Toonaangevende prenten uit een ver verleden

Toonaangevende prenten uit een ver verleden bleven voorstellingen van recente overstromingen en dijkdoorbraken beïnvloeden. Toch tekenden kunstenaars ze naar eigen zeggen vaak ‘naar het leven’. In 1809 gaf de Amsterdamse graveur, uitgever en kunsthandelaar Christiaan Josi (1768-1828) een prent uit van een overstroming. Hij hergebruikte hiervoor een voorstelling die hij eerder had gemaakt naar aanleiding van een dijkdoorbraak in 1799. Voor het ontwerp had Josi goed gekeken naar een beroemde gravure van de Amsterdamse schilder Willem Schellinks (1623-1678). Deze had 150 jaar eerder de doorbraak van de Diemerdijk bij Amsterdam in beeld gebracht.

Watersnood in 1809

Vanwege de ijsvorming op de grote rivieren braken in 1809 verschillende dijken. Na een strenge winter waren de killen in de Biesbosch dichtgevroren. Daardoor ontstonden er ijsdammen op de rivieren Maas, Waal en Merwede waarachter zich het water verder ophoopte. Uiteindelijk raakten de dijken verzadigd en braken. Als gevolg daarvan kwam een gebied onder water te staan dat reikte van Dordrecht tot Lobith, en ook over de Duitse grens waren er grote problemen. Nationale en regionale kranten, zoals de Koninklijke courant, volgden de gebeurtenissen nauwgezet.

In dezelfde kranten kondigden uitgevers publicaties aan. Christiaan Josi, graveur en uitgever in Amsterdam, plande de uitgave van twee prenten na de watersnood. De een toonde de ijsvorming bij Vuren, de ander een grote dijkdoorbraak bij Bemmel, beide gebeurtenissen uit 1799. De functies van dergelijke prenten waren divers. Die van Josi hadden allereerst een informerende waarde, zo blijkt uit de advertenties, bijvoorbeeld deze in de Utrechtse courant:

Niet zo zeer om de gevallen van dit of dat Jaar te vertoonen, die in harde Winters gedurig herhaald worden, dan wel, om ’t Publiek een juist denkbeeld te helpen vormen van die ontzettende tooneelen, die thans voor ’t eerst in ons Land op zulk eene grootte in Plaat gebracht zijn…

– Christiaan Josi, in Haerlemsche courant, 28 februari 1809, p. 4

Christiaan Josi en Jacob Cats, Dijkdoorbraak bij Bemmel in 1799, ets en aquatint, uitgegeven door Christiaan Josi, 492 x 590 mm, Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-AO-4A-94. Bron: Rijksstudio

De prenten van Josi toonden een dijkdoorbraak van een decennium eerder. Toch gaven ze volgens de uitgever een goed beeld van wat er zich recent weer in het rivierengebied had afgespeeld. Het doel was kennelijk om de beschouwer een idee te geven van wat een dijkdoorbraak kon behelzen, niet om te laten zien wat er exact was gebeurd.

Gedenktekenen

Behalve een informerend doel dienden de prenten ook:

… tot vertroostende gedenkteekenen van de algemeene hulpvaardigheid en menschenliefde onzer Natie …

– Christiaan Josi, in Haerlemsche courant, 28 februari 1809, p. 4

De tweede functie was er kennelijk een van herinnering. Josi karakteriseerde de voorstellingen als monumenten voor de gedenkwaardige acties van mensen die anderen te hulp waren geschoten. De conservatieve implicaties van deze opvattingen over het nationale gemeenschapsgevoel na rampen zijn onderwerp van het onderzoek van historicus Fons Meijer naar natuurrampen.

De prenten, opnieuw uitgegeven in 1809, herinnerden niet alleen aan de vergelijkbare ijsvorming en dijkdoorbraak van 1799. De overstromingen koppelde Josi ook expliciet aan recente voorvallen van andere aard. De prenten konden bijvoorbeeld als pendanten dienen van voorstellingen van de Leidse buskruitramp twee jaar eerder, zo stond te lezen in prospectussen: ‘Geschikt om als Pendanten te dienen bij die van de Ramp van Leijden’. Josi legde hiermee een expliciete link tussen verschillende catastrofes die elkaar in korte tijd hadden opgevolgd.

Kunstprenten

Ten derde waren de afbeeldingen ‘kunstprenten’ die bewonderd mochten worden om hun esthetische waarde, zo benadrukte Josi in zijn advertenties:

Een Ysgang in onze Rivieren, en daarop volgende Dijkbreuk, offschoon een der geduchtste is tevens eene der frapantste en schilderachtigste verschijnselen der Natuur!

– Christiaan Josi, in Haerlemsche courant, 28 februari 1809, p. 4

Josi vestigde hiermee de aandacht op een ogenschijnlijke paradox: Iets wat ‘geducht’ is, kan tegelijkertijd ‘frappant en schilderachtig’ zijn. Ook nu kijken we vaak met een dubbele blik naar extreme natuurverschijnselen. ‘Hoogwater levert prachtige beelden op’, kopte De Stentor in februari 2020. Hetzelfde hoogwater zorgt even zo goed voor veel schade en overlast. De dreiging van gevaar en de angst voor het onzekere versterken soms de ervaring van schoonheid, zo lijkt het.

Onder de kunstprenten staat dat Josi de dijkdoorbraak naar het leven tekende: ‘C. Josi ad viv del & sculp.’ Daarnaast staat dat ook de Amsterdamse kunstenaar Jacob Cats (1741-1799) tekende. Cats was niet onbekend met het onderwerp, zo blijkt bijvoorbeeld uit een aquarel van een fictieve dijkdoorbraak.

Jacob Cats, Herfst, avond en water, gesigneerd en gedateerd 1797, aquarel in pen en bruin, 335 x 415 mm. Rijksmuseum Amsterdam, RP-T-1992-14. Bron: Rijksstudio

Josi noemde Cats ook in de advertenties, bijvoorbeeld in de Haerlemse courant. De vermelding van Josi én Cats als tekenaars lijkt wellicht wat tegenstrijdig, maar had mogelijk te maken met de specialisaties van de betreffende kunstenaars. Josi tekende het landschap, terwijl Cats zich waarschijnlijk over de figuren ontfermde. De samenwerking tussen gespecialiseerde tekenaars verhoogde ongetwijfeld de esthetische waarde van de prenten.

Toonaangevend verleden

De prenten bevatten nog een schijnbare paradox. Josi tekende de voorstelling naar het leven, zo vermeldde hij expliciet op de prent. De tekenaar en graveur bezocht waarschijnlijk de doorgebroken dijk in het rampgebied. Echter, de doorbraak zelf aanschouwde hij niet met eigen ogen. Voor de vormgeving van een dergelijke gebeurtenis ging hij te rade bij toonaangevende voorstellingen van fameuze voorgangers.

Pieter Nolpe naar Willem Schellinks, Doorbraak van Diemerdijk in 1651, ets en gravure, 406 x 510 mm. Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-OB-76.971. Bron: Rijksstudio

Voor de dijkdoorbraak liet hij zich inspireren door een beroemde gravure van Nolpe naar Willem Schellinks. Deze had de doorbraak van de Diemerdijk, ook Sint-Antonisdijk, in 1651 getekend. De doorbraak van deze dijk was legendarisch. De overstroming was dan ook rampzalig voor Amsterdam en omstreken. De dorpen Jaaphannes en Houtewaal ondervonden grote schade. Houtewaal verdween zelfs volledig van de kaart. Bovendien kwamen ook delen van Amsterdam onder water te staan.

Veel tekenaars en schilders bezochten de Diemerdijk om daar het gat in de dijk te tekenen en later te schilderen. De ramp inspireerde onder andere Jan van Goyen, Jan Asselijn en ook de reeds genoemde Willem Schellinks. Vooral de gravure van Nolpe naar het ontwerp van Schellinks was een lang leven beschoren. Jaren later werd deze nog herdrukt. Een kopie van de gravure vormde een illustratie van Het Vaderlands zakboekje, uitgegeven in Amsterdam in 1800. De voorstelling was onderdeel van een collectief geheugen waaruit ook Christiaan Josi kon putten.

Josi en Cats, detail.
Schellinks, detail.

Van Schellinks kopieerde Josi het water dat met enorme kracht door de dijk spuit en stukken aarde met zich mee sleurt. Waar het brokstukken raakt, spat het water naar alle kanten uiteen. Ook de plantenwortels die uit de aarde steken, waar de grond uiteen is gereten, zijn vergelijkbaar. Bovendien lijken enkele figuren aan weerszijden van het gat in de dijk terug te gaan op Schellinks. Vooral de man die langs de steile helling van de dijk omhoog getrokken wordt, doet aan Schellinks denken. Het grote verschil tussen beide prenten zijn de massieve stukken ijs die bij Josi achter de dijk opdoemen.

Tot slot

Enerzijds koppelde Josi de overstromingen in 1809 aan recente catastrofes, zoals de Leidse buskruitramp. Anderzijds bracht de graveur en uitgever de recente dijkdoorbraak in verband met historische overstromingen door te refereren aan toonaangevende prenten uit een ver verleden. Vooral de gravure naar Schellinks lijkt bepalend te zijn geweest voor Josi’s weergave van de dijkdoorbraak bij Bemmel in 1799.

Josi zag het gat in de dijk waarschijnlijk met eigen ogen. Hij schreef immers op de prent dat deze ‘naar het leven’ was getekend. Maar voor de dijkdoorbraak zelf ging hij te rade bij oudere voorstellingen van vergelijkbare gebeurtenissen. Zo kon Schellinks’ veel gereproduceerde gravure decennia later nog steeds voorstellingen van een recente dijkdoorbraak inspireren.


Meer lezen

Eerder schreef ik al over prenten van watersnood in Nederland, bijvoorbeeld hier, hier en hier. Ook schreef ik over de geschilderde panelen van de Sint-Elisabethsvloed in het Rijksmuseum. Ook hield ik me bezig met de functie van rampenprenten.

Bronnen over de watersnood van 1809:

  • Hendrik Ewijk, Geschiedkundig Verslag der Dijkbreuken en Overstroomingen, langs de rivieren in het Koninkrijk Holland voorgevallen in Louwmaand 1809, 2 dln, Amsterdam 1809 [Google Books]
  • J. Immerzeel, Hollands Watersnood van den jare 1809, Den Haag: Immerzeel en Comp., 1809 [tweede druk; Google Books]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top