Zelfportret met haar zussen

Centraal Museum in Utrecht bezit een portret, gemaakt door Teunsijna Johanna Albertina Kranenborg (1827-1878). Volgens de website van het museum zijn hier de schilderes en haar zussen Jantina Hendrika (geb. 1821) en Wemelina Anna (geb. 1824) afgebeeld. Wemelina Anna leeft echter niet meer op het moment van schilderen. Ze heeft bovendien nooit de leeftijd bereikt van de figuur op het portret die haar zou moeten voorstellen. Met andere woorden, Albertina schildert op het zelfportret met haar zussen zeker niet Wemelina Anna. Naast haar en Jantina Hendrika heeft Albertina echter nog twee zussen: Engelina en Teelkina. Dat rijst de vraag: wie van hen is als derde zus voorgesteld op het portret?

Familie Kranenborg

Schilderes Teunsijna Johanna Albertina Kranenborg, die zichzelf Albertina noemt, kreeg vooral belangstelling als moeder van de artistieke zussen Etha (1857-1948) en Anna Fles (1854-1906). Suzette Haakma schreef in Leven voor de kunst (2001) bijvoorbeeld over schilderes, schrijfster en graficus Etha Fles. Het boek Eldar, Spreken en zingen (2023) daarentegen gaat over zangeres en logopediste Anna Fles die in 1886 onder het pseudoniem Eldar een handboek schrijft met spreek- en zangtechnieken. In deze studies komt ook hun moeder zijdelings ter sprake. Albertina Kranenborg wordt dan steevast een “niet onverdienstelijk amateurschilderes” genoemd. Desalniettemin waren haar achtergrond en carrière op zichzelf nog nauwelijks onderwerp van studie.

Kranenborgs familiegeschiedenis is er een met veel interessante aanknopingspunten. Ze is namelijk de jongste telg van Groningse echtpaar Grietje Hut en Wibrand Kranenborg, eerst molenaar van beroep, later reder en scheepsbevrachter (ook cargadoor).[1] Dit echtpaar trouwt in Oude Pekela. Daar worden ook hun oudste en meeste kinderen geboren.

In totaal krijgt het echtpaar er maar liefst acht. Eerst komen er drie jongens ter wereld, te weten Nanno (1807), Harm Teunis (1810) en Pieter Jan (1812).[2] De laatste overlijdt echter als hij pas 13 weken oud is.[3] Daarna volgen nog vijf meisjes, om te beginnen Engelina (1815) en Teelkina (1818).[4] Daarna verhuist het gezin Kranenborg-Hut in 1821 naar Amsterdam. Vanaf dat moment staat namelijk het woonhuis met erf en pelmolen in Oude Pekela te koop, volgens Groninger courant (3 augustus 1821).

Overlijdensbericht Wemelina Anna Kranenborg in Groninger courant (19 september 1828), p. 2. Bron: Delpher

In Amsterdam worden ten slotte de laatste drie meisjes geboren: Jantina Hendrika (1821), Wemelina Anna (1824) en Albertina (1827). Wemelina Anna overlijdt echter in 1828, op 4-jarige leeftijd.

Scheepvaart

Wibrand zet na vestiging in Amsterdam een firma op als reder en scheepsbevrachter met zijn zakelijk partner Job van Mourik. Het is bovendien een familiebedrijf. Grietjes broer Jan is namelijk schipper en in 1829 vaart hij als kapitein op kofschip De Eendragt van Firma Kranenborg & Van Mourik, onder andere over de Oostzee.[5] Nanno trouwt vervolgens in 1829 met Anthonia van Mourik, de dochter van Job van Mourik.[6]

Ook Nanno gaat in het bedrijf van zijn vader en schoonvader aan het werk, eerst als konvooiloper.[7] Dat is iemand die zorgt dat de schepen en ladingen die in de haven aankomen en weer vertrekken, voldoen aan de formaliteiten en betalingen. Als Nanno in 1933 hertrouwt, staat hij te boek als cargadoor, net als zijn vader.

Ten slotte noemt Kranenborg enkele van zijn schepen naar zijn dochters, bijvoorbeeld naar Jantina en ook naar de inmiddels overleden Wemelina.[8]

Boven haar krachten

lady in the window by teunsijna johanna albertine kranenburg
Albertina Kranenborg, Op de uitkijk. gesigneerd en gedateerd 1852 (linksonder), olie op doek, 1130 x 855 mm. Verblijfplaats onbekend. Bron

De benjamin van het gezin ten slotte is Albertina. Al jong wijdt zij haar tijd aan tekenen en schilderen. Als ze pas 21 jaar oud is, doet ze mee aan haar eerste expositie, te weten de stedelijke tentoonstelling van Amsterdam in 1848. Daarvoor stuurt ze een damesportret. Onder de nagekomen stukken bevindt zich bovendien een schilderij met de titel Jacoba van Beijeren op het slot Teijlingen van Kranenborg.

Een recensent van Algemeen Handelsblad is te spreken over het portret van de debutante, maar plaatst ook enkele kritische kanttekeningen:

Voorzeker is zulk een portret nog wat boven de krachten der schilderes. Het naakt is evenwel reeds vrij goed geschilderd, het kantwerk en de stoffen minder.

Algemeen Handelsblad (18 september 1848), p. 2 via Delpher.

De twee stukken die Kranenborg naar de eerste tentoonstelling stuurt, zijn dus heel verschillend – een portret en een doek met een historisch onderwerp – en tegelijkertijd representatief voor de genres waarmee Kranenborg zich bezig zal blijven houden. Ze gaat zich namelijk specialiseren in portretten. Die stelt zij vanaf 1848 vaak tentoon, maar er bevinden zich ook geregeld figuurvoorstellingen onder haar inzendingen.

Kranenborgs vroegste figuurvoorstellingen zijn vooral historische scènes, zoals die van Jacoba van Beieren (Amsterdam 1848) en Anna Boleyn op Hever Castle (Den Haag 1849). In 1850 schildert ze voorts een scène uit het verhalende gedicht The Lady of the Lake van Sir Walter Scott (Amsterdam 1850). Uit de themakeuze blijkt al met al een duidelijke voorkeur van Kranenborg voor scènes waarin vrouwen een hoofdrol spelen.

Zelfportret met haar zussen

Rond 1850 schildert Kranenborg vervolgens het eerder genoemde zelfportret met haar zussen. Volgens Centraal Museum Utrecht zijn de geportretteerden dus Albertina, Jantina Hendrika en Wemelina Anna. Die laatste overlijdt echter in 1828 op 4-jarige leeftijd, dus zij is zeker niet afgebeeld.

Albertina Kranenborg, Portret van Teelkina (geb. 1818), Jantina Hendrika (geb. 1821) en Albertina Kranenborg (geb. 1827), ca 1850, olie op doek, 129 x 104 cm. Utrecht, Centraal Museum 26650 (schenking 1989). Bron: Centraal Museum

Behalve Jantina Hendrika en Wemelina Anna heeft Albertina nog meer zussen: Engelina (geb. 1815) en Teelkina/Tielkina (geb. 1818). Engelina zal hier evenmin zijn voorgesteld, want zij is in 1839 getrouwd met koopvaardijkapitein Thomas Derks Sickens.[9] Dat betekent dat Engelina in 1850 als enige van de zussen niet meer bij hun ouders woont. Het ligt voor de hand dat Albertina zichzelf met haar thuiswonende en ongehuwde zussen afbeeldt, met Jantina Hendrika en Teelkina dus.

De leeftijd van die beide zussen stemt bovendien overeen met de geportretteerden. Teelkina is de oudste van de drie. Dat is de figuur links, gekleed in het zwart. Zij wordt in 1850 32 jaar oud. Jantina Hendrika zit in het midden, gekleed in een mosterdkleurige japon. Zij is in 1850 29 jaar. Achter haar stoel staat Albertina, gekleed in een lavendelkleurige jurk. De jonge schilderes is dan 23 jaar.

Kinderportret

Op 21 april 1852 verhuist het gezin Kranenborg naar Hilversum.[10] Daar trouwt Albertina op 22 maart 1853 met dr Joseph Alexander Fles.[11] Aansluitend gaat het jonge echtpaar Fles-Kranenborg in Utrecht wonen.

Kranenborgs ouders verhuizen daarna met Teelkina en Jantina Hendrika terug naar Amsterdam waar ze opnieuw aan de Teertuinen gaan wonen.[12] Daar overlijdt Wibrand op 8 augustus 1859, volgens overlijdensberichten in Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad (11 augustus 1859) en Algemeen Handelsblad (11 augustus 1859). Moeder Grietje overlijdt 2 jaar later, op 3 oktober 1861, volgens bericht in Algemeen Handelsblad (7 oktober 1861).

Op 20 januari 1854 wordt eerst Kranenborgs oudste dochter Anna geboren.[13] In 1857 volgt dan de tweede en laatste dochter, de latere kunstenares en kunstcritica Etha Fles. Ook na de komst van haar kinderen blijft Albertina Kranenborg veelvuldig schilderen en ook werk insturen naar tentoonstellingen. Al die tijd blijft ze signeren met haar meisjesnaam.

Laatste tentoonstelling

Kranenborgs laatste tentoonstelling is die van voorwerpen van nijverheid en kunst, door vrouwen vervaardigd, in Leeuwarden in 1878. Kranenborg stuurt dan een schilderij, met de titel Toebereidselen tot de valkenjagt. Volgens een recensent van Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (15 juli 1878) hoort het hare tot de werken die “de aandacht tot zich trekken”.

Overlijdensbericht in Opregte Haarlemsche Courant (7 januari 1878), p. 3. Bron: Delpher

Kranenborg zal deze woorden echter zelf niet meer lezen, want ze overlijdt nog voordat de tentoonstelling opent, in januari 1878, “na een ziekte van weinige dagen” volgens een overlijdensbericht in Opregte Haarlemse courant.[14] In de tentoonstellingscatalogus worden daarom aan haar naam de woorden toegevoegd: “overleden Januarij 1878”.

Zelfportret

Albertina’s zelfportret met haar zussen komt waarschijnlijk in bezit van Centraal Museum Utrecht via de nalatenschap van Engelina Kranenborg. Hierover staat op de website van het museum namelijk het volgende: “Volgens S.F. Fekkes, de schenker van het schilderij, zijn de drie zusters van de grootmoeder van Maarten van Ypelaar afgebeeld”. Waarschijnlijk worden hier de zussen van Ypelaars schoonmoeder bedoeld: Engelina’s dochter Alberta Johanna Sickens trouwt immers op 11 oktober 1882 met Maarten Ypelaar.[15]

Dat het portret in bezit komt van Engelina, is verklaarbaar: Nadat haar man is overleden, verhuist zij in april 1863 naar Harlingen.[16] Dat haar man Thomas dan niet meer leeft, blijkt bijvoorbeeld uit krantenberichten zoals die in Nederlandsche staatscourant (3 februari 1863). In juni reizen Teelkina en Jantina Hendrika vervolgens hun oudere zus achterna om bij haar te gaan wonen. Daar hun ouders niet meer leven, ligt het voor de hand dat Teelkina en Jantina Hendrika het portret, waarop zij beiden met hun overleden zus Albertina zijn voorgesteld, meenemen.

Jantina Hendrika overlijdt vervolgens in Harlingen in 1880. Ze is dan 59 jaar.[17] Teelkina overlijdt op 70-jarige leeftijd, in 1888. Engelina ten slotte overlijdt in 1891. Via de erfenis van de langstlevende zus komt het doek daarna waarschijnlijk in bezit van Alberta Johanna Sickens en Maarten Ypelaar en, uiteindelijk, in het Centraal Museum. Hoewel het is gemaakt in Amsterdam en daar waarschijnlijk tot 1863 gehangen heeft, komt het portret van Teelkina, Jantina en Albertina Kranenborg via een omweg uiteindelijk in Utrecht terecht.


Tentoonstellingen

Onderstaand tentoonstellingsoverzicht van Albertina Kranenborg is gemaakt op basis van tentoonstellingscatalogi van het RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis en kranten die gedigitaliseerd te raadplegen zijn via de website Delpher van de KB – Nationale Bibliotheek.

Amsterdam 1848: Tentoonstelling

  • “een Dames-portret” (nr. 175)
  • “Jacoba van Beijeren op het Slot Teijlingen” (nr. 491)

Den Haag 1849: Tentoonstelling van schilder- en kunstwerken van levende meesters

  • “Anna Boleyn, op Hever Castle, een bezoek verwachtende van Hendrik VIII” (nr. 325)

Amsterdam 1850: Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars

  • “De Jonkvrouw van het Meer, van Sir Walter Scott” (nr. 189)

Rotterdam 1854: Tentoonstelling der schilder- en kunstwerken

  • “Kinderportret” (nr. 86)

Den Haag 1857: Tentoonstelling van schilder- en kunstwerken van levende meesters

  • “Een dames portret” (nr. 157)

Den Haag 1859: Tentoonstelling van schilder- en kunstwerken van levende meesters

  • “Een studiekop” (nr. 186)

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1859: Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende meesters [volgens Algemeen Handelsblad (24 september 1859), p. 3 via Delpher]

  • “Een Studiekop” (nr. 66)

Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1860: Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae [recensie in Algemeen handelsblad (26 oktober 1860), p. 3 via Delpher]

  • “Fantaisie portret” (nr. 43)

Utrecht 1861: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters

  • “Een Damesportret” (nr. 101)
  • “Judith” (nr. 102)

Den Haag 1861: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters [recensie in Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad (8 juli 1861), p. 2 via Delpher]

  • “Een biddend kind” (nr. 137)

Utrecht 1865: Tentoonstelling van het werk der leden van het Genootschap Kunstliefde [volgens Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (3 mei 1865), p. 1 via Delpher]

  • “Dorpskinderen”

Amsterdam 1865: Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars

  • “Kinderen uit het gebergte” (nr. 149)

Amsterdam 1868: Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars

  • “Een vrouw uit Alexandrië” (nr. 169)
  • “Eene bruid” (nr. 170)

Delft 1871: Tentoonstellings-bazar van vrouwelijke nijverheid en kunst door de Algemeene Nederlandsche Vrouwenvereeniging ‘Arbeid Adelt’, 2 – 5 december

  • onbekend

Groningen 1877: Tentoonstelling van schilderijen van levende Nederlandsche meesters

  • “De Bloemverkoopster” (nr. 83)
  • “Een bruidje” (nr. 84)

Zutphen 1877: Tentoonstelling van schilderijen van levende Nederlandsche meesters geopend door de Kunstvereeniging Pictura [recensie in Zutphensche courant (4 mei 1877) via Delpher]

  • “De bloemenverkoopster” (nr. 172)

Leeuwarden 1878: Tentoonstelling van voorwerpen van nijverheid en kunst, uitsluitend door vrouwen vervaardigd [recensie in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (15 juli 1878)p. 7 via [Delpher]

  • “Toebereidselen tot de valkenjagt” (nr. 44; als A. Fles-Kranenburg, met de toevoeging “overleden Januarij 1878”)

Literatuur

Hieronder volgen de tentoonstellingscatalogi die ik heb gebruikt om bovenstaand het tentoonstellingsoverzicht te maken. Daarna volgt de overige literatuur waarvan ik gebruik heb gemaakt. Archiefstukken worden genoemd in de noten.

Catalogi

  • Cat. Amsterdam 1848Tentoonstelling te Amsterdam voor den jare 1848 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 13 en 29. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1850Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars in Amsterdam in den jare 1850 (s.l.), p. 16. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1865Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars te Amsterdam, in den jare 1865 (Amsterdam: Stads-Drukkerij, in de Nes), p. 13. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1868Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars, te Amsterdam, in den jare 1868 (Amsterdam: Stads-Drukkerij in de Nes), p. 14. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1859Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae, ten behoeve van het Weduwen- en Weezenfonds (Amsterdam: Erven H. van Munster & zoon), p. 8. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam, Arti et Amicitiae, 1860Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitiae, ten behoeve van het Weduwen- en Weezenfonds (Amsterdam: Erven H. van Munster & zoon), p. 5. [RKD Library]
  • Cat. Den Haag 1849Tentoonstelling van schilder- en kunstwerken van levende meesters te ’s Gravenhage in 1849 (Den Haag: H.S.J. de Groot), p. 23. [RKD Library en Google Books]
  • Cat. Den Haag 1857. Tentoonstelling van schilder- en kunstwerken van levende meesters, ’s Gravenhage 1857 (Den Haag: H.S.J. de Groot), p. 19. [RKD Library]
  • Cat. Den Haag 1859. Tentoonstelling van schilder- en kunstwerken van levende meesters, ’s Gravenhage 1859 (Den Haag: H.S.J. de Groot en J. van Weerden), p. 22. [RKD Library]
  • Cat. Den Haag 1861Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters. ’s Gravenhage, 1861 (Den Haag: J. van Weerden), p. 21. [RKD Library en Google Books]
  • Cat. Groningen, 1877. Lijst van schilderijen van levende Nederlandsche meesters, waarvan de tentoonstelling zal plaats hebben van wege het kunstlievend genootschap, ter aanmoediging en bevordering van teeken- en schilderkunst, onder den naam: Pictura (Groningen: gebroeders Hoitsema), p. 11. [RKD Library]
  • Cat. Leeuwarden 1878. Catalogus der tentoonstelling van voorwerpen van nijverheid en kunst, uitsluitend door vrouwen vervaardigd, te houden te Leeuwarden, in den Zomer van 1878 (Leeuwarden: J.R. Miedema), p. 83. [Google Books]
  • Cat. Rotterdam 1854Catalogus der schilder- en kunstwerken op de tentoonstelling door de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1854 (Rotterdam), p. 8. [RKD Library]
  • Cat. Utrecht 1861Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, Utrecht, 1861 (Utrecht: P.W. van de Weijer), p. 15. [RKD Library]

Overig

  • Marie-Christine Franken en Marieke Hakkesteegt, Eldar, Spreken en zingen (Assen: Van Gorcum 2023), p. 2.
  • Hanna Klarenbeek, Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 (Bussum: Thott, 2012), p. 207 n. 18 en 209 n. 92.
  • Suzette Haakma, Leven voor de kunst. Etha Fles, een portret (Utrecht: Matrijs, 2001), vooral p. 11-19.
  • Schilderkunst tot 1850. De verzamelingen van het Centraal Museum Utrecht, 2 dln, red. Liesbeth M. Helmus (Utrecht: Centraal Museum, 1999), deel 2: cat. nrs. 291-590, p. 1056.

Noten

[1] AlleGroningers te Groningen, archief 124: Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inv.nr. 383: Kerkelijke gemeente Oude Pekela, Doop- en trouwboek 1797-1811, folio 66 [AlleGroningers]. In Oude Pekela was Wibrand eerst actief als molenaar. Zie ‘Het geslacht Kranenborg’, Nieuwsblad van het Noorden (14 april 1982), p. 10 [Delpher].

[2] Nanno: AlleGroningers te Groningen, archief 124: Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inv.nr. 383: Kerkelijke gemeente Oude Pekela, Doop- en trouwboek 1797-1811 [AlleGroningers], Harm Teunis: id. [AlleGroningers], Pieter Jan: AlleGroningers te Groningen, BS Geboorte Bron: boek, Periode: 1812, Oude Pekela, Geboorteregister 1812, aktenr. 74: 5 september 1812 [AlleGroningers]; in het Groninger advertentieblad staat abusievelijk “eene Dochter”, maar het gaat hier om een jongen. Zie Feuille d’affiches, annonces et avis divers de Groningue = Advertentieblad, bekendmakingen en onderscheidene berigten van Groningen (4 september 1812), p. 8 [Delpher].

[3] Voor de overlijdensakte van Pieter Jan, zie AlleGroningers te Groningen, BS Overlijden Bron: boek, Periode: 1812, Oude Pekela, Overlijdensregister 1812, aktenr. 63: 1 december 1812 [AlleGroningers].

[4] Engelina: AlleGroningers te Groningen, BS Geboorte Bron: boek, Periode: 1815, Oude Pekela, Geboorteregister 1815, aktenr. 28: 25 april 1815 [AlleGroningers]; Teelkina/Tielkina: id., BS Geboorte Bron: boek, Periode: 1818, Oude Pekela, Geboorteregister 1818, aktenr. 39: 30 juni 1818 [AlleGroningers].

[5] Zie onder andere ‘In lading liggende schepen te Amsterdam’, Algemeen Handelsblad (4 februari 1829), p. 1 [Delpher] en ‘Naar Rusland, Zweden, Noorwegen, Denemarken, de Oostzee, enz.’, Algemeen Handelsblad (10 april 1830), p. 2 [Delpher].

[6] Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.6, inv.nr. 99, aktenr. Reg. 4 fol. 189: 28 november 1829 [open archieven] en id., archief 358.6, inv.nr. 117, aktenr. Reg. 1 fol. 23v: 18 januari 1833 [Noord-Hollands Archief]. De samenwerking van Kranenborg met Van Mourik gaat aan het huwelijk van hun kinderen vooraf blijkens krantenberichten als een advertentie in Rotterdamsche courant (18 november 1823), p. 4 [Delpher].

[7] Zie bijvoorbeeld Algemeen Handelsblad (8 maart 1841), p. 4 [Delpher]. Voor een overeenkomst tussen Kranenborg en schoonzoon Thomas Derks Sickens, zie Nederlandsche staatscourant (2 november 1850) p. 1 [Delpher]. Voor de oprichting van de vennootschap waaraan behalve vader en zoon Wibrand en Nanno Kranenborg ook zoon Harm Teunis Kranenborg en schoonzoon Sickens deelnemen, zie Nederlandsche staatscourant (19 januari 1856), p. 4 [Delpher].

[8] Voor het schip Jantine Kranenborg, zie bijvoorbeeld ‘Aankomst en vertrek van schepen’, Groninger courant (28 september 184)1, p. 2 [Delpher] en voor Wemelina Kranenborg, zie Rotterdamsche courant (14 oktober 1828), p. 2 [Delpher] en Groninger courant (6 november 1838), p. 3 [Delpher].

[9] Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.6, inv.nr. 158: Huwelijksakten van de gemeente Amsterdam, 1839, aktenr. Reg. 4 fol. 185v: 2 november 1839 [Noord-Hollands Archief]. Voor werkzaamheden van Sickens voor Kranenborg, zie advertentie in Algemeen Handelsblad (5 augustus 1840), p. 4 [Delpher].

[10] Stadsarchief Amsterdam, archief 5000 Bevolkingsregister 1851-1853 Deel: 425, Periode: 1851-1863, inv.nr. 425, folio pagina 599: 16 augustus 1821 [Stadsarchief Amsterdam].

[11] Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.55: BS Huwelijk burgerlijke stand van de gemeente Hilversum, inv.nr. 21853, aktenr. 6: 22 maart 1853 [Noord-Hollands Archief]. Albertina Kranenborg en Joseph Alexander Fles verhuizen waarschijnlijk eerst naar de Enge Doelen. Zie Het Utrechts Archief, archief 1007-2 Bevolkings­register Utrecht, inv.nr. 7510, Wijk B, bladnrs. 460-689, huisnrs. 316-443 [Utrechts Archief]. Daarna wonen ze aan de Wijde Bagijnesteeg, vanaf mei 1860 aan de Nieuwe Gracht en vanaf mei 1864 aan Oudmunsterkerkhof. Zie respectievelijk Het Utrechts Archief, archief 1007-2: Bevolkings­register Utrecht, inv.nr. 7526 [Utrechts Archief], inv.nr. 7542 [Utrechts Archief] en inv.nr. 7577 [Utrechts Archief].

[12] Stadsarchief Amsterdam, archief 5000: Bevolkingsregister 1853-1863 Deel: 427, Periode: 1851-1863, Amsterdam, inv.nr. 427, 1 januari 1783 [Stadsarchief Amsterdam].

[13] Anna: Het Utrechts Archief, archief 481: BS Geboorte Burgerlijke Stand van de gemeenten in de provincie Utrecht 1811-1902, inv.nr. 720-01, Utrecht 1854, aktenr. 86: 20 januari 1854 [Utrechts Archief]. Etha: id., archief 481, inv.nr. 723-02, Utrecht 1857, aktenr. 666: 4 mei 1857 [Utrechts Archief].

[14] Het Utrechts Archief, archief 481: BS Overlijden Burgerlijke Stand van de gemeenten in de provincie Utrecht 1811-1902, Utrecht, inv.nr. 455-03, Utrecht 1878, aktenr. 19: 5 januari 1878 [Het Utrechts Archief].

[15] Zie AlleFriezen te Leeuwarden, archief 30-15, inv.nr. 2031, Huwelijksregister 1882, aktenr. 60: 11 oktober 1882 [AlleFriezen].

[16] Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1853-1863 Deel: 427, Periode: 1851-1863, Amsterdam, 20 april 1815, Bevolkingsregister 1853-1863 [Stadsarchief Amsterdam]. Stadsarchief Amsterdam te Amsterdam, Bevolkingsregister 1853-1863 Deel: 427, Periode: 1851-1863, Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 427, 1 januari 1783, Bevolkingsregister 1853-1863 [Stadsarchief Amsterdam]. Zie ook AlleFriezen, Bevolkingsregister Deel: 2092, Periode: 1860-1880, Harlingen, Bevolkingsregister K-L [Alle Friezen].

[17] Jantina Hendrika: AlleFriezen te Leeuwarden, archief 30-15: BS Overlijden Burgerlijke Stand Harlingen – Tresoar, Bron: boek, Deel: 3026, Periode: 1880, Harlingen, inv.nr. 3026, Overlijdensregister 1880, aktenr. 135: 14 juni 1880 [AlleFriezen]. Teelkina: id., archief 30-15: BS Overlijden Burgerlijke Stand Harlingen – Tresoar, Bron: boek, Deel: 3028, Periode: 1888, Harlingen, inv.nr. 3028, Overlijdensregister 1888, aktenr. 118: 19 juli 1888 [AlleFriezen]. Engelina: id., archief 30-15: BS Overlijden Burgerlijke Stand Harlingen – Tresoar, Bron: boek, Deel: 3029, Periode: 1891, Harlingen, inv.nr. 3029, Overlijdensregister 1891, aktenr. 24: 26 januari 1891 [AlleFriezen].

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top