Weven op de kaart

Met alle leden van de familie IJzerdraat die in mijn vorige drie posts aan bod kwamen, ontbrak er nog één: Bernardus IJzerdraat. Deze benjamin van de familie, geboren op 13 oktober 1891, is meest bekend vanwege zijn rol als verzetsstrijder aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.[1] Hij wordt vermoord door de Duitse bezetters, pas 48 jaar oud. Hoewel zijn werkzame leven als leraar handvaardigheid en kunstnijveraar in zijn levensbeschrijvingen maar zijdelings aan bod komt, verdient ook die kant van zijn persoon de aandacht. In de periode die aan de oorlog voorafgaat, verwerft hij namelijk landelijke bekendheid als uitvinder van een handzaam weefgetouw dat thuis weven makkelijk maakt. Daarmee zet hij, samen met zijn tweede vrouw Daja Braam, het weven op de kaart.

Kweekschool

Bernardus lijkt voor het leraarschap in de weg gelegd. In 1906 wordt de 14-jarige Bernardus – niet te verwarren met zijn oudere broer Willem Bernardus – toegelaten als leerling aan de Rijkskweekschool voor onderwijzers te Haarlem volgens De nieuwe courant (11 april 1906). In januari 1910 slaagt hij daar voor zijn examen handenarbeid, diploma B, en in december voor diploma A (karton- en kleiarbeid). Dat wordt tenminste vermeld in De courant (3 januari 1910) en De Nederlander (28 december 1910). Bernardus is daarmee de vierde van de zonen en dochters IJzerdraat die voor een loopbaan als onderwijzer handenarbeid kiest, naast zijn zussen Anna en Alberta en broer Johan.

Het akte-examen voor het lager onderwijs haalt hij in 1911, volgens De Maasbode (27 april 1911). Vervolgens wordt Bernardus eerst tijdelijk geplaatst aan school B in Zandvoort volgens Nieuwe Haarlemsche courant (31 januari 1913). Daarnaast geeft hij privélessen in allerlei vormen van huisvlijt en in mei 1913 wordt hij benoemd tot onderwijzer in Hilversum, waarvan bericht verschijnt in Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant (19 mei 1913).

Tekstadvertentie voor privaat en cursuslessen in diverse vormen van huisvlijt door Bernardus IJzerdraat
Advertentie in De Gooi- en Eemlander (22 februari 1913), p. 4 [Delpher]

In 1915 doet Bernardus een examen in schoonschrijven volgens De Maasbode (31 augustus 1915). Hij woont inmiddels in Zwolle waar hij het jaar daarop trouwt met Jantina Gerharda Meijer, dochter van graveur Tijmen Meijer.[2]

Tekstadvertentie voor les in schoonschrijven door Bernardus IJzerdraat
Advertentie in Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant (31 augustus 1915). Bron: Delpher

IJzerdraat en Meijer verhuizen vervolgens naar Rotterdam waar IJzerdraat in 1917 benoemd wordt als leraar schoonschrijven en handenarbeid aan de kweekschool voor onderwijzers volgens De Maasbode (16 augustus 1917). Het huwelijk wordt echter in 1923 ontbonden en dan verhuist Meijer met zoon Hans Robert, geboren in 1922, naar Hilversum.[3] Oudste zoon Walter, geboren in 1920, blijft bij Bernardus in Rotterdam.

Daja Braam

Wanneer IJzerdraat in 1924 hertrouwt met Bastiana Tanneke Maria (Daja) Braam, wordt in de huwelijksakte als zijn beroep leraar handenarbeid genoemd.[4] Daja Braam, dochter van sleepbootkapitein Marinus Braam en Katharina van Willigen, is eveneens onderwijzeres volgens de huwelijksakte. Ook over haar is meer te achterhalen. Volgens Rotterdamsch nieuwsblad (23 april 1921) is Braam namelijk geslaagd voor haar akte-examen lager onderwijs in 1921. In 1922 is ze vervolgens aangesteld als onderwijzeres op school 98 in Rotterdam volgens het sociaal-democratisch dagblad Voorwaarts (13 januari 1922). In april 1922 slaagt ze bovendien voor haar examen nuttige handwerken volgens Het huisgezin (16 maart 1922).

Kortom, ook Braam is kunstnijveraarster.

Weeftoestel

In 1925 heeft Bernardus zich inmiddels toegelegd op het weven. In 1925 schrijft journaliste Elis Rogge namelijk een stuk in Nieuwe Rotterdamsche courant (15 april 1925) waarin ze een recente uitvinding van Bernardus, een klein weeftoestel, bewierookt:

Zijn weefgerei zit goeddoordacht en practisch in elkaar De voorbereidingen tot weven vragen door een handige bewerkstelliging van het hevelinrijgen weinig tijd. Daarbij is het weefgerei zóó ingericht, dat het, als het is opgezet en gedeeltelijk in bewerking is, ontspannen, opgerold en in een doos opgeborgen kan worden.

– Elis Rogge in Nieuwe Rotterdamsche courant (15 april 1925), p. 9 [Delpher]

Rogge wijdt vaker artikelen aan toegepaste kunst van Nederlandse makers. Rogge is bovendien een goede bekende van de familie IJzerdraat. Hermine IJzerdraat, een zus van Bernardus, maakt namelijk al sinds 1921 illustraties voor De vrouw en haar huis waarvan Rogge de hoofdredactrice is, zoals ik in een vorige post ‘Modetrends op de hak’ al vermeldde.[5] Bovendien werken ze beide voor het Amsterdamse weekblad De Amsterdammer.

“Het toestel is klein en dus zeer handelbaar en het maken van de schering is hier zeer eenvoudig,” schrijft ook een andere verslaggever in Delftsche courant (12 juli 1926). Bovendien is het kleine apparaat een stuk goedkoper dan een groot weefgetouw en daarmee een betere optie voor mensen die het weven thuis willen beoefenen. Rogge laat in haar beschrijving daarnaast doorschemeren dat Bernardus zijn weeftoestel baseert op kleine weefgetouwen van Indische weefsters. Waarschijnlijk vindt hij hiervoor dus inspiratie in Nederlands-Indië, de voormalige kolonie, het huidige Indonesië.

Handzaam

Het weeftoestel gaat gepaard met een handleiding, want – zo schrijft Rogge in Nieuwe Rotterdamsche courant (15 april 1925) – “kleine toestellen hebben alle een eigen wijze van hevel- en kettingopzet en deze vraagt voor den leek verklaring.” Bovendien gaat IJzerdraat het land door om demonstraties te geven. Zo bezoekt hij onder andere Utrecht voor uitleg tijdens de jaarvergadering van de Vereeniging tot Bevordering van het Onderwijs in Handenarbeid volgens Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (21 september 1925). Ook bezoekt hij bijvoorbeeld Arnhem waar hij het weefgetouw demonstreert tijdens een bijeenkomst van de Vereeniging van Huisvrouwen volgens Arnhemsche courant (14 oktober 1925).

Alles wordt dus in het werk gezet om het weeftoestel aan de man te brengen en ook IJzerdraats familie helpt hem daarbij. Na een watersnood in 1926 organiseert Bernardus’ zus Anna IJzerdraat, die lerares handenarbeid is op het Kennemerlyceum in Bloemendaal, namelijk een fancyfair om geld in te zamelen, volgens Nieuwe Haarlemsche courant (11 januari 1926). Mooie prijzen worden verloot, andere per opbod verkocht. Een van de beloningen is een klein weefgetouw volgens Nieuwe Haarlemsche courant (11 februari 1926), ongetwijfeld van het populaire model van Bernardus IJzerdraat. De winnaar krijgt er zelfs zes lessen bij.

Methode IJzerdraat

Vanuit Rotterdam organiseren IJzerdraat en Braam dus demonstraties door het hele land. Geïnteresseerden kunnen daarnaast cursussen volgen, waar het weven op de methode van IJzerdraat wordt aangeleerd.[6] De methode van weven met het kleine toestel vindt bovendien ingang op nijverheidsscholen.[7]

Vanwege het grote succes besluit het echtpaar om naar Apeldoorn te verhuizen en vandaaruit hun weefcentrum verder vorm te geven.[8] In 1927 krijgt IJzerdraat daarom eervol ontslag als onderwijzer aan de kweekschool volgens Rotterdamsch nieuwsblad (30 juni 1927) en ook Daja Braam heeft inmiddels eervol ontslag gekregen.[9] Op 7 september 1927 verhuist IJzerdraat vervolgens met zijn zoon Walter, zijn tweede vrouw en hun jongste zoon Bernardus (geb. 1926) naar Apeldoorn.[10]

In een recensie van tentoonstelling in Apeldoorn waar handweefwerk van de weefschool Walda te zien is, blikt een recensent terug op de recente verhuizing van de kunstnijveraar naar Apeldoorn:

In anderhalf jaar volgden reeds ruim 800 personen in allerlei plaatsen de weefcursussen, die werden georganiseerd en die zich door hun groote uitbreiding hebben gevormd tot een geregeld onderwijs, dat onder leiding van den heer IJzerdraat door 16 leeraressen wordt gegeven. De omvang van dit onderwijs maakte het noodig, dat het Centraal Bureau van Rotterdam werd verplaats[t] naar een meer centraal punt van het land en hiervoor werd Apeldoorn uitgekozen.

Nieuwe Apeldoornsche courant (22 november 1927) [Delpher].

Vanuit Apeldoorn zet het echtpaar IJzerdraat-Braam de weefinitiatieven voort. Het centrum krijgt de naam Walda wat mogelijk een samentrekking is van de voornamen van IJzerdraats zoon Walter en zijn tweede vrouw Daja.

Waldaleraressen

Hoewel IJzerdraat meestal als directeur wordt genoemd, voeren IJzerdraat en Braam samen de directie. Iets dergelijks wordt onder andere zijdelings opgemerkt in het tijdschrift Het nijverheidsonderwijs voor meisjes:

De Heer en Mevrouw IJzerdraat zijn zeer deskundig op het gebied van huiselijke kunst, daar zij de directie voeren van de Kunstweefschool “Walda” te Hilversum.

Het nijverheidsonderwijs voor meisjes 10, nr. 2 (15 januari 1930), p. 20 [Delpher].

Zwart-wit foto van een kleed met franjes aan boven en onderzijde, decoratie van blokjes langs de boven- en onderste rand

Illustratie bij de recensie van Aurora, in Zij; maandblad voor de vrouw 12, nr. 12 (december 1928), p. 189. Bron: Delpher

Braam is bovendien actief betrokken bij het onderwijs. In Apeldoorn worden namelijk mensen opgeleid om weefcurssussen te geven volgens de methode IJzerdraat. In een boekbespreking schrijft recensent van maandblad Aurora dat het om docenten gaat,

die in staat zijn de grondslagen voor goed handweven te onderwijzen in een viertal lessen van anderhalf uur elk. Het resultaat der vele cursussen door deze leeraressen reeds in verschillende plaatsen van ons land gehouden, heeft bewezen, dat de leiders goed hebben gezien.


– Aurora in Zij, maandblad voor de vrouw 12, nr. 12 (december 1928), p. 189 [Delpher]

Gediplomeerde weefleraressen van het kunstweefinstituut Walda, zogenaamde Waldaleraressen, geven vervolgens cursussen handweven door het hele land waarmee een waar Waldanetwerk door het hele alnd ontstaat. In Zutphen bijvoorbeeld biedt Gijsberta Karolina Jacoba Vergeer als gediplomeerd weefleerares van het Kunstweef-Instituut “Walda” haar lessen aan. Dat blijkt uit een advertentie in De Graafschap-bode (7 oktober 1930). In 1932 organiseert IJzerdraat tevens cursussen in Zwolle volgens een advertentie in Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant (5 oktober 1932). Een verslaggever van dagblad Het volk (16 april 1930) spreekt bovendien van afdelingen in ‘s-Gravenhage, Leiden, Amsterdam en Hilversum.

Mintgroene omslag van tijdschrift Het Blijde Thuis met een voorstelling van een zigzaggende lijn als een weg die meandert naar de horizon, cirkel doorsnijdt de rechte lijn die de horizon verbeeldt. Links en rechts van de meanderende lijn staan de woorden Het en Blijde thuis, rechtsonder vervlochten initialen B en IJ
Bernardus IJzerdraat, omslag van het maandblad Het blijde thuis 2, nr 5 (maart 1931). Foto: Margriet. Bron: Tweedehandswerk

Het blijde thuis

Samen met haar man, schrijft Braam ook een Leerboek voor het handweven dat vanaf 1928 verkrijgbaar is.[11] Ten slotte starten IJzerdraat en Braam in 1929 een maandblad met de titel Het blijde thuis dat wordt uitgegeven bij Noorduyn in Gorinchem.

De thematiek van het tijdschrift bestrijkt allerlei vormen van huisnijverheid, niet uitsluitend in textiel. Het doel is namelijk:

Voorlichting op het gebied van huiselijke kunst, zooals handweven, leerbewerking, kantklossen, lichte houtarbeid, boekbinden, Egyptisch vlechten, batttiken [sic], versieren van kleeding en andere gebruiksvoorwerpen, enz.; patronen voor bovenstaanden arbeid; lessen in het ontwerpen van goede patronen; voorlichting op het gebied van woninginrichting; mededeelingen over nieuwverschenen voorwerpen van kunstnijverheid:

Het vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad (24 september 1929), p. 1 [Delpher]

Familieproject

Het eerste nummer verschijnt in oktober 1929. IJzerdraat ontwerpt het omslag dat hij bovendien signeert met zijn monogram BiJ. Zowel IJzerdraat als Braam vullen de opeenvolgende nummers met ontwerpen en patronen voor huiselijke voorwerpen en mode-accessoires in allerlei technieken, al blijft vaak onduidelijk wie van beide verantwoordelijk is voor wat. Daarnaast dragen anderen bij aan het maandblad en onder hen zijn ook geregeld leden van de familie IJzerdraat. Zo schrijft zus Anna IJzerdraat vaak over Egyptisch vlechtwerk en maakt broer Johan IJzerdraat een ontwerp voor een houten hoedenstandaard voor de eerste jaargang.

Vanaf het februarinummer onderhoudt bovendien iemand onder het pseudoniem Cytisus een vaste plantenrubriek en daarvoor is waarschijnlijk Bernardus’ broer Willem Adrianus IJzerdraat verantwoordelijk. Deze is immers bloemist. Bovendien beantwoordde Willem Adrianus voor Nieuwe Haarlemsche courant lezersvragen over bloemen en planten, bijvoorbeeld op 15 april 1911 en op 19 april 1911, zoals Cytisus dat voor Het blijde thuis doet. Hoe dan ook kan het tijdschrift gerust een familieproject genoemd worden waaraan meerdere leden van de familie IJzerdraat participeren.

Bovendien biedt het tijdschrift een podium kunstnijveraars, onder wie ook veel vrouwen, zoals bijvoorbeeld weefster Mies van de Wetering (Het blijde thuis 1, nr. 2) en weef- en haakster H.A.H. van der Laan-Bosch te Alkmaar (Het blijde thuis 1, nrs 3 en 4). Deze laatste is waarschijnlijk Hilda Afina Henrika Bosch die in 1926 in Alkmaar trouwt met onderwijzer Andries Johannes van der Laan.[12] Voor het maandblad leveren zij de patronen en daarmee kunnen zij tegelijkertijd laten zien wat ze kunnen.

Geniale handweefkunst

Ondertussen is Bernardus niet de enige van het gezin IJzerdraat die zich op het weven stort. Ook zijn oudere broer Johan IJzerdraat waagt zich vanaf 1926 aan kunstweefwerk. Daarvan stelt hij enkele eerste proeven tentoon tijdens een expositie in de kunstnijverheidszaak van J.A. Boskamp te Overveen. Volgens Rogge, die een tentoonstellingsrecensie schrijft in Nieuwe Rotterdamsche courant (7 december 1926), heeft IJzerdraat hiervoor zijn eigen weefgetouw getimmerd. Het resultaat is “geniale handweefkunst met beloften voor de toekomst.”

Zwart-wit foto van deel van een kleed met franjes aan het korte uiteinde, decoratie van afwisselend lange en korte lijnen aan de lange zijden

Johan IJzerdraat, Loper, weefwerk, illustratie in De vrouw en haar huis 10 nr. 1 (mei 1927), p. 10. Bron: Delpher

Het smaakt kennelijk naar meer, want Johan IJzerdraat toont opnieuw weefwerk op een tentoonstelling van de Nationale Kunsthandel in 1927 volgens een journalist van Twentsch dagblad (7 november 1927). Ook dan is het oordeel lovend, als de betreffende recensent schrijft over:

eenige handweefsels van Joh. IJzerdraat, die uitmunten door hun solide kleur, contrastrijk en daardoor levendig en daarbij toch voldoende in toon gehouden, om de rust niet te verstoren.

Een criticus van Nieuwe Hengeloosche courant (9 november 1927) noemt Johans handweefwerk bovendien “van zeldzame schoonheid”. In 1927 wijdt Rogge vervolgens een uitvoerig artikel aan Johans weefwerk in haar maandblad De vrouw en haar huis waarin ze ook enkele van zijn stukken afbeeldt.[13] Over Johan IJzerdraat die als kunstnijveraar een bijzondere veelzijdigheid aan de dag legt, schreef ik ook in mijn vorige blogpost ‘Kluwen IJzerdraat’, met meer over deze getalenteerde kunstnijveraar die als kunstenaar onderbelicht is gebleven.

Gemeentevlag

Het weefcentrum Walda blijft niet in Apeldoorn, maar verhuist met het echtpaar IJzerdraat-Braam, eerst naar de Vosmaerlaan in Hilversum en vervolgens naar Huize Hoefloo aan de Derkinderenlaan in Laren.[14] Met de dreigende oorlog ondervindt het echtpaar echter steeds meer problemen en ondanks het eerdere succes moeten IJzerdraat en Braam het weefcentrum in 1938 opdoeken.

Kortstondig wordt IJzerdraat vervolgens adviseur bij een tapijtfabriek in Dinxperlo.[15] In maart 1938 vestigt het echtpaar zich daarom in die gemeente volgens Aaltensche courant (5 april 1938). In september 1938 vraagt het Oranje-Comité Daja Braam vervolgens om een gemeentevlag te ontwerpen, bij gelegenheid van de jubileumfeesten ter ere van het 40-jarig jubileum van de koningin. Als dank voor haar inspanningen krijgt Braam daarom bij de overhandiging aan de burgemeester nog een “tastbaar bewijs van waardering” door het Oranje-Comité uitgereikt. Ook spreekt de burgemeester de woorden:

Dit is voor nu en voor de toekomst de officieele vlag der Gemeente Dinxperlo, die naar ik hoop dikwijls zal wapperen. Het is niet alleen een schoone vlag omdat er zoo mooi ons zinbeeldig gemeentewapen in voorkomt, maar ook in het bijzonder omdat het zoo’n prachtig stuk werk is; zoo’n zeer mooi geheel,

Aaltensche courant (7 september 1938), p. 9 [Delpher].

Aan het einde van 1939 verhuist het gezin vervolgens naar Schiedam.[16] Daar gaat IJzerdraat weer aan de slag als onderwijzer.

Restauratie

In 1940 wordt IJzerdraat dan vanwege zijn weefexpertise ingeschakeld om een oude gobelin uit 1629 met een voorstelling van de Slag bij Damiate te restaureren. Van de restauratie wordt uitvoerig verslag gedaan in verschillende kranten, zowel regionaal als nationaal, bijvoorbeeld in Haarlem’s dagblad (9 oktober 1940) em Algemeen handelsblad (10 oktober 1940). Daar komt onder andere de deplorabele staat van het tapijt ter sprake:

een troosteloos, bijna hopeloos versleten stuk handwerk, vol gaten en inktvlekken, verkleurd en door plakmiddelen gedeeltelijk verteerd. Doordat hoofdzakelijk de zijde, die in de historische voorstelling werd gebruikt voor de gloed en de lichteffecten, door de tand des tijds en inferieure plakmiddelen is aangetast en verteerd, is slechts een weefsel van beige en gele woldraden overgebleven, waarin het moeilijk is de oorspronkelijke tekening terug te vinden.

– ‘Restauratie van „De zeeslag voor Damiate” in Het volk: dagblad voor de arbeiderspartij (11 oktober 1940). p. 7 [Delpher].

Het gaat dus om een behoorlijk intense klus. Frans Hals Museum, dat vanwege de oorlog is gesloten, wordt als locatie voor de reparatie van het enorme tapijt beschikbaar gesteld en Dr. G.T. van IJsselsteyn die in 1936 op wandtapijten is gepromoveerd, krijgt de leiding over het enorme. IJzerdraat, verantwoordelijk voor de praktische uitvoer van de werkzaamheden, wordt daarin bijgestaan door zijn zoon Walter. Als afgestudeerd chemicus probeert deze met analytische proeven de juiste kleurintensiteit en -echtheid te bereiken voor de verven waarmee de draden worden gekleurd.[17]

Verzet

De restauratie blijft echter steken in de voorbereidingen. Voordat IJzerdraat goed en wel aan de slag is, wordt hij opgepakt vanwege de rol die hij inmiddels speelt in het verzet tegen de Duitze bezetting. Nadat hij is verraden, wordt hij samen met zijn zoon gevangen gezet. Walter komt vrij, maar Bernardus ontkomt niet aan fusillering de Waalsdorpervlakte.[18]

Sterk gerasterde zwart-wit foto van een vrouw , gezien van opzij, zittend op een houten kruk achter een weefgetouw in een interieur
Anoniem, Daja Braam aan het weefgetouw, foto, afgedrukt in Nieuwe Haarlemsche courant (16 november 1946), p. 2. Bron: Delpher

De lijdensweg die het gezin doormaakt, is een van de redenen dat Braam ook na de oorlog tijdelijk geen weefgetouw meer aanraakt, zo schrijft een journalist van Nieuwe Haarlemsche courant op 16 november 1946. Uiteindelijk neemt Braam de weefspoel weer op en in 1946 stelt ze haar kunstweefwerk tentoon.

Daja IJzerdraat heeft een zeer goeden smaak en men ziet aan de bijzonder fraaie collectie handweefartikelen, die bij Leffelaar tot einde November tentoongesteld blijven, welke fijne nuanceeringen in tint en welke rijke kleurencombinaties zij weet te maken. Het werk, dat zij aflevert, is dan ook werkelijk bewonderenswaardig.

In 1948 wijdt ook het maandblad De vrouw en haar huis een dubbele pagina aan het werk van Daja Braam.[19] Daar omschrijft de danmalige redactrice Magdalena Schenk het weefwerk, waaronder theemutsen, tassen, kussens en kleden, als “levend en boeiend.” Braams creaties oogsten dus bewondering.

Zwart-wit foto van een kleed met franjes aan weerszijden, versierd met een band in het midden waarop een symmetrische decoratie van kleine blokjes
Daja Braam, Kleedje of kussendek, uitgevoerd in ‘rozenweefsel’, afgebeeld bij een artikel van dezelfde, getiteld ‘Weefwerk’, De vrouw en haar huis 43, nr. 12 (december 1949), p. 560. Bron: Delpher

Als Bernardus IJzerdraat in 1955 postuum het Verzetskruis krijgt toegekend, mag zijn weduwe die in ontvangst nemen.[20] Braam overlijdt in 1959 in Haarlem, 56 jaar oud.[21]

Meer dan restaurator

In latere levensbeschrijvingen van Bernardus IJzerdraat komen zijn werkzaamheden voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog slechts zijdelings ter sprake. In zijn boek De Geuzen (1965) noemt historicus Harry Paape hem kort “tapijtwever en gobelinrestaurator”. Historica Ismee Tames beperkt opmerkingen over IJzerdraats loopbaan in haar rede, uitgesproken in 2016, tot de zin: “Hij was met wisselend succes onderwijzer en kunstwever.” Daarbij is er dus weinig aandacht voor IJzerdraats veelzijdige artistieke loopbaan en zijn inspanningen om weven op de kaart te zetten in Nederland. De belangrijke rol die Braam daarbij speelt, is dientengevolge helemaal buiten beschouwing gebleven. Niet alleen zet zij zich in om van de weefschool Walda en van het maandblad Het blijde thuis een succes te maken, ook haar kunstweefsels oogsten veel bewondering.

Als deze post over Bernardus IJzerdraat eraan bijdraagt om ook Daja Braam als kunstnijveraarster en weefster op de kaart te zetten, dan is dat wat mij betreft een prachtige bijkomstigheid.


Literatuur

  • Paape, Harry, De Geuzen ([Amsterdam]: Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels / Commissie voor de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, 1965). [DBNL]
  • Tames, Ismee, Over grenzen: Liminaliteit en de ervaring van het verzet, rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar ‘Geschiedenis en betekenis van verzet tegen onderdrukking en vervolging’ in de faculteit Geesteswetenschappen aan de Universiteit Utrecht, op 17 mei 2016 (ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum, 2016). [online]
  • IJzerdraat, Bernardus en Daja IJzerdraat-Braam, Leerboek voor het handweven op klein weefgetouw [Apeldoorn: Kunstweefschool Walda, Centraal Bureau, [ca 1928]).

Noten

[1] Voor de geboorte-akte van Bernardus IJzerdraat, zie Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.46, inv.nr. 11891, 16-10-1891, Geboorteakten van de gemeente Haarlem, 1891, aktenr. 1427 [NHA]. Over Bernardus IJzerdraat als verzetsstrijder, zie onder andere Paape 1965 en Tames 2016.

[2] Voor de huwelijksakte van IJzerdraat en Jantina Gerharda Meijer, zie Collectie Overijssel locatie Zwolle, archief 0123, inv.nr. 14582, 20 07 1916, Registers van huwelijken en echtscheidingen, Zwolle, aktenr. 147 [Collectie Overijssel].

[3] Voor de geboorte-akte van Hans Robert IJzerdraat, zie Stadsarchief Rotterdam, archief 494-03, inventaris­num­mer 851-548, 1880, Gezinskaarten Rotterdam, Wijtzes – van Zalingen, 1880-1940, aktenr. 598102 [Stadsarchief Rotterdam].

[4] Voor de huwelijksakte van IJzerdraat en Daja Braam, zie Stadsarchief Rotterdam, archief 999-06, inv.nr. 1924C, 17-04-1924, Nadere toegang op het huwelijksregister van de gemeente Rotterdam, folio c141 [Stadsarchief Rotterdam].

[5] In 1928 besteedt Rogge ook aandacht aan het houtsnijwerk van Willem Bernardus IJzerdraat. De vrouw en haar huis nr. 3 (juli 1928), p. 133 [Delpher].

[6] Zie bijvoorbeeld advertentie in Arnhemsche courant (14 januari 1926) [Delpher].

[7] Zo stelt IJzerdraat zelf vast in een lezing voor de vereniging ‘Tot de kunst’ in Apeldoorn. Het verslag daarvan wordt afgedrukt in Nieuwe Apeldoornsche courant (29 november 1927), p. 11 [Delpher].

[8] Zie bijvoorbeeld advertentie in Nieuwsblad van het Noorden (15 november 1927), p. 7 [Delpher].

[9] ‘Eervol onstlag’, Rotterdamsch nieuwsblad (31 augustus 1926), p. 5 [Delpher].

[10] Stadsarchief Rotterdam, archief 494-03, inv.nr. 851-548, 1880, Gezinskaarten Rotterdam, Wijtzes – van Zalingen, 1880-1940, aktenr. 598102 [Stadsarchief Rotterdam].

[11] IJzerdraat en IJzerdraat-Braam [1928].

[12] Voor de huwelijksakte van Hilda Afina Henrika Bosch en Andries Johannes van der Laan, zie Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.4, inventaris­num­mer 21926, 22-12-1926, Huwelijksakten van de gemeente Alkmaar, 1926, aktenummer 192 [Noord-Hollands Archief].

[13] Elis M. Rogge, ‘Handweven’, De vrouw en haar huis 10 nr. 1 (mei 1927), p. 10 [Delpher].

[14] Voor de Kunstweefschool Walda “thans gevestigd te Hilversum, Vosmaerlaan 4 en 6”, zie advertentie. in De Gooi- en Eemlander (5 augustus 1929), p. 6 [Delpher]. Voor de verhuizing naar Huize Hoeflo in Laren in 1932, zie De Gooi- en Eemlander (1 juni 1932), p. 8 [Delpher].

[15] Paape 1965, p. 13.

[16] Voor het vertrek van het gezin naar Schiedam, zie Aaltensche courant (5 januari 1940), p. 1 [Delpher]. Walter IJzerdraat is in mei 1938 al naar Amsterdam vertrokken. Zie hiervoor De Graafschapper (4 mei 1938), p. 2 [Delpher].

[17] IJsselsteyn blikt terug op de restauratie in het jaarboek Haerlem volgens Nieuwe Haarlemsche courant (2 december 1948), p. 2 [Delpher]. Zie ook het artikel ‘Ons bezit aan wandtapijten gered: uitvoerig wetenschappelijk voorbereidingswerk’ in De Gooi- en Eemlander (7 april 1962), p. 13 [Delpher].

[18] Zie Nationaal Archief te Den Haag, archief 2.19.136: Inventaris van de collectie Doodenboeken 1940-1945 van de Stichting Oranjehotel, inv.nr. 1-4 ‘Doodenboeken’, 1940-1945, p. 41 [Nationaal Archief]. Over IJzerdraat als oprichter van een Nederlandse verzetsgroep, zie ook Paape 1965 en Tames 2016.

[19] Magdalena (Lenie) Geertruida Schenk, ‘Weefwerk van D. IJzerdraat-Braam’, De vrouw en haar huis, geïllustreerd maandschrift 42, nr. 2 (februari 1948), p. 68-69 [Delpher].

[20] ‘Na veertien jaar: Bernard IJzerdraat kreeg posthuum Verzetskruis’, Het parool (30 september 1955), p. 3 [Delpher].

[21] Voor de overlijdensakte van Daja Braam, zie Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 617, inv.nr. 3736, 11-05-1959, Overlijdensakten van de gemeenten in de provincie Noord-Holland, aktenr. 19 [Noord-Hollands Archief].

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top