Insignes van Nazareth in Aken

Pelgrims brachten in de middeleeuwen allerlei souvenirs met zich mee uit het Heilig Land, maar veel over de aard en het uiterlijk ervan is nog onduidelijk. Er is immers maar een fractie van overgeleverd. Van de weeromstuit worden sommige objecten te snel als souvenirs uit het Heilig Land bestempeld. In het verleden zijn bijvoorbeeld insignes met de verkondiging wel toegeschreven aan Nazareth. In deze plaats verkondigde de engel immers aan Maria dat zij zwanger zou worden. Er zijn echter sterke aanwijzingen dat pelgrims de insignes van Nazareth in Aken kochten, niet in het Heilig Land.

Heilig Land

De eerste christelijke pelgrims reisden al naar het Heilige Land om de plaatsen te bezoeken waar Jezus had geleefd. In juli 1187 hadden moslims onder leiding van sultan Saladin de stad Jeruzalem en het Heilige Land heroverd op de kruisvaarders. Dit betekende niet dat pelgrims uit het westen van Europa er niet meer heen gingen. Na de verovering mochten christenen van de sultan nog steeds priesters en diakenen installeren op christelijke cultusplaatsen. De volgende sultan garandeerde de pelgrims bovendien een veilige doortocht.

Pelgrims in de stad Nazareth
Pelgrims in de stad Nazareth, miniatuur, ca. 1410-20, in Riccoldo da Monte di Croce, Liber peregrinationis, vertaald in het Frans door Jean le Long. Parijs. Bibliothèque nationale de France, Département des Manuscrits. Français 2810, f. 270r. Bron: Gallica

Ruïne van Nazareth

In april 1263 liet sultan Baibars de kerk in Nazareth slopen, tegelijkertijd met enkele andere christelijke bouwwerken. Toch bleef ook Nazareth, op een dagreis van Akko, een geliefde bestemming, ook nog in de 15de eeuw.

Ambrosius Zeebout die de reis van pelgrim Joos van Ghistele op schrift stelde, schreef bijvoorbeeld:

Daar waar Maria Moeder van God de boodschap ontving, heeft een mooie grote kerk gestaan, tegen de hiervoor genoemde berg waar het huis van Nazareth eerst stond … maar nu is deze kerk verwoest zodat men er nauwelijks meer iets ziet behalve de zijmuur aan de kant van de grote zee. Die staat nog een beetje overeind. En daar tegenaan hebben de heidenen hun moskee gemaakt – dat is hun heiligdom.

daer [waar] Maria de Moeder Gods ghebootscipt was, heeft ghestaen eene schoone, groote keercke, hanghende ghenouch anden voorseyden beerch daer de stede van Nazareth up plocht te stane … maer nu ter tijt zo es zoe al ghedestrueert zo datmer nauwe eenich bescheet af ghesien en can, dan den zijtmuer ter grooter zee waert, die staet noch wat over hende, anden welken de heydenen ghemaect hebben haerlieder moskea, dats haerlieder tempel. 

– Ambrosius Zeebout, Tvoyage van Mher Joos van Ghistele, II: 41 (ed. Gaspar, pp. 122-23).

Verkondigingsgrot

Zeebout bespeurde slechts nog restanten van de grote kerk die de kruisvaarders daar aan het begin van de 12de eeuw hadden laten bouwen. Wat was er nog wel te zien? Reizigers die het heiligdom in Nazareth beschrijven, spreken van een grot. Deze was te bereiken door enkele trappen af te dalen.

In deze [grot] is een mooie kerk ingericht. Bij het koor is een kapel waar de boodschap werd ontvangen dat Maria onze heer zou ontvangen. In de kapel staat een kleine zuil waar de engel stond, toen hij over Jezus vertelde. En zijn afbeelding is in de zuil afgedrukt, als in een zegel.

Jn desser is ghebuwet ene schone kerke; dar by dem chore is eyne capelle, dar godes bodeschop gheworuen ward, dar Maria vnsen heren entfing. Jn der cappellen steyt ene cleyne zule, dar de engel stund, do he Ihesum bodesschoppede; vnde zyne figure is in der sulen alze in eyn ingheseghel drucket.

Ludolf von Sudheim Reise ins heilige Land. Nach der Hamburger Handschrift, red. Ivar von Stapelmohr (Lund 1937), p. 157 [zoals geciteerd in Kienhorst 1999, p. 58].

Zo geven de pelgrimsverslagen allerlei interessante informatie over de inrichting en toestand van de verkondigingsgrot. Bij de interpretatie van de gegevens hoort wel een zeker voorbehoud, want schrijvers herhalen elkaar. Bovendien kleurde wat zij wilden zien, hun blik.

Souvenirs

Pelgrims namen hun eigen spullen mee, zoals ringen en gebedssnoeren, om ze in aanraking te brengen met de relieken op de cultusplaats. Daarmee hoopten ze dat de voorwerpen de heilzame werking van de heilige plaats zouden overnemen. Pelgrims verzamelden ook souvenirs ter plekke. Dit kon van alles zijn, van palmtakken tot gedroogde bloemen, een beetje zand of stukjes steen.

Ten slotte vervaardigden ambachtslieden voorwerpen, speciaal voor de verkoop aan pelgrims. Pelgrims kochten ampullen die ze op de heilige plaatsen konden vullen, bijvoorbeeld met een beetje olie van lampen, een andere vloeibare stof of een beetje aarde. De vroegst bekende christelijke bedevaartampullen maakte men van terracotta of glas. Later gebruikte men hiervoor ook een tinloodlegering.

Op diverse plekken in en rond Jeruzalem waren substanties te verkrijgen die de moeite van het verzamelen waard waren. Zo schreef de eerder genoemde Ambrosius Zeebout over Nazareth:

Bovenaan de genoemde berg waar het huis [van Nazareth] eerst stond, daar staat nog een goede, zoete fontein, maar na afgedaald te zijn komt men bij een ander bron, genoemd de bron van Gabriël, die altijd lekt en drupt, hoewel de heidenen vaak geprobeerd hebben om hem te dempen.

Item up tupperste vanden voorseyden beerghe daer de stede plocht te stane, staet noch eene goede, soete fonteyne, maer neder ghedaelt zijnde zo comt men an eene andere fonteyne, ghenaemt de fonteyne van Gabriel, die altoes leect ende drupt, hoe wel datse de heydenen dicwilt ghepijnt hebben te bedeervene. 

– Ambrosius Zeebout, Tvoyage van Mher Joos van Ghistele, II: 41 (ed. Gaspar, p. 123).

Het is denkbaar dat sommige pelgrims hun ampullen en flesjes vulden met het wonderlijke water uit de onuitputtelijke bron van Gabriël.

Insignes van Nazareth?

Als eerste suggereerde Jos Koldeweij dat sommige insignes met een scène van de verkondiging uit Nazareth kwamen. Een insigne, gevonden in Sur (Tyrus), sterkte de overtuiging dat de productieplaats in het nabije Oosten te vinden zou zijn. Echter, de meeste van deze insignes komen elders tevoorschijn, vooral in Europa, bijvoorbeeld in Rome, Pisa, Durfort, Parijs, Stafford, Antwerpen, Sluis, Middelburg, Dordrecht, Amsterdam, Kampen en Visby. Het zwaartepunt van vindplaatsen ligt dus in het westen van Europa blijkt uit een eenvoudige zoekopdracht in Kunera, database van middeleeuwse insignes en ampullen

Er zijn verschillende redenen om vraagtekens te plaatsen bij de toeschrijving van deze loodtinnen insignes aan Nazareth. Zoals gezegd worden de meeste van deze insignes elders teruggevonden. Bovendien zijn geen andere loodtinnen insignes bekend die met zekerheid vervaardigd zijn in het Heilig Land. Andere pelgrimstekens die volgens onderzoekers uit het Heilig Land zouden komen, stammen waarschijnlijk ook uit het westen van Europa, zoals insignes met herkruiste kruisen. Deze lieten Jeruzalemvaarders hoogstwaarschijnlijk pas bij terugkomst uit het Heilig Land vervaardigen als herinnering aan hun bedevaart, mogelijk bij hun toetreding tot een Jeruzalembroederschap.

Ten slotte worden er, in tegenstelling tot de hierboven genoemde loodtinnen ampullen, bijna geen loodtinnen insignes in het Heilig Land gevonden. Met andere woorden, dergelijke souvenirs lijken toch vooral een Europees fenomeen waarvoor geen equivalent bestond in het Heilig Land.

Gevonden in Parijs

De Franse archeoloog Arthur Forgeais trof in 1862 een insigne met de verkondiging aan tijdens baggerwerkzaamheden bij de Pont au Change te Parijs.

Insignes met de verkondiging gevonden in Parijs
Insigne met de verkondiging, gevonden in Parijs, tekening in Arthur Forgeais, Collection de plombs historiés trouvés dans la Seine (Parijs 1862-65), dl. IV (1865): Imagerie religieuse, p. 13. Bron: Gallica

Forgeais liet de herkomst van het insigne in het midden, maar Aron Andersson concludeerde op basis van de vindplaats dat het om een souvenir van de Notre Dame in Parijs moest gaan. Sommige onderzoekers namen die conclusie over. Nu vrijwel identieke insignes ook op andere locaties in Europa zijn gevonden, is het argument om ze aan Parijs te koppelen, niet meer zo overtuigend. Immers, niks wijst verder op die stad, net zo min als op Nazareth.

Als de insignes met de verkondiging niet uit Parijs of Nazareth afkomstig zijn, waar komen ze dan wel vandaan? Ook in Dordrecht kwam een insigne met Maria en Gabriël uit de grond van de middeleeuwse binnenstad tevoorschijn. Het wijkt af in details, vooral stilistisch. Het is bovendien rechthoekig in plaats van trapezoïdevormig, maar de formele overeenkomsten zijn groot. De wijze waarop Maria en Gabriël zijn afgebeeld, komt overeen met de trapezoïdevormige insignes. Beide figuren zijn staand afgebeeld, ieder onder een arcade. De engel staat links, Maria rechts. Zijn is gesluierd. De ruimte van de twee figuren is daarmee sterk afgebakend. Een tekst loopt langs de rand van het insigne.

Karel de Grote in Aken

Het insigne toont grote stilistische en formele overeenkomsten met een insigne van Karel de Grote, eveneens gevonden in Dordrecht.

Het insigne met Karel de Grote heeft dezelfde vorm als het verkondigingsinsigne. Het is ook rechthoekig, bijna vierkant zelfs. Karel is gezeten onder een gotische boog die sterk lijkt op de twee arcadebogen boven de hoofden van Maria en de engel. Het heeft eveneens een tekst langs de vier randen in hetzelfde gotische schrift. Bovendien lijken beide insignes een zelfde bekroning gehad te hebben die helaas verloren ging.

De relieken van Karel de Grote lagen in Aken en daarom verkocht men er souvenirs met de afbeelding van de keizer. Karel de Grote had bovendien een groot aantal relieken uit het Heilig Land bijeen gebracht, vooral Mariarelieken. Behalve een schitterend schrijn voor zijn relieken liet men ook een evenzo prachtig schrijn maken voor Maria. Door de grote hoeveelheid memorabilia kan Aken wel beschouwd worden als het belangrijkste Mariabedevaartsoord in het noorden van Europa in de middeleeuwen.

Vanwege de stilistische en formele overeenkomsten is hoogst onwaarschijnlijk dat de twee rechthoekige insignes respectievelijk uit Nazareth en Aken zouden komen. Eerder rijst het vermoeden dat ook het insigne met de verkondiging, zoals dat met Karel de Grote, uit Aken stamt waar naast Karel ook Maria werd vereerd.

Opschrift

Maar er zijn meer argumenten om het vierkante insigne met de verkondiging aan Aken te koppelen. Het meest overtuigende daarvan is het opschrift. Daar staat in het latijn:

Het teken van de zalige Maria in Aken

SIGNV(M BE)ATE (MARIE) IN AQUIS GRANI

De naam ‘Aquisgranum’ wijst onomstotelijk naar Aken. De stad wordt heden ten dage nog steeds ‘Aquisgrana’ of ‘Aquisgrán’ genoemd, respectievelijk in Italië en in Spanje.

Het insigne van Karel de Grote dateert uit de eerste helft van de veertiende eeuw, zoals veel Dordtse vondsten. Deze datering geldt ook voor het rechthoekige insigne met de verkondiging. De trapezoïdevormige souvenirs wijken iets af, vooral stilistisch. Deze zijn mogelijk iets ouder dan het vierkant insigne met de verkondiging, maar komen eveneens uit Aken.

Ook het vroegere type is trouwens in Dordrecht aangetroffen. Dit insigne heeft een tussenvorm: het is wel trapezoïdevormig, maar sluit stilistisch al meer aan bij het later te dateren, vierkante insigne.

insigne met de verkondiging gevonden in Dordrecht
Insigne met de verkondiging, gevonden in Dordrecht, lood-tin. Langbroek, collectie familie Van Beuningen, 3318. Bron: Heilig en Profaan 2, p. 339

Datering

Jos Koldeweij dateerde de insignes met de verkondiging in Heilig en Profaan 2 rond 1200. De vergelijking met kapiteelsculptuur waren daarvoor waarschijnlijk leidend. Op basis van het gebruikte schrift merkte Arthur Forgeais echter eerder op dat de insignes dan wel een archaïsche voorstelling hebben, maar waarschijnlijk in de 14de eeuw zijn gemaakt.

De trapezoïdevormige insignes met de verkondiging vormen een grote groep van relatief vroeg te dateren souvenirs uit Aken. Ze dateren uit de vroeg 14de, sommige mogelijk uit de laat 13de eeuw. De stad Aken had op dat moment al een status verworven als een van de belangrijkste Mariabedevaartplaatsen in Noord-Europa. Pelgrims kwamen van ver en in groten getale, en namen meestal een of meer souvenirs mee terug. Het verklaart de grote verspreiding van verkondigingsinsignes van Rome tot Visby.

Van verkondiging tot kraamkleed

De populariteit van Aken als bedevaartplaats kan nauwelijks worden overschat. Pelgrims kochten er insignes in allerlei soorten en maten en deze worden op uiteenlopende plekken in Europa teruggevonden. Maar de insignes bleven niet altijd hetzelfde. Ze waren voortdurend aan verandering onderhevig, zowel in afgebeelde onderwerpen als in stijl en vorm.

De toeschrijving van de verkondigingsinsignes aan Nazareth is hardnekkig, maar een herkomst uit Aken lijkt waarschijnlijker. Pelgrims konden verkondigingsinsignes in Aken kopen tot in de 14de eeuw. Toen men het kraamkleed van Maria daar met regelmaat aan bedevaarders ging tonen, kwam dit reliek meer centraal te staan op de Akense souvenirs. Dientengevolge gingen combinaties van Maria en het kraamkleed andere voorstellingen verdringen, zo ook de scènes met de verkondiging.

De verkondigingsinsignes behoren tot de vroege souvenirs die aan Akense insignes met het kraamkleed voorafgingen. Qua thematiek verwijzen ze wel al vooruit naar de cultus rond het kraamkleed. Met dat Mariareliek lag de focus immers op de geboorte van Jezus die Gabriël tijdens de verkondiging aan Maria voorspelde. Daarmee werpen de verkondigingsinsignes een nieuw licht op de eerste jaren van de bedevaartcultus.


Meer lezen over insignes uit Aken en Nazareth?

  • Beate Fricke, “Tales from Stones, Travels through Time: Narrative and Vision in the Casket from the Vatican.” West 86th 21, nr. 2 (2014): 230-50 [jstor]
  • Katja Boertjes, “The Reconquered Jerusalem Represented Tradition and Renewal on Pilgrimage Ampullae from the Crusader Period.” In The Imagined and Real Jerusalem in Art and Architecture, red. Mariëtte Verhoeven, Jeroen Goudeau en Wouter Weijers (Leiden 2014), pp. 169-89 | DOI 10.1163/9789004270855_009 [pdf]
  • Hanneke van Asperen, “Annunciation and Dedication on Aachen Pilgrim Badges: Notes on the Early Badge Production in Aachen and Some New Attributions.” Peregrinations: Journal of Medieval Art & Architecture 4, nr. 2 (2013): 215-35. [pdf]
  • Hans Kienhorst, “Een reis zonder wederkeer: Opmerkelijke notities in handschrift Oxford, Bodleian Library, Can. misc. 278.” Queeste (1999): 53-70. [dbnl]
  • Ambrosius Zeebout, Tvoyage van Mher Joos van Ghistele, ed. R.J.G.A.A. Gaspar (Hilversum 1998). [dbnl]
  • Jos Koldeweij en Robert van Heeringen, Heiligen uit de modder: In Zeeland gevonden pelgrimstekens (Zutphen 1988). [Google Books]
  • Aron Andersson, “Jungfru Marie Bebådelse: Ett parisiskt pilgrimsmärke i Visby. — L’Annociation å la Vierge: Une enseigne de pélerin d’origine parisienne trouvée à Visby.” Fornvännen: Journal of Swedish Antiquarian Research 1 (1981): 30- .

Ik schreef vaker blogposts met een nieuwe toeschrijving van nog niet geïdentificeerde loodtinnen insignes, zoals die van Aardenburg en Scheut bij Brussel. Een kort Engelstalig artikel over de insignes met de verkonding publiceerde ik op LinkedIn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top