Elisabeth en de Vloed

Vanaf afgelopen weekend is in het Dordrechts Museum de kleine tentoonstelling Elisabeth en de Vloed te bezichtigen. Hier zijn voor het eerst in lange tijd vier panelen bijeen die ooit deel uitmaakten van een en hetzelfde altaarstuk. Het stond opgesteld in de Grote Kerk van Dordrecht, maar de vier zijn nu gescheiden. Twee panelen bevinden zich normaliter in de vaste opstelling van het Rijksmuseum in Amsterdam, twee anderen in het Dordrechts Museum.

De expositie Elisabeth en de Vloed biedt nu een unieke kans om de vier panelen samen te zien en daarbij gedachten te laten gaan over de betekenis van het altaarstuk als geheel.

De vloed

Op of rond 19 november 1421, de feestdag van de heilige Elisabeth, brak na een stormvloed een dijk bij Wieldrecht. Een groot deel van de Grote Waard bij Dordrecht stond blank. Er verdronken mensen en anderen moesten hun onbewoonbare huizen verlaten. Een grote groep slachtoffers vond haar toevlucht in de nabije stad Dordrecht.

Mensen afkomstig uit het overstroomde dorp Wieldrecht lieten later een doopvont en twee klokken uit de kerk van Wieldrecht overkomen naar de stad. Daarmee verwierven zij zich het recht om een altaar in de Grote Kerk te gebruiken, zolang die doopvont en klokken in bruikleen had.

De vluchtelingen uit Wieldrecht mochten het altaar bovendien versieren. Daarvoor lieten zij rond 1490-95 een altaarstuk schilderen met een voorstelling van de overstroming die hen naar Dordrecht had gedreven.

Elisabeth

De nakomelingen van de watersnoodslachtoffers lieten een drieluik maken. De twee luiken waarmee de centrale voorstelling afgesloten kon worden, waren aan binnen- en buitenzijde beschilderd. Als het drieluik gesloten was zag men een voorstelling van de Sint-Elisabethsvloed die Wieldrecht van de kaart had geveegd. Wanneer het drieluik werd geopend, zag men aan de binnenzijden van de luiken een voorstelling van het leven van de heilige Elisabeth van Hongarije.

Elisabeth was vanwege haar zorg voor zieken en zwakken de patroonheilige van de liefde voor de medemens.

Op het paneel rechts is de heilige werkzaam in het door haar gestichte hospitaal. Een bedelaar knielt voor haar neer. Elisabeth, gekleed in het bruine habijt, helpt hem zich van zijn vodden te ontdoen. Daarachter zit ze nogmaals terwijl ze de bedlegerige zieken voedt.

Detail: Elisabeth verzorgt de zieken. Rijksmuseum, SK-A-3146. Bron: Rijksstudio

Reformatie

Tijdens de Reformatie raakten luiken los van het middenpaneel. Dat centrale deel ging verloren. Wat erop was afgebeeld, is onbekend. De luiken bleven wel bewaard. Deze verhuisden van de Grote Kerk naar de Heelhaaksdoelen in Dordrecht. Toen de schutterij kort daarop verhuisde naar het voormalige Augustijnerklooster verhuisden de panelen mee. Daar bleven ze voor het publiek toegankelijk. De productieve etser en graveur Romeyn de Hooghe (1645 – 1708) moet ze daar gezien hebben, of een afbeelding ervan. Immers, hij nam ze als uitgangspunt voor een gegraveerde illustratie in Matthys Balens Beschryvinge der stad Dordrecht (1677).

In de tijd dat heiligenverering onder druk kwam te staan was het belang van Elisabeth echter naar de achtergrond verschoven. Met haar gezicht naar de muur kregen de panelen een plaats in de voormalige refter van het klooster. Daar kon De Hooghe de voorstelling van de vloed bewonderen, niet het leven van de heilige.

Paradoxaal genoeg was haar verwevenheid met de vloedvoorstelling ook de redding van de heilige. Als zij niet aan de Sint-Elisabethsvloed had vastgezeten, was ze waarschijnlijk verloren gegaan, net als het middenpaneel.

Rijksmuseum

In 1933 kocht het Rijksmuseum uiteindelijk de vier panelen, met steun van de Vereniging Rembrandt. Voor- en achterkanten van de luiken waren toen al van elkaar gescheiden. Ze waren in de dikte doorgezaagd, in de 19de of aan het begin van de 20ste eeuw. Elisabeth zat niet langer vast aan de Elisabethsvloed. De aankoop betrof dus vier losse panelen.

De voorstelling van de Sint-Elisabethsvloed had de voornaamste interesse van het museum. Er was zelfs even sprake van dat het museum slechts de twee panelen met de overstroming zou kopen, niet die met Elisabeth.

Zo ver kwam het niet, maar Elisabeth verhuisde wel naar het depot. De vloed was losgezongen van de heilige wier leven zo belangrijk was geweest voor de interpretatie van de overstroming. De patroonheilige van liefdadigheid moest immers de rol van Dordrecht in de nasleep van de vloed onderstrepen. Zoals de zieken aanklopten bij Elisabeth, zo klopten de watersnoodslachtoffers aan bij Dordrecht. Zoals Elisabeth zich over zieken en armen ontfermde, zo had Dordrecht haar poorten geopend voor de slachtoffers.

Dordrecht
Detail: Dordrecht, Rijksmuseum, SK-A-3147-A. Bron: Rijksstudio

Blinde vlekken

Mensen vinden heiligen vaak saai. Een historische ramp, vooral een met water, doet het juist goed in musea en op tentoonstellingen. Tegenwoordig zijn we dol op verhalen over de rol van het water in heden en verleden van Nederland. De Sint-Elisabethsvloedpanelen worden dan ook met regelmaat te voorschijn gehaald. Ze figureren steevast in overzichtswerken over de geschiedenis van Nederland, zoals De geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten (2019) en De Lage Landen: een geschiedenis voor vandaag (2021). Ze sieren zelfs het omslag van Kennedy’s Beknopte geschiedenis (eerste druk, 2017) en spelen een rol in educatieve programma’s voor middelbare scholen.

Een beknopte geschiedenis van Nederland
James C. Kennedy, Een beknopte geschiedenis van Nederland, tiende druk (Prometheus 2021).

Maar de voorkeur voor de voorstelling van de vloed – los van zijn oorspronkelijke context – zorgt ook voor blinde vlekken. In de tijd dat de panelen ontstonden was de heilige op de binnenzijde zeker zo belangrijk voor het geheel als de vloed op de buitenkant.

De maker had de waterramp zelf niet meegemaakt, de opdrachtgevers evenmin. De nakomelingen van de slachtoffers uit Wieldrecht kenden de gebeurtenis slechts uit de verhalen van hun ouders en grootouders. Dit kleurde de manier waarop de schilder in overleg met de opdrachtgevers de overstroming voorstelde.

In hun ogen voorzag de heilige Elisabeth de vloed van diepere betekenis.

Unieke kans

Het Dordrechts museum toont de vier panelen, zo luidt de aankondiging van Elisabeth en de Vloed op de museumsite, “in een sfeervolle en intieme opstelling”. Op basis van de panelen met de Sint-Elisabethsvloed is tevens een animatie gemaakt die de vloed tot leven wekt.

Hoe beeldend ook, het is van belang om te beseffen dat de voorstelling van de overstroming geen ooggetuigenverslag is. Juist de koppeling van de watersnoodpanelen met het leven van de heilige Elisabeth voorziet ook in een historische meerwaarde. Daarmee biedt het Dordrechts Museum haar bezoekers een unieke kans om zelf verbanden te leggen zoals ook de schilder en opdrachtgevers ze zagen, tussen de heilige en de stad, tussen Elisabeth en de vloed.


Meer lezen?

Bij de tentoonstelling hoort ook een boek, getiteld De grote en vreeselike vloed: De Sint-Elisabethsvloed 1421-2021 (De Bezige Bij), waarin ik verder inga op de panelen van de Sint-Elisabethsvloed en andere visuele voorstellingen van deze overstroming. Zie ook hier.

Ook schreef ik uitvoerig over de panelen in Rijksmuseum Bulletin:

“Charity after the Flood: The Rijksmuseum’s St Elizabeth and St Elizabeth’s Flood Altar Wings.” The Rijksmuseum Bulletin 67, nr. 1 (2019): 30-53. [jstor]

Verschillende aspecten van de Sint-Elisabethsvloedpanelen en de visuele verbeelding van de overstroming in latere tijd waren al vaker onderwerp van blogposts op deze site.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top