Talentvolle doeken

Verschillende tentoonstellingsrecensenten roemen de talentvolle doeken van Cina van Es (1849-1891). Helaas heeft het talent van de veelzijdige schilderes van stillevens, portretten en genrestukken weinig tijd om tot volle rijpheid te komen, want ze overlijdt al op 42-jarige leeftijd. Weinig kunsthistorici hebben zich sindsdien over haar gebogen. Toch maken de lovende recensies in combinatie met de weinige gegevens over haar leven nieuwsgierig. Kunstenaarsbiograaf Pieter Scheen (1981) schreef bijvoorbeeld dat Van Es van 1880 tot 1885 exposeert, terwijl in de databases van het RKD schilderijen van haar zijn opgenomen met dateringen in de jaren 1870. Haar naam vond ik dan ook terug – zij het onjuist gespeld – in een catalogus van 1873. Ook verschafte een duik in archieven een schat aan informatie over de roerige jeugd van deze getalenteerde kunstschilderes.

Gemoedsziekte

Cina van Es (1849-1891) wordt op 27 april 1849 op Terschelling geboren. [1] Haar moeder Clasina Maria Rietveld, geboren in ‘s-Heerenberg, was op 23 december 1846 in Doesburg getrouwd met Nicolaas van Es. [2] Hij is dan kadet op een kanonneerboot. Vlak na het huwelijk verhuizen ze naar Terschelling waar eerst hun zoon Nicolaas Jan Adriaan Pieter Helenus van Es (1847) en daarna hun dochter Cina Maria Charlotta Jacoba (1849) wordt geboren. [3] Kort daarop verhuist het gezin weer naar Doesburg. [4] Op Terschelling wonen ze dus niet lang.

Het gaat het gezin in Doesburg niet voor de wind. Op 10 juni 1857 wordt Nicolaas Adriaan van Es namelijk opgenomen in een gesticht vanwege een “gemoedsziekte”. [5] Wat die ziekte precies inhoudt, wordt uit het patiëntregister echter niet duidelijk. In augustus ontslaat de arts Nicolaas Adriaan van Es weer omdat deze dan “genoegzaam hersteld is om tot het gewoon maatschappelijk leven terug te keeren.” Of de arts gelijk heeft, valt achteraf niet te staven. Vast staat wel dat Cina’s vader, dan gepensioneerd kapitein luitenant ter zee, op 12 maart 1858 overlijdt. [6] Hij is dan pas 49 jaar oud.

Clasina Maria Rietveld blijft in Doesburg achter met twee jonge kinderen, van 10 en 8 jaar oud.

Breda en Den Haag

In 1864 wordt de dan 16-jarige Nicolaas benoemd tot kadet der artillerie aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. [7] Zijn moeder verhuist vervolgens, samen met Cina, mee naar de stad Breda. [8] Moeder en dochter wonen er meer dan 10 jaar, tot 1875. Dan verhuizen ze naar Den Haag. [9] In de catalogus van een tentoonstelling in Den Haag 1881 waaraan Cina meedoet, staat bovendien een adres. Op dat moment wonen ze aan de Laan Copes van Cattenburch, nr. 51. (zie ook Tentoonstellingsoverzicht)

Cina van Es, Breiende vrouw, gesigneerd en gedateerd 1876 (linksonder), olie op doek.
Collectie onbekend. Bron: RKD Images

In 1885 trouwt Cina met jonkheer Bernard Lodewijk Teding van Berkhout in 1885. [10] Mogelijk kent ze hem al uit haar tijd in Breda. Hij woonde daar immers met zijn eerste vrouw. Bovendien was hij toen leraar Engels aan de Koninklijke Militaire Academie waar Cina’s broer kadet was. [11]

Met het huwelijk komt er een einde aan Cina’s tentoonstellingsdeelname. In de tijd dat ze getrouwd is komt haar naam in ieder geval niet in tentoonstellingscatalogi voor. Dat wil echter niet zeggen dat ze stopt met schilderen. In 1887 hangt er bijvoorbeeld nog een bloemstilleven van haar bij kunsthandel Firma Goupil in Den Haag. Ook doneert ze in 1889 een schilderij voor een tentoonstelling met verkoop waarvan de opbrengsten ten goede komen aan de Haagse vereniging ‘Licht, Liefde, Leven’. Daaraan doen ook andere gevestigde Haagse schilders mee, zoals Kate Bisschop-Swift en haar man, Margaretha Roosenboom en Jozef Israëls.

In 1891 overlijdt Cina van Es. Ze is dan nog relatief jong, pas 42 jaar oud. [12]

Opdrachten

Hoogstwaarschijnlijk krijgt Cina van Es al in Breda haar eerste schilderlessen. Sommige van haar schilderijen zijn immers gedateerd in de jaren 1870. Tijdens haar verblijf in Breda krijgt ze bovendien opdrachten, zoals voor een portret van de 3-jarige Thérèse Louise van Limburg Stirum. Die is op 24 februari 1868 in Breda geboren en woont in 1871, ten tijde van het portret, ook in Breda. [13] Haar vader – graaf van Limburg Stirum – is daar immers rentmeester van de domeinen van Z.K.H. Frederik, Prins der Nederlanden.

Cina van Es, Portret van Thérèse Louise van Limburg Stirum, gesigneerd en gedateerd 1871 (linksonder), olie op doek.
Collectie onbekend. Bron: RKD Images

De opdracht laat zien dat Cina dan al opdrachten krijgt in adellijke kringen en daar als jonge schilderes bekendheid geniet. Het zijn mogelijk contacten die ze opdoet via het echtpaar Teding van Berkhout die ze dan mogelijk al kent. Dat echtpaar verkeert immers in dezelfde adellijke kringen als de familie Van Limburg Stirum.

Eerstbeginnende

In 1871 is Cina van Es dus actief als schilderes. Inderdaad leert een speurtocht door de catalogi uit de tijd dat ze in 1873 al voor de eerste maal deelneemt aan een tentoonstelling. Daarvoor stuurt de 24-jarige schilderes een stilleven aan het organiserend comité in Rotterdam. In de catalogus wordt haar naam echter geschreven als “Mej. Fina van Es, te Breda”.

Haar volgende tentoonstelling lijkt echter pas weer in 1880 te zijn. Dan herkent een recensent van Algemeen handelsblad in haar stillevens een ontluikend talent:

Ook ontluikende talenten, die voor de toekomst beloven, bevat dit salon. Niet alleen het “portret van mevr. H.” door mej. Bramine Hubrecht, maar de inzendingen der dames Pruys van der Hoeven en Cina van Es toonen, dat op het gebied der plastische kunsten de mededinging der vrouw ernstig gemeend is.

Algemeen Handelsblad (3 oktober 1880), p. 5 via Delpher

Ook een andere recensent onderkent “den goeden aanleg dezer jeugdige artiste” in Algemeen Handelsblad (22 oktober 1880). Ook een criticus van Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (24 mei 1881) onderkent het talent van de “eerstbeginnende”.

[Cina van Es] verraadt in haar “mandoline speelster” en vooral in haar “stilleven”, welk opmerkelijk schilderij in een der hoeken van de kleine zaal hangt, voor een eerstbeginnende een groote mate van begrip van de techniek en veel vaardigheid om van haar gevoel voor de kleur op het doek rekenschap te geven.

Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (24 mei 1881), p. 5 via Delpher

Cina van Es’ schilderscarrière neemt dus een vlucht, als ze eenmaal in Den Haag woont. Haar werk wordt bij deze tentoonstelling bovendien verkocht volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (27 juni 1881).

Kleurgebruik

Ook bij volgende tentoonstellingen blijven de recensenten meestal lovend. Ter illustratie, haar Stilleven verdient “zeer eervolle vermelding”, zo staat in een recensie van de Rotterdamse salon in Het vaderland (11 juli 1882). “Een aardig kopje is Penserosa van Mej. Van Es” schrijft een ander in Rotterdamsch nieuwsblad (10 juli 1882) over dezelfde Rotterdamse tentoonstelling. Kunstcriticus Anton Cornelis Loffelt, ten slotte karakteriseert een portret van een rechterlijk ambtenaar op de Koloniale Tentoonstelling als “een vrij expressieve, goed gelijkende afbeelding ” in Het vaderland (28 juni 1883).

Toch zijn niet alle kritieken even positief. Het meeste commentaar op het werk van Cina betreft doorgaans het – door anderen juist geprezen – kleurgebruik. Voorbeelden daarvan zijn de recensie van Johan Gram in Algemeen Handelsblad (5 november 1881), van een anonymus in De Tijd (17 april 1882) over de tentoonstelling van kunstwerken door vrouwen vervaardigd (1882) en van een anonieme recensent tot lot in Rotterdamsch nieuwsblad (8 juni 1885). Het zijn slechts enkele tegengeluiden.

Onder de besten

Hoe subjectief de recensies zijn, blijkt wel uit een vergelijking met andere tentoonstellingskritieken. Vanaf 1883 wordt Cina van Es namelijk in een adem genoemd met de beroemdste Nederlandse bloem- en stillevenschilders, zoals Margaretha Rooseboom, Gerardine van de Sande Bakhuyzen, Sientje Mesdag-Van Houten, Adriana Haanen en Maria Vos. Geregeld figureert ze dan in opsommingen van het beste wat te zien is. Zoveel mag bijvoorbeeld duidelijk worden met een greep uit de recensies van de koloniale tentoonstelling in Amsterdam in 1883:

Want het moet gezegd worden, dat er talent spreekt uit de “rozen” van mej. Abrahams, uit de “vruchten” en “azalea’s” van mevr. Mesdag, uit de smaakvol gegroepeerde “chrysanthema en clematis” van mej. C. Van Es en uit de “bloemen” van Gabriel.

– ‘Internationale Koloniale’, Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (29 juni 1883), p. 6 via Delpher

Bloemen, vruchten, stilleven in ’t algemeen zijn weder waardig vertegenwoordigd in de talentvolle doeken der dames Rooseboom, Van de Sande Bakhuijzen, Mesdag-Van Houten, Haanen, Vos, Hogendorp-’s Jacob, Cina Van Es, Sarah Hendriks en Molijn

– ‘De Schilderijen op de Koloniale Tentoonstelling’, Het vaderland (14 juli 1883) via Delpher

De schilders in de rijtjes waarin Cina van Es figureert, zijn niet de minste, zo blijkt. Haar werk op de Rotterdamse tentoonstelling in 1885 hoort eveneens tot het beste wat er aan stillevens aanwezig is. Daarover zijn recensenten van Het vaderland, Algemeen Handelsblad en Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage het met elkaar eens:

Gedenken we ook het werk van de dames Galand, Cina van Es, Van Geuns, Hendriks, de Haas en de heeren C. S. Stortenbeker, (helaas overleden !), Blommers , en Hamm, van Munchen.

Het vaderland (13 juni 1885) via Delpher

de dames M. Molijn, Caland, Van Geuns, Cina Van Es, Hendriks, Van Hogendorp, Schouten, Robertson en mejuffrouw Opzoomer, last not least, in zoo menig opzicht hoog begaafd, leverden verdienstelijke proeven in dit genre [stilleven].

Algemeen Handelsblad (19 juni 1885) via Delpher

onder de vruchten en stillevens zijn zeer te roemen de schilderijen van Sarah Hendriks, Louise Van der Beek (blauwe druiven), Cornelia Schouten, Cina Van Es, Suze Robertson en mej. Opzoomer.

Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (25 juni 1885), p. 7 via Delpher

Dit zijn slechts een paar voorbeelden om te laten zien hoe recensenten het werk van Van Es ontvangen.

Schilderende broer

Samenvattend kunnen we dus stellen dat Cina van Es na haar verhuizing naar Den Haag in 1880 haar werk met succes tentoonstelt. Volgens kunstenaarsbiograaf Pieter Scheen exposeert Cina van Es ook in Arnhem in 1890, maar dit lijkt echter een misvatting. Waarschijnlijk gaat het hier om haar broer Nicolaas Jan Adriaan Pieter Helenus van Es (1847-1921). Aan zijn schildertalent als amateur refereren schrijvers van een in memoriam bij zijn overlijden:

Zijne militaire dienst en latere letterkundige werkzaamheden hebben belet, dat zijn sensiviteit als schilder tot volle rijpheid gekomen is.

– Van Haersolte van den Doorn en De Bas 1921, p. 54 via dbnl.

Dat het gedenkstuk in het jaarboek gewijd aan Nederlandse letterkunde wordt geplaatst, hoeft niet te verbazen. Immers, het gedenkboek van het eeuwfeest der Rijdende Artillerie dat Nicolaas schrijft over het Korps Rijdende Cavalerie, is zijn grootste artistieke prestatie. [14] Hij werkt er maar liefst enkele jaren aan en financiert het project waarschijnlijk uit eigen zak. Van de uitgave in beperkte oplage schenkt hij exemplaren aan de koningin-moeder Emma, koningin Wilhelmina, prins Hendrik, keizer Wilhelm en andere vorstelijke personen, evenals aan hoge officieren.

Gedenkboek

Voor het lijvige boekwerk in meerdere delen verzorgt hij bovendien samen met andere kunstenaars de illustraties. Hoewel de precieze taakverdeling tussen de verschillende illustratoren nog verder onderzoek verdient, kan er wel een globale verdeling worden vastgesteld. De tekeningen van veldslagen en -tochten lijken vooral van de hand van Jan Hoynck van Papendrecht (1858-1933) en Willem Constantijn Staring (1847-1916), terwijl Heinrich Martin Krabbé (1868-1931) de meeste portretten tekende.

Van Es zelf lijkt zich vooral te hebben toegelegd op tekeningen van steek- en vuurwapens alsook enkele portretten.

Nicolaas van Es, Eresabel aangeboden aan kolonel A.R.W. Gey van Pittius, gesigneerd en gedateerd ‘v Es 97’ (rechtsonder), in deel 4 van Nicolaas van Es, Het Historisch Museum (Arnhem 1898), p. 111. Eigendom Stichting Museum der Rijdende Artillerie. Bron: Korps Rijdende Artillerie

Het magnum opus deed de schrijvers van het in memoriam uitroepen dat Van Es “al zijn liefde voor het korps, … al zijn kennis, al zijn talent als schrijver en kunstenaar in zijn kostbare geschriften uitgestort” heeft. [15] Het boek heeft er dan ook voor gezorgd dat Nicolaas van Es niet is vergeten.

De Vierjaarlijkse in Arnhem

Behalve als militair-chroniqueur spant Nicolaas van Es zich jaren achtereen als organisator van tentoonstellingen in Arnhem. Lange tijd maakt hij bijvoorbeeld actief deel uit van de Vereeniging tot het Inrichten van Gemeentelijke Tentoonstellingen van Kunstwerken van Levende Meesters die vierjaarlijks plaatsvinden in Arnhem. Tegelijkertijd is hij lid van het comité van toelating tijdens de tentoonstellingen in 1893, 1879, 1901 en 1905. Bovendien is hij in 1909 en 1913 tevens voorzitter van de vereniging.

Pagina uit de catalogus van de Arnhemse tentoonstelling met de namen der commissieleden onder wie N.J.A.P.H. van Es, 1890. Bron: RKD Library

Meermaals maakt hij van de gelegenheid gebruik om ook zelf op die tentoonstellingen te exposeren. Zo is hij dus lid van het comité van toelating voor de tentoonstelling in 1890 waar ook twee schilderijen van hemzelf te zien zijn, namelijk In de recreatiezaal (nr. 105) en Zwaar vermoeid (nr. 106). Zijn werk is er ook te zien in 1901, 1905 en 1909. In die tijd gebeurt het overigens veel vaker dat leden van de organisatie zelf als schilder ook deelnamen. Nicolaas van Es is daarin dus geen uitzondering.

De tentoonstellingsdeelname van Nicolaas van Es zorgt wel voor latere verwarring tussen broer en zus, ook al exposeert Nicolaas voornamelijk nadat Cina is overleden. Scheen schreef namelijk dat Cina van Es in 1890 in Arnhem exposeert, maar daar is haar werk niet te zien. Wel hangen er dan schilderijen van haar broer die vaker in Arnhem tentoonstelt (1890, 1901, 1905 en 1909). Buiten Arnhem is zijn werk echter niet te zien.

Amsterdam, Den Haag en meer

Scheens opmerking dat Cina van Es “in 1873 in Breda, daarna in Den Haag” woont en werkt, kan dus iets aangescherpt worden: Van 1864 tot 1875 woonde Van Es met haar moeder in Breda. Dan verhuizen ze naar Den Haag. Bovendien schreef Scheen dat ze haar werk van 1880 tot 1885 (en in 1890) tentoonstelt. Feitelijk begint ze daarmee al eerder. In 1873 hangt er immers al een stilleven van haar op een Rotterdamse tentoonstelling.

Als ze in 1885 trouwt, komt een einde aan tentoonstellingsdeelname, maar niet aan schilderen. Ze exposeert in 1887 bijvoorbeeld bij en galerie en ze stelt ook werk beschikbaar voor liefdadige doeleinden. Ten slotte vermeldde Scheen in zijn biografie dat Van Es te Amsterdam en Den Haag exposeert en daaraan zijn meer plaatsen toe te voegen. Vanuit Breda zendt Van Es immers werk naar Rotterdam en daarna zal ze nog vaker in Rotterdam exposeren evenals in Amsterdam, Den Haag, Goes en Zutphen. In Arnhem exposeert ze bij mijn weten echter niet.

Reden tot nieuwsgierigheid

Haar broer Nicolaas van Es kreeg na zijn dood in 1921 een uitvoerig in memoriam waarin de schrijvers zijn prestaties op militair en literair vlak breed uitmeten. Daarnaast memoreren zij het schildertalent van Nicolaas van Es dat nooit “tot volle rijpheid [is] gekomen”. Hetzelfde had ook geschreven mogen worden van Cina van Es. Ook zij legt namelijk als jonge schilderes talent aan de dag, zoals diverse recensenten gedurende haar leven al onderkennen. De kunstenares is bovendien veelzijdig, want ze schildert stillevens, portretten en figuren, zoals Hanenplukster en Mandolinespeelster. Het schilderij van een breiende vrouw, dat in 1977 bij kunsthandelaar L.F.H. van Mulken gesignaleerd werd (hierboven afgebeeld), is een voorbeeld van een typerende figuurvoorstelling.

De aandacht voor Cina van Es ebt echter snel weg na haar overlijden, zoals wel vaker bij vrouwelijke kunstenaars, hoe succesvol ze tijdens hun leven ook zijn. Dat is jammer, want de carrières van vrouwen zoals de jong gestorven Van Es geven alle reden tot nieuwgierigheid.


Tentoonstellingen

Hieronder volgen eerst de tentoonstellingen waaraan Cina van Es deelnam, daaronder die van haar broer Nicolaas of N.J.A.P.H van Es. De samenstelling ervan is op basis van krantenberichten en tentoonstellingscatalogi (verderop opgesomd) te vinden op de onovertroffen websites van de KB (Delpher) en het RKD.

Cina van Es

Rotterdam 1873: Tentoonstelling der schilder- en kunstwerken, op de tentoonstelling door de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen

  • “Stil leven” (nr. 103) als Mej. Fina van Es, te Breda

Amsterdam 1880: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters

  • “Studie-kop” (nr. 85)
  • “Stilleven (Salm)” (nr. 86)
  • “Stilleven (Faisant)” (nr. 87)
  • “Stilleven” (nr. 88)

Den Haag 1881: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te ’s Gravenhage [ook in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (24 mei 1881), p. 5 via Delpher]

  • “Mandolinespeelster” (nr. 98)
  • “Stilleven” (nr. 99) [verkocht volgens Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (27 juni 1881) via Delpher]

Amsterdam 1881 (Arti et Amicitiae): Catalogus van de tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitae

  • “Pioenrozen” (nr. 79)

Goes 1881: Tentoonstelling van kunstwerken op het gebied van schilder- en teekenkunst vervaardigd door binnenlandsche of buitenlandsche Levende Meesters, 4 juni – 30 juni

  • “Een Haneplukster” (nr. 57)
  • “Een Bloemstuk” (nr. 58)

Zutphen 1881: Tentoonstelling van schilderijen van levende Nederlandsche meesters, geopend door de kunstvereeniging Pictura (ook genoemd in Zutphensche courant (11 mei 1881) via Delpher)

  • “Studiekop” (nr. 51)
  • “Portret van Jonkvr S.M.A.” (nr. 52)

Amsterdam 1882 (Arti et Amicitiae): Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitae

  • “Penserosa” (nr. 53)

Amsterdam 1882: Tentoonstelling van kunstwerken door vrouwen vervaardigd, in de kunstzaal van het Panoramagebouw (ook in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (2 augustus 1882), p. 3 via Delpher)

  • “Stilleven” (nr. 16)
  • “Hanenplukster” (nr. 17)
  • “Studiekop” (nr. 18)

Rotterdam 1882: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken, in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen (ook in Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (6 juni 1882), p. 1 via Delpher)

  • “Stilleven” (nr. 92)
  • “Penserosa” (nr. 93)

Amsterdam 1883: Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitae

  • “Stilleven” (nr. 47)
  • “Portret, studie” (nr. 48) als Mej. Lina van Es, Amsterdam

Amsterdam 1883: Internationale koloniale en uitvoerhandel-tentoonstelling, vanaf 1 mei – 30 september

  • “Chrysanthema en climatis” (nr. 53)

Rotterdam 1885: Tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken, in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen

  • “Rebecca” (nr. 105)
  • “Stilleven” (nr. 106)

Den Haag 1887: Firma Goupil op de Plaats [volgens Haagsche courant (4 oktober 1887), p. 2 via Delpher.

  • “Rozen”, als Mevr. Teding van Berkhout-Van Es

Den Haag 1889: Tentoonstelling en verkoop ten voordeele van de vereniging ‘Licht, Liefde, Leven’ [volgens Het vaderland (4 februari 1889), p. 8 via Delpher]

  • onbekend

Nicolaas van Es

Nicolaas van Es of N.J.A.P.H van Es exposeert uitsluitend in Arnhem waar hij woont en deel uitmaakt van de Vereeniging tot het inrichten van Gemeentelijke Tentoonstellingen van Kunstwerken van Levende Meesters.

Arnhem 1890: Internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, 17 juli – 15 september

  • “In de recreatiezaal” (nr. 105)
  • “Zwaar vermoeid (Aquarel.)” (nr. 106) als N.J.A.P.H van Es, Arnhem, Euseb. buitens. 16

__ 1901: Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem (tweede vierjaarlijksche), 15 juni – 1augustus

  • “Aan den Eusebiusbuitensingel te Arnhem” (nr. 90)
  • “Idem” (nr. 91), als N. J. A. P. H. van Es, Arnhem.

__ 1905: Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem in Musis Sacrum (derde vierjaarlijksche), 15 juli – 28 augustus

  • “Koppelpoort te Amersfoort” (Teekening) (nr. 71)
  • “Pioenrozen” (nr 72)

__ 1909: Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem in Musis Sacrum (vierde vierjaarlijksche), 10 juli – 22 augustus

  • “Studiekop” (nr. 79) als N. van Es

Literatuur

Catalogi

  • Cat. Amsterdam 1880. Tentoonstelling van kunstwerken van Levende Meesters te Amsterdam in den jare 1880 (Amsterdam: Stads-Drukkerij), p. 8. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1883. Internationale koloniale en uitvoerhandel-tentoonstelling. Catalogus van de Nederlandsche afdeeling der galerij van schoone kunsten (Amsterdam: gebroeders Binger), p. 18. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1881 (Arti et Amicitiae). Catalogus van de tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitae (Amsterdam: Erven H. van Munster & zoon), p. 8. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1882 (Arti et Amicitiae). Catalogus van de tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitae (Amsterdam: Erven H. van Munster & zoon), p. 7. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1883 (Arti et Amicitiae). Catalogus van de tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters in de kunstzalen der Maatschappij Arti et Amicitae (Amsterdam: Erven H. van Munster & zoon), p. 6. [RKD Library]
  • Cat. Amsterdam 1882 (Panorama-gebouw). Catalogus van de tentoonstelling van kunstwerken door vrouwen vervaardigd, in de kunstzaal van het Panorama-gebouw, Plantage tegenover Artis (Amsterdam: Roeloffzen & Hübner), p. 5. [RKD Library]
  • Cat. Arnhem 1890. Internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem, 1890 (Arnhem: Van Mastrigt & Verhoeven) p. 12. [RKD Library]
  • Cat. Arnhem 1901. Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem : tweede vierjaarlijksche (Arnhem: G.J. Thieme), p. 13. [RKD Library]
  • Cat. Arnhem 1905. Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem in Musis Sacrum (Arnhem: G.J. Thieme), p. 11. [RKD Library]
  • Cat. Arnhem 1909. Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Arnhem in Musis Sacrum (Arnhem: G.J. Thieme), p. 12. [RKD Library]
  • Cat. Den Haag 1881. Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te ’s Gravenhage 1881 (Den Haag: Carpentier), p. 14. [RKD Library]
  • Cat. Goes 1881. Catalogus van de tentoonstelling van kunstwerken op het gebied van schilder- en teekenkunst vervaardigd door binnenlandsche of buitenlandsche Levende Meesters (Goes: S.J. de Jonge), p. 9. [RKD Library]
  • Cat. Rotterdam 1873. Catalogus der schilder- en kunstwerken, op de tentoonstelling door de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1873 (Rotterdam: s.pub.), p. 11. [RKD Library]
  • Cat. Rotterdam 1882. Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken, in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1882 (Rotterdam: s.pub.), p. 11. [RKD Library]
  • Cat. Rotterdam 1885. Catalogus der tentoonstelling van schilderijen en andere kunstwerken, in het gebouw der Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, in 1885 (Rotterdam: s.pub.), p. 12. [RKD Library]
  • Cat. Zutphen 1881. Tentoonstelling van schilderijen van levende Nederlandsche meesters, geopend door de kunstvereeniging Pictura (Zutphen: W.J. Thieme), p. 8. [RKD Library]

Verder

  • Norbert Hostyn en Willem Rappard, Dictionaire van Belgische en Hollandse bloemenschilders geboren tussen 1750 en 1880 (Knokke-Zoute: Berko, 1995), p. 203.
  • Pieter A. Scheen, Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, herziene ed. (Den Haag: Scheen, 1981), p. 141.
  • J. Kapelle e.a., Magie van de Veluwezoom (Arnhem 2006), p. 187, 193.
  • C.W.A. baron van Haersolte van den Doorn en François de Bas, ‘Levensbericht van Nicolaas Jan Adriaan Pieter Helenus van Es’, Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1921), p. 47-56. [dbnl]

Noten

[1] Voor de geboorteakte van Cina van Es, zie AlleFriezen, BS Geboorte Burgerlijke Stand Terschelling – Tresoar, Bron: boek, deel: 1007, periode: 1849, Terschelling, 28 april 1849, geboorteregister 1849, aktenr 21 [Alle Friezen].

[2] Huwelijksakte: Gelders Archief te Arnhem, BS Huwelijk Burgerlijke stand Gelderland, dubbelen, Doesburg, archief 207, inv. nr 5677.09, 23-12-1846, Doesburg, Huwelijksregister, aktenr 28 [Gelders Archief]

[3] Geboorteakte van zoon. Zie AlleFriezen te Leeuwarden, BS Geboorte Burgerlijke Stand Terschelling – Tresoar, Bron: boek, deel: 1006, periode: 1847, Terschelling, archief 30-36, inv, nr 1006, 19 november 1847, Geboorteregister 1847, aktenr 82 [Alle Friezen].

[4] In Doesburg bevalt Clasina Maria Rietveld op 10 augustus 1850 van een levenloos kind. Zie Gelders Archief te Arnhem, BS Overlijden Burgerlijke stand Gelderland, dubbelen, Doesburg, archief 207, inv. nr 5639.09, 10-08-1850, Doesburg, Overlijdensregister, aktenr 54 [Gelders Archief].

[5] Patientregister van het gesticht te Zutphen: Regionaal archief Zutphen te Zutphen, Patientregister Bron: register, deel: 960, periode: 1853-1860, Zutphen, archief 110, inv. nr 960, bevolkingsregister ONG, opgenomen patiënten periode 1853-1860 [Regionaal archief Zutphen].

[6] Voor de overlijdensakte van Nicolaas Adriaan van Es, zie Gelders Archief te Arnhem, BS Overlijden Burgerlijke stand Gelderland, dubbelen, Doesburg, archief 207, inv.nr 5638.06, 13-03-1858, Doesburg, Overlijdensregister, aktenr 29 [Gelders Archief]

[7] Van Haersolte van den Doorn en De Bas 1921, p. 48, n. 1. [dbnl]

[8] Stadsarchief Breda, Bevolkings­register Gemeente Breda 1815-1925, Bron: boek, deel: 1281, periode: 1860-1869, Breda, inv. nr1281, Bevolkingsregister Breda 1860-1869 deel 09 [Stadsarchief Breda].

[9] Stadsarchief Breda, Bevolkingsregister Gemeente Breda 1815-1925, Bron: boek, deel: 1301, periode: 1870-1879, Breda, Bevolkingsregister Breda 1870-1879 deel 07 [Stadsarchief Breda].

[10] Haags Gemeentearchief te Den Haag, BS Huwelijk Ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage, archief 335-01, inv. nr 697, 20-05-1885, huwelijksakten Den Haag, aktenr 347 [Haags Gemeentearchief]. Zie ook de huwelijksaankondiging in Haagsche courant (11 mei 1885), p. 7. [Delpher].

[11] ‘Berkhout, Willem Pieter Adriaan Teding van’, in Nieuw Nederlands Woordenboek, red. P.J. Blok en P.C. Molhuyzen, dl 4 (1918), p. 140-141 [dbnl].

[12] Haags Gemeentearchief te Den Haag, BS Overlijden Ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage, ‘s-Gravenhage, archief 335-01, inv. nr 1376, 13-08-1891, overlijdensakten Den Haag, aktenr 2205 [Haags Gemeentearchief].

[13] Stadsarchief Breda, Bevolkingsregister, Gemeente Breda 1815-1925, Bron: boek, deel: 1309, periode: 1870-1879, Breda, Bevolkingsregister Breda 1870-1879 deel 15 [Stadsarchief Breda].

[14] Nicolaas van Es, Het Historisch Museum van het Korps Rijdende Artillerie, vijfdelige korpsgeschiedenis (in tien foliobanden), met ill. van Hoynck van Papendrecht en anderen en ornamentatie van Colenbrander en Roskam. Zie Nationaal Militair Museum collectie online, object 00077746. Voor volledig gedigitaliseerde versie, zie Korpsgeschiedenis Van Es op de website Korps Rijdende Artillerie.

[15] Van Haersolte van den Doorn en De Bas 1921, p. 54.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top