Boeketten met betekenis

In 1829 trouwt Anna van Delden met de Hilversumse veeschilder James de Rijk. Enkele van hun kinderen gaan eveneens schilderen, onder wie hun dochter Anna Francisca de Rijk (geb. 1834). Ook van Anna van Delden zelf wordt gezegd dat ze tekende en aquarelleerde, maar serieuze aandacht voor het werk van moeder en dochter is er maar mondjesmaat. Bovendien beperken kunshistorici zich tot dezelfde korte opmerkingen over Anna Francisca de Rijk, terwijl er over de schilderes veel meer te vertellen is. Om kunstcriticus Jos A. Alberdingk Thijm te parafraseren: zij schildert boeketten met betekenis. Daar komt bij dat de namen van moeder en dochter nogal eens tot verwarring leiden. Wordt met ‘Anna de Rijk’ moeder of toch dochter bedoeld? Kortom, er is voldoende reden om de twee vrouwen eens onder de loep te nemen.

Kinderen

Als Anna Catharina Machtilda van Delden op 5 augustus 1829 met James de Rijk in het huwelijk treedt, is ze 21 jaar. [1] Beide echtelieden komen uit een katholiek gezin. Anna groeit op in Goor, James in Hilversum. Uit hun huwelijk volgen zes kinderen die de volwassenheid bereiken. Eerst wordt Jacobus Augustinus geboren, in 1831. [2] Na Anna Francisca in 1834 volgen nog drie zonen en ten slotte een dochter, Maria Ambrosia Geertruida.

Portretfoto van Anna Catharina Mathilda van Delden
Anoniem, Portret van Anna Catharina Mathilda van Delden, foto/carte-de-visite, circa 1860-1875. Den Haag, RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis (Collectie Iconografisch Bureau), schenking van dhr. R. Gaymans, Boekelo. Bron: RKD

Ongeluk valt het echtpaar De Rijk ook ten deel. Enkele kinderen sterven namelijk al jong. [3] Bovendien bevalt Anna van Delden op 14 februari 1853 van een levenloze dochter. Bij die familiedrama’s blijft het niet. In 1882 komt Maria Ambrosia Geertruida al op 35-jarige leeftijd te overlijden en kort daarna sterft ook James de Rijk.

Nog treurende over het verlies van mijne geliefde Dochter, ontving ik heden den zwaarsten slag mijns levens door het overlijden van mijn dierbaren Echtgenoot,

Algemeen handelsblad (17 november 1882), p. 3

Dit laat Anna van Delden in rouwadvertenties weten als haar man is gestorven.

Schildertalent

Zoals gebruikelijk voor jongens en meisjes in de gegoede gezinnen zal Anna onderwezen zijn in de tekenkunst. Kunsthistorica Carole Denninger-Schreuder schrijft in de catalogus bij een tentoonstelling over James de Rijk in 1998 dat Anna van Delden in het atelier van schilder Jan Willem Pieneman (ca. 1804-1853) werkt. [4] Toch zijn schilderijen of tekeningen van Anna van Delden niet bekend. Bovendien lijkt zij haar werk nooit tentoongesteld te hebben. Exposities heb ik nochtans niet kunnen achterhalen.

Haar kinderen leggen schildertalent aan de dag. Zowel Jacobus Augustinus (kortweg Ko genoemd) als Anna Francisca worden opgeleid tot schilder, alvorens zij allebei rond 1861 een ander levenspad kiezen. Jacobus Augustinus gaat namelijk een opleiding tot priester volgen en Anna Francisca gaat het klooster in.

Het ligt voor de hand dat Anna van Delden haar kinderen in de eerste beginselen van het tekenen en aquarelleren onderricht, zoals getalenteerde moeders doen. (Zie bijvoorbeeld ‘Verlies voor de kunst’ over Cornelia Haakman en haar dochter Jacoba Hermina Warnsinck.) Daarnaast zullen Jacobus Augustinus en Anna Francisca zeker les hebben gehad van hun vader. Zelf omschrijft James de Rijk Anna Francisca in een brief als “mijne Leerlinge en dochter”. [5] Jacobus Augustinus kiest vervolgens voor de genres waarin James zich had gespecialiseerd: landschappen en veestukken. Anna Francisca daarentegen gaat aan de slag met stillevens van bloemen en vruchten. Daarvoor volgt zij mogelijk aanvullend lessen elders om zich de finesses van het genre eigen te maken.

Tentoonstellingen

Anna Francisca’s eerste tentoonstellingen zijn die in Groningen en in ‘s-Hertogenbosch, beide in 1854. Ze is dan 20 jaar oud en in het begin lijkt haar vader een onmisbaar beijveraar. Uit bewaarde brieven blijkt immers dat hij voor haar op de bres springt, als haar werk eens wordt afgewezen. [6] Na die weigering volgen echter veel acceptaties. Of de eerdere tussenkomst van James de Rijk daarom een noodzakelijke ingreep was, valt te betwijfelen.

Stilleven met perziken, druiven en bramen van Anna Francisca de Rijk
Anna Francisca de Rijk, Stilleven met perziken, druiven en bramen, olie op paneel. Christie’s, veiling 2812: A Romantic Affair, 18 november 2008, lot 376. Bron: Christie’s auction results (zie cat. 4).

Tussen 1854 en 1861 zijn de bloemen en vruchten van Anna Francisca de Rijk geregeld te zien op tentoonstellingen in Amsterdam, Den Haag, Gent, Groningen, Leeuwarden en Rotterdam. Hierin trekt ze nauw op met haar vader en broer. In catalogi staat haar naam dan ook naast die van haar familie, hoewel zij een ander genre beoefent. In 1855 zendt Anna Francisca de Rijk daarnaast werk in voor de verloting naar aanleiding van een watersnood in het rivierengebied. Haar naam staat dan prominent tussen “de Heeren” inzenders in Algemeen Handelsblad (9 juni 1855). (Zie ook ‘Kunstenaarsinitiatieven na rampen’). Ook haar vader James de Rijk behoort dan tot de inzenders.

Positieve kritieken

Eén schilderij bij uitstek kan op waardering van het publiek rekenen, te weten een reliëfbuste in profiel van de inmiddels overleden schilder Jan Willem Pieneman. Zijn gelaat in grijzen is omgeven door een krans van kleurige bloemen afgewisseld andere planten zoals eikenblad, laurier en korenaren.

Portret van J.W. Pieneman in een bloemenkrans, geschilderd door Anna Francisca de Rijk
Anna Francisca de Rijk, Portret van J.W. Pieneman in een bloemenkrans, tentoongesteld in Amsterdam in 1857 en 1858, Rotterdam 1858 en Groningen 1860 (zie cat. 2).

Het eerbetoon aan de schilder valt in de smaak. Over het doek schrijft een kunstrecensent bijvoorbeeld:

Ofschoon niet direct tot dit genre [sic: bloemen en vruchten] behoorende, kunnen wij hier het “Eerbewijs aan wijlen den kunstschilder J.W. Pieneman,” door Mej. Anna de Rijk, van Hilversum, niet voorbijgaan, zonder haar een hartelijk bravo toe te roepen voor de wijze, waarop zij hare gedachte — eene hulde aan dien vader der moderne school — ten uitvoer heeft gebragt. De Maatschappij moest deze schilderij aankoopen en zoodoende eene nieuwe hulde brengen aan hem, dien men, te regt de nieuwe stichter der hedendaagsche Nederlandsche schilderschool kan noemen.

Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad (19 oktober 1857) [Delpher]

Hier laat de recensent doorschemeren dat deze het werk van Anna Francisca de Rijk eigenlijk niet goed kan categoriseren. Ondanks de rozen en papavers hoort het werk met portret niet tussen traditionele bloemstillevens. Over een ander werk op de Amsterdamse tentoonstelling van levende kunstenaars in 1856 schrijft kunstcriticus Jos A. Alberdingk Thijm: “Zij heeft een sujet gelegd in haar schoonen boeket.” [7] Anders gezegd, Anna Francisca de Rijk voegt betekenis toe aan haar boeketten. Dat maakt Anna Francisca de Rijk geen traditionele bloemschilderes.

Desondanks is het eerbetoon aan Pieneman een succesnummer dat aan een triomftocht door Nederland begint. Immers, na de eerste tentoonstelling in de Amsterdamse kunstzalen van Arti et Amicitiae in 1857 is het portret in 1858 in Rotterdam te bezichtigen. De buste van Pieneman is datzelfde jaar opnieuw in Amsterdam op de tentoonstelling van levende kunstenaars en in 1860 ten slotte in Groningen. (Zie Tentoonstellingsoverzicht.)

Verwarring

Zoals gezegd, bestaat er verwarring tussen het werk van moeder en dochter Anna de Rijk. Zo schreef Piet Timmer bijvoorbeeld over Anna van Delden:

In latere jaren, van 1853 tot 1861, kwam haar werk voor op tentoonstellingen in Amsterdam, ‘s-Hertogenbosch, Groningen, Leeuwarden en Rotterdam. Bij het overlijden van Jan Willem Pieneman in 1853 schilderde Anna van Delden een bloemenhulde ter nagedachtenis aan de door haar en James zo bewonderde en alom geëerde kunstenaar.

Timmer 2006, p. 265.

Voor deze informatie baseerde hij zich waarschijnlijk op Hostyn en Rappard (1995) die eerder schreven dat Van Delden exposeerde “te Amsterdam, ‘s-Hertogenbosch, Groningen, Leeuwarden en Rotterdam tussen 1853 en 1861.” Aan deze tentoonstellingen nam echter een “mejuffrouw” Anna de Rijk deel. Dat moet dus wel dochter Anna Francisca zijn geweest, daar Anna van Delden sinds 1829 getrouwd was. Daarna zal men haar immers niet meer als mejuffrouw geadresseerd hebben. Bovendien is het geen toeval dat de naam Anna de Rijk na 1861 uit de catalogi verdwijnt. Dan treedt Anna Francisca immers het klooster in en ze exposeert daarna niet meer.

Eerbetoon aan Pieneman

Ook de bloemenhulde aan de overleden schilder Jan Willem Pieneman waaraan Timmer refereert, is niet van Anna van Delden, maar van dochter Anna Francisca de Rijk. Dat blijkt onder andere uit de catalogi van de tentoonstellingen waar dat werk te zien was. In de Amsterdamse catalogus van Arti et Amicitiae in 1857 staat bijvoorbeeld bij het schilderij de naam “Mejufvr. Anna de Rijk”. Ook de geciteerde recensent in Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad spreekt van “mejuffrouw Anna de Rijk”.

In 1858 hangt het doek vervolgens op de Rotterdamse tentoonstelling van schilderijen van levende meesters, opnieuw onder de naam “Mej. Anna de Rijk”. In hetzelfde jaar is het doek nogmaals te zien op de tweejaarlijkse tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars te Amsterdam, daar onder de naam “Mw A. de Rijk”. Deze catalogus maakt echter geen onderscheid tussen de betiteling van getrouwde en ongetrouwde vrouwen. Zo wordt ook de ongehuwde schilderes Adriana van Ravenswaay ‘Mw’ genoemd, net als alle andere vrouwelijke exposanten.

Katholieke betekenis

Anna Francisca de Rijk blijft betekenis aan haar bloemen toevoegen. Vanaf 1860 worden dat katholieke thema’s. Bloemen en vruchten spelen nog altijd de hoofdrol, maar deze krijgen een overduidelijk katholieke lading. Een voorbeeld hiervan is het schilderij Appels en rozen dat Anna Francisca inzendt voor de tentoonstelling van levende meesters in Amsterdam in 1860.

Appels en rozen, geschilderd door Anna Francisca de Rijk
Anna Francisca de Rijk, Appels en rozen, tentoongesteld in Amsterdam 1860, nr. 339 (zie cat. 3).

In de bijbehorende catalogus wordt het doek uitvoerig beschreven als “Appels en rozen, door de martelaresse Dorothea uit den Hemelschen hof van haren bruidegom, den regtsgeleerden Romein Theophilus toegezonden”. Daarna volgt een verwijzing naar De Paradijsroos van Mr. J. van Lennep (1861) die het martelaarschap van de heilige Dorothea op rijm beschrijft. Verschillende beeldelementen verwijzen naar dit heiligenleven, zoals het zwaard met de tekst SPQR, de rozenkrans met het lint waarop de naam Dorothea te lezen valt en de mand met de naam van haar metgezel Theophilus.

Katholieke lof

Het zal dan ook niet verbazen dat veel lof voor het werk van Anna Francisca de Rijk vanuit katholieke hoek komt. Hoofdzakelijk figureert ze in werk van dichter, kunstcriticus en hoogleraar kunstgeschiedenis, Jos A. Alberdingk Thijm, die zich voor de emancipatie van katholieken in de Nederlandse samenleving inzet. Onder andere als Pauwels Foreestier schrijft de geleerde over Anna Francisca de Rijk in zijn Dietsche Warande. [8]

Alberdingk Thijm onderhoudt nauwe banden met de familie De Rijk, ook met dochter Anna Francisca. In 1856 hadden zij elkaar via Jacobus Augustinus leren kennen, zo blijkt uit een brief van hem aan Jos A. Alberdingk Thijm, d.d. 22/24 maart 1856. Hier deelt hij namelijk in een post scriptum mede dat Anna Francisca ernaar uitkijkt om “een der voorvechters van ons dierbaaren gemeenschappelijke Katholieke geloof” te leren kennen. [9] Verder komt de vriendschap tussen Alberdingk Thijm en de bloemschilderes tot uitdrukking in brieven die Anna geregeld aan Jos en zijn echtgenote stuurt. Uit de schrijfsels blijkt onder andere dat de schilderes de thematiek van haar werk met de geleerde bespreekt.

Eene kolom

Zo vraagt ze in een brief, gedateerd 13 maart 1860, om raad over de compositie van een schilderij, omdat – zo schrijft ze – het daar tijdens het bezoek van het echtpaar aan Hilversum niet meer van gekomen is. [10] De vermelding van een “kolomhoofd” doet vermoeden dat de discussie het schilderij Appels en rozen (cat. 3) betreft waarop inderdaad een kapiteel te zien is. Voorts schrijft Anna Francisca de Rijk in deze brief:

Misschien zal u uw nog herinneren dat ik achter dat kolomhoofd nog eene kolom had geplaatst, hetgeen UE toen minder goed vond daar u zeide het kolomhoofd op zichzelf moest zijn. Nu is het voor de welstand van het schilderij nadeelig, als daar niets achter is. Wat denkt UE, zou daar ook geen boomstam achter kunnen zijn?

Inderdaad lijkt er op de achtergrond een zuil weggeschilderd te zijn die nu echter weer door de transparante verf schijnt. Het moet dus wel over Appels en rozen gaan. Bovendien hangt dit stilleven in de zomer van 1860 op de Amsterdamse tentoonstelling van levende kunstenaars, wat in overeenstemming is met de datering van de brief.

Signatuur van Anna Francisca de Rijk onder een brief aan Jos A. Alberdingk Thijm, d.d. 12 september 1861
Ondertekening van een brief van Anna Francisca de Rijk aan Jos A. Alberdingk Thijm, d.d. 12 september 1861. Katholiek Documentatie Centrum / Radboud Universiteit Nijmegen, THYM-909. Bron: KDC

In een latere brief, d.d. 12 september 1861, dankt de kunstenares de Amsterdamse hoogleraar voor de bruikleen van een kruisbeeld: “De dienst welke u mij hiermee hebt bewezen is groot.” Ook dat zou een bijdrage van Jos aan Anna’s werk kunnen zijn geweest. Immers, in datzelfde jaar hangt in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae in Amsterdam een doek met de titel Rozen en myrthen rondom een kruisbeeld. Wellicht gebruikte Anna Francisca het kruisbeeld van Jos Alberdingk Thijm als model.

Signatuur van Anna Francisca de Rijk op een geschilderd stilleven
Anna Francisca de Rijk, Stilleven met druiven en perziken, detail: signatuur (zie cat. 4).

Met name blijkt uit de genoemde voorbeelden dat Anna Francisca de Rijk geregeld de dialoog zoekt met Jos Alberdingk Thijm over haar werk en dat zij compositie en thematiek met hem overlegt.

Schitterend als uw naam

Dat de banden nauw waren, blijkt ten slotte uit een gelegenheidsvers dat Jos A. Alberdingk Thijm componeert en in Volks-Almanak voor Nederlandsche Katholieken publiceert. In dit gedicht “In ’t Album Amicorum der bevallighe ende deught-rijcke juffrou Anna de Rijk, bloem-schilderesse” vergelijkt hij zijn pennenverzen met haar penseelstreken. Hij schrijft bijvoorbeeld hoe hij “het ganssche vel velijn” bestrooid met een keur aan bloemen. Elke bloem staat vervolgens voor een van Anna’s deugden. Zo rijmt de dichter bijvoorbeeld:

Ick bondt de blancke lely saem, met macht van blyde rosen, Die zachtkens schittrend als u naem, van louter liefde blosen: Van liefde voor den goeden Godt, voor ’t heyl van ’t huyslijck binnen. Van liefde voor der armen lot, voor vrienden en vriendinnen. Ick bondt de cleyne violet, der needricheit te gader Met gouden cnopjens van ’t ghebedt, dat vonckt in oog en aader. [11]

Op deze manier voert Jos A. Alberdingk Thijm de lezer een kleurrijk boeket voor ogen zoals Anna Francisca de Rijk dat geschilderd zou kunnen hebben. Hij gebruikt vervolgens de bloemen om haar te karakteriseren. In een brief d.d. 11 april 1861 dankt Anna Francisca Jos “voor het gedicht dat u aan mij hebt gezonden”:

Ik was er seer mede verheugd en heb het met veel genoegen gelezen. Zulk een bewijs van vriendschap mogt ik waarlijk niet verwachten. [12]

Het is mogelijk een reactie op het gedicht voor haar album amicorum dat Alberdingk Thijm later dat jaar in de Volks-Almanak voor Nederlandsche Katholieken zal publiceren.

Kloosterleven

In 1861 legt Anna Francisca de religieuze geloften af. Onder haar nieuwe naam Maria Magdalena betreedt zij vervolgens het redemptoristinnenklooster dat sinds 1858 in Velp gevestigd is. Daarna keert haar werk niet meer terug op tentoonstellingen. Anders gezegd, met haar kloosterintrede komt er een einde aan haar openbare leven als kunstenares. Anna Francisca’s broer Jacobus Augustinus heeft een carrière als beroepsschilder dan ook vaarwel gezegd. Hij wordt namelijk op 15 augustus 1862 in Haarlem tot priester gewijd. [13]

Het intreden van Anna Francisca de Rijk betekent er in kranten, tijdschriften en catalogi weinig meer over haar als schilderes te vinden is. Mogelijk blijft ze schilderen, zo blijkt wellicht uit een bloemstilleven, gedateerd 1884, waarvan de toeschrijving aan Anna Francisca de Rijk echter onzeker is (zie cat. 7). Ook in 1882 is er een werk van haar te zien op een tentoonstelling in Hilversum, maar dit was waarschijnlijk geen nieuw werk. In De Gooi- en Eemlander (27 mei 1882) staat immers over de geëxposeerde werken dat deze afkomstig zijn “van de talrijke kunstschilders … die in de laatste 50 jaar in het Gooi geleefd en gewerkt hebben.”

Overlijdensadvertentie, in De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad (6 september 1889). Bron: Delpher

In 1889 sterft Anna de Rijk, “van beroep: Religieuse”. [14] Uit de overlijdensadvertentie die haar moeder vervolgens in de krant laat plaatsen, blijkt dat het overlijden niet onverwacht is. Er wordt immers gesproken van “langdurig lijden” en het “meermalen” toepassen van de sacramenten.

Bloemen met een verhaal

Over Anna van Delden en Anna Francisca de Rijk valt nog veel te ontdekken. Schilderde Anna van Delden eigenlijk wel of berusten veel van de aannames over haar kunstenaarschap op misverstanden?Samenvattend lijkt het erop dat Anna van Delden nooit aan tentoonstellingen van levende meesters heeft deelgenomen. Als we de naam Anna de Rijk in tentoonstellingscatalogi tegenkomen, gaat het doorgaans over haar dochter Anna Francisca de Rijk. Deze exposeert van 1854 tot 1861, totdat ze het klooster ingaat.

Als schilderes pakt Anna Francisca de Rijk uitzonderlijke thema’s op. In tegenstelling tot veel andere bloemschilders voegt ze immers vaak een verhaal toe aan haar bloemen. Voorbeelden daarvan zijn het Eerbetoon aan Jan Willem Pieneman (cat. 2) en de Bloemruiker van Frank van Borselen. (Zie Tentoonstellingsoverzicht: Amsterdam 1856 en Den Haag 1857.) Haar bloemen zijn daarmee boeketten met betekenis. Sommige van deze stillevens “met sujet“, zoals Jos A. Alberdingk Thijm ze karakteriseert, zijn tevens haar meest succesvolle werken, het Eerbetoon aan Jan Willem Pieneman voorop.

Vanaf 1860 – wanneer de katholieke emancipatie in Nederland in volle gang is – gaat Anna Francisca de Rijk haar doeken bovendien gebruiken om ook uitdrukking te geven aan haar katholieke identiteit. Daarvoor doet ze in samenspraak met hoogleraar Jos A. Alberdingk Thijm met wie ze meer dan eens de thematiek van werken, zoals Appels en rozen (cat. 3), bespreekt. Uiteindelijk wint de katholieke geloofsovertuiging het van haar identiteit als professioneel bloemschilderes. Wanneer Anna Francisca de Rijk als zuster Maria Magdalena het klooster betreedt, verdwijnt ze immers als schilderes van het publieke toneel, ook al blijft ze achter de kloostermuren mogelijk haar betekenisvolle boeketten schilderen.


Overzicht

Voor zover ik heb kunnen achterhalen, bevindt het geschilderd werk van Anna Francisca de Rijk zich vooral in particuliere collecties. Afbeeldingen komen daarom vooral van veilingcatalogi en -sites. In dit overzicht zijn de schilderijen zo veel mogelijk chronologisch geordend en zijn ze van een afbeelding voorzien als deze beschikbaar is.

1853

1. Bloemstilleven met tulp, gesigneerd en gedateerd ‘Anna de Rijk 1853’ (linksonder), olie op paneel, 19,5 x 16,5 cm.

Herkomst: Middelburg, Zeeuws Veilinghuis, Kunst en Antiekveiling 10 december 2014, lot 6209; kunsthandelaar Pieter Overduin, Giessenburg (Giessenlanden).

Bron: invaluable. com en RKD Images

1853-1857

Het schilderij ‘Eerbewijs aan Pieneman’ is niet gedateerd. Toch kan er wel een globale datering aan worden opgehangen. Pieneman overlijdt immers in 1853 en het doek duikt is de eerste maal op een tentoonstelling te zien in 1857. Anna Francisca de Rijk zal het schilderij dus tussen 1853 en 1857 hebben geschilderd.


2. Eerbewijs aan wijlen den kunstschilder J.W. Pieneman, gesigneerd ‘Anna de Rijk’ (linksonder), olie op doek, 83 x 62 cm.

Herkomst: Den Haag, Venduehuis der Notarissen, veiling Classical Paintings & Drawings, 14-28 maart 2023, lot 538; Brussel, Derkinderen, veiling 25 april 2018, lot 258; Groningen 1860, nr. 158; Amsterdam 1858, nr. 398; Rotterdam 1858, nr. 290; Amsterdam (Arti et Amicitiae) 1857, nr. 165.

Bron: invaluable.com

1860

Ook het schilderij ‘Appels en rozen’ heeft geen datering. Het wordt echter tentoongesteld in 1860. Bovendien weten we uit een brief van Anna Francisca Rijk aan Jos A. Alberdingk Thijm dat ze in 1860 met het doek bezig is.

3. Appels en rozen door de martelaresse Dorothea uit den Hemelschen hof van haren bruidegom, den regtsgeleerden Romein Theophilus toegezonden, gesigneerd ‘Anna de Rijk’ (rechtsonder), olie op doek, 87 x 65 cm.

Herkomst: Den Haag, Venduehuis der Notarissen, Autumn auction, 15 november 2017, lot 49; Hilversum 1999, nr. 18; Amsterdam 1860, nr. 339.

Bron: invaluable.com

Ongedateerd

4. Stilleven met perziken, druiven en bramen, gesigneerd ‘Anna de Rijk’ (rechtsonder op de plint), olie op paneel, 27 x 24 cm.

Herkomst: Amsterdam, Christie’s, veiling 2812: A Romantic Affair: Paintings from an Important Private Dutch Collection, 18 november 2008, lot 376; Amsterdam, Christie’s, veiling 19th Century, Modern and Contemporary Pictures, Watercolours, Drawings and Prints, 19 september 1989, lot 431.

Bron: invaluable.com en Christie’s auction results

5. Rozenkrans op een rood kussen, gesigneerd ‘Anna de Rijk’ (linksonder op het kussen), olie op doek, 65 x 87 cm.

Herkomst: Amsterdam, Christie’s, veiling 4-5 juli 2000, lot 41 (als Anna Catharina Machtilda de Rijk-van Delden); München, Neumeister, veiling 6 december 2000, lot 865; Keulen, Van Ham Kunstauktionen, Alte Kunst, 8 april 2000, lot 1867; Keulen, Carola van Ham, veiling 23-25 maart 1994, lot 1392.

Bron: RKD Images

6. Stilleven met bloemen, gesigneerd, olie op paneel, 17,7 x 15,2 cm.

Herkomst: Amsterdam Christie’s, 19 november 1985, lot 222.

Bron: artory.com

Onzekere toeschrijving

Het onderstaande werk schrijf ik slechts met voorbehoud aan Anna Francisca de Rijk toe. De signatuur wijkt immers af van de andere werken. Hier zijn het initialen ADR in plaats van het uitgeschreven ‘Anna de Rijk’. Bovendien is het de vraag of Anna Francisca de Rijk na haar intrede blijft schilderen en – als dat het geval is – of ze dan nog met de initialen van haar wereldse naam signeert. Haar religieuze naam luidt na 1862 immers Maria Magdalena. Ten slotte lijkt ook de stijl van het werk af te wijken van het eerdere werk van Anna Francisca de Rijk.

7. Bloem- en vruchtstilleven, gemonogrammeerd en gedateerd ‘ADR 84′ (rechtsonder op de plint), olie op doek, 32,5 x 24,4 cm.

Herkomst: Amsterdam, Christie’s, veiling 2812: A Romantic Affair: Paintings from an Important Private Dutch Collection, 18 november 2008, lot 447.

Bron: invaluable.com


Tentoonstellingen

Het onderstaand tentoonstellingsoverzicht van Anna Francisca de Rijk is gemaakt op basis van (gedigitaliseerde) tentoonstellingscatalogi in RKD Explore. Een lijst van gebruikte catalogi volgt aan het einde van deze pagina. Als aanvullende informatie over een tentoonstelling uit een andere bron komt, zoals een krantenbericht, dan staat de verwijzing erbij.

Anna Catharina Mathilda de Rijk, geb. van Delden (1808-1895)

Geen tentoonstellingen bekend


Anna Francisca de Rijk (1829-1889)

Groningen 1854: Tentoonstelling van schilderijen van levende Nederlandsche meesters

  • “Eenige bloemen” (nr. 225) als Mej. Anna de Rijk

‘s-Hertogenbosch 1854: Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken [ook genoemd in Algemeen handelsblad (6 december 1854) via Delpher]

  • “Een bloemenhanger met bloemen” (nr. 227) als Mej. Anna de Rijk

Amsterdam (Arti et Amicitiae) 1856: Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende Meesters in de zalen van het gebouw der Maatschappij Arti et Amicitiae

  • “Eenige Bloemen” (nr. 187) als Mej. A de Rijk [mogelijk hetzelfde schilderij als de “Bloemen” op de verloting van Arti et Amicitiae (nr. 690) genoemd in Algemeen Handelsblad (30 december 1856), p. 2 via Delpher]

Amsterdam 1856: Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars

  • “De Bloemruiker van Frank van Borselen. (Zie Goudhoeve blz. 451)” (nr. 366) als Mw. A. de Rijk

Rotterdam 1856: Tentoonstelling door de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen

  • “Bloemen” (nr. 294) als Mej. A.F. de Rijk

Groningen 1856: Tentoonstelling van schilderijen van levende Nederlandsche meesters

  • “Een bloemenhanger met bloemen” (nr. 203) als Mej. Anna de Rijk

Amsterdam (Arti et Amicitiae) 1857: Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende meesters in de zalen van het gebouw der Maatschappij Arti et Amicitiae [ook genoemd in Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad (19 oktober 1857) via Delpher en A.V.R., ‘Een brief over de tentoonstelling der Maatschappij Arti et Amicitiae te Amsterdam, 1857’, Kunstkronijk 19 (1858), p. 72 via Google Books]

  • “Eerbewijs aan wijlen den Kunstschilder J.W. PIENEMAN” (nr. 165) als Mejufvr. Anna de Rijk

Den Haag 1857: Tentoonstelling van schilder- en kunstwerken van levende meesters

  • “Bloem en Wilgenruiker door heer Frank van Borselen, aan vrouwe Jacoba aangeboden. “Doe men screef MCCCCXXXIII heeft Heer Vranck de Gravinne perheerlyck tot St. Maertensdyck onthaelt en de mueren van de sale rontsomme met groene willighetacken behanghen wesende, daerover beyde syden veelwerven de letter D gescreven stondt, gelyckerwyse als die letter was uitgebeeldt ende opgehanghen aan eenen de scoonsten ruicker van bloemen ende willighe bladen, die voor vrou jacoba opten amme-laken gestelt was, vraeghde sy hem wat dat beduyde, ende die edele ridder seyde jeghens haer: Dynen willighen Dienaer, sy daer innen ghenuchte scheppende heeft heer Vranck seer lief gecregen.” (Chronyck van Hollant sc.)” (nr. 525) als Anna de Rijk

Amsterdam 1858: Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars

  • “Hulde aan de nagedachtenis van den kunstschilder J.W. Pieneman” (nr. 398) als Mw. A. de Rijk

Amsterdam (Arti et Amicitiae) 1858: Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende meesters in de zalen van het gebouw der Maatschappij Arti et Amicitiae [ook genoemd in Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad (18 oktober 1858) via Delpher (als Mej. Anna de Rijk)]

  • “Bloemen en Vruchten” (nr. 155) als Mejufvr. Anna de Rijk

Rotterdam 1858: Tentoonstelling door de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen

  • “Hulde aan de nagedachtenis van J. W. Pieneman.” (nr. 290) als Mej. Anna de Rijk

Groningen 1858: Tentoonstelling vanwege het kunstlievend genootschap ter aanmoediging en bevordering van teeken- en schilderkunst onder den naam Pictura, 10 mei – 19 juni

  • “Bloemen en vruchten” (nr. 242) als Anna de Rijk

Leeuwarden 1859: Derde tentoonstelling van schilderijen, teekeningen, enz. van levende Nederlandsche meesters

  • “Een bouquet” (nr. 213) als Mejuf. Anna de Rijk

Amsterdam (Arti et Amicitiae) 1859: Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae [ook genoemd in Algemeen Handelsblad (24 september 1859) via Delpher]

  • “Bloemen” (nr. 194) [in recensie Algemeen Handelsblad staat abusievelijk “nr. 193”]
  • “Vruchten” (nr. 195), beide als Mejufvr. Anna de Rijk

Gent 1859: Tentoonstelling in de Predikheeren-Kerk [volgens Yours, ‘Brieven uit België’, Nederlandsch Magazijn, nieuwe serie (1859), p. 275 via Google Books]

  • “Bloemtuiltje op de heide”

Amsterdam 1860: Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars

“Appels en rozen, door de martelaresse Dorothea uit den Hemelschen hof van haren bruidegom, den regtsgeleerden Romein Theophilus toegezonden. (Zie legende de Paradijsroos van Mr. J. van Lennep.)” (nr. 339) als Mevr. A de Rijk

Rotterdam 1860: Tentoonstelling door de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen

  • “Vruchten” (nr. 253)
  • “Dito” (nr. 254), beide als Mej. A. de Rijk

Amsterdam (Arti et Amicitiae) 1860: Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae

  • “Vruchten” (nr. 155) als Mejufr. Anna de Rijk

Groningen 1860: Tentoonstelling vanwege het kunstlievend genootschap ter aanmoediging en bevordering van teeken- en schilderkunst onder den naam Pictura

  • “Hulde aan den kunstschilder J. W. Pieneman” (nr. 158) als Anna de Rijk

Den Haag 1861: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters [ook genoemd in Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad (4 juli 1861) via Delpher en Dietsche Warande 6 (1864), p. 155 via digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren (dbnl)]

  • “Vruchten (nr. 386) als Mej. Anna de Rijk

Amsterdam (Arti et Amicitiae) 1861: Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae

  • “Rozen en myrthen rondom een kruisbeeld” (nr. 172)
  • “Eenige vruchten” (nr. 173), beide als Mejufvr. Anna de Rijk

Hilversum (stadhuis) 1882: Tentoonstelling van Gooische oudheden [volgens De Gooi- en Eemlander (27 mei 1882) via Delpher]

  • onbekend, als Mej. Anna de Rijk

__ (Goois Museum) 1998-1999: James de Rijk, Hilversums veeschilder 1806-1882 (17 oktober 1998 – 4 januari 1999)

  • “Appels en rozen” (nr. 18) als Anna Francisca de Rijk

__ (Museum Hilversum) 2009-2010: Gooische vrouwen in de kunst 1850-2010 (3 oktober 2009 – 28 februari 2010)


Literatuur

Het voorgaande tentoonstellingsoverzicht is vooral samengesteld op basis van tentoonstellingscatalogi. De meeste zijn te vinden op de onovertroffen website van het RKD. De gebruikte catalogi staan hier op alfabetische volgorde van locatie en daarbinnen op chronologische volgorde, met de link naar de website RKD Library erbij.

Catalogi

  • Cat. Amsterdam 1856. Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars te Amsterdam, in den jare 1856 (Amsterdam: Stads-Drukkerij, in de Nes), p. 27. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1858. Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars te Amsterdam, in den jare 1858 (Amsterdam: Stads-Drukkerij in de Nes), p. 29. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1860. Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars te Amsterdam, in den jare 1860 (Amsterdam: Stads-Drukkerij in de Nes), p. 26. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1856. Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende meesters, in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae, ten behoeve van het Weduwen- en Weezenfonds (Amsterdam: Erven H. van Munster & zoon), p. 16. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1857. Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende meesters, in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae ten behoeve van het Weduwen- en Weezenfonds (Amsterdam, 1857), p. 14. [RKD library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1858. Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende meesters, in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae ten behoeve van het Weduwen- en Weezenfonds (Amsterdam: Erven H. van Munster & zoon), p. 13. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1859. Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae, ten behoeve van het Weduwen- en Weezenfonds (Amsterdam: Erven H. van Munster & zoon), p. 15. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1860. Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae, ten behoeve van het Weduwen- en Weezenfonds (Amsterdam: Erven H. van Munster & zoon), p. 11. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1861. Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae, ten behoeve van het Weduwen- en Weezenfonds (Amsterdam: G. van Tyen & zonen), p. 12. [RKD Library]
  • Cat. Den Haag 1857. Tentoonstelling van schilder- en kunstwerken van levende meesters (’s Gravenhage: H.S.J. de Groot), p. 49. [RKD Library]
  • Cat. Den Haag 1861. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters. ’s Gravenhage, 1861 (’s Gravenhage: J. van Weerden), p. 45. [RKD Library]
  • Cat. Groningen 1854. Schilderijen van levende Nederlandsche meesters, waarvan de tentoonstelling zal plaatshebben vanwege het kunstlievende genootschap ter aanmoediging en bevordering van teeken- en schilderkunst, onder den naam Pictura te Groningen (Groningen: P.W. van Heijningen Bosch), p. 25. [RKD Library]
  • Cat. Groningen 1856. Lijst van schilderijen van levende Nederlandsche meesters waarvan de tentoonstelling zal plaats hebben van wege het kunstlievend genootschap ter aanmoediging en bevordering van teeken- en schilderkunst, onder den naam Pictura, te Groningen (Groningen: Erven C.M. van Bolhuis Hoitsema), p. 24. [RKD Library]
  • Cat. Groningen 1858. Lijst van schilderijen van levende Nederlandsche meesters waarvan de tentoonstelling zal plaats hebben van wege het kunstlievend genootschap ter aanmoediging en bevordering van teeken- en schilderkunst, onder den naam Pictura, te Groningen (Groningen: P.W. van Heijningen Bosch), p. 27. [RKD Library]
  • Cat. Groningen 1860. Lijst van schilderijen van levende Nederlandsche meesters, waarvan de tentoonstelling zal plaats hebben van wege het kunstlievend genootschap ter aanmoediging en bevordering van teeken- en schilderkunst, onder den naam Pictura, te Groningen (Groningen: Erven C. M. van Bolhuis Hoitsema), p. 19. [RKD Library]
  • Cat. ‘s-Hertogenbosch 1854. Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars te ‘s-Hertogenbosch in den jare 1854 (Den Bosch: J.E. De Melinne), p. 19. [RKD Library]
  • Cat. Hilversum, Goois Museum, 1998-1999. James de Rijk. Hilversums veeschilder 1806-1882, red. Carole Denninger-Schreuder (Hilversum), p. 16.
  • Cat. Hilversum, Museum Hilversum, 2009-2010Gooische vrouwen in de kunst 1850-2010, red. Margriet van Seumeren, Sarah Heijse en Nikkie Herberigs (Wormerveer), p. 43.
  • Cat. Leeuwarden 1859. Derde tentoonstelling van schilderijen, teekeningen, enz. van levende Nederlandsche meesters, gehouden te Leeuwarden door de maatschappij ter bevordering van schilder- en teekenkunst in Friesland (Leeuwarden: G.T.N. Suringar), p. 26. [RKD Library]
  • Cat. Rotterdam 1856. Catalogus der schilder- en kunstwerken op de tentoonstelling door de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1856 (Rotterdam: s.pub.), p. 21. [RKD Library]
  • Cat. Rotterdam 1858. Catalogus der schilder- en kunstwerken op de tentoonstelling door de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1858 (Rotterdam: s.pub.), p. 21. [RKD Library]
  • Cat. Rotterdam 1860. Catalogus der schilder- en kunstwerken op de tentoonstelling door de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1860 (Rotterdam: s.pub.), p. 18. [RKD Library]

Verder

  • Hanna Klarenbeek, Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 (Bussum: Thott, 2012), p. 114-115.
  • Piet Timmer, ‘James de Rijk (1806-1882). Schilder van de Romantiek’, Eigen Perk 4 (2006), p. 255-280. [online]
  • Chris Stolwijk, Uit de schilderswereld. Nederlandse kunstschilders in de tweede helft van de negentiende eeuw (Leiden: Primavera, 1998), p. 148.
  • Chr. Stolwijk, ‘De Tentoonstellingen van Levende Meesters in Amsterdam en Den Haag 1858-1896’, De Negentiende Eeuw 19 (1995), p. 205. [online]
  • Norbert Hostyn en Willem Rappard, Dictionaire van Belgische en Hollandse bloemenschilders geboren tussen 1750 en 1880 (Knokke-Zoute: Berko, 1995), p. 163 (Anna Catharina Machtilda van Delden) en p. 320 (Anna Francisca de Rijk).
  • Piet Timmer, ‘Kunstschilders in Hilversum’, in: Jan J. van Herpen (red.), Hilversum anno 1850: leven in een dorp van landbouw en textielnijverheid in de 19de eeuw (Hilversum: Verloren, 1990).
  • Pieter A. Scheen, Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars, 1750-1880, herziene ed. (Den Haag: Scheen, 1981), p. 112 (Anna Catharina Machtilda van Delden) en p. 445 (Anna Francisca de Rijk).
  • Gisbert Brom, ‘Levensbericht van J.A. de Rijk’, in Levensberichten van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden (Leiden: E.J. Brill, 1897), p. 225-256. [Google Books]

Noten

[1] Noord-Hollands Archief, BS Huwelijk: Hilversum, 5 augustus 1829, akte nr. 25 [open archieven].

[2] Zie Timmer (2006, p. 265) noemt het geboortejaar 1831. Jacobus overlijdt op 10 maart 1897, op 65-jarige leeftijd. Zie Erfgoed Leiden en omstreken te Leiden, BS Overlijden Archief van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Voorhout, 1811-1960, Deel: 30,…, Voorhout, archief 0630H, inv.nr. 30, 10 maart 1897, Overlijdensakten 1893-1902, akte nr. 3 [beschikbaar via open archieven].

[3] Zie Timmer 2006, p. 265. Voor de jonge gestorven kinderen in 1830 en 1837, zie overlijdensakten: Collectie Overijssel, BS Overlijden: Goor, registers van overlijdens, Goor, archief 123, inv.nr. 4800, 11 augustus 1830, akte nr. 23 [beschikbaar via open archieven] en Noord-Hollands Archief te Haarlem, BS Overlijden: Hilversum / Hilversum, 22 november 1837, akte nr. 234 [beschikbaar via open archieven]. In 1853 wordt een levenloze dochter geboren: Noord-Hollands Archief te Haarlem, BS Overlijden: Hilversum / Hilversum, 16 februari 1853, akte nr. 33 [beschikbaar via open archieven]. Voor de overlijdensakte van Maria Ambrosia Geertruida, zie Noord-Hollands Archief te Haarlem, BS Overlijden: Hilversum / Hilversum, 21 oktober 1882, akte nr. 241 [beschikbaar via open archieven].

[4] Carole Denninger-Schreuder, James de Rijk. Hilversums veeschilder 1806-1882 (Hilversum: Goois Museum, 1998), p. 11. In deze tentoonstellingscatalogus is geen werk van Anna van Delden opgenomen. Ook is onduidelijk waar de informatie over Anna van Deldens werkzaamheden in het atelier Pieneman vandaan komt, al is dat waarschijnlijk uit Scheen 1981.

[5] Klarenbeek 2012, p. 114.

[6] In 1854 weigert een tentoonstellingscommissie het werk van Anna Francisca de Rijk waarna haar vader in de pen klimt om bezwaar aan te tekenen. De bewoordingen die haar vader vervolgens kiest om de beslissing terug te draaien, zullen Anna Francisca de Rijk gaan achtervolgen. Kunsthistorici die sinds Chris Stolwijk (1998, p. 251-252) over Anna Francisca de Rijk schrijven, herhalen vrijwel uitsluitend de woorden van James de Rijk, zonder meer aandacht aan de bloemschilderes te besteden. Zie bijvoorbeeld Katlijne Van der Stighelen en Mirjam Westen, Elck zijn waerom. Vrouwelijke kunstenaars in België en Nederland 1500-1950 ([Brussel:] Ludion, 1999), p. 92; Hilversum 2009, p. 43; Klarenbeek 2012, p. 114.

[7] Pauwels Foreestier, ‘De Amsterdamsche ten-toon-stellingen, in 1858’, Dietsche warande 3 (1857), p. 106.

[8] Jos A. Alberdingk Thijm noemt Anna Francisca de Rijk in opeenvolgende jaargangen van de Dietsche warande: ‘De Amsterdamsche ten-toon-stellingen in 1856, II’, Dietsche warande 2 (1856), p. 506, ‘De Amsterdamsche ten-toon-stellingen, in 1858’, Dietsche warande 3 (1857), p. 106, ‘De Amsterdamsche ten-toon-stellingen in 1858’, Dietsche warande 4 (1858), p. 397 en 409-410 en ‘De Amsterdamsche ten-toon-stellingen van 1860’, Dietsche warande 5 (1860), p. 600 n. 51. Voor verschillende jaargangen van het tijdschrift, zie digitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren [dbnl.org].

[9] Brief van J.A. de Rijk aan Jos A. Alberdingk Thijm, d.d. 22/24 maart 1856. Katholiek Documentatie Centrum / Radboud Universiteit, Nijmegen, THYM-908 [online].

[10] Diverse brieven van Anna Francisca de Rijk aan Jos A. Alberdingk Thijm, 1856-1862. Katholiek Documentatie Centrum / Radboud Universiteit, Nijmegen, THYM-909 [online]. Het toegangsnummer bevat tevens enkele brieven van Anna van Delden.

[11] Jos A. Alberdingk Thijm, ‘In ’t Album Amicorum der bevallighe ende deught-rijcke juffrou Anna de Rijk, bloem-schilderesse’, Volks-Almanak voor Nederlandsche Katholieken, in het jaar onzes Heeren 1861 (Amsterdam: C.L. van Langenhuysen, 1861), p. 137. Voor het echtpaar James de Rijk en Anna van Delden schreef Jos Alberdingk Thijm een gedicht ter gelegenheid van hun 50-jarig huwelijk waarin hij ook kort hun kinderen noemt:

Met ijver gaan zij ’t needrig pad / Hun kindren zijn hun grootsten schat / Die danken God voor dees hun ouderen.

Katholiek Documentatie Centrum / Radboud Universiteit, Nijmegen, THYM-1843. Bron: KDC.

[12] Katholiek Documentatie Centrum / Radboud Universiteit, Nijmegen, THYM-909 [online].

[13] Brom 1897, p. 232.

[14] Brabant Historisch Informatie Centrum, BS Overlijden. Bron: boek, deel: 8355, periode 1889, Velp, toegangscode 50, inv.nr. 8355, Overlijdensregister 1889, aktenr. 7 [beschikbaar via open archieven].

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top