Wonderen op schrift en in beeld

Wonderverhalen legitimeerden de status van een bedevaartplaats. Een heilige verdiende immers verering vanwege wonderen die op haar of zijn voorspraak plaatsvonden. Bovendien oefenden wonderverhalen een grote aantrekkingskracht uit. Hoe veelvuldiger de wonderen, hoe meer mensen het verlangen hadden om zulks met eigen ogen te aanschouwen. En pelgrims brachten geld mee. Het was daarom van groot belang om wonderen door te vertellen, af te beelden en op te schrijven. Met de wonderen op schrift wilde men lezers zo veel mogelijk overtuigen. Soms onderstreepte men de overtuigingskracht van geschreven wonderen met een visuele verbeelding ervan, zoals in de Vie et miracles de monseigneur Saint Louis.

Prachtige wonderen

Van verschillende bedevaartplaatsen zijn opgeschreven collecties van wonderverhalen bewaard gebleven, bijvoorbeeld van ‘s-Hertogenbosch, Arnhem, Halle, Conques en Amersfoort. Ook in Saint-Denis, bij Parijs, stelde men wonderen op schrift.

De Franse koning Lodewijk stierf tijdens een kruistocht in 1270. Na terugkeer werd zijn lichaam begraven in de abdij van Saint-Denis, nabij Parijs. De Franse koning had al tijdens zijn leven een bijzondere vroomheid aan de dag gelegd en bovendien wonderen bewerkstelligd. Na zijn dood hielden de wonderbaarlijke genezingen en reddingen niet op. Verhalen hierover werden gretig verzameld om de heiligheid van de koning te onderstrepen.

In 1482 liet kardinaal Charles de Bourbon de verhalen kopiëren om de bundel te schenken aan een hertogin van Bourbon. Via haar kwam het boek in bezit van koning Charles VIII de Bourbon. De Vie et miracles de monseigneur Saint Louis combineert het leven van Lodewijk (ff. 3r-81v) met de wonderen van de heilige (ff. 82r-159r). Daarnaast liet de opdrachtgever het handgeschreven boek verluchten. Het leverde een schitterend handschrift op dat digitaal door te bladeren en te bewonderen is. Het levensverhaal van Lodewijk en verscheidene van zijn wonderen zijn afgebeeld.

De genezing van Jehannette

Tekst en afbeeldingen zijn opgebouwd volgens een vast patroon. Een van de wonderverhalen begint als volgt:

Een vrouw uit Parijs genaamd Jehannette woonachtig bij de Porte Baudoyer in de parochie van Saint Pol was gedurende vier jaar onwel … door een ziekte als gevolg van een ongeval

Une femme de paris nommee Jehannette demourant ala porte baudoyer de la paroysse saint pol fut semblablement si malade dune maladie venue dauenture par lespace de quatre ans …

Een groot deel van de pagina is gebruikt om het wonderverhaal te visualiseren. Daarvoor verdeelde de verluchter pagina rondom het tekstblok in vier vlakken.

Genezing van Jehannette op voorspraak van de heilige Lodewijk, miniatuur in Vie et miracles de monseigneur Saint Louis
Genezing van Jehannette op voorspraak van de heilige Lodewijk, miniatuur in Vie et miracles de monseigneur Saint Louis, 1480-88. Parijs, Bibliothèque nationale de France, Département des Manuscrits, Ms fr. 2829, f. 96r. Bron: Gallica

Jehannette figureert in elk van de vier scènes, steeds gekleed in dezelfde rode jurk met zwarte kap. Linksboven nadert ze de kerk op krukken, in het gezelschap van een man in blauw en een vrouw met een kaars.

Genezing van Jehannette, detail rechtsboven: Jehannette bidt tot de heilige Lodewijk en kan weer lopen
Genezing van Jehannette, detail rechtsboven: Jehannette bidt tot de heilige Lodewijk en kan weer lopen. Bron: Gallica

Rechtsboven bidt ze tot Lodewijk. In deze scène is Jehannette zelfs tweemaal afgebeeld. Op de achtergrond zien we dat de vrouw de trappen naar het schrijn van de heilige Lodewijk heeft beklommen en daar vurig tot de heilige bidt. Het werkt, want op de voorgrond staat ze nogmaals, zonder krukken, terwijl haar gezellin in opperste verwondering op Jehannettes benen wijst.

Wonderen op schrift

Rechtsonder op dezelfde pagina zien we een schrijvende klerk. Hij noteert het wonder van de genezing in een boek, terwijl Jehannette hem haarfijn uit de doeken doet wat er is gebeurd. In de laatste scène keert de protagoniste met de krukken over haar schouders huiswaarts.

Genezing van Jehannette, detail rechtsonder: Jehannette vertelt het wonder van haar genezing aan een notulist
Genezing van Jehannette, detail rechtsonder: Jehannette vertelt het wonder van haar genezing aan een notulist. Bron: Gallica

De scène met de schrijver laat zien hoe belangrijk men het vond om de verhalen op schrift te stellen. Hiermee toont de verluchter dat het wonderverhaal uit de eerste hand is opgetekend: het is een verklaring van iemand die het wonder aan den lijve ondervonden heeft.

Ooggetuigen

Zo zijn bij verschillende wonderen steeds de momenten afgebeeld waarop de gezegende zijn of haar wonderrelaas doet aan een notulist.

In deze voorbeelden schilderde de verluchter niet alleen degene die het wonder meemaakte. Andere personen vergezellen hem of haar. Het zijn mensen die ook in de bijbehorende scènes van de verbeeldde wonderen figureren. Als ooggetuigen versterken ze de overtuigingskracht. Zij konden het relaas immers verifiëren.

In sommige van de wonderverhalen staat bovendien de toevoeging dat de schrijver het gebeurde met eigen ogen gezien had, bijvoorbeeld in het wonder van de 7-jarige Thomas. Op een nacht was deze blind geworden. Toen Thomas over de heilige Lodewijk hoorde, besloot hij naar Saint-Denis af te reizen. Het kostte hem acht dagen voordat hij arriveerde en bij het schrijn kon bidden.

Hij had een kleine ring waarmee hij [de tombe] aanraakte en onweerlegbaar stroomde er bloed uit zijn neus en uit zijn ogen en toen begon hij te schreeuwen in het bijzijn van iedereen, dat zag ik.

Il auoit vng petit anel quil y fist toucher et puis a ses yeulx et incontment lui saillit sang par le nez et par les yeulx et lors commanca a crier en la presence de tous Je voy

– Parijs, BnF, Ms fr. 2829, f. 102r

Op dat moment kon Thomas weer zien. ‘Ik zag het’, noteerde de schrijver. Deze was dus ook een van de ooggetuigen.

Visuele versterking

Het is allemaal echt gebeurd, lijkt de schrijver te benadrukken. De schilder bevestigde het met de voorstellingen om de geschreven wonderverhalen heen. Dit doet de meester door af te beelden dat de verhalen uit de eerste hand zijn, en door te laten zien dat er ooggetuigen aanwezig waren geweest. Zo versterken de visuele beelden de overtuigingskracht van de wonderen op schrift.


Literatuur

M. Cecilia Gaposchkin, “Place Status, and Experience in the Miracles of Saint Louis.” Cahiers de recherches médiévales et humanistes, 19 (2010): 249-66), DOI : 10.4000/crm.12011. [online since 2013]

Ik schreef vaker over bedevaartplaatsen, bijvoorbeeld Scheut, Aardenburg, Rome en Sainte-Baume in de Provence, en dan vooral over de pelgrims en hun bedevaartssouvenirs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top