Schedelmeter
Na het behalen van haar diploma aan de Rijksnormaalschool voor tekenonderwijzers in 1897 strijkt Anna Martha Elisabeth Bruin (1870-1961) in 1906 neer in het kunstenaarsdorp Laren. Daarna duurt het nog enige tijd voordat ze zich als professioneel kunstenaar manifesteert. In 1914 komt haar naam pas bovendrijven in kunstenaarsverband wanneer ze een portret van een bedeljongen toont op een groepstentoonstelling. Vanaf dat moment gaat ze volop deelnemen aan de Larense kunstenaarsgemeenschap, met succes bovendien. Recensenten roemen bovendien haar landschappen en dorpsgezichten. Toch verrast ze ook geregeld met andere thema’s, zoals aan het einde van haar schilderende leven met het werk De schedelmeter.
Zonnepad
Annie is een dochter van gemeenteontvanger Jacob Bruin en huisvrouw Anna Elisabeth Heijdanus. Zij huwen op 23 april 1869 te Haarlem.[1] Na hun huwelijk verhuist het echtpaar naar Zaandijk waar ze gaan wonen “op het Zonnepad”. Daar wordt al snel, op 1 juli 1869, Jan Johannes en ruim een jaar later, op 24 september 1870, Anna Maria Elisabeth, ofwel Annie, geboren. Na Annie volgt nog een dochter, Ambrosina Marie, geboren op 12 februari 1872, maar dit meisje sterft binnen een maand na haar geboorte.[2]
Op 7 december 1872 verhuist moeder met haar kinderen naar Haarlem, terwijl vader Jacob Bruin in Zaandijk blijft wonen.[3] Vader verhuist dan in december 1873 naar Amsterdam en op 21 juli 1874 vertrekt het voltallige gezin uit Amsterdam naar Zutphen waar Jacob Bruin als boekhouder staat ingeschreven. Daar worden vervolgens nog twee kinderen geboren: Catharina Maria (24 april 1876) en Willem Cornelis (14 december 1877).[4] Helaas sterft Catharina Maria (Cato) al op 19 maart 1878, “na een hevig lijden van weinige dagen”. Dat laten de bedroefde ouders weten in een overlijdensadvertentie in Zutphense courant (22 maart 1878). Cato is net geen 2 jaar oud als zij overlijdt. Annie is pas 7 jaar oud.

Rijksnormaalschool
Volgens kunstenaarsbiograaf Pieter Scheen gaat Bruin vervolgens in de leer bij Johannes Leendert Vleming. Vleming is leraar handtekenen aan de H.B.S. in Zutphen vanaf 1873 en geeft daarnaast waarschijnlijk cursussen ter voorbereiding op het behalen van een onderwijsakte of een toelatingsexamen.[5] In 1891 doet Bruin vervolgens toelatingsexamen voor de Rijksnormaalschool voor tekenonderwijzers. Daarover plaatst de redactie van Zutphensche courant (12 juni 1891) het volgende bericht:
Mejuffrouw A. M. E. Bruin alhier is, na een driedaagsch examen, toegelaten als leerlinge aan de Rijks-Normaalschool voor teekenonderwijzers te Amsterdam.
Vanwege de toelating verhuist Bruin op 12 september 1891 van Zutphen naar Amsterdam.[6] Na vestiging aan de Jan van der Heijdenstraat start ze met haar opleiding, waar ze – wederom volgens Scheen – onder andere les krijgt van Jan Derk Huibers.[7] Ze is dan bijna 21 jaar.
Akte van bekwaamheid
In 1893 slaagt ze vervolgens voor het akte-examen tot het geven van lager onderwijs, volgens bericht in Leeuwarder courant (24 oktober 1893). Dat examen bestaat uit twee delen, een praktisch deel waar de kandidaat tekeningen moet maken, één naar pleisterornament en één naar stilleven. In het theoretische deel moeten de kandidaten vervolgens nog een perspectivisch vraagstuk oplossen en een mondeling afleggen over perspectief en methodologie van het tekenonderwijs op de lagere school.
Tegelijkertijd met Bruin slaagt ook Christina van Pesch. Over deze schilderes schreef ik eerder de post ‘Raak van opzet’ en het blijft niet bij deze ene ontmoeting. De levenspaden van Bruin en Van Pesch zullen elkaar vaker kruisen, zo zal verderop nog blijken.
In 1895 doet Bruin dan haar eindexamen voor de Rijksnormaalschool. Daarover bericht bijvoorbeeld Algemeen handelsblad (14 juli 1895) en Zaanlandsch nieuws- en advertentieblad (16 juli 1895). Zoals alle afgestudeerden ontvangt ze haar diploma en een gratificatie van 100 gulden. In 1897 behaalt ze bovendien haar akte M1 volgens bericht in Haagsche courant (21 september 1897).[8] Het gaat om een akte in handtekenen en perspectief waarmee ze ook op middelbare scholen mag lesgeven.
Laren
Op 6 december 1899 verhuist Bruin vervolgens naar Edam, met haar vader, moeder en broer Willem Cornelis die inmiddels houtzager is. Dan overlijdt op 24 juli 1903 vader Jacob Bruin.[9] In november 1903 vertrekt Willem Cornelis vervolgens naar Amsterdam, waar hij op 19 april 1906 trouwt met Johanna Theodora Hofland.[10] Anna blijft met haar moeder in Edam, tot 19 oktober 1904 waarna ze eerst naar Abcoude-Baambrugge verhuizen en vervolgens naar Laren, in februari 1906.[11]
Aan het einde van datzelfde jaar verhuist ook eerder genoemde Christina van Pesch, met wie Bruin tegelijkertijd haar akte lager onderwijs behaalt, naar Laren. Van Pesch’ levensgezellin Hermance Willink is al eerder naar Laren verhuist. De woning die Willink voor zichzelf laat bouwen, wordt namelijk in 1905 voltooid en begin 1906 vestigt zij zich te Laren, gelijktijdig met Bruin.[12] Enkele maanden later volgt dan Van Pesch. Deze samenloop doet afvragen of de vrouwen al voor de verhuizing bevriend zijn geweest. In ieder geval gaan ze samen deelnemen aan de hechte Larense kunstenaarsgemeenschap.

Exposities
Wanneer Bruins moeder Anna Elisabeth Heijdanus in 1918 overlijdt, op 82-jarige leeftijd, is Bruin al enige tijd aan het exposeren.[13] In 1914 stelt ze eerst op een groepstentoonstelling te Laren een schilderij met de titel Bedeljongen tentoon. Het gaat hier waarschijnlijk om een werk dat slechts bekend is van een zwart-witfoto: op het schilderij kijkt een jongen enigszins afwezig voor zich uit, verzonken in zijn eigen gedachten. Het werk doet recensent en redacteur Henri van Calker in De Gooi- en Eemlander (4 juli 1914) opmerken dat Bruin “met een bescheiden, maar toch wel gevoelig paneeltje voor den dag komt”. Het is een woordkeus waar ik in een volgende post over Bruin nog op terug zal komen.
De tentoonstelling is mogelijk Bruins debuut. Het is zeker een van de eerste keren dat Bruin zich als professioneel kunstenares op een expositie profileert. Jaren later, in 1927, noemt Van Calker het schilderij nogmaals als “een der oudste schilderijen van Annie Bruin” in De Gooi- en Eemlander (27 juli 1927).
Heide
Op andere tentoonstellingen laat Bruin doeken zien met voorstellingen waaraan ze vaker zal wagen zoals heidegezichten. In 1917 hangt er bijvoorbeeld Een stukje heide op een tentoonstelling in Hotel Hamdorff in Laren. Deze aquarel wordt bovendien snel verkocht, volgens bericht in De Gooi- en Eemlander (20 juni 1917). Ook is er in de zomermaanden van 1920 een heidegezicht te zien op een kunsttentoonstelling in de kunstzaal van het gebouw Concordia te Bussum. Een kunstcriticus van opnieuw De Gooi- en Eemlander (2 juni 1920) beschrijft dit werk als een “levendig doekje”. In 1925 toont Bruin bovendien een werk getiteld Op de heide. Heide is dus een geliefd onderwerp van Bruin.

Ook later blijft Bruin graag heidelandschappen schilderen die voortdurend gretig aftrek vinden bij een koperspubliek. In 1942 verkoopt ze bijvoorbeeld een schilderij met de titel De Heidehut volgens De Gooi- en Eemlander (3 juli 1942) en in 1943 wordt opnieuw een heidelandschap verkocht volgens dezelfde krant (1 juni 1943).
Behalve heide schildert Bruin duinlandschappen, bossen en dorpsgezichten. Daarvoor trekt ze er geregeld op uit. Zo bezoekt ze plaatsen in de omgeving en verder weg. In tentoonstellingsrecensies worden naast straatjes en buurten in Laren ook de plaatsen Velserend (Landhuisje in Velserend), Haarlem (Barrevoetshofje) en Huizen (Oud-Huizen) genoemd. Geregeld exposeert ze bovendien schilderijen van de binnenstad van Brugge. Het huis van de Brugse dichter Guido Gezelle schildert ze zelfs meermaals.

Kunstenaarskringen
Behalve exposerend schilderes wordt Bruin actief lid van kunstenaarskringen. Net als de eerder genoemde Christina van Pesch treedt ze bijvoorbeeld toe tot de Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum, waarschijnlijk zelfs vanaf de oprichting in 1921.[14] Bruin exposeert vervolgens geregeld met overige leden. Ook schilderes en illustrator Anna Maria Kruijff, die vanaf 8 mei 1913 in Laren woont en over wie ik ook enkele blogposts schreef, exposeert er geregeld. Lees hierover in ‘Geestig getekend’. Werk van beiden is bijvoorbeeld te vinden op een groepstentoonstelling in 1930.
Zie tentoonstellingsoverzicht hieronder.
In 1923 neemt Bruin bovendien deel aan de organisatie van een tentoonstelling ten bate van Gooische kunstenaars, samen met het bestuur van de Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer in Hilversum. Ook Van Pesch neemt zitting in de organisatie. Het resultaat van hun gezamenlijke inspanning voor een steuntentoonstelling is in de winter van 1922-1923 te bewonderen in Hotel Corvin te Hilversum.
Protest
De tentoonstelling leidt tot enige ophef. In januari 1923 organiseert een groep kunstenaars uit Laren en Blaricum namelijk een protestvergadering uit onvrede met de organisatie. Daarvan wordt ook uitvoerig verslag gedaan in Algemeen handelsblad (7 januari 1923) waar de uiteenlopende meningen over de verschillen tussen toelating tot een kunst- of een steuntentoonstelling aan bod komen. Nu werd de indruk gewekt dat het om een steuntentoonstelling ging, zo meent de eerste spreker Chris Al:
Doch al aanstonds bleek dat werkelijk behoeftige kunstenaars werden buitengesloten en dat van de beter gesitueerden meerdere werken werden opgehangen.
De kritiek geldt niet zozeer het oordeel van de jury, vervolgt Al, als wel het feit dat er een jury is aangesteld. Een echte steuntentoonstelling steunt immers alle kunstenaars, niet uitsluitend hen die door een jury zijn geselecteerd, in tegenstelling tot een kunsttentoonstelling.
Frans Langeveld, een van de exposanten, trekt daarna nog steviger van leer. Hij noemt de tentoonstelling zelfs een misleiding, omdat volgens hem bezoekers meenden met de aanschaf van een lot kunstenaars te steunen. In tegenstelling tot Al heeft Langeveld weldegelijk commentaar op de jury als hij zijn ergernis uitspreekt omdat “werken afgewezen zijn, waarvan elk vakman de groote kunstwaarde moet erkennen, terwijl er stukken tentoongesteld zijn, waarvan dit hoogst twijfelachtig is.” De emoties lopen dus hoog op.
Ingezonden
Via een ingezonden brief in Algemeen handelsblad van 10 januari komen andere kunstenaars onder leiding van Co Breman, tevens voorzitter van de Vereniging Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum, terug op de argumenten. Deze groep is namelijk van mening dat de bezwaren niet veel hout snijden. Een van de belangrijkste argumenten, namelijk dat de tentoonstelling geen steun geboden zou hebben, menen ze te weerleggen omdat er voor 12.500 gulden is verkocht. Daarvan is 9750 gulden voor de verloting, wat een behoorlijk bedrag is. Volgens de rekentool van het Centraal Bureau voor de Statistiek komt 12.500 gulden in 1923 ongeveer overeen met 127.780 euro nu. 9750 gulden is vergelijkbaar met 99.668 euro vandaag de dag.
Ook zijn de briefschrijvers van mening dat de jury geen behoeftige kunstenaars heeft uitgesloten, maar zich van haar taak heeft gekweten door zorg te dragen voor “een behoorlijk gehalte”:
Een expositie is geen uitstalling van rijp en groen. En al te minderwaardig werk brengt nu eenmaal groote schade aan het betere.
De jury heeft volgens de briefschrijvers dus gedaan wat zij moest doen, namelijk de kwaliteit van de tentoonstelling waarborgen waarmee ook het materiële belang gediend is. Onder de ondertekenaars van de brief bevinden zich, naast Breman, Jan Veth en Jaap Veldheer die tevens lid zijn van de aankoopcommissie voor de tentoonstelling, zo blijkt uit Algemeen handelsblad (3 februari 1923). Hun deelname aan de discussie is daarmee niet geheel belangeloos.
De jury, onder wie dus Bruin en Van Pesch, reageren slechts met een korte ingezonden brief in De Gooi- en Eemlander (11 januari 1923). Daarin verklaart zij “dat de daartoe door de Larensche schilders zelf aangewezen commissie voor de Gooische Steun-tentoonstelling, hare taak met ijver en onpartijdigheid, en geheel in het belang der Gooische kunstenaars heeft vervuld.” De oproer die breed in Algemeen handelsblad wordt uitgemeten, lijkt daarmee vooral een mediarelletje dat groter wordt doordat de krant er bovenop duikt.
Inkomsten
Met haar actieve deelname groeit Bruin uit tot een grote kracht binnen de Larense kunstenaarsgemeenschap. In Laren heeft ze bovendien met regelmaat solotentoonstellingen, om te beginnen in Hotel Hamdorff in augustus 1925. Op hetzelfde moment organiseert ze bovendien een tentoonstelling van haar laatste werk in haar woning aan de Pijlsteeg 3. Gedurende de maand augustus is haar woning dan dagelijks geopend van 10 tot 1 en van 2 tot 5. De openstelling is een succes: “Deze expositie trekt voortdurend een geanimeerd bezoek”, schrijft een verslaggever van De Gooi- en Eemlander (10 augustus 1925) immers.
Ook in 1927 en in 1930 organiseert Bruin solotentoonstellingen van pastels en schilderijen in haar atelier. De kunstenares is dan inmiddels verhuisd naar een van de oude wevershuisjes aan de Kerklaan, nummer 3 om precies te zijn.[15]

De exposities, waarbij geïnteresseerden gedurende een maand het atelier dagelijks kunnen bezoeken, zijn ongetwijfeld bedoeld om geld te genereren. Wat dat aangaat zijn de atelierexposities een succes. Dat blijkt immers uit annonces in De Gooi- en Eemlander. Naar aanleiding van de openstelling in de zomer van 1927 bericht het dagblad op 23 augustus 1927 bijvoorbeeld dat de kunstenares Maanavond aan de Vecht, Oogst bij lage zon, Het Barrevoetshofje, De boomgaard en Oud-Larensch huisje verkocht heeft.

Daarnaast genereert Bruin een inkomen met het geven van cursussen. Zo geeft ze in 1926 en 1927 lessen in perspectief waarin ze immers 1897 een onderwijsakte heeft behaald. Daarvoor maakt ze reclame in lokale kranten waarbij ze benadrukt dat ze in bezit is van een akte M.O.
Beste werk
Hoewel ze als schilder zich vooral toelegt op landschappen en dorpsgezichten blijft de kunstenares tot op hoge leeftijd verrassen met haar themakeuzes. In 1949 schrijft kunstcriticus Van Calker bijvoorbeeld in De Gooi- en Eemlander (26 juli 1949) aan Annie Bruin: “mijn compliment voor haar gevoelig geschilderd dood vogeltje: Vrede.”
De kunstcriticus is zelfs zo onder de indruk van dit werk dat hij er twee maanden later weer op terugkomt, als hij naar aanleiding van een tweede tentoonstelling in De Gooi- en Eemlander (13 september 1949) schrijft: “Annie Bruin kon met haar vriendelijke vissershuisjes moeilijk de vorige inzending van het dode kuikentje verbeteren.” Als Bruin het doek drie jaar later nogmaals tentoonstelt, schrijft Van Calker in De Gooi- en Eemlander (11 juli 1952) dat het dode kuikentje tot haar beste werk behoort.
Schedelmeter

In 1951 exposeert Bruin een portret van een vroeger alom in Laren bekende figuur van een excentrieke zwerver, Arthur Waldenburg, die ook ‘de schedelmeter’ wordt genoemd. Het is opnieuw Van Calker die in De Gooi- en Eemlander (21 augustus 1951) opmerkt dat Annie Bruin verrast met deze karakteristieke kop. Bruin is overigens niet de eerste die deze bekende Larense clochard portretteert. Andere kunstenaars die de vagebond in beeld brengen zijn bijvoorbeeld Willem van Schaïk en Ernst Leijden.[16]
De schedelmeter en Vrede zijn enkele van de laatste, zo niet de laatste schilderijen die Annie Bruin tentoonstelt.
Gesproken
Bruin is dus een productief en actief lid van de Larense kunstenaarsgemeenschap. Bovendien blijft ze zichzelf tot op hoge leeftijd vernieuwen. Maar hoewel Bruin tijdens haar leven een gewaardeerde en zichtbare kunstenares is in de Larense gemeenschap blijkt haar reputatie na haar overlijden niet bestendig. Zoals bij veel vrouwelijke kunstenaressen verdwijnt haar naam na haar overlijden snel naar de achtergrond. Een belangrijke reden daarvoor is de manier waarop er tijdens haar leven al over deze kunstenares gesproken wordt. Daarop kom ik graag terug in een volgende post.
Tentoonstellingen
Hieronder volgt een lijst van tentoonstellingen waaraan Annie Bruin deelneemt, van 1914 tot 1952. Zo veel mogelijk heb ik de lijst aangevuld met de titels van werken die dan te zien zijn. Ook voegde ik eraan toe als uit krantenberichten blijkt dat het werk verkocht werd.
Laren 1914: Tentoonstelling van schilderijen, 15 juni – 15 september [recensie in De Gooi- en Eemlander (4 juli 1914), p. 2 via Delpher]

- “bedeljongen”
Laren, Hotel Hamdorff, 1916: Tentoonstelling van schilderijen, teekiningen, enz. door de Gooische schilders [recensie in De Gooi- en Eemlander (2 augustus 1916), p. 3 via Delpher]
- “Landschap” (nr. 30) [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (21 juni 1916), p. 3 via Delpher]
- “Buurtje” (nr. 32)
_ , _ , 1917: Tentoonstelling van schilderijen, teekeningen, enz.
- “aquarel … Een stukje heide” (nr. 31) [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (20 juni 1917), p. 3 via Delpher]
Amsterdam, Stedelijk Museum, 1919: Tentoonstelling van de collectieve bijdrage der Nederlandsche beeldende kunstenaars aan “Het Nationaal Zeemansfonds”
- onbekend
Bussum 1920: Tentoonstelling van kunstwerken in de Kunstzaal, gebouw Concordia te Bussum, juni, juli en augustus [recensie in De Gooi- en Eemlander (2 juni 1920), p. 2 via Delpher]
- “Heidegezicht” (nr. 10)
Hilversum, Hotel Corvin, 1922-1923: Gooische Steunkunsttentoonstelling ten bate van de Gooische beeldende kunstenaars, ook: Tentoonstelling van schilderijen, aquarellen, teekeningen, grafisch en beeldhouwwerk door Gooische kunstenaars, t/m 14 januari 1923 [recensie van H.v.C. in De Gooi- en Eemlander (30 december 1922), p. 2 via Delpher]
- “een pastel: Oogst” (nr. 31) [aangekocht voor de verloting volgens De Gooi- en Eemlander (28 december 1922), p. 3 via Delpher en Algemeen handelsblad (3 februari 1923), p. 13 via Delpher]
Laren, Hotel Hamdorff, 1923: Jaarlijkse schilderijententoonstelling, vanaf 15 juni [verslag van opening in Algemeen handelsblad (16 juni 1923), p. 2 via Delpher]
- onbekend
_ , Kunstzaal Jacob van Faassen, 1923: Gooische tentoonstelling
- “Doorkijk in het bosch, pastel” (nr. 17) [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (16 juni 1923), p. 2 via Delpher]
_ , _ , 1923: Najaarstentoonstelling [aankondiging in Nieuwe Rotterdamsche courant (5 oktober 1923), p. 2 via Delpher]
- onbekend
_ , Kunstzaal Sterre de Jong, 1923-1924: Tentoonstelling van schilderijen, 1 december – 1 januari [aankondiging in De Gooi- en Eemlander (1 december 1923), p. 1 via Delpher]
- onbekend
_ , Hotel Hamdorff, 1924: Kunsttentoonstelling [vermelding in De Gooi- en Eemlander (19 juni 1924), p. 1 via Delpher]
- onbekend
_ , Kunstzaal Jacob Faassen, 1924: Tentoonstelling van schilderijen van Larensche schilders en schilderessen [recensie van B. in Eemnesser courant (15 augustus 1924), p. 5 via Archief Eemland]
- “aquarelletje”
Laren 1925: Tentoonstelling van werken door Annie Bruijn … in hare woning Pijlsteeg 3 te Laren, vanaf 1 augustus [aankondiging in De Gooi- en Eemlander (16 juli 1925), p. 3 via Delpher]
- “Larensch buurtje” [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (10 augustus 1925), p. 3 via Delpher]
- “Boerderij in avondstemming” [id.]
- “Landhuisje in Velserend” [id.]
- “Op de heide” [id.]
_ , Hotel Hamdorff, 1925: Tentoonstelling van werken door Annie Bruin te Laren
- “Eigen interieur” [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (18 augustus 1925), p. 2 via Delpher]
- “Moeder en Kind” [id.]
- “Het oude atelier” [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (27 augustus 1925), p. 4 via Delpher]
_ , _ , 1925-1926: Tentoonstelling van werken door leden der Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum, tot 2 januari
- “Buurtje te Laren in dooi sneeuw” [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (28 december 1925), p. 3 via Delpher]
_ , _ , 1926: 14de Jaarlijksche Kunsttentoonstelling [recensie in De Gooi- en Eemlander (26 mei 1926), p. 2 via Delpher]
- “Bij den slijpsteen in het bosch” (nr. 21)
Haarlem, Toonzaal Raaks, 1927: Expositite schilderijen voor de verkoop [advertentie in Haarlem’s dagblad (7 januari 1927), p. 3 via Noord-Hollands Archief]
- onbekend
Laren 1927: Tentoonstelling van schilderijen en teekeningen door Annie Bruin in haar atelier aan de Kerklaan 3, 12 juli – 12 augustus [recensie van H.v.C. (Henri H. van Calker) in De Gooi- en Eemlander (27 juli 1927), p. 3 via Delpher]
- “een 60-tal schilderijen en pastels, waarbij verschillende kleinere stukken” [volgens De Gooi- en Eemlander (13 juli 1927), p. 3 via Delpher], waaronder:
- “kleine pastel Bank op het land”
- “Laantje”
- “Oud muurtje”
- “Bruggetje in Volendam”
- “pastel Boomgaard in maneschijn”
- “Na de bui”
- “huisje aan het einde van een laan”
- “schuitje op het strand”
- “Portret van een jongen”
- “Maanavond aan de Vecht” [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (23 augustus 1927), p. 3 via Delpher]
- “Oogste bij lage zon” [id.]
- “Het Barrevoetshofje” [id.]
- “De boomgaard” [id.]
- “Oud-Larensch huisje” [id.]
_ , Hotel Hamdorff, 1930: Eerste zomertentoonstelling van werken van leden van de Vereeniging van Beeldende Kunstenaars
- “schilderij, Boerenerfje” (nr. 18) [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (7 juli 1930), p. 2 via Delpher]
_ , _ , 1930: Tweede zomertentoonstelling [recensie van H.v.C. (Henri H. van Calker) in De Gooi- en Eemlander (12 augustus 1930), p. 5 via Delpher]
- “Sint-Janskerk” (nr. 16)
Laren 1930: Tentoonstelling van schilderijen en teekeningen door Annie Bruin in haar atelier aan de Kerklaan no. 3, 15 juli – 15 augustus [aankondiging in De Gooi- en Eemlander (8 juli 1930), p. 2 via Delpher]
- onbekend
_ , Kunstzaal der O.L.B. Laren-Blaricum, 1932: Tentoonstelling van de schilderijen, pastels en teekeningen van Annie Bruin, 26 maart – 24 april, verlengd tot 27 april [aankondiging in De Gooi- en Eemlander (21 maart 1932), p. 6 via Delpher]
- “schilderij, In den tuin van den priester-dichter Guido Gezelle” (nr. 9) [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (21 april 1932), p. 7 via Delpher]
- “schilderij, Straat te Brugge bij avond” (nr. 11) [id.]
- “schilderij, Boschwachtershuis” (nr. 12) [id.]
- “schilderij, Nevel op de Heide” (nr. 14) [id.]
- “schilderij, Kermiswagens in sneeuw” (nr. 18) [id.]
- “schilderij Buurtje in Brugge” (nr. 19) [id.]
- “schilderij, Zonnig plekje” (nr. 20) [id.]
- “schilderij, Kortenhoef” (nr. 21) [id.]
- “pastel, Knotwilgen” (nr. 22) [id.]
- “pastel, Slecht weer” (nr. 38) [id.]
- “pastel, Oud-Brugge” (nr. 62) [id.]
- “pastel Jong poesje” (nr. 69) [id.]
_ , Openbare Leeszaal Laren-Blaricum, 1932: Tweede Crisistentoonstelling van schilderijen in olie en waterverf ten behoeve van beeldend kunstenaars [verslag in Het volk (14 juni 1932), p. 6 via Delpher]
- onbekend
_ , Hotel Hamdorff, 1933: Tweede zomertentoonstelling
- “teekening” (nr. 88) [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (1 augustus 1933), p. 6 via Delpher]
_ , Kunsthandel Gebrs. Jansen, 1935-1936: Schilderijen-tentoonstelling in het Stations-hotel, tot en met 2 januari [aankondiging in De Gooi- en Eemlander (24 december 1935), p. 5 via Delpher]
- onbekend
_ , Hotel Hamdorff, 1936: Zomertentoonstelling van werken door de leden der Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum [aankondiging in De Gooi- en Eemlander (2 juni1936), p. 7 via Delpher]
- onbekend
_ , _ , 1937: Voorjaarstentoonstelling van de Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum, tot 4 juli
- “de tuin van Guido Gezelle” (nr. 60) [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (5 juli 1937), p. 8 via Delpher]
_ , _ , 1938: Tentoonstelling van de Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum
- “Oud Brugje” (nr. 17) [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (9 augustus 1938), p. 2 via Delpher]
_ , _ , 1939: Tentoonstelling van de Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum
- “Lente” (nr. 19) [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (8 augustus 1939), p. 9 via Delpher]
Amsterdam, Rijksmuseum, 1939-1940: Onze kunst van heden,
- “Huis van Guido Gezelle” (nr. 413)
- “Interieur”(nr. 414)
- “Avond in ’t visschersdorp” (nr. 415)
Laren, Hotel Hamdorff, 1942: Jaarlijkse tentoonstelling van werk van de leden van de Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum
- “Sneeuwgezicht” (nr. 13) [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (15 mei 1942), p. 2 via Delpher]
- “Tuinkoepeltje” (nr. 16) [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (29 juni 1942), p. 2 via Delpher]
- “De Heidehut” [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (3 juli 1942), p. 2 via Delpher]
_ , _ , 1943a: Eerste tentoonstelling van werk van de leden van de Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum
- “Heidelandschap” (nr. 9) [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (1 juni 1943), p. 2 via Delpher]
_ , _ , 1943b: Tweede tentoonstelling van werk van de leden van de Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum
- “Een hofje” (nr. 13) [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (16 juni 1943) via Delpher]
_ , _ , 1944: Tentoonstelling van werken door de leden der Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum
- “In ’t dennenbosch” (nr. 6) [verkocht volgens De Gooi- en Eemlander (5 juni 1944), p. 2 via Delpher]
_ , _ , 1947: Zomertentoonstelling van de leden van de Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum [recensie van T. in De Gooi- en Eemlander (17 juli 1947), p. 3 via Delpher]
- “Larense Pompedeel”
- “Oud-Huizen”
_ , _ , 1949a: Voorjaarstentoonstelling van de leden van de Vereniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum [recensie van H.v.C. (Henri H. van Calker) in De Gooi- en Eemlander (11 maart 1949), p. 3 via Delpher]
- “herfststemming”
_ , _ , 1949b: Tentoonstelling van de leden van de Vereeniging Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum [recensie van H.v.C. (Henri H. van Calker) in De Gooi- en Eemlander (26 juli 1949), p. 3. Geraadpleegd op Delpher]
- “dood Vogeltje: Vrede”
_ , _ , 1949c: Tentoonstelling van de leden van de Vereniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum Tentoonstelling [recensie van H.v.C. (Henri H. van Calker) in De Gooi- en Eemlander (13 september 1949), p. 2 via Delpher]
- “vissershuisjes”
_ , _ , 1950: Tentoonstelling van de leden van de Vereniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum [recensie van H.v.C. (Henri H. van Calker) in De Gooi- en Eemlander (22 september 1950), p. 3 via Delpher]
- “een vissersdorp en bij een boerderij, aquarellen”
_ , _ , 1951: Tentoonstelling van de leden van de Vereniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum [recensie van H.v.C. (Henri H. van Calker) in De Gooi- en Eemlander (21 augustus 1951), p. 3 via Delpher]

- “De schedelmeter”
_ , _ , 1952: Tentoonstelling van de leden van de Vereniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum [recensie van H.v.C. (Henri H. van Calker) in De Gooi- en Eemlander (11 juli 1952), p. 3 via Delpher]
- “dode kuikentje”
Literatuur
- Amsterdam, Stedelijk Museum, Catalogus van de collectieve bijdrage der Nederlandsche beeldende kunstenaars aan “Het Nationaal Zeemansfonds” (Amsterdam, 1919). [Stedelijk Museum]
- Amsterdam, Rijksmuseum, Tentoonstelling “Onze kunst van heden”, van 18 november 1939-29 februari 1940 (tweede druk Amsterdam, 1939). [Noord-Hollands Archief]
- Klarenbeek, Hanna, Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 (Bussum: Thott, 2012).
- Scheen, Pieter A., Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, herziene ed. (Den Haag: Scheen, 1981).
Noten
[1] Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.46, inv.nr. 21869, aktenr. 51 [scan].
[2] Voor de geboorteakte van Jan Johannes, zie Gemeentearchief Zaanstad te Zaamdam, archief OA-0133, inv.nr. 7, aktenr. 30 [scan]. Voor Anna Maria Elisabeth (Annie), zie id., archief OA-0133, inv.nr. 7, aktenr. 58 [scan]. Voor Ambrosina Marie, zie id., archief OA-0133, inv.nr. 7, aktenr. 13 [scan].
[3] Gemeentearchief Zaanstad, archief OA-0140, inv.nr. 19 [scan].
[4] Voor de verhuizing naar Zutphen, zie Regionaal Archief Zutphen, archief 308, inv.nr. 019, Bevolkingsregister, Brink t/m Cronselaar, folio 1403 [scan]. Voor de geboorteakte van Catharina Maria, zie Gelders Archief te Arnhem, archief 0207, inv.nr. 1709.03, aktenr. 123 [scan]; voor Willem Cornelis, zie id., archief 0207, inv.nr. 1709.04, aktenr. 457 [scan]. Voor de overlijdenskate van Catharina Maria, zie id., archief 0207, inv.nr. 1876.01, aktenr. 85 [scan].
[5] Zie Scheen 1981, p.
[6] Stadsarchief Amsterdam, archief 5416, inv.nr. 38, 24 september 1870, Overgenomen delen [scan].
[7] Scheen 1981, p. Voor de Rijksnormaalschool, zie ook Klarenbeek 2012, p. 85-86.
[8] Zie ook Maandblad gewijd aan de belangen van het teekenonderwijs en de kunstnijverheid in Nederland 14, nr. 4 (september 1897), p. 29 [Delpher]. Voor de, zie Rijksnormaalschool voor tekenonderwijzers, zie ook Klarenbeek 2012, p.
[9] Voor de verhuizing, zie Waterlands Archief, archief 0275, inv.nr. 16, aktenr. 133 [scan]. Voor de overlijdensakte van Jacob Bruin, zie Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.36, inv.nr. 31903, aktenr. 63 [scan].
[10] Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.6, inv.nr. 1565, aktenr. Reg. 2B fol. 40 [scan].
[11] Zie eerste, Regionaal Archief Noordwest Utrecht te Breukelen, archief 1202, inv.nr. 10, deel 10, bevolkingsregister, wijk A, 1900-1910 [scan]. Vervolgens Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.73, inv.nr. 31918, aktenr. 37 [scan]
[12] Nieuwe Winterswijksche courant (7 februari 1906), p. 1 [Delpher]: “Ha Ma Willink. Groenloscheweg 75 naar Laren (N.H.)”.
[13] Voor de overlijdensakte van Anna Elisabeth Heijdanus, zie Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.73, inv.nr. 31918, aktenr. 37 [scan].
[14] In 1950 schrijft namelijk een journalist van De Gooi- en Eemlander (9 september 1950) via [Delpher]: “Vroeger exposeerde zij regelmatig op de tentoonstellingen van de Vereniging van Beeldende Kunstenaars Laren Blaricum, waarvan zij sedert de oprichting lid is”.
[15] Streekarchief Gooi en Vechtstreek te Hilversum, archief SAGV066 – Bevolkingsregister Laren, inv.nr. 79, aktenr. 120, folio Kerklaan [scan]. In een advertentie van de atelierexpositie in De Gooi en Eemlander (7 juli 1927) noemt Bruin het adres Kerklaan 3. Van Calker spreekt in zijn recensie in De Gooi- en Eemlander (27 juli 1927) echter nog over de Pijlsteeg.
[16] Voor het portret van Van Schaïk, zie De Gooi- en Eemlander (15 mei 1924, p. 1 [Delpher] en voor dat van Leijden, zie De Gooi- en Eemlander (4 november 1925), p. 3 [Delpher]