Brand in de illuminatiekast

Na een ramp, zoals de schouwburgbrand in Amsterdam in 1772, gaven uitgevers prenten uit met voorstellingen van deze tragedies. Wie kochten deze prenten en wat deden de kopers met deze platen? De Amsterdamse uitgever Theodoor Crajenschot deed enkele suggesties, toen hij adverteerde voor zijn prenten van de schouwburgbrand. Onder andere produceerde hij deze brand voor de illuminatiekast. Wat zeggen de advertenties nog meer over de mogelijke toepassingen van zijn prenten’?

De handgekleurde prent toont de brand op het podium in de schouwburg. De vlammen slaan uit de coulissen ten rechterzijde van het toneel. Mensen reageren verschrikt en heffen hun armen, terwijl ze vluchten.
Cornelis Bogerts naar Pieter Barbiers, Brand op het toneel van de schouwburg, handgekleurde ets en gravure, uitgegeven door Theodoor Crajenschot, 1772, 265 x 355 mm. Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-1918-1666. Bron: Rijksstudio
De handgekleurde prent toont de brand in de schouwburg vanaf een afstand aan de andere zijde van de Keizersgracht. Vonken vliegen hoog in de lucht.
Cornelis Bogerts naar Pieter Barbiers, Brand van de schouwburg gezien vanaf de Keizersgracht, handgekleurde ets en gravure, uitgegeven door Theodoor Crajenschot, 1772, 265 x 355 mm. Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-1918-1665. Bron: Rijksstudio

Liefhebbers in Holland

Na de brand in de Amsterdamse schouwburg gaf Crajenschot over een periode van een half jaar vijf gravures uit. Vier voorstellingen tonen de schouwburg tijdens en na de brand. De laatste was een titelblad voor de hele serie.

Crajenschot doet in de advertenties niet veel uitspraken over zijn publiek. Toch zegt hij er wel iets erover. Hij spreekt bijvoorbeeld in de Leydse courant van 6 juli 1772 over zijn publiek als de ‘gunstige Liefhebbers’. Hierbij blijft in het midden of het gaat over liefhebbers van het genre of van de kunstvorm. Daarnaast kan het ook gaan om bewonderaars van Crajenschots werk of dat van de ontwerper of graveerder van de prenten bijvoorbeeld.

Crajenschot mikte niet alleen op een Amsterdams publiek. Allereerst adverteerde hij in de Amsterdamsche courant. Daarnaast plaatste hij advertenties in de Haerlemse en Leydse courant. De uitgever richtte zich klaarblijkelijk op ‘liefhebbers’ in de hele provincie Holland. Daarbij herhaalde hj dat de prenten bij hem te verkrijgen zijn ‘en by zyn Correspondenten in de Buiten Steeden‘. Zo maakte hij zijn prenten ook beschikbaar voor een publiek buiten Amsterdam. Dat hij daarmee enig succes boekte, blijkt wel uit de herhaalde advertenties in deze kranten, steeds als hij een nieuwe prent uitbracht.

Toepassing als illustratie

Over de mogelijke toepassingen van zijn rampenprenten doet Crajenschot interessante uitspraken. In een eerdere uitgave van de Haerlemse courant vermeldde Crajenschot dat de platen in twee formaten verkrijgbaar zijn. De uitgever had het ene formaat afgestemd op de geschiedkundige reeks Vaderlandsche Historie van de historicus J. Wagenaar. Prenten met andere afmetingen richtten zich naar de Beschryving der Stad Amsterdam van dezelfde schrijver. De achterliggende gedachte was dat kopers de voorstellingen als illustraties aan deze publicaties konden toevoegen.

Deze toepassing van de rampenprenten was niet beperkt tot de boeken van Wagenaar. Eigenaars konden hun prenten ook aan andere relevante publicaties toevoegen, zoals aan de Historie van den Amsterdamschen Schouwburg. Het Amsterdamse uitgeversduo Warnars en Van Hengst gaf het boek uit, kort na de brand in 1772. Hoewel in het boek veel aandacht is voor de geschiedenis van de schouwburg vóór de brand, komt ook de ramp zelf uitvoerig aan bod. Aan het exemplaar van de Historie in de universiteitsbibliotheek van Utrecht voegde een vroegere eigenaar dan ook de prenten van Crajenschot toe.

De prenten hadden niet alleen een functie als illustraties. Daarnaast konden kopers – die Crajenschot aanspreekt met ‘Heeren Liefhebbers’ – de prenten waarschijnlijk in albums bewaren. Maar Crajenschot maakte zijn rampenprenten geschikt voor nog meer toepassingen.

Toepassing als ‘schilderijen’

Aan een advertentie in de Haerlemse courant van 19 september 1772 voegde Crajenschot toe dat hij de prenten op verschillende manieren kon aanleveren. Hij schrijft over platen:

op klein Papier 38 St., op groot Papier 51 St., heerlyk afgezet (om voor de Optica Spiegel te gebruiken) à f 4 6, onafgezet in drie fraaije zwaare Lysten met vergulde Kraaltjes, à f 10 – 10, en afgezet in Lysten, à ƒ 12 – 12, zynde waardig, om derzelver fraaije Uitvoeringe, als Schilderyen opgehangen te worden.

Haerlemse courant, 19 september 1772.

Blijkbaar kon de uitgever zijn prenten leveren met verschillende typen lijsten, voor verschillende interieurs. Met lijst waren de prenten geschikt om aan de muur te hangen. Crajenschot noemt dit zelf een toepassing als ‘schilderijen’. Hij lijkt de prenten te verkopen als goedkope alternatieven voor geschilderde doeken.

Daarnaast waren de prenten geschikt voor gebruik met de opticaspiegel. Via een lens met een spiegel erachter gemonteerd bekeek men prenten. De opticaspiegel, zoals hieronder afgebeeld, versterkte het driedimensionale effect. Een 18de-eeuws exemplaar van een dergelijke spiegel bevindt zich in Museum De Lakenhal in Leiden. Dat de voorstelling daarmee spiegelde, en dus ook de tekst, maakte voor Crajenschot geen verschil. In ieder geval paste hij de tekst niet voor gebruik met de spiegel aan.

Door via een opticaspiegel naar prenten te kijken, werd het driedimensionale effect vergroot. Een elegant geklede vrouw staat achter een kleine een jongen die gespannen door een opticaspiegel op een standaard kijkt. Op de tafel ligt een stapel prenten waarvan de vrouw er juist een beetneemt om de volgende voor de jongen zichtbaar te maken.
J.F. Cazenave naar Louis-Léopold Boilly, Portret van Louise Sébastienne Gély met haar stiefzoon achter de opticaspiegel, circa 1794, ets met stippelwerk. Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-2015-26-2079. Bron: Rijksstudio

Het fraaiste Gezigt

Ten slotte leverde Crajenschot de brand voor de illuminatiekast. In de Leidse Lakenhal bevindt zich een 18de-eeuwse kast, uit dezelfde tijd als Crajenschots prenten. Achter de illuminatiekast was ruimte voor een lichtbron, kaarsen in de oudste versies en later elektrisch licht. Via een lens kon men de belichtte prent bekijken.

Men bekeek prenten, zoals stadsgezichten en rampen, in illuminatiekasten. Een houten illuminatiekast met greepjes aan de zijkant en een lade onder. Via een kijkgat is een blik in de kast mogelijk.
Illuminatiekast, 18de eeuw, tin, blik, eikenhout, glas en messing, 645 x 525 x 657 mm. Lakenhal Leiden, 3124. Bron: Lakenhal

Vooral voorstellingen van branden waren spectaculair voor gebruik in dergelijke kasten, zoals Crajenschot ook benadrukte in de advertentie:

Mede eenige van de Brand van buiten des Schouwburgs en van de Brand op ’t Toneel fraai geïllumineerd, maakende het fraaiste Gezigt in de Illuminatie-Kas, het Stuk, à f 2 – 5.

Haerlemse courant, 19 september 1772.

De speciaal geprepareerde prenten voor de kast waren ‘fraai geïllumineerd’, ofwel mooi ingekleurd. De kleuren hielpen om diepte te creëren. Het oog haalt felle kleuren immers naar voren, wat de illusie vergroot dat gekleurde elementen zich in de voorgrond bevinden. De inkleuring legde bovendien de nadruk op het vuur. Gericht aangebrachte perforaties stuurden het licht verder. Zo was het effect van de brand bijzonder sterk. Door de lichtbron achter de prent kregen de ingekleurde en geperforeerde vlammen op de prent extra intensiteit.

Rampenprenten werden geschikt gemaakt voor de illuminatiekast. Door het venster van een illuminatiekast kijken we naar een gekleurde prent van de schouwburgbrand, gezien vanaf een brug over het kanaal. Vooral branden deden het goed in dergelijke kijkkasten.
Zicht op een ingekleurde prent van de schouwburgbrand, gezien door de lens van een houten illuminatiekast, eerste helft 19de eeuw. Museum Rotterdam, 5222. Bron: Museum Rotterdam

Brand in de illuminatiekast

Voorstellingen van de schouwburgramp leenden zich uitstekend voor opticaspiegels, en bovenal voor illuminatiekasten. Vier van de vijf prenten die Crajenschot binnen een half jaar te koop aanbood, verbeeldden de brand. Vermoedelijk had hij een toepassing van zijn brandprenten in de illuminatiekast al op het oog. Dat de schouwburgbrand zich bij uitstek leende voor de kast, blijkt ook uit een Amsterdamse veilingcatalogus van 1837. Apart gecatalogiseerd zijn rariteiten, liefhebberijen en goochelstukken. Lot 69 in dit hoofdstuk is:

Een gladhouten Illuminatiekast met toebehooren, en 33 Prenten, waaronder met afbeeldingen der oude Schouwburg.

Catalogus van eene verzameling zeer fraaije schilderijen … en ander beeldwerk, rariteiten, liefhebberijen, goochelstukken en muziek instrumenten, Amsterdam 1837, p. 25.

Het lijkt aannemelijk dat het hier gaat om prenten van de brand in 1772. Mogelijk gaat het zelfs om die van Crajenschot.

Cornelis Bogerts naar Pieter Barbiers, Brand op het toneel van de schouwburg, gekleurde, gesneden en geperforeerde ets geplakt op karton, geprepareerd papier en penseel in kleuren op het verso, 292 x 451 mm. Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-OB-208.239. Bron: Rijksstudio

Een zo breed mogelijk publiek

Crajenschot maakte meerdere toepassingen van zijn rampenprenten mogelijk. Allereerst leverde hij zijn prenten op papier in verschillende formaten, zodat kopers ze aan diverse geschiedkundige werken konden toevoegen. Door lijsten toe te voegen konden kopers de prenten als schilderijtjes aan de muur hangen. Daarnaast maakte Crajenschot een gebruik van de brand met de opticaspiegel en de illuminatiekast mogelijk. De handgekleurde en speciaal geprepareerde prenten, zoals hierboven, waren waarschijnlijk bedoeld om te bekijken via dergelijke kasten.

De verschillend afgewerkte gravures zorgde bovendien dat Crajenschot zijn voorstellingen tegen uiteenlopende prijzen kon aanbieden. Zo vergrootte hij zijn mogelijke publiek. Bewaard gebleven prenten, losse bladen en toegevoegd aan boeken, in verschillende formaten, gekleurd en niet-gekleurd, en soms geperforeerd, laten zien dat er kopers waren voor al deze toepassingen.


Ik schreef vaker over prenten van rampen, bijvoorbeeld over een titelpagina van Nederlands Water-Nood van den Jaren 1740 en 1741 en over lithografieën naar aanleiding van de overstromingen in 1861. Recent verscheen een Engelstalig artikel van mijn hand over de invloed op langere termijn van Crajenschots prenten in het open access journal Visual Resources.

Meer lezen over opticaprenten?

  • Claudine Deltour-Levie, De wereld in opticaprenten, Brussel 2009.
  • Kees Kaldenbach, “Optical prints,” elektronische versie van een gedrukt artikel in De Boekenwereld 1, nrs 2-3 (1985).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top