Overgrote preciesheid
Het debuut van Sara van Heukelom (1885-1963) als exposerende schilderes vindt plaats in 1910. Hoewel de meningen van critici over het werk van de debuterend kunstenaar uiteenlopen, bemerken de meesten de enorme precisie waarmee zij schildert. Een recensent spreekt bijvoorbeeld van aantrekkelijk werk in weerwil van de overgrote preciesheid waarmee de kunstenares haar afbeeldingen op doek zet. Ook een ander schrijft over de grote strakheid en preciesheid, maar volgens deze laatste zorgen die juist voor een “tintelende levendigheid en gloedrijkheid”.
Lieveling
Sara van Heukelom is een dochter van Johan Leonard van Heukelom en Sara Croockewit.[1] Zij is huisvrouw, hij luitenant der veldartillerie in Amersfoort. Binnen twee jaar wordt dan hun eerste kind geboren, op 29 januari 1885. Dat is Sara.[2]

Op 15 oktober 1886 vertrekt het jonge gezin vervolgens naar Arnhem.[3] Op 11 oktober 1888 wordt daar vervolgens een zoontje geboren dat de naam Jan Octavio krijgt.[4] Hij komt echter al na een jaar al te overlijden, op 16 december 1889.

Op 22 december 1891 komt dan een tweede dochter ter wereld: Octavie Charlotte Adèle.[5] Vervolgens verhuist het gezin nogmaals. Van 1894 tot 1899 wonen Van Heukelom, Croockewit en hun beide dochters in Breda waar vader werkt als kapitein bij de artillerie.[6] Op 17 april 1899 vestigt het gezin zich uiteindelijk in Utrecht waar Johan Leonard van Heukelom majoor magazijnmeester der artillerie wordt.
H.B.S.
In Utrecht bezoekt Sara van Heukelom allereerst de H.B.S. voor meisjes. Een vriendin van haar moeder overtuigt de jonge Sara vervolgens schilderlessen te gaan nemen. Dat vertelt Sara van Heukelom later als zij vanwege haar zeventigste verjaardag geïnterviewd wordt door een anonieme verslaggever van Nieuw Utrechtsch dagblad (22 januari 1955). Ook volgt ze in haar H.B.S.-tijd een cursus bij kunstpedagoog, tevens kunstcriticus en verzamelaar Henk Bremmer.[7]
Dan meldt Van Heukelom zich aan voor de academie in Antwerpen en ze vertrekt in oktober 1903 volgens de bevolkingsregisters.[8] In Antwerpen komt Van Heukelom echter terecht in een schilderklas waar ze zich weinig thuis voelt. “In die tijd had de jonge Sara van Heukelom wel veel aan de avondlessen in tekenen naar naaktmodel, die Chris Lebeau in het oude atelier van Breugel gaf,” schrijft de anonieme journalist later in Nieuw Utrechtsch dagblad. Met die ervaring keert Van Heukelom na een half jaar alweer terug naar Nederland.
Katwijk

Aansluitend trekt Van Heukelom naar Katwijk omdat Jan Toorop daar zit. Later zal ze bekennen dat zij daar “niets kon”.[9] Vanaf 1904 krijgt zij vervolgens tekenlessen van Gerrit van Dokkum.[10] Ondertussen bereidt Van Heukelom zich voor op het akte-examen tekenen voor het lager onderwijs. Dat behaalt ze in augustus 1905 volgens Amersfoortsch dagblad (3 augustus 1905).[11]
Op 8 november 1907 keert ze dan weer terug naar het ouderlijk adres aan de Plompetorengracht in Utrecht.[12] Haar beroep is inmiddels dat van kunstschilder volgens de bevolkingsregisters. Op 31 januari 1910 verhuist ze dan naar Soest waar ze in de leer gaat bij Maurits van der Valk.[13] Het is de eerder genoemde vriendin van haar moeder die Van Heukelom vervolgens op weg helpt door hen in contact te brengen en vijf jaar lang krijgt Van Heukelom dan eens in de maand les van Van der Valk in Amersfoort.
Behalve kunstschilder zijn zowel Van Dokkum als Van der Valk ook grafisch kunstenaar, etser en tekenaar. Hun tekenstijl heeft een vormende invloed op Van Heukeloms werk. Bovendien lijkt het Van Dokkum die Van Heukelom enthousiast maakt voor topografische stadgezichten. Hij schildert namelijk geregeld de straten, torens en interieurs van Utrecht. Wanneer Van Heukelom later de O.L.V. toren van Amersfoort tekent, lijkt Van Dokkums geschilderde weergave van de Utrechtse Dom vers in haar geheugen te zitten. Beide schilderen de toren, gezien vanaf een hoogte, waardoor de daken van de omliggende huisjes diepte geven aan de voorstelling.


’t is bizonder!
Ondertussen gaat Van Heukelom haar werk ook tentoonstellen. Zo zijn in 1910 bijvoorbeeld twee van haar tekeningen, een in krijt en de ander in inkt, te zien op een expositie van de kunstenaarsvereniging Sint-Lucas in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Daarbij is overigens ook een tekening van de Utrechtse Dom. De “merkwaardige en stemmige” tekeningen van Van Heukelom springen ook de kunstcriticus Nathan Wolff van het weekblad Kunst in het oog.[14] Hij licht vervolgens enkele schilderijen uit:
Hoe geeft het uitmuntend de kalmte, de onverstoorbare rust van zoo’n boerenerf; hoe gemoedelijk staan daar die klompjes voor de deur. En wat is die knoestige, groenbemoste boom, die voor den Dom staat, prachtig weergegeven, ’t Is bizonder!

In 1911 neemt Van Heukelom vervolgens deel aan een tentoonstelling van de Utrechtse kunstvereniging Voor de Kunst. Naar aanleiding van deze tentoonstelling, waar zij samen met Klaas van Leeuwen, Willem van Leusden en Johan Vlaanderen exposeert, schrijft bijvoorbeeld een criticus met de initiaal E. in Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (21 december 1911) dat Van Heukelom liefst oude gevels, achterstraatjes en ingesloten stadstuinen schildert. Hiermee treedt ze dus in de voetsporen van Gerrit van Dokkum. Ook valt E. de sombere toon van het werk op:
een zekere trieste opvatting, gelijk die waarmede een Vincent van Gogh dergelijke onderwerpen, men denke maar eens aan diens pastorie- en warmoezenierstuinen, in zooveel sterker mate placht te aanschouwen, is er niet vreemd aan.
“Sober, verweerd en ontredderd” zijn de woorden waarmee E. met enige bewondering de schilderijen van Van Heukelom omschrijft. De trieste opvatting in het werk kan diens goedkeuring namelijk wegdragen: “door mej. Van Heukelom wordt ze met knapheid en veel toongevoeligheid doorgevoerd, wat vooral blijkt uit het Tuintje en het bekende overtuintje in Achter Sint Pieter”.
Klompjes
Sommige recensenten spreken dus vol waardering over het werk van de debuterende schilderes. Anderen slaan eerder een kritischer toon aan naar aanleiding van dezelfde tentoonstelling. Critici van Het vaderland (4 januari 1912) en van Nieuwe Rotterdamsche courant (27 december 1911) vinden het werk van de exposanten namelijk wat braaf. De eerste – dat is Grada Hermina Marius – waarschuwt Van Heukelom voor te veel gelijkvormigheid in haar tekentrant. De tweede, anonieme criticus, meent dat Van Heukeloms werk heel precies en goed getekend is, maar dat er desondanks iets ontbreekt. “Alleen de Klompjes, een boerderij met klompjes voor de deur, maakt daarop een uitzondering.”
In 1913 neemt Van Heukelom dan deel aan de tentoonstelling De vrouw 1813-1913 waarover kunstcriticus Albert Plasschaert onder diens pseudoniem Pittore een recensie schrijft in artistiek weekblad De kunst.[15] Diens vergelijking met een tekening van kunstenares Carola Hermann valt vervolgens uit in het voordeel van Sara van Heukelom:
De teekening van mej. Carola Hermann is toonloos, de lucht achter ’t venster wijkt niet, is eene coulisse, en er ontbreekt aan ’t geheel te veel de artistieke bedoeling. Deze spreekt wel uit de werken van mej. Van Heukelom, van welke no. 248, in weerwil van de overgroote preciesheid in de afbeelding, toch groote aantrekkelijkheid bezit.
Plasschaert is dus duidelijk gecharmeerd van het werk van de kunstenares. Hij spreekt van aantrekkelijkheid ondanks de precisie, terwijl volgens anderen deze zorgvuldigheid juist tot levendigheid leidt. Veel van de critici noemen dus Van Heukeloms precisie, al wordt deze nog wisselend gewaardeerd, waarbij het oordeel zich beweegt tussen voorzichtig kritisch en bijzonder complimenteus. De meningen zijn dus op zijn minst verdeeld.
Zorgen en schilderen
In 1912 trouwt Sara’s zus Octavie dan met de 14 jaar oudere Adriaan Rombach, adjunct-directeur bij de Staatsspoorwegen.[16] Het huwelijk van haar zus betekent dat de zorgtaken voor de ouders grotendeels bij Sara terecht komen en later erkent de kunstenares dat zorgen en schilderen elkaar in deze tijd afwisselen.[17] Op 9 juni 1913 trekt Sara van Heukelom dus vanuit Soestdijk bij haar ouders in die op 5 juni vanuit Utrecht naar de Utrechtseweg in Amersfoort zijn verhuisd.[18] Haar vader is inmiddels trouwens gepensioneerd.

In Amersfoort gaat Van Heukelom vervolgens teken- en schilderlessen geven waarvoor ze advertenties plaatst in bijvoorbeeld Amersfoortsch Dagblad / De Eemlander van 11 en van 12 september 1914. Ondertussen blijft ze haar werk veelvuldig tentoonstellen, soms met lovende recensies tot gevolg. Zo schrijft een criticus met de initiaal V. bijvoorbeeld in Amersfoortsch Dagblad / De Eemlander (18 februari 1916):
Amersfoort zal met groot genoegen kennis maken met deze jonge artiste!

Kort daarna hangen maar liefst 27 schilderijen en 12 tekeningen van Van Heukelom op een tentoonstelling in Hengelo samen met de batiks van textielkunstenares Ragnhild d’Ailly. De kritieken zijn opnieuw euforisch en de anonieme recensent van Twentsch dagblad Tubantia (2 mei 1916) schrijft dan over het werk de twee vrouwen: “Deze laatste tentoonstelling in dit seizoen is mee één van de mooiste, welke we dit jaar gehad hebben.”
Bremmer
In of kort na 1918 komt Van Heukelom opnieuw in contact met Henk Bremmer bij wie ze al eens een cursus volgde toen ze nog op de H.B.S. zat. Bremmer blijkt vervolgens bereid haar verder te onderwijzen. Het brengt Van Heukelom in contact met andere schilders die grote invloed op haar werk zullen hebben, onder andere met Jo Koster over wie momenteel een schitterende tentoonstelling te zien is in Museum Gouda: Jo Koster, kunstenaar, t/m 4 januari 2026.
Tussen Koster en Van Heukelom ontwikkelt zich vervolgens een hechte vriendschap, waarover meer in een volgende blogpost.
Selectie van werk
In haar werk concentreert Sara van Heukelom zich op stadsgezichten en interieurs, landschappen en stillevens. Deze signeert ze en bovendien voegt ze er vaak een datering aan toe waardoor het mogelijk is om een chronologische volgorde aan te brengen. Enige ontwikkeling is daardoor makkelijker te ontwaren. Dan blijkt bijvoorbeeld dat ze zich vanaf de jaren ’50 minder straatscènes maakt, al schildert en tekent ze ook nog af en toe een binnentuin of een zicht uit het raam. Op straat tekenen, zoals voorheen, doet ze dan niet meer. Zoals ze zelf aangeeft in een interview in 1955 ter gelegenheid van haar zeventigste verjaardag: “Je kunt niet meer buiten zitten, met het drukke verkeer”.[19] Ze gaat zich dan steeds meer toeleggen op stillevens.
Schilderijen
1914

St. Jorisstraat te Amersfoort, gesigneerd en gedateerd ‘S v Heukelom 1914’ (rechtsonder) en geannoteerd ‘St Jorisstraat’ (middenonder), olie op doek, 49 x 69 cm.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 1993-082
Bron: Museum Flehite
1915

Stilleven met schouwpendule, gemberpot en beeldje van een olifant, gesigneerd en gedateerd ‘S. van Heukelom 1915’ (rechtsboven) olieverf op doek, 26 x 46 cm.
Herkomst: Den Haag, Venduehuis Den Haag, veiling Vendue Nest Door Part 1, 26 augustus – 2 september 2024,, lot 123
Bron: Lot-Art en Artprice

Muurhuizen te Amersfoort, 1915, olie op doek, 59 x 49 cm.
Herkomst: Van Zadelhoff Veilingen & taxaties, veiling 10-11 oktober 2022, lot
Bron: Mutual Art
1916

Hellestraat met O.L.V.-toren te Amersfoort, gesigneerd en gedateerd ‘S v Heukelom 1916’ (rechtsonder) en geannoteerd ‘Hellestraat’ (middenonder), 110 x 91 cm.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 1990-007
Bron: Museum Flehite
1916

Interieur van het oude wevershuis aan de Hellestraat, gesigneerd en gedateerd ‘S v Heukelom 1916’ (rechtsonder), 89 x 69 cm.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 2013-190
Bron: Museum Flehite
1918
Gevarieerd stilleven, gesigneerd en gedateerd 1918, olie op doek, 40 x 59 mm. Herkomst: Rotterdam, Vendu Notarishuis, Kunst en Antiekveiling, 11 mei 2004, lot 94. Bron: Artprice
1924

Gezicht op Positano, gesigneerd en gedateerd ‘S van Heukelom 1924’ (linksonder), olie op doek, 60 x 50,5 cm.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 2013-108
Herkomst: Tentoonstelling Gouda, Museum Gouda, ‘Jo Koster – Kunstenaar’; tentoonstelling Amersfoort, Kunstzaal Van Gelderen, 1955 volgens C.A.S. 1955; aangekocht door Amersfoorts gemeentebestuur (vóór 1955 volgens C.A.S. 1955; tentoonstelling Rotterdam, Huize Van Hasselt, 1928, afgebeeld in Nieuwe Rotterdamsche courant (12 mei 1928), p. 17 [Delpher]; waarschijnlijk voor het eerst te zien in Den Haag, kunstzaal d’Audretsch, 1925.
Bron: Museum Flehite
1927

Boerderij Ruinemans in Zweeloo of Orvelte, gesigneerd en gedateerd S v Heukelom 19[27?] (rechtsonder), olie, afmetingen onbekend.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 1999-033
Bron: Museum Flehite
1930

Zonnebloemen, gesigneerd en gedateerd ‘S van Heukelom 1930’ (linksonder), olie op doek, 51 x 65 cm.
Herkomst: Hilversum, Veilinghuis Van Spengen, 4 oktober 2022, lot 1529; tentoonstelling Rotterdam, Van Hasselt, 1931 volgens Plasschaert in De groene Amsterdammer, nr. 2804 (28 februari 1931), p. 6 via Delpher.
Bron: Invaluable
1933
Stilleven met cactusbladeren en vijgen, gesigneerd en gedateerd ‘S. van Heukelom 1933’ (rechtsonder), olie op doek, 29,5 x 40 cm. Herkomst: Amsterdam, Christie’s, Live Auction 2403: Pictures, Watercolours and Drawings, 20 januari 1999, lot 616; Den Haag, H.P. Bremmer, nr. 11-H-2. Bron: Christie’s
1954

1955

Krokussen in pot, gesigneerd en gedateerd ‘S. van Heukelom, 1955’ (linksonder boven het tafelblad), olie op doek, 30 x 25,5 cm.
Herkomst: Den Haag, Venduehuis der Notarissen, veiling Vendue Next Door Part 1 September, 1 september 2025, lot 104.
Collectie: Nijmegen, Van Asperen.
Bron: auteur
1958

Stilleven met appels, bord en mosselschelp, 1958, 41 x 31 cm.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 1997-149.
Bron: Museum Flehite
Ongedateerd

Stilleven met houten napje, vóór 1928, afgebeeld in Nieuwe Rotterdamsche courant (12 mei 1928), p. 17 [Delpher]
Herkomst: Tentoonstelling Rotterdam, Huize Van Hasselt, 1928
Bron: Delpher

Stilleven met Keulse potten, vóór 1931 afgebeeld in De Maasbode (12 februari 1931), p. 17 [Delpher]
Herkomst: Tentoonstelling Rotterdam, Huize Van Hasselt, 1931
Bron: Delpher

Citroenen en sinaasappels, afgebeeld in C.A.S 1955, p. 7.
Herkomst: tentoonstelling Amersfoort 1955.
Bron: Delpher

Boerenerf, gesigneerd ‘S van Heukelom’ (linksonder), olie op paneel, 26 x 35,5 cm.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite,
2002-245.
Bron: Museum Flehite

Stilleven met appels en pompoenen, onleesbaar gedateerd (rechtsonder), olie op doek, 24 x 34 cm.
Herkomst: Rotterdam, Vendu Notarishuis, Kunst en Antiekveiling, 2 juni 2015, lot 1038.
Bron: Invaluable

Bloeiende appelboom op boerenerf, gesigneerd ‘[S] van Heukelom’ (linksonder), olie, afmetingen onbekend.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 1999-034
Bron: Museum Flehite
Tekeningen
1907

Zelfportret, 1907, tekening, afgebeeld in Nieuw Utrechtsch dagblad (5 februari 1955), p. 7 [Delpher]
Herkomst: tentoonstelling Amersfoort 1955 volgens Nieuw Utrechtsch dagblad (5 februari 1955).
Bron: Delpher
1912
Oudegracht, tussen Viebrug en Jansburg, 1912, waterverf. Collectie Utrechts Archief, inv. 30745. Bron: RKD
1919

Olie- en azijnstel, gesigneerd ‘Sara van Heukelom’ (linksonder), 1919, tekening, potlood op papier, 30,1 × 17,5 cm.
Collectie: Otterlo, Kröller Müller, KM 102.512
Bron: Kröller Müller

1920

Koppelpoort te Amersfoort, geannoteerd en gedateerd 1920, tekening, krijt, 42 x 59 cm.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 1000-878
Bron: Museum Flehite

Celzusterenkamer in het hofje Armen de Poth aan de Coninckstraat/Pothstraat te Amersfoort, gedateerd 1920, tekening, krijt, 43 x 65 cm.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 1000-696
Bron: Museum Flehite

Secretarishuisje aan Muurhuizen 109 te Amersfoort, gedateerd 1920, tekening, potlood, 60 x 38 cm.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 1000-040
Bron: Museum Flehite

Hellestraat met op de achtergrond de Onze-Lieve-Vrouwetoren te Amersfoort, gedateerd 1920, tekening, papier/karton.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 2002-182
Bron: Museum Flehite
1925

Langegracht te Amersfoort, gesigneerd en gedateerd 1925 (linksonder), tekening, [ ] x 40 cm.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 1000-509
Bron: Museum Flehite
1956

Huizen aan Breestraat, de Langegracht en de Krommestraat te Amersfoort. Op de achtergrond de Sint-Joriskerk, 1956, tekening, potlood in kleuren, 61 x 48 cm.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 1000-575
Bron: Museum Flehite
1960

Deuren aan een binnenplaats, 1960, gesigneerd en gedateerd ‘S van Heukelom 1960’ (rechtsboven), tekening, potlood in kleuren, 33 x 50 cm.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 2013-092.
Bron: Museum Flehite
Ongedateerd

Westsingel met schuiten, centraal het oude Sint-Pietersgasthuis, rechts de brug naar het Spui, links Museum Flehite, tussen 1915-1925, tekening, krijt op papier, 44 x 56 cm.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 1000-183
Bron: Museum Flehite

Achter het Oude Weeshuis te Amersfoort, tussen 1920 en 1926, tekening, krijt en potlood, 34 x 24 cm, tevens afgebeeld in Van Heukelom 1926 en G. Adriaans, ‘De St. Gregoriuskerk te Amersfoort’, Heemschut 4, nr. 7 (1927), p. 4 [Delpher]
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 1000-392
Bron: Museum Flehite
Breijerskameren, tekening. Collectie Utrechts Archief, inv. 31720. Bron: RKD
Vogelvluchtperspectief van Monnickendam, tekening. Herkomst: Haarlem, Bubb Kuyper: Auctioneers of Books, Fine Arts & Manuscripts, veiling 16 mei 2024, lot 4131 (20 tekeningen van verschillende kunstenaars). Bron: Invaluable

Deel van de middeleeuwse latei Gd 70 in de toenmalige Urnenkamer (nu de Prinszaal) van Museum Flehite te Amersfoort, tussen 1915-1925, tekening, 32 x 50 cm.
Collectie: Amersfoort, Museum Flehite, 1000-540
Bron: Museum Flehite
Literatuur
- Anoniem, ‘Sara van Heukelom, al haar vrije ogenblikken achter de schildersezel. Bloemen-,landschap-, stillevenschilderes deze maand 70 jaar’, Nieuw Utrechtsch dagblad (22 januari 1955), p. 7. [Delpher]
- Balk, Hildelies, De kunstpaus H.P. Bremmer 1871-1956 (Bussum: Thoth, 2006).
- C.A.S. [monogram van Cor A. Schilp], ‘Overzichtstentoonstelling van Sara van Heukelom’, Nieuw Utrechtsch dagblad (5 februari 1955), p. 7. [Delpher]
- Plasschaert, Albert, Korte geschiedenis der Hollandsche schilderkunst: van af de Haagsche School tot op den tegenwoordigen tijd (Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur, 1923). [Delpher]
- Scheen, Pieter, Lexicon Nederlandse Beeldende Kunstenaars 1750-1950, 2 vols (Den Haag: Piet A. Scheen, 1969-1970).
Noten
[1] Voor de huwelijksakte, zie Het Utrechts Archief, archief 481, inv.nr. 803-02, 24-05-1883, Amersfoort 1883, aktenr. 43 [Het Utrechts Archief].
[2] Voor de geboorteakte van Sara van Heukelom, zie Het Utrechts Archief, archief 481, inv.nr. 544-04, 29-01-1885, Amersfoort 1885, aktenr. 50 [Het Utrechts Archief] Zie ook De wapenheraut 16 (1912-1913), p. 494 [Delpher].
[3] Archief Eemland te Amersfoort, Bevolkingsregister [Archief Eemland].
[4] Voor de geboorteakte van Jan Octavio van Heukelom, zie Gelders Archief te Arnhem, archief 0207, inv.nr. 87.04, 13-10-1888, Arnhem, Geboorteregister, aktenr. 1296 [Gelders Archief]. Voor de overlijdensakte, zie id., archief 0207, inv.nr. 407.01, 18-12-1889, Arnhem, Overlijdensregister, aktenr. 1084 [Gelders Archief].
[5] Voor de geboorteakte van Octavie Charlotte Adèle van Heukelom, zie Gelders Archief, archief 0207, inv.nr. 89.05, 24-12-1891, Arnhem, Geboorteregister, aktenr. 1668 [Gelders Archief].
[6] Stadsarchief Breda, Bevolkingsregister Gemeente Breda 1815-1925, Bron: boek, Deel: 1363, Periode: 1890-1899, Breda, inv.nr. 1363, Bevolkingsregister Breda 1890-1899 deel 22 [Stadsarchief Breda].
[7] Voor Bremmer, zie Balk 2006.
[8] Het Utrechts Archief, archief 1007-2, inv.nr. 7723 [Het Utrechts Archief] en Het Utrechts Archief, Bevolkingsregister Utrecht, archief 1007-2, inv.nr. 7852 [Het Utrechts Archief].
[10] De Gooi- en Eemlander (28 januari 1935) [Delpher]. Zie ook Plasschaert 1923, p. 188 en Scheen 1969-1970, vol. 1, p. 473.
[11] Zie ook Maandblad gewijd aan de belangen van het teekenonderwijs en de kunstnijverheid in Nederland 22, nr. 4 (1905), p. 27 [Delpher].
[12] Het Utrechts Archief, Bevolkingsregister Utrecht, archief 1007-2, inv.nr. 7852 [Het Utrechts Archief].
[13] Scheen 1969-1970, vol. 1, p. 473.
[14] N.H. Wolf in De kunst; geïllustreerd weekblad voor tooneel, muziek, beeldende kunsten, letteren, bouwkunst en nijverheid 2, nr. 121 (21 mei 1910), p. 3 [Delpher].
[15] Pittore in De kunst 5, nr 288 (2 augustus 1913), p. 693 [Delpher].
[16] Het Utrechts Archief, archief 463, inv.nr. 528-03, 16-08-1912, Utrecht 1912, aktenr. 596 [Het Utrechts Archief].
[18] Archief Eemland te Amersfoort, Bevolkingsregister [Archief Eemland].