Reisherinneringen

Kunstenares Annie Gerdes Oosterbeek (1902-1972) beweegt zich in Apeldoornse kunstenaarskringen. Daar heeft ze vooral succes met haar aquarellen, al maakt ze ook etsen en olieverfschilderijen. Sommige daarvan zijn herinneringen aan haar reizen, vooral aan Zwitserland. Deze reisherinneringen dienen tevens als inspiratie voor haar illustratiewerk. In Apeldoorn maakt Gerdes Oosterbeek bovendien prachtige stillevens.

Minderman

Ongeveer gelijktijdig met haar eerste grote illustratieopdracht voor de Nationale Tuinbouwtentoonstelling in 1933 – lees daarover in mijn vorige post ‘Papieren pinksterbloem’ – gaat Annie Gerdes Oosterbeek exposeren, te beginnen met een groepstentoonstelling in de leeszaal aan de Regentessenlaan in Apeldoorn. Daarvan verschijnt een aankondiging in Nieuwe Apeldoornsche courant, hierna NAc (10 november 1934) en in De Gelderlander (13 november 1934). Op de expositie zijn haar aquarellen en litho’s te zien, naast werken van andere kunstenaars, met name uit Apeldoorn, zoals Jan Hendrik Persijn. Net als Gerdes Oosterbeek heeft deze les gehad van beeldhouwer en tekenleraar Pieter Puype.[1] Ook van Puype, die nog steeds als leraar in Apeldoorn werkzaam is, is er werk te bezichtigen: bronzen reliëfs en gekleurde gipsplastieken.

Gerdes Oosterbeek is trouwens de enige vrouw die aan de tentoonstelling deelneemt. Opvallend genoeg is zij ook de enige die niet in een tentoonstellingsrecensie in NAc (13 november 1934) wordt vermeld.

Minderman

Vanaf 1936 exposeert Gerdes Oosterbeek vervolgens enkele jaren op rij in de kunstzaak van M.J. Minderman. Deze kunsthandelaar, restaurator en lijstenmaker heeft vanaf 1914 een zaaltje bij zijn zaak waar hij maandelijkse tentoonstellingen van aquarellen en schilderijen organiseert.[2] Wanneer Gerdes Oosterbeek er voor het eerst haar werk laat zien, ligt haar aquarel naast negen etsen van de tekenaar en graficus Anton Pieck volgens de advertentie die Minderman laat plaatsen in NAc (4 november 1936). De publiekstrekker is een collectie van Venetiaans glas die al eerder op een tentoonstelling voor huisvrouwen is getoond.

Advertentie in Nieuwe Apeldoornsche courant (4 november 1936), p. 8. Bron: Delpher

In 1938 verhuist de Apeldoornse kunstzaak van Minderman dan van de hoek Hoofdstraat-Kapelstraat naar Hoofdstraat 150-152 en bij die gelegenheid organiseert de eigenaar een expositie van plaatsgenoten, onder wie ook Gerdes Oosterbeek.


Kunstzaak van M.J. Minderman in de Hoofdstraat 150-152 te Apeldoorn, versierd ter gelegenheid van het regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in 1938. Apeldoorn, CODA, GA-001230. Bron: CODA

Zij exposeert er dan weer een kleine aquarel. Deze keer valt er echter iets te achterhalen over de voorstelling: het gaat om “een reisherinnering”, schrijft een recensent van NAc (15 mei 1938). De titel wijst er dus op dat Gerdes Oosterbeek de kleine aquarel maakt naar aanleiding van een reis.

Griekenland

De reislust van Gerdes Oosterbeek blijkt ook uit illustraties die ze voor tijdschriften maakt. Zo illustreert ze in 1936 bijvoorbeeld een artikel van E. Lopes Cardozo over Griekenland in het maandblad Op de hoogte.[3] Daarbij tekent Gerdes Oosterbeek pittoreske huizen, andere monumenten en kunstwerken in bijvoorbeeld Olympia, Levadia (Livadeia) en Daphnia (waarschijnlijk Dafni). Daarnaast tekent ze mensen en hun dagelijkse bezigheden, zoals verkopers van etenswaren in Thebe, een schoenenpoetser en een geestelijke tijdens de Grieks-orthodoxe eredienst in Korinthe.

Annie Gerdes Oosterbeek, Zee, illustratie bij Lopes Cardozo, ‘Reizen in Griekenland’, Op de hoogte 33 [volgnr 2] (1936), p. 13. Bron: Delpher

In haar eigen woorden beschrijft Gerdes Oosterbeek bovendien haar reizen langs Zwitserse chalets. Dat artikel wordt vervolgens gepubliceerd in het maandblad De vrouw en haar huis in januari 1943.[4] De kunstenares bezingt daarin de dorpjes die ze aandoet tijdens haar rondreizen door Zwitserland. Met bijzonder oog voor detail vertelt ze over Valais, Graubünden, Vissoie en Diablerets en verschillende andere plaatsen.

Annie Gerdes Oosterbeek, Pleintje in Schuls, illustratie bij een artikel over Zwitsersche chalets, De vrouw en haar huis (januari 1943), p. 44. Bron: Delpher

De tekeningen die ze onderweg ongetwijfeld maakt, dienen vervolgens als basis voor de illustraties bij het stuk. Zo toont een van de afgebeelde etsen bijvoorbeeld een pleintje in Unter Schuls dat, volgens Gerdes Oosterbeek “zijn Engadiner cachet heeft bewaard”.

Annie Gerdes Oosterbeek, Finhaut, illustratie bij een artikel over Zwitsersche chalets, De vrouw en haar huis (januari 1943), p. 43. Bron: Delpher

Daarnaast schetst ze andere zaken die haar opvallen. Zo bemerkt ze bijvoorbeeld dat vaak water van boven uit de bergen door buizen stroomt tot in uitgeholde boomstammen die als wasbak gebruikt worden. En: “Ieder chalet heeft dan ook vele planten en bloemen op balkons, voor de ramen en soms zelfs op de trap, zooals ik eens in Finhaut zag.” Van alle details voegt ze vervolgens etsen bij.

Annie Gerdes Oosterbeek, Terugkeer van Anne-Betje, gesigneerd met initialen A.G.O. (linksonder), illustratie van Anna Sutorius, ‘De verhalen van Anne Betje’ in Ons eigen tijdschrift, [volgnr 7] (1930), p. 218. Bron: Delpher

Deze reistekeningen dienen mogelijk weer als inspiratie voor aquarellen die Gerdes Oosterbeek tentoonstelt. Bovendien gebruikt ze de reisherinneringen voor haar illustraties van kinderverhalen, bijvoorbeeld het verhaal ‘De terugkeer van Anne Betje’ van schrijfster Anna Sutorius voor het geïllustreerde maandblad Ons eigen tijdschrift. Hiervoor kiest Gerdes Oosterbeek een landschap dat Zwitsers aandoet, hoewel Sutorius in de tekst slechts spreekt van “een bergenland” zonder verdere geografische duiding. 

Aquarels

In 1943 volgt ook een solotentoonstelling van het werk van Gerdes Oosterbeek in de kunstzaal van Minderman waar landschappen en bloemen te zien zijn. Onder de landschappen bevinden zich wellicht enkele herinneringen aan haar reizen.

Advertentie in Nieuwe Apeldoornsche courant (11 september 1943). Bron: Delpher

Een schitterend voorbeeld van een stilleven draagt een datering: het werk is afgemaakt op 11 december 1944. De aquarel toont een eenvoudig vaasje met sneeuwbessen waarvan de ranke takjes doorbuigen onder het gewicht van de zware bessentrossen. Met minimale middelen zet Gerdes Oosterbeek een overtuigend stilleven neer waarin de matte witte bessen helder afsteken tegen de gevlekte groene achtergrond.

Annie Gerdes Oosterbeek, Sneeuwbessen, gesigneerd en gedateerd ‘A Gerdes Oosterbeek 11-12-44’ (rechtsonder), potlood en waterverf op papier. Renkum, collectie Gerard Overkamp. Foto: auteur

Voor de witte bessen maakt de schilderes slim gebruik van het lichte papier. Het contrast van het uitgespaarde papier met de donkere achtergrond zorgt ervoor dat de bessen van het papier lijken te springen. De vruchtjes krijgen vervolgens vorm en volume door met een minimale hoeveelheid verf schaduw aan te geven.

Mogelijk Annie Gerdes Oosterbeek, Rozentak, ongesigneerd, circa 1944, aquarel op papier. Renkum, collectie Gerard Overkamp. Foto: auteur

In een tweede aquarel, die niet gedateerd is, was onderdeel van hetzelfde kavel als de sneeuwbessen, aangeboden bij Venduehuis in Den Haag.[5] Het werk is niet gesigneerd, maar komt qua stijl en sfeer dicht in de buurt van de aquarel met sneeuwbessen. Daardoor lijkt een toeschrijving aan Gerdes Oosterbeel gerechtvaardigd, al blijft deze onder voorbehoud. Hier zorgt een gefilterd licht voor een verzachtende waas. Toch weet de kunstenaar spanning in het lieflijke bloemenstilleven te creëren door de toevoeging van de dieprode tomaat die aan de voet van het glazen vaasje ligt. De glanzende en gladde vrucht steekt vervolgens scherp af tegen het matte glas en de zachte rozenblaadjes. De toevoeging van de vrucht zorgt dus niet alleen voor kleur, maar ook voor contrast in structuur.

Kunstenaarsvereniging

Wanneer in 1947 een vereniging van beeldende kunstenaars in Apeldoorn wordt opgericht, neemt ook Gerdes Oosterbeek daaraan deel.[6] Een van de expliciete doelstelling van de vereniging is vervolgens de organisatie van kunsttentoonstellingen. Daarbij bestaat het plan om exposities uit te wisselen met verenigingen in nabijgelegen steden als Arnhem en Amersfoort, al is mij nog niet duidelijk of dat ook daadwerkelijk gebeurt.

Het jaar daarop betrekken de leden een eigen cultureel centrum in een voormalig koetshuis aan de Loolaan volgens verslaggever van Arnhemsche courant (5 april 1948). Voor die gelegenheid is er een tentoonstelling van Apeldoornse kunstenaars ingericht met onder andere werk van Gerdes Oosterbeek. Onder de overige kunstenaars zijn wederom Persijn en Puype die al eerder samen met Gerdes Oosterbeek exposeerden in de openbare leeszaal in Apeldoorn in 1934. Naar aanleiding van de nieuwe expositie schrijft een recensent van NAc (7 april 1948):

Van mej. A. Gerdes Oosterbeek bewonderden we haar “Boom” het meest.

Van haar olieverfschilderijen is de anonieme recensent echter minder onder de indruk: “ietwat dilettantisch doet het aan.”

Academisch

Ook in 1949 en 1950 doet Gerdes Oosterbeek mee aan tentoonstellingen van de kunstenaarsvereniging in Apeldoorn. Een recensent schrijft onder het pseudoniem Ad Interim in NAc (7 december 1949) over de tentoonstelling van 1949:

Mej. Gerdes Oosterbeek zond een wat academische tekening, Nieuw Milligen.

Nieuw-Milligen is een oud kazernecomplex op de Veluwe, niet ver van Apeldoorn. Het jaar erop is de (anonieme) recensent van NAc (2 december 1950) wat enthousiaster als die “een fijne tekening van mej. Gerdes Oosterbeek” onder de inzendingen beschrijft. Wat het onderwerp is van deze fijne tekening blijft echter onbenoemd.

Op 24 oktober 1972 overlijdt Gerdes Oosterbeek te Epe.[7]

Inspiratiebronnen

De geschilderde landschappen en bloemstillevens van Gerdes Oosterbeek krijgen dus vooral bekendheid in Apeldoornse kunstkringen, terwijl ze met haar illustraties een nationaal publiek bereikt. Voor veel van haar illustraties put Gerdes Oosterbeek inspiratie uit haar persoonlijke leven. In mijn voorgaande blogpost ‘In Apeldoorn’ liet ik al zien dat ze zich liet inspireren door haar werk als teken- en nijverheidsdocent. In haar illustraties voor kinderboeken brengt zij bijvoorbeeld schilderende kinderen in beeld. Daarnaast vormen ook haar reizen een bron van inspiratie, zoals de blijkt uit de illustraties van Zwitserse chalets en Griekse kerkjes. De invloed van deze reizen sijpelt bovendien door in haar geschilderde werk dat in Apeldoorn bewondering vindt.


Tentoonstellingen

Tentoonstellen doet Gerdes Oosterbeek vooral in Apeldoorn, vanaf 1936 in de kunstzaak van M.J. Minderman. Sinds 1949 exposeert ze met de Vereniging van Beeldende Kunstenaars die in 1949 een home in Apeldoorn openen waar ze hun werk kunnen etaleren. Vooral toont Gerdes Oosterbeek daar haar aquarellen en tekeningen, maar af en toe bevinden er zich ook litho’s (1934) en olieverfschilderijen (1948) tussen haar werken.

Apeldoorn 1934: Tentoonstelling van schilderwerken, keramiek, weefwerk en plastiek in de benedenvertrekken van de leeszaal aan de Regentessenlaan, 12 – 17 november [aankondigingen in NAc (10 november 1934), p. 2 via Delpher en besprekingen in De Gelderlander (13 november 1934) via RAN en NAc (13 november 1934), p. via Delpher (waarin Gerdes Oosterbeek overigens niet wordt genoemd)]

  • “eenige aquarellen en litho’s”

Apeldoorn, Firma M.J. Minderman, 1936: Expositie [advertentie in NAc (4 november 1936), p. 8 via Delpher]

  • “aquarel”

Apeldoorn, Firma M.J. Minderman, 1937: Expositie van plaatsgenoten en oud-plaatsgenoten [recensie in NAc (15 mei 1937), p. 2 via Delpher]

  • “kleine aquarel, … een reisherinnering”

Apeldoorn, Firma M.J. Minderman, 1943: Schilderijen van Annie Gerdes Oosterbeek, landschappen en bloemen [advertentie in NAc (11 september 1943) via Delpher]

“Schilderijen … landschappen en bloemen”

Apeldoorn, Vereniging van Beeldende Kunstenaars, 1948: Tentoonstelling bij de opening van cultureel centrum door Apeldoornse kunstenaars in het voormalig koetshuis aan de Loolaan [recensie in Arnhemsche courant (5 april 1948), p. 3 via Delpher en in NAc (7 april 1948), p. 2 via Delpher]

  • “Boom”
  • “olieverfwerk”

Apeldoorn, Vereniging van Beeldende Kunstenaars, 1948: Tentoonstelling Apeldoornse Kunstenaars [recensie van H.V. in NAc (9 mei 1949), p. 2 via Delpher]

  • “boomstudie”

Apeldoorn, Vereeniging van Beeldende Kunstenaars, 1949: Expositie van Apeldoornse beeldende kunstenaars in de kunstzaal Loolaan [recensie van Ad Int. in NAc (7 december 1949), p. 2 via Delpher]

  • “tekening, Nieuw Milligen”

Apeldoorn, Vereeniging van Beeldende Kunstenaars, 1950: Apeldoornse kunstenaars exposeren hun werken in Centrum voor Kunst en Historie aan de Loolaan [recensie in NAc (2 december 1950), p. 7 via Delpher]

  • “een fijne teekening”

Literatuur

  • Erens, F. en J. Memelink, Pieter Puype. Een zeeuwse beeldhouwer in Apeldoorn (Apeldoorn: CODA, 2013).
  • Gerdes Oosterbeek, Annie, ‘Oude Zwitsersche chalets’, De vrouw en haar huis (januari 1943), p. 42-44. [Delpher]
  • Lopes Cardozo, E., ‘Reizen in Griekenland’, Op de hoogte 33 [volgnr 2] (1936), p. 13-17. [Delpher]

Noten

[1] Erens en Memelink 2013, vooral p. 29-34.

[2] Voor de opening van het tentoonstellingszaaltje van Minderman, zie Apeldoornsche courant (22 april 1914), p. 5 [Delpher].

[3] Lopes Cardozo 1936, p. 13-17.

[4] Gerdes Oosterbeek 1943, p. 42-44.

[5] Met dank aan Gerard Overkamp die zo vriendelijk was om me van deze aanvullende informatie over de herkomst van de twee aquarellen te voorzien.

[6] ‘Beeldende kunst te Apeldoorn’, Arnhemsche courant (27 februari 1947). [Delpher].

[7] Gelders Archief te Arnhem, archief 0207A, inv.nr. 25216, 27-10-1972, Apeldoorn, Overlijdensregister, aktenr. 1205 [Gelders Archief].

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top