Sprake van verwarring

Volgens kunstenaarsbiograaf Pieter Scheen exposeert Constantina (ook: Constantia, Constancia en Constance) ten Cate (1806-1876) vanaf 1835 in Den Haag.[1] Hij baseerde zich daarvoor op tentoonstellingscatalogi uit 1835 (Den Haag) en 1840 (Amsterdam). Daarin staat tussen de kunstenaarsnamen namelijk een mejuffrouw Ten Cate. Aan Scheens identificatie van deze vrouw als Constantina ten Cate is nooit getwijfeld. Naar haar is dan ook nooit verder onderzoek gedaan. Maar is de Ten Cate, die in de catalogi wordt genoemd, wel Constantina? Er is waarschijnlijk sprake van verwarring, niet met één, maar met twee andere kunstenaressen waarvan er één zelfs op brute wijze om het leven komt.

Familie Ten Cate

Constantina wordt in 1806 in Nijmegen geboren.[2] Zij is een dochter van Anna Maria van der Vogt en Andries ten Cate. Constantina heeft maar liefst 6 oudere broers en zussen. Van deze is de oudste Johanna Maria (geb. 1797). Dan volgen Adolphina (1798), Adolphus (1799), Louisa Harrietta (1800), Jan Andries (1802) en Maria Anna (1804).[3] Daarna wordt Constantina geboren.

Voorts krijgt het echtpaar nog 3 kinderen. Eerst wordt Constantina’s zus Carolina geboren in 1807, dan Aletta Wilhelmina in 1809 en ten slotte haar broer Jacobus op 25 december 1811.[4]

Constantina is 19 jaar als ze trouwt. In 1825 treedt ze namelijk te Amsterdam in het huwelijk met Jan Hendrik Frieswijk, ambtenaar van beroep.[5]

Maar is zij de “C ten Cate, te Amst.” die in de catalogus van een tentoonstelling in Amsterdam wordt genoemd? Er zijn redenen om daaraan twijfelen. In de opsomming wordt deze Ten Cate namelijk mejuffrouw genoemd, wat betekent dat de betreffende tekenares ten tijde van de tentoonstelling ongehuwd is. De inzending dateert echter van na het huwelijk van Constantina ten Cate met Frieswijk.

Met andere woorden, de inzender kan Constantina niet zijn. Zij zou immers met mevrouw aangeduid worden en waarschijnlijk zelfs met de achternaam van haar man: “Mevrouw C. Frieswijk, geboren Ten Cate”.

Mej C. ten Cate

Wie is de genoemde mejuffrouw C. ten Cate dan wel?

Doopinschrijving van Carolina ten Cate (geb. 9 februari 1807), 29 maart 1807. Het Utrechts Archief, archief 711 – Utrecht, NH Dopen, inv.nr. 19 – 1802-1811, folio 266. Bron: Het Utrechts Archief

Waarschijnlijker is de identificatie van de tekenares als Carolina ten Cate, een zus van Constantina. Deze Carolina wordt geboren op 9 februari 1807. Zij is dus een jaar jonger dan Constantina en treedt pas in het huwelijk in 1842, na de tentoonstelling in Amsterdam dus. Ze trouwt dan met predikant en weduwnaar Cornelis Johannes Wijnaendts. Op 21 april gaan ze eerst in ondertrouw volgens familiebericht in Algemeen Handelsblad (25 april 1842), waarna ze op 6 mei 1842 huwen.[6] Ten Cate neemt vervolgens de zorg op zich voor Wijnaendts kinderen uit diens vorige huwelijk.

Anoniem, Portret, waarschijnlijk van Carolina ten Cate, 1847-1862, daguerreotype, 142 x 120 mm. Den Haag, RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis. Bron: RKD Images

Zoals veel getalenteerde vrouwen maakt Carolina haar artistiek debuut tijdens een liefdadigheidsactie, en wel in 1831. Dan stuurt ze een bloemstuk in aquarel aan een nationale inzameling voor een verloting ten behoeve van het vaderland. Over de loterij en de kansen die dergelijke initiatieven boden aan jonge vrouwen schreef ik al eerder, in posts met de titels ‘Zusterlijk verbond’ en ‘Vrouwelijke handwerken’.

De tentoonstelling van levende meesters in Amsterdam in 1840 is dus Ten Cates laatste expositie.

Dagboek

Na haar huwelijk stelt Ten Cate niet meer tentoon, al zal ze ongetwijfeld zijn blijven tekenen. Na de bruiloft gaat het echtpaar wonen in Warnsveld. Dan raakt het koppel goed bevriend met een collega van Wijnaendts, Abraham Rutgers van der Loeff. Hij is ook Nederlands Hervormd predikant.

Sinds 1841 houft Rutgers van der Loeff bovendien een dagboek bij waarvan de transcriptie volledig online te vinden is. Daarin noemt hij Wijnaendts voor de eerste keer in oktober 1844. Dan leert Rutgers van der Loeff mogelijk ook Wijnaendts echtgenote kennen, maar hij noemt Carolina ten Cate pas in mei 1845. Dan schrijft hij in zijn journaal:

Doch alras verscheen het rijtuig van Wijnaendts met wien ik in gezelschap zijner vrouw en zuster naar Ruurloo reed. Ik hoorde hem ’s middags preeken en wij bragten dien middag alleraangenaamst door in dat allerheerlijkste oord. 

– Abraham Rutgers van der Loeff, 25 mei 1845 in het dagboek [transcriptie dr. H.B. (Henk) Demoed].

Het contact tussen hen blijft en intensiveert bovendien in 1847. Dan noemt Rutgers van der Loeff Ten Cate en haar echtgenoot veelvuldig.

Aangenaam gezelschap

Regelmatig benoemt de dagboekschrijver hoeveel hij van het gezelschap van het echtpaar Wijnaendts-Ten Cate geniet, zoals ook weer in april 1847:

Te zes uur met de collega afgereden naar Arnhem. Mijn hart was zeer ontroerd toen ik Zutphen verliet. Door het aangenaam gezelschap van Caroline en Cateau Wijnaendt [zus van Cornelis Johannes Wijnaendts] werden wij wat opgebeurd.

– Abraham Rutgers van der Loeff, woensdag 28 april 1847 in het dagboek [transcriptie: Mieke Wiegers].

In november 1847 schrijft Rutgers van der Loeff nogmaals dat de ontmoeting met het echtpaar Wijnaendts-Ten Cate hem “veel stof tot genoegen” oplevert.[7] In 1864 verhuist het echtpaar echter, dan naar Velp (Rheden).[8] Vlak daarvoor portretteert schilder Johan Heinrich Neuman de predikantsvrouw, met een aanteken- of schetsboekje op haar schoot.

Johan Heinrich Neuman, Carolina ten Cate (1807-1874), gesigneerd en gedateerd ‘Neuman 1861’ (rechtsmidden), olie op doek, 480 x 390 mm. Collectie Stedelijk Museum Zutphen in langdurig bruikleen van het College van Kerkrentmeesters Martinuskerk Warnsveld. Bron: Stedelijk Museum Zutphen

Carolina ten Cate overlijdt uiteindelijk in Velp (Rheden) op 11 november 1874.[9] In november 1874 schrijft Rutgers van der Loeff in de kantlijn van zijn dagboek:

Wij worden dezer dagen zeer bedroefd door het overlijden van Caroline Wijnaends (24 november). Zij was een onzer liefste en trouwste vriendinnen.

– Abraham Rutgers van der Loeff, notitie in de kantlijn, november 1874 in het dagboek [transcriptie: Ton Staphorst].

Vanwege de hechte vriendschap treft het overlijden van Ten Cate in 1874 de dagboekschrijver zwaar.

Nog meer verwarring

Met de identificatie van “C. ten Cate” als Carolina is de puzzel echter nog niet volledig gelegd. Zoals eerder gezegd, noemt Scheen namelijk ook een tentoonstelling in 1835 waaraan Constantina deelgenomen zou hebben. Het gaat hier niet om een bloemstuk, zoals Carolina ten Cate die exposeert in 1831 en 1840, maar om een stilleven met dode vogels.

Bovendien is “Mej. Ten Cate” die in 1835 instuurt, afkomstig uit Den Haag, terwijl Carolina dan in Amsterdam woont. Constantina kan het opnieuw niet zijn, omdat zij, zoals gezegd, inmiddels getrouwd is.

Het gaat hier dus om een tweede tekenares met de achternaam Ten Cate, iemand anders dan Carolina.

Dubbele moord

Omdat in de catalogus van 1835 verder de voorletter(s) niet worden genoemd, hoeft de voornaam van deze kunstenares niet met een C te beginnen. Een mogelijke optie is dan Maximiliana Theodora ten Cate, geboren in Zundert in 1809. Voordat zij in 1841 trouwt met de Haagse onderwijzer Johannes van der Kouwen, verhuist ze met haar ouders naar Den Haag volgens de trouwakte.[10] Mogelijk is de “Mej. Ten Cate” uit Den Haag die meedoet aan de Haagse salon van 1835, deze Maximiliana Theodora ten Cate die dan 26 jaar is.

Haar tentoonstellingsdeelname lijkt echter eenmalig.

Jut en zijn vrouw in de rechtszaal, illustratie bij het Uitvoerig verhaal van den moord van Mevr. van der Kouwen (Amsterdam [1876]), p. 72-73. Bron: Google Books

Haar levensverhaal kent een bijzonder tragisch einde: Margaretha Theodora ten Cate komt in 1872 op brute wijze om het leven. Ze is dan het slachtoffer van een dubbele moord waarbij ook haar diensthulp Helena (Lena) Beeloo om het leven komt.[11] De moordenaars, Hendrik Jakobus Jut en Christina Goedvolk, worden opgepakt en veroordeeld tot tuchthuisstraf, de eerste levenslang en de andere voor een duur van 12 jaar.

Jut zit zijn straf echter niet uit. In 1878 wordt hij ernstig ziek en hij overlijdt in gevangenschap.

Opregte Steenwijker courant (3 juni 1878), p. 4. Bron: Delpher

Van deze roofmoord schreef Steffie van den Oord enkele jaren terug nog een geromantiseerde versie in De vrouw met de bijl en negen andere moordenaressen (2015).

De moord op Maximiliana Theodora ten Cate, dan weduwe Van der Kouwen, overheerst de herinnering aan deze vrouw. Ze werd het slachtoffer van een misdaad, maar was natuurlijk veel meer dan dat. Mogelijk bezat ze als jonge vrouw wel een tekentalent en werd haar werk zelfs toegelaten tot de Haagse salon.

Monnikenwerk

Het monnikenwerk dat biograaf Pieter Scheen verrichte om zijn kunstenaarslexicon tot stand te brengen, verdient grote bewondering. Niet voor niets wordt het overzichtswerk nog steeds veelvuldig gebruikt.

Vanwege de titanenarbeid die aan Scheens lexicon voorafging, is het allesbehalve vreemd dat er hier en een foutje te vinden is. Een ander voorbeeld daarvan is Scheens biografie over Anna van Delden waarin hij schreef dat zij schilderde.[12] Echter, op de tentoonstellingen die de biograaf aan van Delden toeschrijft, exposeert haar dochter Anna Francisca de Rijk. Over de verwarring tussen moeder en dochter schreef ik in ‘Boeketten met betekenis’. Ook tussen de zussen Constantina en Carolina ten Cate – en wellicht Maximiliana Theodora ten Cate – ontstond een vergelijkbare verwarring.

Aan onderzoekers is de taak om vergissingen op te sporen en recht te zetten, zodat Scheens lexicon bruikbaar blijft. Vooral wat betreft vrouwelijke kunstenaars is hier nog veel werk te doen. Constantina ten Cate is hiervan wederom een voorbeeld.


Tentoonstellingen

Volgens Pieter Scheen doet Constantina ten Cate mee aan twee tentoonstellingen, de eerste in 1835 en de tweede in 1840. Volgens mij gaat het hier echter om twee verschillende tekenaressen. De een is Carolina ten Cate die, behalve aan een expositie in 1840, ook nog aan een tentoonstelling in 1831 deelneemt, beide in Amsterdam. De andere tekenares die in Den Haag exposeert in 1835, kan slechts onder voorbehoud worden geïdentificeerd. Mogelijk is zij Maximiliana Theodora ten Cate uit Den Haag.

Carolina ten Cate, Amsterdam

Amsterdam 1831: Tentoonstelling van kunstwerken, door beoefenaars en verzamelaars bijeengebragt, om verloot te worden, ten behoeve van het vaderland

  • “Een Bloemstuk, met sapv., naar G.J.J. van Os” (nr. 222; als Mej. C. ten Cate, onder het kopje Opgezette Teekeningen)

Amsterdam 1840: Tentoonstelling van Voortbrengselen van Schilder-, Teeken-, Graveer-, Bouw- en Beeldhouwkunst

  • “Een Bloem- en Fruitstuk” (nr. 613: als Mej. C. ten Cate te Amst.)

Maximiliana Theodora ten Cate?

Den Haag 1835: Tentoonstelling van schilder- en kunstwerken van levende meesters

  • “Een Stuk met doode Vogels” (nr. 54; als Mej. ten Cate, te ’s Gravenhage)

Literatuur

Catalogi

  • Cat. Amsterdam 1831. Lijst van kunstwerken, door beoefenaars en verzamelaars bijeengebragt, om verloot te worden, ten behoeve van het vaderland; tentoongesteld te Amsterdam, in het nationale Geregtshof, 1831 (Amsterdam: C.A. Spin), p. 15. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1840. Lijst van Voortbrengselen van Schilder-, Teeken-, Graveer-, Bouw- en Beeldhouwkunst, te Amsterdam, welke zijn toegelaten tot de Tentoonstelling van den Jare 1840 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 33. [RKD Library]
  • Cat. Den Haag 1835. Lijst der schilder- en kunstwerken van levende meesters, welke zijn toegelaten tot de tentoonstelling te ’sGravenhage, van den jare 1835 (Den Haag: H.S.J. de Groot), p. 9. [RKD Library]

Overig

  • Pieter A. Scheen, Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, herziene ed. (Den Haag: Scheen, 1981).
  • Uitvoerig verhaal van den moord van Mevr. van der Kouwen en haar dienstbode Helena Beeloo en van het daarop gevolgde rechtsgeding tegen H.J. Jut en Christina Goedvolk (Amsterdam: Bureau van het Geïllustreerde Politie-Nieuws [1876]). [Google Books]
  • Dagboek van Abraham Rutgers van der Loeff (1808-1885), geannoteerde transcriptie op website www.rutgersvanderloeff.nl.

Noten

[1] Scheen 1981, p. 90.

[2] Regionaal Archief Nijmegen, DTB DopenRetroacta van de Burgerlijke Stand Nijmegen (RBS), Nijmegen, archief 510, inv.nr. 1171, 2 april 1806, folio 369 [RAN].

[3] voor Johanna Maria, zie Stadsarchief Amsterdam, DTB Dopen DTB 34, p. 68 (folio 34v), nr.1, Amsterdam, archief NL-SAA-908114 [open archieven]; voor Adolphina, zie id., archief 5001, inv.nr. 103, aktenr. DTB 103, folio p. 352 (folio 176), nr. 8, 3 september 1797 [Stadsarchief Amsterdam]; voor Adolphus, zie id., inv.nr. 60, aktenr. DTB 60, folio p. 310, nr.13, 7 april 1799 [Stadsarchief Amsterdam]; voor Louisa Harrietta, zie id., inv.nr. 103, aktenr. DTB 103, folio p. 412, 21 april 1800 (folio 206), nr. 17 [Stadsarchief Amsterdam]; voor Jan Andries, zie id., inv.nr. 61, aktenr. DTB 61, folio p. 136, nr. 10, 22 november 1802 [Stadsarchief Amsterdam]; Maria Anna, zie Gelders Archief te Arnhem, archief 0176, inv.nr. 1528, folio 55 [Gelders Archief].

[4] Voor Carolina, zie Het Utrechts Archief, archief 711, inv.nr. 19, folio 266, 29 maart 1807 [Het Utrechts Archief]; voor Aletta Wilhelmina, zie id., archief 711, inv.nr. 19, folio 391, 12 juli 1809 [Het Utrechts Archief]; voor Jacobus, zie id., archief 481, inv.nr. 93-01, aktenr. 521, 28 december 1811 [Het Utrechts Archief].

[5] Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.6, inv.nr. 74, aktenr. Reg. 3 fol. 63, 29 juni 1825 [Noord-Hollands Archief].

[6] Noord-Hollands Archief te Haarlem, archief 358.6, inv.nr. 173, aktenr. Reg. 2 fol. 127, 6 mei 1842 [Noord-Hollands Archief].

[7] Dagboek van Abraham Rutgers van der Loeff, zaterdag 20 november 1847 [transcriptie drs. E.Th.A. (Ellen) Broersen-Koster]: “Mij gepraepareerd voor morgen. Savonds naar de spoortrein om Wijnaendts en C[aroline] die in welstand arriveerden. De eerste ontmoeting leverde reeds veel stof tot genoegen op.” [Dagboek: 20 november 1847].

[8] Erfgoed Centrum Zutphen, archief 3026, inv.nr. 09, Periode: 1861-1872, Bevolkingsregister, Warnsveld (wijk A), folio 79 [Erfgoed Centrum Zutphen].

[9] Voor de overlijdensakte van Carolina ten Cate, zie Gelders Archief te Arnhem, archief 0207, inv.nr. 3163.02, aktenr. 236, 13 november 1874 [Gelders Archief]. Haar echtgenoot sterft binnen 2 jaar, op 4 mei 1876. Voor zijn overlijdensakte, zie id., inv.nr. 3163.04, aktenr. 104, 5 mei 1876 [Gelders Archief].

[10] Haags Gemeentearchief te Den Haag, archief 0335-01, inv.nr. 590, 29-09-1841, Huwelijksakten Den Haag, aktenr. 400 [Haags Gemeentearchief].

[11] Uitvoerig verhaal van den moord [1876]. Voor de overlijdensakte van zie Haags Gemeentearchief te Den Haag, archief 0335-01, inv.nr. 1306, 16-12-1872, aktenr. 2360 [Haags Gemeentearchief].

[12] Scheen 1981, p. 112.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top