Bij uitzondering

Net als haar zus Wilhelmine aquarelleert Pauline Suy (1863-1949) en ook zij schildert af en toe bloemen. Op een aquarellententoonstelling in Batavia (nu: Jakarta) in 1901 is een namelijk aquarel van bloemen te zien, door Pauline gemaakt. In 1891 exposeert ze bovendien een stilleven in Amsterdam. Pauline Suy legt zich echter vooral toe op stadsgezichten en in tegenstelling tot haar zus exposeert ze slechts bij uitzondering. Schilderen is voor haar immers meer een vrijetijdsbesteding. Daarin volgt ze het voorbeeld van haar vader.

Gegoede kringen

Pauline, geboren op 23 mei 1863, en haar drie zussen Johanna (geb. 1 juni 1860), Wilhelmine (geb. 26 september 1861) en Antonia (op 27 februari 1865) komen uit een gegoede familie.[1] Hun vader Albert Suy is namelijk een zoon van Paul Benoit Suy en jonkvrouwe Jeanne Geurdina Tindal en over Benoit staat in de stamboeken der officieren:

heeft eene goede opvoeding genoten, is zeer geschikt voor het verkeer in de eerste kringen, leeft stil en huisselijk.[2]

Het betekent ongetwijfels dat kunst een onlosmakelijk onderdeel van de opvoeding is. Paul Benoits talent volgens de hiervoor genoemde stamboeken is namelijk “een weinig musiek”. Bovendien is hij onderwezen in de beginselen van de geschiedenis, aardrijkskunde, aardrijkskunde, geschiedenis. Alles wijst erop dat Paul Benoit Suy een opleiding heeft genoten die hoort bij een familie van stand.

Familie van militairen

Zowel Paul Benoit Suy als Jeanne Geurdina Tindal – de ouders van Albert Suy en grootouders van Pauline en Wilhelmine – stammen uit vooraanstaande families die vooral militairen voortbrengen. In 1813 vecht Paul Benoit Suy in Franse dienst tegen het Pruisische leger, onder andere in Lützen, Katzbach en Leipzig in 1813, en in Brienne en Nogent in 1814.[3] Vanaf 1814 dient hij daarna het Nederlandse leger. In 1830 – ten tijde van de Belgische Opstand – is Suy namelijk gelegerd in Namen waar het echtpaar in 1826 trouwt en in 1827 ook hun zoon Albert wordt geboren.

Jeanne Geurdina Tindal is de oudste dochter van Ralph Dundas baron Tindal, eerst generaal in het Franse leger, later in Nederlandse dienst.[4] Ook hij maakt naam op het slagveld en in 1813 verheft Napoleon hem tot baron waarna zijn dochter Jeanne Geurdina Tindal de titel jonkvrouw mag dragen.

Schilderlessen

De artistieke opvoeding van de zussen Suy hoort dus onlosmakelijk bij hun achtergrond. Zowel Pauline als Wilhelmine leggen vervolgens talent voor de schilderkunst aan de dag. Rond dezelfde tijd als haar zus gaat ook Pauline een opleiding volgen. In 1882-1883 en 1883-1884 staat “P. Suy” namelijk ingeschreven als leerlinge aan de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag.[5] Ongetwijfeld gaat het hier om Pauline Suy.

Het eerste jaar schooljaar volgt Pauline Suy er een cursus à 10 gulden, het tweede jaar een cursus voor het middelbaar onderwijs à 20 gulden.

In het jaar 1882-1883, als Pauline aan de Haagse academie begint, volgt ook “A. Suy” er kunstonderwijs.[6] Deze mannelijke leerling is woonachtig op de “Hoek Celebesstr”. Volgens de naamlijsten van de vrouwelijke leerlinge woont ook de in dat jaar genoemde “P. Suy” op de hoek van de Celebesstraat en Bonistraat in Den Haag. Als we er vervolgens de Haagse adresboeken van 1883 op naslaan, blijkt dat Albert Suy dan op het adres Celebesstraat 51 ingeschreven staat, welk pand op de hoek met de Bonistraat is gelegen.[7]

“A. Suy” is bovendien “zonder beroep” volgens de namenlijsten van de Haagse academie. Albert Suy is in 1871 immers gepensioneerd volgens Opregte Haarlemsche courant (3 mei 1871). Hij is echter 55 jaar oud, niet 45 jaar, zoals in de namenlijst van de academie staat geschreven en dit zal een schrijffout zijn geweest.

Aanleg zeer goed

Hoewel de leeftijd niet klopt, lijkt het er dus sterk op dat de gepensioneerde Albert Suy tegelijkertijd met zijn dochter Pauline lessen volgt aan de Haagse academie. Vast staat dat ook Albert Suy creatief talent heeft. Wanneer een biograaf met de initialen A.S. in 1916 een korte levensschets schrijft over de zojuist overleden oud-kapitein der infanterie Willem Staring, tevens aquarellist en tekenaar, noemt deze daarin de invloed van “den oud-Majoor der artillerie Suy, … vaardig houtsnijder”.[8] Hiermee wordt Albert Suy bedoeld die bij zijn pensionering immers de titel majoor krijgt toegekend volgens Opregte Haarlemsche courant (3 mei 1871). Kennelijk legt hij zich inmiddels toe op houtsnijwerk. Suy moedigt Staring vervolgens aan om ook te gaan boetseren, vermeldt Starings biograaf.

In 1883 hertrouwt de 56-jarige creatieve weduwnaar Albert Suy met de Amsterdamse Hermina Johanna Maria Rochussen, 38 jaar oud.[9] Na het huwelijk blijft het gezin eerst een tijd in Den Haag wonen, tot mei 1884. Dan verhuizen dochters met hun vader en stiefmoeder naar Amsterdam, waar ze tot mei 1889 op het adres Vondelstraat 14 verblijven.[10]

Aanleg zeer goed

In oktober 1884 registreert Pauline Suy zich vervolgens bij de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam.[11] Daar gaat ze lessen in perspectief volgen, waarschijnlijk bij kunstenaar Hendrik Johannes Haverman die tot 1888 docent is aan de Amsterdamse academie. Haar inzet en talent blijven niet onopgemerkt: over haar deelname wordt geoordeeld met de woorden “ijver goed, aanleg zeer goed.”

Stamboek der leerlingen aan de Rijks Academie van Beeldende Kunsten te Amsterdam, nr. 280: Pauline Suij. Stadsarchief Amsterdam, archief 90, inv.nr. 175: 1870-1893 (1 t/m 445), folio 56. Bron: Stadsarchief Amsterdam

Bovendien krijgt Pauline lessen van kunstschilder Johannes Gijsbert Vogel. Deze schilder van landschappen en stadgezichten wordt in januari 1892 weduwnaar en hertrouwt dan met kunstschilderes Margaretha Roosenboom die in de beginjaren 1880 schilderlessen geeft aan Paulines zus Wilhelmina Suy. Het is dan ook goed mogelijk dat Pauline via Wilhelmina en haar lerares Roosenboom in contact komt met Vogel.

Tentoonstellingsdebuut

In lijn met de expertise van haar leermeester richt Pauline Suy zich op het schilderen van stadsgezichten. Haar eerste publieke optreden als kunstenaar vindt plaats tijdens een kunstbeschouwing in Winschoten, waar ze een geaquarelleerd stadsgezicht tentoonstelt.

Een stadsgezicht uit Dordrecht, van mejuffrouw Suij, mede in naturalistischen trant, valt evenzeer te bewonderen als een binnenhuisje van David dat in bewerking een antogonist van ’t voorgaande mag genoemd worden

Winschoter courant (16 januari 1889), p. 3 [Delpher]

De waterverftekening valt ook bij anderen in de smaak, want deze wordt aangekocht door de Maatschappij ter Bevordering der Schilder- en Tekenkunst in Friesland.[12] De aquarel bevindt zich nog steeds in het archief van de Maatschappij, nu bewaard in Tresoar.

Een aquarel in gedempte tonen laat een 19de-eeuws stadsbeeld zien met een rivier die een brug in de verte. De huizen aan weerszijden weerspiegelen in het water. Enkele bootjes liggen aan de kade
Pauline Suy, Stadsgezicht uit Dordrecht, gesigneerd ‘PSuy.’ (rechtsonder), ca 1888, waterverf op papier. Leeuwarden, Tresoar (Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum), archief 180-49, inv.nr. 1183846 – 65. Bron: Tresoar

Ook bij andere tentoonstellingen vallen Suy positieve recensies te beurt. In 1904 beschrijft kunstcriticus Loffelt bijvoorbeeld “een stemmingvol stadsgezicht” op een Arti-tentoonstelling in Het nieuws van den dag (9 december 1904). In 1905 beschrijft ook een recensent van Arnhemsche courant (12 augustus 1905) Suys Stadsgezicht te Brugge als “zeer verdienstelijk behandeld”.

Samen

Op veel van de tentoonstellingen waar Pauline Suy exposeert, is overigens ook werk van haar zus Wilhelmine Suy te zien over wie ik vorige week een blogpost publiceerde, met de titel “Open einde’. Werk van de zussen is bijvoorbeeld te bezichtigen op een expositie in Batavia in 1901:

Mej. W. Suy heeft „Bloemen” ingezonden, No. 63. Dit stukje hangt niet gunstig en des avonds, wanneer het wèl te zien is, lijden de kleuren te veel door het kunstlicht. Mej. P. Suy zond slechts één stukje in, No. 65, „Bloemen”, die frisscher zijn van coloriet en tegen het gaslicht zijn opgewassen. Des avonds lijden de kleuren wel wat door het gaslicht.

– Carlo in Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië (17 december 1901), p. 2 [Delpher]

Ook op andere tentoonstellingen waaraan Pauline deelneemt, exposeert gelijktijdig haar zus, zoals op de verschillende Arti-tentoonstellingen in Amsterdam (1904, 1905 en 1907) en de gemeentelijke tentoonstelling in Arnhem (1905). Toch vergelijken recensenten de schilderessen zelden, waarschijnlijk omdat ze zich op andere genres toeleggen. Wilhelmine kiest voor bloemen, Pauline vaker voor stadsgezichten.

Eigen observatie

Een zwart wit foto van een aquarel toont een voorportaal van een kerk in hoog-gotische stijl. Twee bogen bieden toegang tot het portaal dat uit het zicht ligt. Twee mannen staan onder de overkapping. Oude huizen begrenzen de straat aan de andere zijde.
Pauline Suy, Zuidportaal van de Sint-Stevenskerk te Nijmegen, gesigneerd ‘P. Suy’ (rechtsonder), ca. 1915, waterverf op papier. Collectie: Nijmegen, V.A.M.M. Uijen. Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Verder lijkt het erop dat Pauline Suy haar stadsgezichten vaak schildert naar eigen observatie. Zo maakt ze bijvoorbeeld een aquarel van het hoog-gotische zuidportaal van de Sint-Stevenskerk in Nijmegen die ze ongetwijfeld zelf heeft gezien. Suy brengt namelijk enkele aaneengesloten zomers door in het nabijgelegen Berg en Dal. In juni 1913 logeert de familie Suy uit Amsterdam immers in Groot Hotel Berg en Dal in Nijmegen volgens Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant (hierna: PGNC) (15 juni 1913) en PGNC (22 juni 1913).

Het bevalt er kennelijk, want het jaar erop logeert Pauline opnieuw enkele weken achtereen in het hotel.[13] Ze verblijft er dan met haar stiefmoeder, “mevr H Suij Rochussen”. Ook in september 1916 verblijft Pauline enige tijd in Groot Hotel Berg en Dal volgens PGNC (3 september 1916). Waarschijnlijk is zij ook de “mej. Suy” die in de nazomer van 1915 in het hotel wordt genoemd.[14]

Berg en Dal fungeert dus enkele jaren achtereen als zomerse uitvalsbasis voor Suy. Die verblijven geven haar vervolgens de mogelijkheid om de Stevenskerk van dichtbij te bekijken en vast te leggen. Het ligt vervolgens voor de hand dat ze de aquarel van de Nijmeegse Stevenskerk in een van die jaren of kort erna vervaardigt, waarschijnlijk tussen 1913 en 1916.

Bergen

Behalve naar Nijmegen onderneemt Suy ook reizen naar elders. In het jaar voorafgaand aan het eerste zomerverblijf in Berg en Dal brengt de familie Suy-Rochussen de zomer door in Pension De Haemstede te Bergen volgens de Bergensche bad-, duin- en boschbode (14 juni 1912), (5 juli 1912) en (12 juli 1912). Daarbij staat bovendien dat het om een bezoek van twee personen gaat. Met andere woorden, Hermine Rochussen neemt iemand mee en dit is mogelijk wederom haar stiefdochter Pauline Suy met wie ze ook in andere jaren zomertrips onderneemt. Op 19 juli zijn zij weer vertrokken volgens dezelfde krant (19 juli 1912).[15]

Ook in Bergen zal Pauline wellicht getekend en geschilderd hebben. Daarnaast is het niet uit te sluiten dat ze ook andere gezichten, zoals Quai du Rosaire (Rozenhoedkaai in Brugge), Stadsgezicht te Brugge en Hut in Schotland – te zien op tentoonstellingen in 1904, 1905 en 1907 – naar eigen observatie schildert.

Arti et Amicitiae

Het hoogtepunt van Pauline Suy’s tentoonstellingsdeelname ligt in de jaren 1904-1907. Vanaf 1904 exposeert Pauline namelijk meermaals met de leden van kunstgenootschap Maatschappij Arti et Amicitiae waarvan zij dan lid is, net als haar succesvolle zus Wilhelmine. Toch is het aantal tentoonstellingen van Pauline Suy niet te vergelijken met dat van haar zus. Ondanks het talent dat Pauline aan de dag legt en de successen die ze boekt, blijft zij slechts bij uitzondering exposeren, waarschijnlijk omdat de teken- en schilderkunst voor haar altijd liefhebberij is en blijft, net zoals dat het was voor haar vader Albert Suy.

Behalve schilderen steekt Suy bovendien veel van haar tijd in vrijwilligerswerk. Zo is ze bijvoorbeeld 40 jaar lang huisbezoekster voor de stichting Liefdadigheid naar vermogen.[16] Van 1892 tot 1932 bezoekt ze namens de stichting de huizen van de armen in het zuidelijk grachtengebied om te beoordelen welke gezinnen in aanmerking komen voor hulp.

Nederlandsche Vrouwenclub

In 1907 neemt Pauline vervolgens voor de laatste maal deel aan een Arti-tentoonstelling. Exposeren doet ze daarna voorlopig niet meer. Wat daarvoor de reden is, blijft onduidelijk. Toch blijft Pauline haar leven lang tekenen en schilderen. Zo blijkt onder meer uit de aquarel van het zuidportaal van de Nijmeegse Stevenskerk die Suy waarschijnlijk rond 1915 schildert.

Uiteindelijk zoekt de kunstenares nog eenmaal de openbaarheid als ze in 1939 deelneemt aan een tentoonstelling ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van de Nederlandsche Vrouwenclub. Werk van de leden, onder wie Coba Ritsema en Coba Surie, wordt dan uitgestald in het clubgebouw aan de Keizersgracht te Amsterdam. Naar aanleiding daarvan merkt een bezoekende verslaggever vervolgens op:

Men vindt er naast schilderijen van algemeen bekende kunstenaressen enkele werkjes van dames, die de schilderkunst meer bij uitzondering beoefenen, zooals Pauline Suy, die wij althans op exposities niet opmerkten

– v.D., ‘Nederlandsche Vrouwenclub: Lustrumtentoonstelling’, Algemeen handelsblad (5 april 1939) via Delpher]

Suy schildert dus nog steeds, ook al exposeert ze niet vaak meer.

Verschillend

Kortom, de schilderkunst speelt een andere rol in het leven van Pauline Suy dan in dat van haar zus Wilhelmine die furore maakt met haar bloemaquarellen. De zussen schilderen allebei, maar ze maken andere keuzes. Pauline volgt namelijk lessen bij Johannes Gijsbert Vogel die haar onderwijst in het genre van stadsgezichten, terwijl Wilhelmine in de leer gaat bij bloemschilderes Margaretha Roosenboom. Wilhelmine exposeert meerjaarlijks, maar Pauline slechts bij uitzondering. Pauline maakt dus minder werk van een carrière in de schilderkunst dan haar oudere zus Wilhelmine. Pauline Suy volgt in dat opzicht meer in de voetsporen van haar vader Albert Suy met een liefde voor kunst, maar dan vooral als vrijetijdsbesteding.


Tentoonstellingen

Hieronder volgen een lijst van de tentoonstellingen waaraan Pauline Suy deelneemt. Tussen 1904 en 1907 neemt de tentoonstellingsfrequentie toe, ook omdat Pauline dan gaat deelnemen aan de exposities van kunstgenootschap Maatschappij Arti et Amicitiae. In 1907 lijkt tentoonstellingsdeelname abrupt op te houden, totdat Suy in 1939 ten slotte nog eens meedoet aan een lustrumtentoonstelling van de Nederlandsche Vrouwenclub.

Winschoten, Hotel Wisseman, 1889: Tentoonstelling van aquarellen [recensie in Winschoter courant (16 januari 1889), p. 3 via Delpher]

  • “Een stadsgezicht uit Dordrecht”

Amsterdam 1891: Tentoonstelling van kunstvoorwerpen door Nederlandsche artiesten, bestemd voor de verloting, te houden in maart 1891

  • “Stilleven” (nr. 143)

Batavia, 1901: Aquarellen-tentoonstelling [recensie in Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië (17 december 1901), p. 2 via Delpher]

  • “Bloemen” (nr. 65)

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1904a: Voorjaarstentoonstelling

  • onbekend (nr. 288) [aangekocht voor de verloting volgens Het nieuws van den dag (28 april 1904), p. 10 via Delpher en

_ , _ , 1904b: Najaarstentoonstelling [recensie van A.C. Loffelt in Het nieuws van den dag (9 december 1904), p. 5 via Delpher]

  • “Quai du Rovaire” [waarschijnlijk Quai du Rosaire in Brugge, aangekocht voor de verloting volgens De Amsterdammer (25 december 1904), p. 12 via Historisch Groene]

Arnhem 1905: Gemeentelijke Tentoonstelling van Kunstwerken van Levende Meesters [recensie in Arnhemsche courant (12 augustus 1905) via Delpher]

  • “Stadsgezicht te Brugge” (nr. 295)

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1905: Tentoonstelling

  • onbekend (nr. 236) [aangekocht voor de verloting volgens Het nieuws van den dag (18 mei 1905), p. 10 via Delpher]

_ , Arti et Amicitiae, 1907: Tentoonstelling van Kunstwerken Vervaardigd door Leden der Maatschappij, april – mei

  • “Hut in Schotland” (nr. 248)

_ , Nederlandsche Vrouwenclub, 1939: Lustrumtentoonstelling, tot 14 april [recensien in Algemeen handelsblad (5 april 1939), p. 9 via Delpher]

  • onbekend

Literatuur

Catalogi

  • Cat. Amsterdam 1891. Tentoonstelling van kunstvoorwerpen door Nederlandsche artiesten, bestemd voor de verloting, te houden in maart 1891 (Amsterdam: Commissie voor de verloting ten bate van het burgerziekenhuis alhier), p. 18. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1907. Tentoonstelling van Kunstwerken Vervaardigd door Leden der Maatschappij. April-Mei 1907 (Amsterdam). [DoMe]
  • Cat. Arnhem 1905Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem in Musis Sacrum (derde vierjaarlijksche), 15 juli tot 18 augustus 1905 (Arnhem: G.J. Thieme), p. 31. [RKD Library en DoMe]

Overig

  • A.S., ‘Willem Staring’, Eigen haard, nr. 9 (26 februari 1916), p. 158-162. [Delpher]
  • Linde, Maarten van der, en Ties Limperg‎, Liefdadigheid naar Vermogen: door en voor Amsterdamse burgers, 1871-1941 (Hilversum: Verloren, 2019).
  • Scheen, Pieter A., Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, herziene ed. (Den Haag: Scheen, 1981).

Noten

[1] Voor de geboorteakte van Johanna, zie Het Utrechts Archief, archief 481, inv.nr. 539-05, 04-06-1860, Amersfoort 1860, aktenr.198 [Het Utrechts Archief]. Voor Wilhelmine, zie id., archief 481, inv.nr. 540-01, 26-09-1861, Amersfoort 1861, aktenr. 315 [Het Utrechts Archief]. Voor die van Pauline, zie Het Utrechts Archief, archief 481, inv.nr. 540-03, 23-05-1863, Amersfoort 1863, aktenr. 197 [Het Utrechts Archief]. Voor de geboorteakte van Antonia: id., archief 481, inv.nr. 110-01, 28-02-1865, Utrecht 1865, aktenr. 361 [Het Utrechts Archief].

[2] Nationaal Archief te Den Haag, archief 2.13.04 Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, (1715) 1814-1940 (1945), inv.nr. 421 2e afdeling 1839, folio 63 [Nationaal Archief].

[3] Nationaal Archief te Den Haag, archief 2.13.04 Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, (1715) 1814-1940 (1945), inv.nr. 269 deel 2, folio 10 [Nationaal Archief].

[4] Nationaal Archief te Den Haag, 2.01.15 Inventaris van de stamboeken, naamlijsten, conduite- en pensioenstaten van officieren, onderofficieren en minderen der Landmacht, ca. 1795-1813, inv.nr. 74 Stamlijst van hoofdofficieren der Armee. Nrs. 12 – 173. Incompleet, folio 13 [Nationaal Archief].

[5] Haags Gemeentearchief, archief 0058-01 Academie van Beeldende Kunsten, inv.nr. 439 Die betalen, 1882 – 1883 [Haags Gemeentearchief] en inv.nr. 441 Die betalen, 1883 – 1884 [Haags Gemeentearchief]. Zie Scheen 1981, p. 506.

[6] Id., archief 0058-01 Academie van Beeldende Kunsten, inv.nr. 438: Als kwekelingen der leden, 1882 – 1883 [Haags Gemeentearchief].

[7] Id., archief 7008-01 Adresboekjes ‘s-Gravenhage Adresboekjes ‘s-Gravenhage, 1883; p. 525 [Haags Gemeentearchief].

[8] A.S. 1916, p. 162.

[9] Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.6, inv.nr. 736, 29-11-1883, Huwelijksakten van de gemeente Amsterdam, 1883, aktenr. Reg. 28 fol. 1 [Noord-Hollands Archief].

[10] Stadsarchief Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 2233, 26 september 1861, Bevolkingsregister 1874-1893 [Stadsarchief Amsterdam].

[11] Id., archief 90: Rijksakademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam, inv.nr. 175: 1870-1893 (1 t/m 445), folio 56, nr. 280 [Stadsarchief Amsterdam]. Zie ook Scheen 1981, p. 506.

[12] Tresoar (Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum) te Leeuwarden, archief 180-49: Maatschappij ter Bevordering der Schilder- en Tekenkunst in Friesland 1850-1994, inv.nr. 1183846, 65 [Tresoar].

[13] Zie Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant (21 juni 1914), (28 juni 1914), (6 juli 1914), (13 juli 1914), (20 juli 1914), (27 juli 1914), (3 augustus 1914), (10 augustus 1914) en waarschijnlijk (17 augustus 1914).

[14] Zie PGNC (5 september 1915), (12 september 1915), (19 september 1915) en (28 september 1915),

[15] In augustus 1924 logeert “Mevr Suij” uit Amsterdam in Pension Holland te Bergen volgens Bergensche bad-, duin- en boschbode (23 augustus 1924) en (30 augustus 1924). Of Pauline hierbij is wordt niet vermeld. Uit de kranten blijkt dat de familie Suy nog steeds in Amsterdam woont, maar Pauline en haar moeder verhuizen later weer naar Den Haag. In 1938 woont “mevr. wed. A. Suij” aan de Riouwstraat 148. Zie Haags Gemeentearchief, archief 7008-01: Adresboekjes ‘s-Gravenhage, Adresboekjes ‘s-Gravenhage (1937), p. 333 [Haags Gemeentearchief] en id. (1938), p. 293 [Haags Gemeentearchief]. Het vermoeden dat het gaat om Hermine Rochussen, weduwe van Albert Suy, wordt versterkt doordat later haar stiefdochter Antonia Koning-Suy op dit adres staat ingeschreven. Zie Haags Gemeentearchief, archief 7008-01: Adresboekjes ‘s-Gravenhage, Adresboekjes ‘s-Gravenhage, (1948), p. 435 [Haags Gemeentearchief].

[16] van der Linde en Limperg 2019‎, p. 396 en 426.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top