Hostie in de vlammen

In 1345 gebeurde er iets wonderlijks in Amsterdam. Een geconsecreerde hostie overleefde de vlammen van een houtvuur, met een sacramentscultus tot gevolg. De bijbehorende bedevaartssouvenirs die pelgrims konden aanschaffen, zijn wel teruggevonden, vooral in en rond Amsterdam. De meeste tonen een monstrans, maar één ervan – gevonden op het Rokin in Amsterdam – toont een hostie in de vlammen. De ontwerper keek ongetwijfeld naar insignes uit Amersfoort voor inspiratie. Deze had hiervoor inhoudelijke redenen. Zoals de Maria van Amersfoort uit water tevoorschijn kwam, zo kwam de hostie tevoorschijn uit de vlammen.

De verwantschap tussen de insignes impliceert dat het insigne met het sacrament van Amsterdam in het vuur, meestal gedateerd tussen 1400 en 1475, gemaakt werd na 1444. Mogelijk ontstond dit type insigne met de hostie in de vlammen zelfs pas na de grote Amsterdamse stadsbranden van 1451 en 1452, omdat toen de vuurvaste kwaliteiten van de hostie meer nadruk verdienden. Men ging de hostie mogelijk gebruiken als hulpmiddel in de strijd tegen vuur dat een bedreiging was voor een volgebouwde stad zoals Amsterdam.

Sacrament van Amsterdam

In een huis aan de Kalverstraat zou een zieke een hostie hebben uitgespuugd die hem als stervende was toegediend. Een verzorgster gooide het braaksel in het vuur, maar de vlammen bleken de geconsecreerde hostie niet te kunnen deren. De volgende dag vond de vrouw een onaangetaste hostie en deze werd de spil van een levendige bedevaartcultus.

In 1346 bouwde men in Amsterdam een kapel op de plek van het wonder. Net als in de meeste andere bedevaartplaatsen ging men ook in Amsterdam loodtinnen insignes produceren voor de verkoop aan pelgrims. De meeste insignes tonen een monstrans tussen engelen, maar een tot nog toe uniek insigne van het mirakel verbeeldt de uitgespuugde hostie in de vlammen (Kunera nr. 04658).

insigne met de hostie in de vlammen
Insigne met het sacrament van Amsterdam, gevonden op het Rokin in Amsterdam, loodtin, 59 x 34 mm. Amsterdam Museum, ROK1-1. Bron: AM collectie online research

Op dit insigne strekt een vrouw haar armen uit naar de hostie in de vlammen. Vlak boven het vuur is nog een klein zwaaiend wierookvat te zien. De figuur die het hanteerde, rechts van het vuur, ging verloren. Dit was mogelijk een engel, zoals afgebeeld op de mirakelpanelen die Jacob Cornelisz. van Oostzanen schilderde in 1515.

Verhalen over vuur

Vuur werd een essentieel onderdeel van de verering. De katholieke kerkhistoricus Petrus Opmeer (1526–1594) schreef:

… sommigen vereerden daar oogen of ooren, handen of voeten, van zilver of andere stoffe gemaakt. Anderen wederom offerden diergelyke beeltenissen of figuren, van half verbrande huizen of van schepen, die tegen de klippen als aan stukken gestoten waren; welke beeltenissen en figuren rondom aan de muuren opgehangen wierden.

– Petrus Opmeer, zoals geciteerd door Peter Jan Margry, “Amsterdam, heilig Sacrament (‘Sacrament van Mirakel’)” op Bedevaarten in Nederland, Meertens Instituut.

Het is geen toeval dat Opmeer “half verbrande huizen” noemde. De hostie, die bestand was gebleken tegen vuur, hielp vooral in geval van ongelukken met vuur en bij brand.

Later benadrukte men de vuurkracht van de hostie verder door te beweren dat deze de stadsbrand op 13 april 1451 had overleefd. Ook de stadsbrand van 25 mei 1452 had de hostie niet aangetast, zo vertelde men graag na afloop.

Het sacrament van Amsterdam overleeft de stadsbrand van 1452
Boëtius Adamsz Bolswert, Het sacrament van Amsterdam overleeft de stadsbrand van 1452, 1590-1633 en/of 1639, gravure, 131 x 81 mm. Amsterdam, Rijksmuseum, RP-P-OB-26.742. Bron: Rijksstudio

De bijzondere kwaliteiten maakte de restanten van het houtvuur uit 1345 tot een begerenswaardige stof. Pelgrims konden het als heilzame substantie mee naar huis nemen. De bewaard gebleven as was in 1578 nog verkrijgbaar, zo schreef broeder Wouter Jacobsz in zijn dagboek.

Ondanks wat de wonderverhalen deden geloven, was het sacrament niet ongeschonden uit het vuur gekomen. Al in 1346 beschreef een wijbisschop in Utrecht de hostie van Amsterdam als ‘aangetast’. Waarschijnlijk ging de miraculeuze hostie wel degelijk verloren in de genoemde stadsbranden. Dit alles maakte voor de effectiviteit van de cultus niet uit. Het idee van de ongeschonden hostie werd graag levend gehouden, via de vertelde, geschreven en verbeelde verhalen, zoals op de insignes. Zo bevestigde elke brand opnieuw de specifieke, vuurvaste kwaliteiten van het cultusobject.

Maria van Amersfoort

In Amersfoort vormde sinds 1444 een klein Mariabeeld, opgesteld in de Lievevrouwenkerk, het centrum van een bedevaartcultus. Volgens de legende vond een vrouw het beeldje in de stadsgracht. Daarna verrichtte het talrijke wonderen. Al gauw volgde de opdracht om de Lievevrouwenkapel, waar het beeldje opgesteld stond, te vergroten en zo ruimte te bieden aan de toestromende pelgrims.

Hoewel het miraculeuze beeld in de Lievevrouwenkerk te vinden was, bleef ook de vindplaats van het beeldje een trekpleister. Pelgrims baadden er en namen het water mee naar huis.

Gevelsteen gebaseerd op een middeleeuws pelgrimsteken met Maria van Amersfoort
Johan Evers, gevelsteen gebaseerd op een middeleeuws pelgrimsteken met Maria van Amersfoort, 1994, ingemetseld de stadsmuur aan de Annastraat in Amersfoort. Bron: Wikimedia

Een gedenksteen in de oude stadsmuur markeert sinds 1994 de plek van de vondst. De vorm van de steen herhaalt de middeleeuwse insignes die men in Amersfoort aan pelgrims verkocht.

De overeenkomsten tussen het insigne met het sacrament van Amsterdam in de vlammen en Maria van Amersfoort zijn frappant. Op de insignes van Amersfoort zien we steeds een vrouw die haar armen uitstrekt, zoals de vrouw op het Amsterdamse insigne. De vrouw op de Amersfoortse insignes reikt naar een Maria in het water, die op het Amsterdamse naar een hostie in het vuur.

Net als op het Amsterdamse insigne gaat alle aandacht naar het cultusobject dat relatief groot is weergegeven. De Mariafiguur is bijna levensgroot, soms zelfs groter dan de vrouw die haar opvist. In werkelijkheid ging het om een piepklein pijpaarden beeldje.

Waterwonderen

Van de Amersfoortse cultus bleef een mirakelboek bewaard. Wat daarin opvalt is de vaak herhaalde, expliciete vermelding dat het beeld in het water was gevonden. Het maakte het Mariabeeld uniek en bovendien uitermate geschikt om aan te roepen bij moeilijkheden op zee of in water.

Men riep om Maria van Amersfoort bij verdrinking, waterzucht en plasproblemen. Zo vertelt het zesde wonder van een vrouw “die groet gebreck vanden water hadde.” Na een bedevaart naar Amersfoort werd ze weer gezond. Talrijke wonderen vertellen ook van schippers en schipbreuk.

Een opvallend deel van de opgeschreven wonderen vertellen over mensen die in het water gevallen waren en ternauwernood aan de verdrinkingsdood ontsnapten. Zo vertelt een wonder bijvoorbeeld over een man uit Bunschoten die van een schip in het water terecht was gekomen:

Hij meende te verdrinken want hij voelde geen grond en dreef een uur in de zee. Toen begon hij te denken aan Onze Lieve Vrouwe van Amersfoort. Hij beloofde Onze Lieve Vrouwe te bezoeken, werd uit het water gered en heeft zijn bedevaart gedaan.

… hij meende verdrenct te zijn, want hij en hadde geen gront, ende sat een ure in die zee. Ende hij wert denckende aen onser l. vrouwen genade t’amersfoert, ende hij loefde die lieue vrouwe te versoecken, ende hij is verlost vuijt den water, ende heeft zijn bevaert gedaen.

Mirakelboeck van Onser Liever Vrouwen t’Amersfoert, nr. 83.

Omdat het Mariabeeld uit de stadsgracht tevoorschijn kwam, kon het mensen bijstaan als zij te water geraakt waren. Met andere woorden, het wonderverhaal van het Mariabeeld ‘dat uit het water kwam’ schiep duidelijke kaders voor situaties waarin het cultusbeeld mogelijk effectief kon zijn. Pelgrims plaatsten hun persoonlijk ‘wonder’ daarmee in een groter religieus verband.

Amersfoort als voorbeeld

Hoewel de cultus in Amsterdam een eeuw ouder was dan die van Amersfoort, inspireerden de insignes van Amersfoort het ronde insigne van Amsterdam, niet andersom. Hiervoor zijn verschillende aanwijzingen. Allereerst was de Amersfoortse cultus veel bekender. Hij had een grotere uitstraling en trok veel meer mensen. Teruggevonden insignes met Maria van Amersfoort zijn talrijker dan die van Amsterdam en ze bestrijken een veel groter gebied. Insignes met Maria van Amersfoort worden op veel plekken in Nederland gevonden, in Breda, Rotterdam, Leeuwarden, Groningen en Enkhuizen. Zelfs in Londen en in de havenstad Gdańsk (Danzig) zijn exemplaren aangetroffen.

Bovendien herinneren veel straatnamen in de buurt van waar de kerk stond, aan de cultus:

In de Krankeledenstraat zouden bijvoorbeeld de artsen praktijk gehouden hebben, in de Paternosterstraat werden vermoedelijk devotionalia verkocht.

– Ottie Thiers, “Amersfoort, O. L. Vrouwe van Amersfoort (of ter Eem)” op Bedevaarten in Nederland, Meertens Instituut.

Hieruit blijkt dat Amersfoort in de 15de eeuw vol was van pelgrims. De bedevaart is dan ook wel “een van de meest populaire bedevaartoorden in de Noordelijke Nederlanden” genoemd.

Amsterdamse insignes daarentegen kenden een veel minder grote verspreiding. De cultus had niet meer dan een regionale uitstraling. Insignes worden alleen aangetroffen in de provincies grenzend aan de Noordzee: Zeeland, Zuid- en Noord-Holland. Bovendien is er van het insigne met de hostie in de vlammen maar één overgeleverd. Een exemplaar suggereert een veelvoud, want insignes, gegoten met behulp van mallen, waren massaproducten. Er zullen er zeker meer zijn gemaakt, maar lang zoveel niet als de insignes van Amersfoort.

Bekend in Amsterdam

De Maria van Amersfoort was ook in Amsterdam goed bekend. Pelgrims uit Amsterdam bezochten Amersfoort graag, zo blijkt uit het mirakelboek (o.a. wonder nrs. 15, 36, 142, 174 en 209). Ook veroordeelde de rechtbank van Amsterdam misdadigers vaak tot een bedevaart naar Amersfoort. Tussen 1492 en 1549 gebeurde dat maar liefst 8 maal.

Tot slot worden Amersfoortse insignes veel in Amsterdam teruggevonden. Van de 87 Amersfoortse insignes, in Kunera beschreven, zijn er maar liefst 17 in Amsterdam gevonden. Kortom, Maria naar Amersfoort was geen onbekende in Amsterdam, en ook de vorm van haar insignes zal er bekend zijn geweest.

Insigne na de stadsbrand?

Alles wijst erop dat het insigne met de hostie in de vlammen, gevonden op het Rokin, na 1444 ontstond. Dat jaar markeerde immers de aanvang van de Mariacultus in Amersfoort. Vanaf dat moment verkocht men in Amersfoort de insignes die de inspiratiebron zouden vormen voor het insigne met de hostie in het vuur.

Brand te Amsterdam, met een kerk, mogelijk de kapel waar het sacrament van Amsterdam werd bewaard
Simon Fokke, Felle brand te Amsterdam, 1452, ets, 1782. Collectie Stadsarchief Amsterdam, tekeningen en prenten, 010097007223. Bron: Stadsarchief Amsterdam / Simon Fokke

Het is zelfs denkbaar dat de beide stadsbranden van Amsterdam, in 1451 en 1452, bepalend waren voor het insigneontwerp. De hoop was toen meer dan ooit gevestigd op het sacrament waarvan men aannam dat het hielp tegen ongelukken met vuur.

Mogelijk greep men terug op de Amersfoortse insignes, omdat de vlammen Amsterdam zo zwaar hadden geteisterd. De branden maakten de inwoners van Amsterdam opnieuw bewust van het grote gevaar in een dichtbebouwde stad. Op momenten dat ergens brand ontstond, was elke hulp tegen de vernietigende kracht van vuur meer dan gewenst. De hostie ging zo een rol spelen in de strijd tegen stadsbranden. Na de branden ontstonden immers nieuwe legenden die de vuurbestendige kwaliteiten van de hostie onderstreepten.

Water en vuur

Dat insignemakers naar andere bedevaartplaatsen keken, is geen nieuws. Insignes uit populaire bedevaartsoorden inspireerden wel vaker insignes elders. Interessant is met welke bedevaartplaats men inhoudelijke raakvlakken zag en welke raakvlakken dat dan waren.

De insignes uit Amersfoort tonen de vondst van het Mariabeeld en dus de oorsprong van de cultus. Tegelijkertijd toont het insigne daarmee de kracht van het beeld. Met de weergave van de vondst van het Mariabeeld liet men zien waartoe de Maria van Amersfoort in staat was. Zij kon mensen uit water redden, zoals zijzelf uit het water was gekomen. Ook het insigne met de hostie in de vlammen laat, behalve de oorsprong van de cultus, zien waar de kracht van het cultusobject lag. Omdat de hostie bestand was tegen vuur, hielp deze in geval van vuur.

Natuurlijk spiegelde Amsterdam zich graag aan het succesvolle Amersfoort. De insignemaker in Amsterdam liet zich vooral inspireren door de insignes van Amersfoort vanwege de overeenkomsten in de oorsprong van de beide culten. Zoals men Maria van Amersfoort uit het water haalde, zo haalde men het sacrament van Amsterdam onaangetast uit het vuur. Bovendien lijkt het insigne met de hostie in de vlammen te benadrukken dat het sacrament van Amsterdam net zo bewezen effectief was tegen vuur als het Mariabeeld in Amersfoort tegen water. Zo kon de hostie gaan functioneren als hulpmiddel in de strijd tegen het vuur dat Amsterdam continu bedreigde.


Meer lezen?

  • Bedevaart en bedevaartplaatsen in Nederland, Meertens Instituut, vooral Amsterdam en Amersfoort [database]
  • H. J. E. van Beuningen e.a., Heilig en Profaan 2: 1200 Laatmiddeleeuwse insignes uit openbare en particuliere collecties (Cothen 2001), pp. 330 en 366.
  • Ottie Thiers, Bedevaart en kerkeraad: De Amersfoortse vrouwevaart van 1444 tot 1720 (Hilversum 1994).
  • Jan Baart e.a., Opgravingen in Amsterdam: 20 jaar stadskernonderzoek (Amsterdam 1977). [scans]
  • Mirakelboeck Onser Liever Vrouwen t’Amersfoert, red. P. Lukkenaer (Amersfoort 1946) [scans]

Insignes zijn lang een ondergewaardeerde bron gebleven, en misschien nog steeds wel, omdat ze goedkoop waren en dus vaak als onbelangrijk worden gezien. De beeldtaal van insignes kan echter tot nieuwe inzichten leiden. Ik gebruikte bijvoorbeeld de bedevaartssouvenirs van Scheut om te laten zien dat het Mariabeeld van Scheut in een bijzondere en betekenisvolle opstelling stond. Ook schreef ik over de verschillende functies van insignes, bijvoorbeeld in ‘Tekens van Tau tegen de pest’.

2 Responses

  1. Interessante aanvulling op wat ik al wist. Het wonder van Amsterdam komt ook voor in Breda en Klundert (ofFijnaart?). Bijzonder is natuurlijk ook het vervolg met de Stille Omgang. Die band zou ik hier ook vermeld hebben. En wat dacht je van de overeenkomst tussen Onze Lieve Vrouw van Amersfoort en de Zoete Moeder van Den Bosch? Prachtig toch?!

    1. Beste Gerrit, wat leuk om te horen dat ik je kennis over het Amsterdamse wonder met dit stuk wist aan te vullen. De wisselwerking tussen verschillende bedevaartplaatsen vind ik ook altijd bijzonder fascinerend. Het is een terugkerend thema in mijn onderzoek. Dank voor je reactie! Mvg Hanneke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top