimannetje die ik een boleet noem, net een Rembrandttype. Je zou zeggen, als je dat van R. zag, die bestaan niet meer! Nu zien we er een.

De karikatuur van een typische Rembrandtkop die Gerdes Oosterbeek daarbij uit het hoofd tekent, is humoristisch en trefzeker. De man is niet meer dan een oor en een aardappelneus met een grote hangsnor daaronder. Een enorme baret valt als een zak over zijn ogen. Het maakt in een oogopslag duidelijk wat Gerdes Oosterbeek met de term ‘Rembrandttype’ bedoelt.

Ex libris

Behalve tekeningen maakt Gerdes Oosterbeek in haar vrije tijd ex librissen voor familie en vrienden. Wanneer verzamelaar, Clemens Haro Beels, in het tijdschrift Vrije Geluiden een reeks artikelen wijdt aan zijn collectie, noemt hij Gerdes Oosterbeek, maar niet vanwege haar ex librissen. Hoe dat zit, daarover gaat mijn volgende blogpost.


Bronnen

  • Sauerland, Kort relaas van onze zwerftocht door Sauerland 26 juli – 5 augustus, afwisselend geschreven door Wim Gerdes Oosterbeek en Pim (onuitgegeven manuscript 1927). Archief ZGO, privébezit.
  • Jup-Zus, Dagboekje 5 Sept ’33 – 23 Sept ’33 Jup-Zus, geschreven door Zus Gerdes Oosterbeek (onuitgegeven manuscript 1933). Archief ZGO, privébezit.

Noten

Net als bij mijn vorige twee posts over Zus Gerdes Oosterbeek is het onderzoek voor deze post grotendeels gebaseerd op het archief ZGO dat in privébezit is. Daarom wil ik hier herhalen dat ik dank verschuldigd ben aan de huidige eigenaar voor de gastvrijheid, zodat ik alle tekeningen, foto’s en journaals kon bestuderen. Bovendien ben ik dankbaar voor de grote bereidwilligheid om te helpen en vragen te beantwoorden.

[1] Sauerland 1927, p. 4.

[2] Id., p. 26.

[3] Id., p. 45.

[4] Id., p. 51-52.

[5] Op een foto in een familiealbum is nog een deel van de naam van het schip te lezen waarmee de familie terugreist: ARI… BERGEN. Het gaat waarschijnlijk om stoomschip Ariadne dat wekelijks van Bremen naar Noorwegen vaart. Op 13 maart reist de familie terug en op 14 maart ligt het schip weer klaar voor verrek in de haven van Bremen. Zie ‘Schepen in lading’, Scheepvaart (10 maart 1933), p. 4 [Delpher].

[6] Haags Gemeentearchief, archief 0335-01, inv.nr. 1078, 05-09-1933, Huwelijksakten Den Haag, aktenr. D142 [HG].

[7] Dank aan de eigenaar van archief ZGO die me de suggestie dat het om het ruiterstandbeeld van Henri IV zou kunnen gaan, aan de hand deed.

[8] Jup-Zus 1933, p. 25.

[9] Id., p. 26.

[10] Sauerland 1927, p. 66.

[11] Jup-Zus 1933, p. 4, 6 en 10.

[12] Id., p. 13.

[13] Id., p. 41-43.

[14] Id., p. 60, 62, 63 en 67.

[15] Sauerland 1927, p. 25.

[16] Jup-Zus 1933, p. 55-56.

[17] Id., p. 40.

6 reacties

  1. Geachte mevrouw Van Asperen,

    In de NRC van zaterdag 25 juli j.l. heb ik met veel interesse uw uitgebreide artikel gelezen over Zus Gerdes Oosterbeek. Vervolgens heb ik het verhaal over deze vergeten vrouwelijke kunstenares op uw website gelezen.
    Mijn complimenten voor de wijze waarop u haar tot ‘leven’ heeft gewekt nadat zij ruim 90 jaar in de vergetelheid was weggegleden.
    Het afdrukken van een stamboom van de in het krantenartikel voorkomende familieleden van Gerdes Oosterbeek verduidelijkt het verhaal. Helaas wordt dit m.i. door auteurs te weinig gedaan. Hulde voor het feit dat u de stamboom wel heeft afgedrukt.
    Hopelijk krijgt u in de toekomst nogmaals de kans om in de NRC een vergeten vrouwelijke kunstenares uit de vorige eeuw tot leven te wekken. Ik kijk daarna uit.
    Met vriendelijke groet,

    Marius van der Flier

    1. Heel veel dank voor uw vriendelijke reactie!

      De eer voor de stamboom gaat geheel en al naar de journalist Ellen de Bruin en de redactie van NRC, maar ik ben het absoluut met u eens dat het veel verduidelijkt. Familierelaties kunnen bijzonder complex zijn.

      Met vriendelijke groet,
      Hanneke

  2. Eens met Marius, mooi artikel in het NRC. Prachtige site is dit die ik anders niet ontdekt had.

    Vriendelijke groet,
    Harriet

  3. Ook ik ben op uw website gekomen door het artikel over Zus in het NRC.
    Bedankt voor het publiceren van de prachtige tekeningen en mooie dagboekfragmenten!
    Ik ga de komende tijd over de andere damen op deze website lezen en genieten van hun werk!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top