Perkament en stof in miniatuur

De Bayerische Staatsbibliothek in München heeft in haar bezit een rijk versierd 15de-eeuws getijdenboek dat behalve standaardteksten ook enkele uitzonderlijke gebeden en afbeeldingen bevat. Sinds de productie was het in gebruik van nonnen, waarschijnlijk die van het klooster Nonnberg in Salzburg. Aan het begin van dit boek zit een bijzondere voorstelling van de heilige Veronica. Niet het onderwerp is speciaal; de heilige komt veel voor in religieuze handschriften. Wat de miniatuur zo opvallend maakt, is het materiaalgebruik. De voorstelling is geschilderd op perkament, maar de maker gebruikte ook een grof geweven stof. Mogelijk combineerden schilder diverse materialen om de uitzonderlijke status van het gelaat van Christus te benadrukken.

Heilige Veronica met het gelaat van Christus, miniatuur met stof in een gebedenboek voor nonnen
Heilige Veronica met het gelaat van Christus, miniatuur met stof in een gebedenboek voor nonnen, 15de eeuw. Bayerische Staatsbibliothek München, Ms Cgm 128, f. 1v. Bron: Digitale Bibliothek – München / BSB

Veronica

De heilige Veronica houdt een rozerode doek omhoog met daarop een groot donker gelaat. Dit is het gezicht van Christus. Deze zou de afdruk van zijn gezicht hebben achtergelaten op een doek die Veronica hem tijdens de kruisweg had aangeboden. Hiermee kon Christus zijn bebloede en bezwete gezicht drogen waarna hij het aan haar teruggaf. Sinds de middeleeuwen konden pelgrims deze doek in Rome bekijken en vereren.

Schneider en Petzet beschreven de miniatuur als volgt:

Bild: Schweißtuch der hl. Veronika, mit übergeklebter dünner Leinwand.

– Schneider en Petzet, Die deutsche Handschriften der Bayerischen Staatsbibliothek München (1920), deel 1, p. 235.

De maker plaatste voor de geschilderde miniatuur een grof geweven doek. De voorstelling bestaat dus uit twee verschillende materialen, namelijk perkament en stof. De stof bedekt echter niet de hele miniatuur, maar volgt de contouren van het gelaat van Christus. Hiermee krijgt het gelaat dat al opvalt door de grootte en de donkere kleur, nog meer nadruk.

Het boek bevat een tweede miniatuur met een ‘portret’ van Christus.

Initiaal met het gelaat van Christus, miniatuur in een gebedenboek voor nonnen
Initiaal met het gelaat van Christus, miniatuur in een gebedenboek voor nonnen, 15de eeuw. Bayerische Staatsbibliothek München, Ms Cgm 128, f. 118r. Bron: Digitale Bibliothek – München / BSB

Deze tweede miniatuur ziet er niet alleen heel anders uit dan de voorstelling met de heilige Veronica, hij is ook nog eens veel kleiner. Hij zit bovendien bij een specifiek onderdeel, namelijk bij een gebed tot Christus de verlosser. De miniatuur met stoffen bekleding hoort niet bij een specifiek gebed, maar zit aan het begin van het boek en gaat dus aan alle teksten vooraf. Daarmee benadrukt ook de plaats de uitzonderlijke status van de miniatuur. Hij fungeerde als een introductie tot het hele boek. Steeds als de gebruiker het oppakte en opende, kreeg deze de miniatuur van Veronica met het Romeinse reliek voor ogen.

Voor en door nonnen

De eerste eigenaar van het rijk verluchte handschrift was mogelijk de benedictijner non die zich knielend voor de heilige Erasmus liet afbeelden. In deze miniatuur bidt zij tot haar patroon: “Sancte Erasme Ora p(ro) m(e)”. Het schild aan haar voeten zou een aanleiding kunnen zijn om eens verder onderzoek te doen naar haar identiteit.

Heilige Erasmus met een biddende non, miniatuur in een gebedenboek voor nonnen
Heilige Erasmus met een biddende non, miniatuur in een gebedenboek voor nonnen, 15de eeuw. Bayerische Staatsbibliothek München, Ms Cgm 128 f. 196v. Bron: Digitale Bibliothek – München / BSB

Dat de heilige Erasmus een bijzondere betekenis had voor de opdrachtgeefster blijkt niet alleen uit de miniatuur, maar ook uit de teksten. Er volgen maar liefste enkele gebeden tot Erasmus, terwijl de meeste andere heiligen het met slechts één gebed moeten doen.

Na vervaardiging bleef het boek veelvuldig gebruikt aangezien de opeenvolgende eigenaars het boek verschillende malen aanpasten. In de loop van de 15de en 16de eeuw voegden ze bijvoorbeeld de namen van nog ontbrekende heiligen toe aan de kalender. Bovendien schreven verschillende gebruikers gebeden op lege pagina’s. Zo updateten de latere eigenaars het boek voortdurend.

Abdis Anna Pütrich

Aan het einde van de 16de eeuw kwam het boek in handen van Anna Pütrich. Ook zij liet zich afbeelden, gecombineerd met haar wapenschild op de tegenoverliggende pagina. Met haar rug naar de pagina met het schild knielt ze in gebed voor een altaar met een crucifix. “Elegiert 1588” staat er onder haar naam te lezen. In 1588 was Anna Pütrich abdis geworden van het Benedictijnenklooster Nonnberg dat sinds de 8ste eeuw in Salzburg was gevestigd. Een kleine putto achter haar houdt een staf vast die verwijst naar haar nieuwe functie als hoofd van het klooster. Mogelijk kreeg Anna Pütrich het boek ter gelegenheid van haar aantreden, wellicht van de voorgaande abdis.

Portret van Anna Pütrich, abdis van klooster Nonnberg, later toegevoegde miniatuur in een gebedenboek voor nonnen
Portret van Anna Pütrich, abdis van klooster Nonnberg, later toegevoegde miniatuur in een gebedenboek voor nonnen, 15de eeuw. Bayerische Staatsbibliothek München, Ms Cgm 128 f. 227av. Bron: Digitale Bibliothek – München / BSB

Anna Pütrich was tevens de laatste die een grote hervorming van het boek ondernam, met haar portret, wapen en enkele gebeden. Na een lang ziekbed stierf Anna, in 1600, wat niet wordt vermeld op haar portret. Daardoor lijkt het waarschijnlijk dat de miniatuur voorafging aan haar dood. Latere eigenaars brachten niet zulke grote veranderingen meer aan, hoewel het boek waarschijnlijk wel in Nonnberg bleef.

Klooster Nonnberg bestaat nog steeds. Een groot deel van de collectie middeleeuwse handschriften van het klooster berust sinds de 19de eeuw in de Bayerische Staatsbibliothek in München. Het hier besproken getijdenboek kwam waarschijnlijk ook rechtstreek van Nonnberg in de collectie van de bibliotheek in München. Op folio 1r staat geschreven: ‘Aus der nunbergerischen liberj’.

Tot slot

Een religieus boek was geen statisch voorwerp, maar iets dat voortdurend moest worden aangepast om bruikbaar te blijven. Het getijdenboek met talrijke gebruikssporen geeft aanleiding tot bespiegelingen over boekgebruik, ook de miniatuur met Veronica. Deze uitzonderlijke voorstelling laat zien hoe boekeigenaars materiaal inzetten om betekenis te geven. Niet alleen de compositie en stijl van de miniatuur stemt tot nadenken. Het materiaalgebruik draagt ook bij aan de betekenis van de voorstelling.

De doek van Veronica was een bijzonder reliek waarvan de betekenis niet onderschat kan worden. Het reliek, dat een portret was van Christus, trok massa’s mensen naar Rome. Let wel, Christus zelf had de afdruk op een doek achtergelaten en aan Veronica geschonken. Met andere woorden, niet mensen hadden het portret geschilderd, maar God had dit portret gemaakt en aan de mensheid gegeven. Het gaf het reliek in Rome een unieke status.

Met de verschillende materialen benadrukte de maker de tegenstelling tussen Veronica die de doek ophoudt, en het gelaat van Christus. Door stof voor het gezicht van Christus te gebruiken, wordt de connectie met de stoffen reliek in Rome versterkt. Bovendien benadrukt het grove weefsel dat het hier niet gaat om zomaar een afbeelding. De stof maakt van het geschilderde gelaat van Christus een reliek, naar voorbeeld van het Romeinse, alsof de maker wilde laten zien dat Veronica hier geen door mensen geschilderd portret toont, maar een ‘echt’ reliek. De miniatuur maakt de spanning tussen reliek en voorstelling invoelbaar.


Meer lezen?

Ook in een eerdere post ging ik in op bijzonder materiaalgebruik in religieuze boeken in de middeleeuwen. Daar richtte ik de aandacht meer op de metaforische betekenis van perkament. Ook schreef ik vaker over de bijzondere betekenis van voorstellingen met het gelaat van Christus, bijvoorbeeld in De Vera Icon: reliek en visioen en in een post over Veronicasouvenirs uit Rome. In De lijkwade in zijde en zilverdraad besprak ik geborduurde kunstwerkjes met de lijkwade van Christus. Ook daar is stof gecombineerd met verf. En ook hier gaat het om een textielreliek, namelijk de lijkwade bewaard in Besançon.

Voor het boek en de abdissen van Nonnberg:

  • Karin Schneider en Erich Petzet, Die deutsche Handschriften der Bayerischen Staatsbibliothek München, Bd 1, Die deutschen Pergament-Handschriften Nr. 1 – 200 der Staatsbibliothek in München (Wiesbaden 1920), pp. 234-36. [online raadpleegbaar]
  • Johann Andreas Schmeller en Karl Halm, Die deutschen Handschriften der K. Hof- und Staatsbibliothek zu München, Bd 1 (München 1866), p. 14 [online raadpleegbaar]
  • Franz Esterl, Chronik des adeligen Benediktiner-Frauen-Stiftes Nonnberg in Salzburg (Salzburg 1841) [Google books]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top