Schilderes in een familie van graveurs

Onderzoek leidt steevast tot nieuwe vragen. Voor een recente blogpost over tekenares en schilderes Sara Sartorius bestudeerde ik de catalogus van een aquarellententoonstelling in Milaan in 1893. Naast Italiaanse kunstenaars exposeren daar leden van de koninklijke Belgische academie van aquarellisten. Behalve Sara Sartorius staat in de lijst van exposerende artiesten ook tekenares en aquarellist Hendrika Sluyter (1865-1919) over wie eigenlijk nog maar verbazingwekkend weinig bekend is. Toch is er met wat archiefonderzoek weldegelijk meer over haar te achterhalen. Dan blijkt bijvoorbeeld: Sluyter is schilderes in een familie van graveurs.

Familie van graveurs

Hendrika is de oudste dochter van Helena Geertruida Ferdinanda Krooneman en kunstgraveur Dirk Jurriaan Sluyter (1811-1886). Voordat Dirk Jurriaan trouwt met Helena, is hij al eens getrouwd geweest, namelijk met Helena’s ouder zus Cornelia Judith Krooneman. [1] Cornelia is geboren op 12 juni 1818. Helena is tien jaar jonger: zij wordt geboren op 20 september 1828.

Anoniem, Portret van Dirk Jurriaan Sluyter (1811-1886), potlood, 110 x 80 mm. Amsterdam, RIjksmuseum, RP-T-1940-315. Bron: Rijksstudio

Uit het eerdere huwelijk heeft Hendrika verschillende halfbroers en -zussen: Dirk (geb. 1838), Hendrik (geb. 1839), Dirk Jurriaan (geb. 1841), Marrigje (geb. 1844), Jeanette Maria Elisabeth (geb. 1845), Jan Cornelis (geb. 1853), Cornelia Judith (geb. 1856) en Lucia Johanna (geb. 1857). [2] Niet lang na de geboorte van hun laatste kind overlijdt Dirk Jurriaans eerste vrouw waarschijnlijk, want op 19 mei 1864 hertrouwt hij met haar zus Helena. [3] Het jaar daarop, op 25 april 1865, wordt Hendrika geboren. Na Hendrika krijgt het koppel ten slotte een zoon: Anne Hendrik (geb. 1868). [4]

Van alle oudere broers en zussen wordt Hendrika’s oudere broer, Hendrik Sluyter, door zijn vader opgeleid tot graveur, etser en tekenaar, zoals ook Dirk Jurriaan zelf waarschijnlijk was opgeleid door diens vader Dirk Sluyter (1790-1852). Vader en zoon maken veel gravures naar werk van bekendere kunstenaars. Ook Hendrik is daarmee succesvol. In 1874 ontvangt hij bijvoorbeeld een gouden medaille wegens zijn bijdrage aan de International Exhibition Kensington in Londen in 1873 volgens Het nieuws van den dag (6 maart 1874). Ook op stedelijke tentoonstellingen in Nederland is zijn werk prijswinnend, blijkens berichten in onder andere De standaard (17 september 1874) en Het vaderland (25 juli 1883). Hendrik Sluyter mag bovendien 14 gravures maken die vervolgens worden ingezonden voor de tentoonstelling in Philadelphia volgens Opregte Haarlemsche courant (26 januari 1876).

IJver uitmuntend, aanleg redelijk

Mogelijk staat Dirk Jurriaan Sluyter ook aan de basis van Hendrika’s opleiding. Het ligt voor de hand dat hij haar ook de beginselen van het tekenen en wellicht het graveren en etsen bijbrengt. In 1881 doet Hendrika vervolgens toelatingsexamen voor de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. [5] Ze is dan pas 16 jaar oud. Ze start meteen met de voltijdsopleiding, tegelijkertijd met onder andere Annie Ermeling en Barbara van Houten. Sluyter volgt twee jaar teken- en boetseerlessen en daarna de schilderklassen, waarbij haar ijver steevast als “goed”, “voorbeeldig” of “uitmuntend” wordt beoordeeld, haar aanleg “gering” en “redelijk” tot “vrij goed”.

In 1884 is Hendrika Sluyter als leerlinge aanwezig bij het feest rond het 25-jarig werkjubileum van Barend Wijnveld als docent aan de Rijksacademie volgens Algemeen handelsblad (11 november 1884). Daarbij is ook Cato Kool aanwezig over wie ik al eens een post schreef, getiteld ‘Geen alledaagse gaven‘.

Sluyter verlaat de academie in 1888, mogelijk vanwege het overlijden van haar moeder in november van datzelfde jaar. Haar vader is eerder al gestorven en Hendrika gaat dan zorg dragen voor haar jongere broer Anne Hendrik. Dat blijkt tenminste uit een acte van decharge opgemaakt in 1890. Daarin staat dat Hendrika als voogd heeft opgetreden. [6]

Familiebericht in Het nieuws van den dag (17 januari 1890), p. 12. Bron: Delpher

Anne Hendrik overlijdt jong, op 7 december 1889, pas 21 jaar oud. Hendrika woont inmiddels in Leiden. Aan het begin van het jaar is ze er met haar broer naartoe verhuisd.

Schenking

Samen doneren Hendrika en Anne Hendrik nog een tiental gravures van hun vader ten behoeve van het Rijks Prentenkabinet, onderdeel van het Rijksmuseum in Amsterdam, blijkens Het nieuws van den dag (9 mei 1889):

Van den Heer en Mejuffrouw A.J.G. en H. Sluyter te Amsterdam: tien gravures, vervaardigd door wijlen hunnen vader, den Heer D.J. Sluyter.

Volgens de krant gaat het dus om een schenking van de kinderen van Dirk Jurriaan Sluyter die het jaar daarvoor is gestorven. “Mejuffrouw … H. Sluyter” kan daarom niemand anders zijn dan Hendrika Sluyter. De andere donateur is de heer A.J.G. Sluyter. Aangezien geen van de zonen van Dirk Jurriaan Sluyter de initialen A.J.G. heeft, vermoed ik dat het om Anne Hendrik Sluyter gaat, ook al kloppen de initialen niet helemaal.

Dirk Jurriaan Sluyter, Het oesteretertje, naar Jan Havicksz. Steen, 1840, ets en gravure, 352 x 266 mm. Amsterdam, Rijksmuseum, RP-P-OB-59.569, verwerving onbekend. Bron: Rijksstudio

De onderwerpen van de geschonken prenten zijn helaas onbekend. Bovendien bezit het Rijksmuseum talrijke prenten van Dirk Jurriaan Sluyter. Rijksstudio geeft momenteel maar liefst 415 treffers met vervaardiger Dirk Jurriaan Sluyter. Waarschijnlijk zijn enkele van deze dus dezelfde die ooit door Hendrika Sluyter en haar broer zijn gedoneerd.

Tentoonstellingen

Hendrika Sluyter, Portret van een meisje, gesigneerd ‘Mej Ha Sluyter’ (rechtsonder), zwart krijt op papier, ca 1885. Particuliere collectie. Bron: Hanneke van den Berg

Haar eigen werk exposeert Hendrika Sluyter vanaf 1887. Ze woont dan nog met haar broer bij haar moeder aan de Wolvenstraat in Amsterdam. Als eerst toont ze in Den Haag twee werken, Nanda en Een meisjeskopje. Het werk met de titel Nanda is een schilderij van een jonge vrouw “in een schilderachtige kledij met fraai geplooide kraag en de coquette muts”, volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (20 juni 1887). In de aan de catalogus toegevoegde prijslijst staat dat het 200 gulden moet kosten, het meisjeskopje 80.

Wellicht wordt het schilderij Nanda daar verkocht aan een liefhebber uit Arnhem. Immers, een schilderij Nauda [sic] van Hendrika Sluyter wordt in 1894 verkocht als onderdeel van de inboedel van de Arnhemse Villa Wilhelmina, volgens Arnhemsche courant (19 april 1894).

In 1888 exposeert Hendrika Sluyter in Rotterdam. Daar hangt een schilderij met de titel Tijdens het tournooispel; aan wie de prijs? Het schilderij zal in 1890 nogmaals te zien zijn op een tentoonstelling in Arnhem. De titel laat veel te raden over. Ten minste blijkt eruit dat Sluyter zich wijdt naast portretten ook aan figuurvoorstellingen wijdt.

Leiden en Amersfoort

Na haar verhuizing naar Leiden en het overlijden van haar broer blijft Sluyter korte tijd meedoen aan tentoonstellingen. Ze woont dan aan de Zoeterwoudsesingel 62, staat in de catalogus Arnhem 1890. In 1893 stuurt Sluyter ten slotte een aquarel van een kinderkopje naar de internationale aquarellententoonstelling in Milaan. Onder de exposerende kunstenaars bevinden zich, zoals gezegd, ook Sara Sartorius. Bovendien exposeert “Maria Ureytiers” een aquarel van chrysanten. Het gaat hier waarschijnlijk om Marie Wuytiers (1865-1944) die pas sinds 1892 exposeert, maar in korte tijd internationaal furore maakt met haar dromerige bloemschilderijen.

Hendrika Sluyter, Waterlelies, gesigneerd met initialen en gedateerd ‘Ha S 3 Juli 1889′ (linksonder), aquarel. Particulier bezit. Bron: Hanneke van den Berg

In 1895 verhuist Sluyter van Leiden naar Amersfoort waar ze aan het Kleine Spui gaat wonen. [7] Daar staat ze bovendien voor de eerste maal vermeld als “kunstschilder”. Later verhuist ze naar Havik 15 in dezelfde stad. [8]

Na 1893 exposeert ze bij mijn weten niet meer. Sluyter overlijdt op 4 augustus 1919, 54 jaar oud. [9]

Artistieke genen

Inmiddels weten we iets meer over tekenares en schilderes Hendrika Sluyter. Niet alleen kunnen we spaarzame biografische gegevens aanvullen met een overlijdensdatum, ook weten we meer over haar artistieke achtergrond. Mogelijk geïnspireerd en aangespoord door haar vader, en wellicht haar oudere broer, gaat Sluyter schilderen. Ze exposeert korte tijd, tussen 1887 en 1893, vooral portretten en figuurvoorstellingen.

Daarnaast draagt Hendrika zorg voor haar jonge broer Anne Hendrik die in december 1889 op zeer jonge leeftijd overlijdt. Onduidelijk blijft of het overlijden onverwacht is of wellicht het gevolg van een ziekte of beperking. Al stopt ze waarschijnlijk niet met tekenen en schilderen, exposeren doet Sluyter daarna steeds minder, alleen nog in Arnhem en ten slotte op een aquarellententoonstelling in Milaan in 1893.


Tentoonstellingen

Hendrika Sluyter stelt korte tijd haar werk tentoon, tussen 1887 en 1893. Het gaat vooral om portretten, veelal kinderportretten, en een enkele figuurvoorstelling.

Den Haag 1887: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters [volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (20 juni 1887), p. 2 via Delpher]

  • “Nanda” (nr. 405)
  • “Een meisjeskopje” (nr. 406)

Rotterdam 1888: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen

  • “Tijdens het tournooispel; aan wie de prijs?” (nr. 413)

Groningen 1889: Tentoonstelling van wege het genootschap Pictura

  • “Kinderkopje” (nr. 231)

Arnhem 1890: Internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters

  • “Tijdens het tournooispel: Aan wien de prijs?” (nr 437)

Milaan 1893: Esposizione internazionale di acquarelli

  • “Testa da fanciullo” (nr. 474)

Literatuur

Hierna volgen eerst de tentoonstellingscatalogi waarin ik werk van Hendrika Sluyter heb aangetroffen.

Catalogi

  • Cat. Arnhem 1890Internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem, van 17 juli – 15 september 1890 (Arnhem: Van Mastrigt & Verhoeven), p. 33. [RKD Library]
  • Cat. Den Haag 1887Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te ’s Gravenhage 1887 (Den Haag: Mouton), p. 33. [RKD Library]
  • Cat. Groningen 1889Lijst van schilderijen van schilderijen van levende Nederlandsche meesters, op de tentoonstelling van wege het genootschap Pictura, te Groningen (Groningen: J.B. Wolters), p. 27. [RKD library]
  • Cat. Milaan 1893. Esposizione straordinaria nazionale internazionale di acquarelli, sotto l’alto patronato di S.A.R. il Principe di Napoli. Catalogo Ufficiale (Milaan: Tip. Lombardi), p. 43.
  • Cat. Rotterdam 1888Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen, te Rotterdam, in 1888 (Rotterdam), p. 41. [RKD Library]

Overig

  • Pieter A. Scheen, Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, herziene ed. (Den Haag: Scheen, 1981), p. 481.
  • A.J. Derkinderen, De Rijks-Academie van Beeldende Kunsten te Amsterdam: Stads Teeken-Academie tot 1817, Koninklijke Academie 1817-1870, Rijks-Academie 1870-heden (Enschedé, 1908). [Delpher]

Noten

[1] Collectie Overijssel, BS Huwelijk Zwolle, registers van huwelijken en echtscheidingen, archief 0123, inv.nr. 14559, 25 mei 1837, aktenr. 69 [open archieven]

[2] Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1853-1863 Deel: 791, Periode: 1851-1863, Amsterdam, archief 5000, inv.nr. 791, 12 juni 1818, Bevolkingsregister 1853-1863 [open archieven].

[3] Collectie Overijssel, BS Huwelijk Zwolle, registers van huwelijken en echtscheidingen, archief 0123, inv.nr. 14566, 19 mei 1864, aktenr. 54 [open archieven].

[4] Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1874-1893 Deel: 2310, Periode: 1874-1893, Amsterdam, 4 oktober 1868, blad 184 [Stadsarchief Amsterdam].

[5] Noord Hollands Archief te Haarlem, archief 90 Rijksakademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam, 175: 1870-1893 (1 t/m 445), folio 43, volgnr. 211 [Noord-Hollands Archief]. Zie ook Derkinderen 1908, F: Naamlijst der leerlingen, p. 15. Sluyter volgt in de jaren 81/82 en 82/83 teken en boetseerklassen en in 83/84 en alle volgende academische jaren schilderklassen.

[6] Haags Gemeentearchief, Notarieel archief Den Haag II, ‘s-Gravenhage, archief 0373-01, inv.nr. 2516, nr. 1842: 16-07-1890, notaris Pieter Cato Louis Eikendal [Haags Gemeentearchief]. Voor de overlijdensakte, zie Erfgoed Leiden en omstreken, BS Overlijden Stadsarchief van Leiden (Stadsbestuur (SA III)) (1816-1929), Deel: 5010, Periode: 1889, Leiden, 7 december 1889, Overlijdensakten 1889, aktenr. 981 [open archieven]. Hij krijgt vrijstelling van militaire dienst vanwege “lichaamsgebreken”. Zie militieregister in het Stadsarchief Amsterdam te Amsterdam, Militieregisters Deel: 4338, Periode: 1827-1940, Amsterdam, archief 5182, inv.nr. 4338, 4 oktober 1868 [open archieven].

[7] Archief Eemland te Amersfoort, Bevolkings­register Periode: 1860-1915, Amersfoort, 000201_1426 [open archieven]. Volgens Scheen 1981 verhuist Sluyter in 1890 van Leiden naar Zoeterwoude. Dat klopt niet. Mogelijk verwart Scheen hier het adres van Sluyter, Zoeterwoudsesingel 62 in Leiden, zoals aangegeven in de catalogus Arnhem 1890, met het dorp Zoeterwoude. Scheen geeft zelf ook al aan dat hij Sluyter niet heeft kunnen vinden in de plaatselijke registers van Zoeterwoude.

[8] Archief Eemland te Amersfoort, Bevolkings­register Periode: 1860-1915, Amersfoort, 000201_1415 [open archieven]. Zie ook Adresboeken Amersfoort (1 januari 1912), p. 245 [historische kranten – Archief Eemland]

[9] Het Utrechts Archief, BS Overlijden Burgerlijke Stand van de gemeenten in de provincie Utrecht 1903-1942, Amersfoort, archief 463, inv.nr. 77-01, 05-08-1919, Amersfoort 1919, aktenr. 298 [open archieven].

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top