Waarom een birgittines een tertiaris werd

Een aantal houtsneden van rond 1500 is afkomstig van het birgittinessenklooster Mariënwater in Rosmalen, vlakbij ‘s-Hertogenbosch. Op sommige ervan zijn birgittinessen voorgesteld. De nonnen maakten de prenten zelf of iemand anders maakte ze in nauwe samenwerking met de kloosterzusters. De prenten van Mariënwater zitten vaak in boeken, onder andere in een handgeschreven boekje met rozenkransgebeden in The British Library. Om beter bij de gebruikers aan te sluiten, veranderde degene die de prenten inkleurde, een birgittines op een van de houtsneden in een tertiaris of grauwzuster.

Birgittines

Van sommige van deze Mariënwaterprenten is meer dan één exemplaar bekend, zo ook van een prent met Anna, Maria en Jezus in een ommuurde tuin. Toen het British Museum de houtsnede aanschafte, zat deze in een boek met enkele andere prenten. In de online catalogus staat hierover:

Schreiber notes that the cut was included in a manuscript together with Schr. no. 967, 804, 1154 and 1213. 

British Museum collection online

Anna, Maria en Jezus in een besloten tuin met birgittines, waarschijnlijk gemaakt in het klooster Mariënwater in Rosmalen, handgekleurde houtsnede, ca. 1500, 107 x 80 mm. British Museum, Prints & Drawings, 1856,0209.80. © The Trustees of the British Museum. Bron: British Museum collection online

Jammer genoeg werden de prenten uit het boek verwijderd, zodat waardevolle context verloren ging. De andere houtsneden van het birgittinessenklooster Mariënwater in hetzelfde boek wijzen erop dat ook deze met Anna, Maria en Jezus uit dat klooster afkomstig is. Bovendien is er een birgittines afgebeeld. Ze knielt in een hoekje van de tuin, afgezonderd van de rest van de figuren. De non is te herkennen aan de typerende zwarte kap met witte banden die elkaar kruisen op de kruin.

Mariënwater?

Een afdruk van dezelfde prent zit ook in een laatmiddeleeuws boek met rozenkransgebeden in The British Library. Dit gebedenboek bevat veel meer prenten. Sommigen komen ook uit Mariënwater, maar misschien niet allemaal. Bovendien bevat het boek ook een miniatuur, afkomstig uit een ander boek en op een pagina gelijmd. De samensteller van het boek zette de meeste prenten vast met afwisselend rode en groene kruissteekjes. Deze voorzien de houtsnede van een opvallende, decoratieve rand.

Anna, Maria en Jezus in een besloten tuin, waarschijnlijk gemaakt in het klooster Mariënwater in Rosmalen, handgekleurde houtsnede, ca. 1500, ingenaaid in een gebedenboek in het Middelnederlands, papier, 1517-1523, 140 x 100 mm. The British Library, Add Ms 14042, f. 61v. Bron: Weekes op Jstor

Vanwege de prenten uit Mariënwater concludeerden onderzoekers dat de eigenaars en gebruikers van het boek ook de nonnen van Mariënwater zullen zijn geweest. Maar is dat wel zo? Prenten circuleerden en ze kwamen in handen van anderen. Bovendien onderging de birgittines in de hoek een eigenaardige transformatie. De witte banden van de kap zijn niet langer te zien. Deze werden namelijk overschilderd. De kap is nu zwart en haar kleed is bruin. De vrouw kreeg het uiterlijk van een tertiaris of grauwzuster.

Boekje voor tertiarissen

De samensteller schreef het boek met de houtsneden al in het achterhoofd. Daarvoor liet deze immers ruimte open tijdens het schrijven. Op de leeggelaten plekken werden later de houtsneden vastgezet met kruissteekjes. Kortom, de prent met Anna, Maria en Jezus maakte vanaf het begin deel uit van het boek. De prent was bovendien al gekleurd, voordat hij werd vastgenaaid. De draadjes overlappen namelijk de inkt. Dit betekent dat de birgittines een tertiaris werd, voordat de houtsnede in het boek terechtkwam.

Daarnaast zijn er meer aanwijzingen dat het boek was bedoeld voor een publiek van tertiarissen. Het boek bevat bijvoorbeeld twee gebeden tot Franciscus. In een ervan wordt Franciscus ‘onsen heilighen oetmoedighen vader’ genoemd. De tertiarissen behoorden immers tot de Derde Orde van Sint Franciscus.

Ten slotte staat in een van de rubrieken:

Ende dits geschiet ter beden des eerwerdigen vaders Generael der heelder minderbrueders orden Pater Sigilbertus diemen naemde Aue Maria.

British Library Search Archives: Add. Ms 14042, f. 187r-v

Met deze Pater Sigilbertus refereerde de schrijver aan Gilbertus Nicolai (1460 – 1523). Deze was vanaf 1517 commissaris generaal van de Derde Orde van Franciscus. Paus Leo X gaf Gilbertus bovendien in 1517 toestemming om zijn naam te veranderen in Gabriel de Ave Maria. Omdat de nieuwe naam en functie van Gilbertus Nicolai worden genoemd, kunnen we het boek met zekerheid dateren na 1517.

Tertiarissen in ‘s-Hertogenbosch?

Ongetwijfeld was het boek bedoeld voor leden van de Derde Orde van Sint Franciscus of tertiarissen. De verschillende houtsneden uit Mariënwater doen daarbij vermoeden dat dit een gemeenschap was niet ver van Rosmalen. De speciale aandacht voor Maria en Barbara in het boek wijst op twee mogelijke bestemmingen, namelijk Mariënburg of Barbaradal. Beiden waren gemeenschappen van tertiarissen in ‘s-Hertogenbosch.

Ruïnes van het klooster Barbaradal op de Eikendonk, tekening 1654. Brabant collectie, Universiteitsbibliotheek Tilburg. Bron: Erfgoed ‘s-Hertogenbosch

Mariënburg, een kloostercomplex van tertiarissen op de Uilenburg, had in 1566 zwaar te lijden onder de beeldenstorm. In de 17de eeuw vertrokken de laatste zusters uit het klooster. Barbaradal op den Eikendonk werd gesticht in 1475. De twee laatste kloosterzusters daar overleden na 1650. Kort daarna zijn de gebouwen die toen al tot ruïnes vervallen waren, gesloopt. Rond 1970 vonden archeologische opgravingen plaats op de plaats waar het klooster Barbaradal had gestaan.

Geschreven in Mariënwater?

Het boek met prenten uit het birgittinessenklooster Mariënwater werd gemaakt voor tertiarissen. Voor de gelegenheid veranderde de birgittines in de houtsnede in een tertiaris. Door de birgittinessenkap zwart te maken werden de witte banden onzichtbaar. Het is mogelijk dat de birgittinessen van Mariënwater dit zelf deden, toen zij het boek maakten voor een gemeenschap van tertiarissen. Mede vanwege de orde-specifieke rubrieken ligt het meer voor de hand dat tertiarissen de hand wisten te leggen op een setje Mariënwater-prenten. Met deze en andere prenten, en een miniatuur, stelden zij een boek voor eigen gebruik samen.


Meer lezen?

Ik schreef al eens een blogpost over iemand die bedevaartssouvenirs tekende op een 15de-eeuwse houtsnede van Birgitta van Zweden. Ook die eigenaar paste een houtsnede naar eigen wens aan. Ook schreef ik over boekeigenaars die metalen insignes aan hun religieuze handschriften toevoegden om zo boeken te individualiseren.

Over het rozenkransgebedenboekje in The British Library:

  • Ursula Weekes, “Convents as Patrons and Producers of Woodcuts in the Low Countries around 1500.” Studies in the History of Art 75: The Woodcut in Fifteenth-Century Europe (2009): 258-275. [Jstor]
  • Hanneke van Asperen, “Praying, Threading, and Adorning: Sewn-in Prints in a Rosary Prayer Book (London, British Library, Add. MS 14042).” In Weaving, Veiling and Dressing: Textiles and Their Metaphors in the Late Middle Ages, Kathryn M. Rudy en Barbara Baert, reds. (Turnhout 2007): 81-120.
  • Ursula Weekes, Early Engravers and their Public: Master of the Berlin Passion and Manuscripts from Convents in the Rhine-Maas Region, Ca. 1450-1500 (Turnhout 2004).
  • Mieke de Kreek, “‘Geprent te Mariënwater’: Onderzoek naar – en voorlopige inventarisatie van – mogelijke ‘Mariënwater-prentjes’.” In Birgitta van de Zweden 1303-1373: 600 jaar kunst en cultuur van haar kloosterorde, L. van Liebergen, red. (Uden 1986), pp. 17-30.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top