Pelgrims in de Provence

Soms bevinden de meest interessante details zich verstopt op de achtergrond. Een miniatuur in een getijdenboek in de KB Nationale Bibliotheek (Ms 74 G 36, f. 22v) toont een fascinerend landschap. Een immens hoge bergpiek domineert de voorstelling. Op de voorgrond zit Maria Magdalena; op de achtergrond trekken haar pelgrims de steile berg op naar de plaats waar de kluizenares dagelijks in extase was geraakt. Hier combineerde de verluchter de legende van Maria Magdalena in de Provence met de vroeg 16de-eeuwse realiteit van de bedevaarten naar Sainte-Baume.

De cultus van Maria Magdalena

Na de dood van Christus zou Maria Magdalena zich hebben teruggetrokken in een grot in de bergen van de Provence. Voordat de prins van Salerno er in 1279 haar lichaam ontdekte, trok de grot van Maria Magdalena al veel bezoekers. Daarna nam het aantal pelgrims alleen maar toe.

Maria Magdalena zit naakt op de grond met de zalfpot naast zich. Op de achtergrond is een hoge, kale berg te zien waarlangs pelgrims omhoog klimmen. Dit is de Sainte-Baume in de Provence.
Maria Magdalena en pelgrims in de Provence, miniatuur in een getijden- en gebedenboek voor dominicaans gebruik, diocees van Luik (Maastricht?), 1505-1515, KB Nationale Bibliotheek, De Haag, Ms 74 G 36, f. 22v. Bron: Medieval Illuminated Manuscripts

Aan de voet van de berg werd een dominicanerklooster gesticht. De bewoners bewaakten en beheerden het heiligdom dat inmiddels bekend stond als Sainte-Baume. Het convent is afgebeeld aan de voet van de berg. De kleine figuren binnen de muren dragen het herkenbare zwart en wit van de dominicanen.

De bedevaartplaats overvleugelde Vézelay in Bourgondië dat tot die tijd het centrum van de verering van Maria Magdalena was geweest. Daarbij kwam een productie van loodtinnen pelgrimstekens op gang. Een fragment van zo ’n insigne voor pelgrims in de Provence bevindt zich in het Museum of London.

Het getijdenboek

De heilige Dominicus van Caleruega draagt een pij van de dominicanen.  In de marge is een schild met wapen van de familie Bylant te zien.
Dominicus Guzmán met wapen van de familie Bylant, miniatuur in een getijden- en gebedenboek voor dominicaans gebruik, diocees van Luik (Maastricht?), 1505-1515, KB Nationale Bibliotheek, De Haag, Ms 74 G 36, f. 104v. Bron: Medieval Illuminated Manuscripts

Na de ontdekking van haar relieken bleef de cultus van Maria Magdalena in de Provence onverminderd populair. Het getijdenboek met de miniatuur van Maria Magdalena is aan het begin van de 16de eeuw gemaakt. Omdat de tekst de naam van paus Julius II (1503-1513) vermeldt, moet de productieperiode van het boek na 1503 liggen.

De illusionistische decoratie sluit aan bij een datering in de vroege 16de eeuw. Toen waren randen populair waarbij voorwerpen geschilderd werden alsof ze op de pagina liggen. Rondom Maria Magdalena is zo ’n rand geschilderd. Sainte-Baume trok toen nog steeds veel pelgrims naar de Provence. Zo kan het dat een andere boekeigenaar rond 1500 een pelgrimsteken van Maria Magdalena bevestigde in een ander getijdenboek. Eerder schreef ik een artikel waarin dit boek aan de orde komt.

De opdrachtgever

Het handschrift met de miniatuur van Maria Magdalena is vervaardigd voor een lid van de familie Bylant. Het wapen van deze familie verschijnt in enkele van de marges. Misschien verzocht de boekeigenaar de verluchter persoonlijk om een miniatuur van Sainte-Baume.

Ongetwijfeld had de eigenaar affiniteit met de orde der dominicanen. Dominicanen zijn niet alleen afgebeeld in de miniatuur van Maria Magdalena. Ook bevat de kalender gerubriceerde feesten van heiligen die speciale betekenis hadden voor dominicanen, zoals Thomas van Aquino (7 maart), Petrus martelaar (30 april en 7 mei) en Dominicus Guzmán (24 mei). Daarnaast heeft het boek een gebed tot Dominicus voorzien van een miniatuur met wapen van de familie Bylant (f. 104v). De miniatuur bij de dodenmis (f. 112r) tot slot toont een begrafenis met dominicanen. Met andere woorden, de orde lijkt een schakel tussen de boekeigenaar en Sainte-Baume.

Sainte-Baume in beeld

Maria Magdalena zit met zalfpot op schoot in een landdschap met de hoge, kale berg van deSainte-Baume op de achtergrond.
Jan van Scorel, Maria Magdalena, olie op paneel, ca. 1530, 66,3 x 76 cm, Rijksmuseum, Amsterdam, SK-A-372. Bron: Rijksstudio

Zoals gezegd domineert een hoge, kale en steile berg de achtergrond. Dit landschapskenmerk typeert ook een schilderij dat Jan van Scorel maakte rond 1530. Net als de handschriftverluchter gaf Van Scorel het ruige landschap in de Provence weer. Ook hier omgeeft een dicht woud de grillige berg van Sainte-Baume.

Anders dan de verluchter combineerde Van Scorel het portret van Maria Magdalena met een tweede gebeurtenis uit haar leven:

Her ecstasy has been depicted just to the left of her cave as a group of tiny figures that are barely discernible near the base of the rock outcropping.

– Faries, “Jan van Scorel, Mary Magdalen”

Van Scorels aandacht gaat vooral uit naar de vrouw op de voorgrond. De parels en overvloedige details van het rijke gewaad leiden af van de achtergrond. Verder zette de schilder Maria Magdalena scherp omlijnd neer. De scène met de extase van Maria Magdalena daarentegen is vaag en onduidelijk. Deze komt pas in beeld na enige inspanning van de kijker.

In tegenstelling tot Van Scorel portretteerde de verluchter van het Haagse handschrift Maria Magdalena naakt, als boetende kluizenaar. Daarnaast combineerde de schilder de voorstelling, niet met de extase, maar met pelgrims die Maria Magdalena na haar dood kwamen bezoeken. Naast de berg klimmen de reizigers over een smal pad omhoog. Ze zijn onderweg naar de kapel die Saint-Pilon werd genoemd, gelegen op de bergtop.

Sainte-Baume en de berg Sinaï

Engelen dragen het lichaam van Catharina van Alexandrië door de lucht naar de berg Sinaï. Aan de voet van de berg ligt een klooster. Pelgrims klimmen de berg op.
Gebroeders Van Limburg, Translatie van het lichaam van catharina van Alexandrië naar de berg Sinaï, miniatuur in de Belles Heures van de hertog van Berry, 1404-1409, Metropolitan Museum of Art, the Cloisters Collection, 1954, Ms 54.1.1, f. 20r. Bron: MetMuseum

De combinatie van heilige, cultusplaats met klooster in de bergen en pelgrims brengt een beroemde miniatuur in herinnering. Voor het getijdenboek van de hertog van Berry, de Belles Heures (of Mooie Getijden), schilderden de gebroeders Van Limburg een miniatuurcyclus over het leven van Catharina van Alexandrië. De laatste miniatuur in deze reeks toont haar lichaam, door engelen naar de berg Sinaï gedragen.

Er zijn enkele duidelijke overeenkomsten met de miniatuur van Maria Magdalena bij Sainte-Baume. Om te beginnen vormt een landschap met kale en steile bergen de achtergrond voor de scène uit het heiligenleven. Ten tweede ligt aan de voet van de berg het klooster waar de beheerders en bewakers van het Catharina-heiligdom woonden. Ten slotte zwoegen pelgrims links de berg op.

De vergelijkbare omstandigheden van het heiligdom verklaren deels de overeenkomsten. De overeenkomsten tussen de steile Sainte-Baume en de grillige berg Sinaï inspireerde de verluchter mogelijk om de cultusplaats in de Provence vergelijkbaar in beeld te brengen. Tot slot deden de overeenkomsten tussen de cultusplaatsen de schilder mogelijk zelfs specifiek aan de beroemde miniatuur van de gebroeders Van Limburg denken.

Randdecoratie met een pelgrimsschelp

De rand rond Maria Magdalena toont een interessante combinatie van koraal, een schelp, edelstenen en een bidsnoer. Geen van de motieven is uniek voor een rand in deze stijl. Allemaal komen ze ook in andere handschriften voor. Wel bijzonder is de combinatie van edelstenen en een schelp.

Dit detail van de besproken miniatuur toont Maria Magdalena en in de rand een kruisvormig juweel dat is geschilderd alsof het vastgepind zit met een speld. Achter Maria Magdalena is het klooster met dominicanen te zien.
Maria Magdalena, detail: kruisvormig juweel, in het getijdenboek KB 74 G 36, f. 22v. Bron: Medieval Illuminated Manuscripts

De verluchter lijkt nagedacht te hebben over de locatie van de voorwerpen in de rand. Het grootste juweel is ter hoogte van Maria Magdalena geschilderd, alsof het met een speld aan de pagina is vastgeprikt. Mogelijk is het juweel, evenals de andere edelstenen en parels, een verwijzing naar het decadente leven dat Maria Magdalena leidde voordat zij Jezus ontmoette. Tegelijkertijd verwijst de kruisvorm als christelijke symbool naar haar vrome leven als bekeerling nadat zij had besloten om Jezus te volgen.

Het detail van de miniatuur emt Maria Magdalena toont de pelgrims die tegen de berg op lopen. In de rand is de schelp afgebeeld.
Maria Magdalena, detail: schelp, in het getijdenboek KB 74 G 36, f. 22v. Bron: Medieval Illuminated Manuscripts

Hoger in de rand ligt een schelp. Deze bevindt zich in de rand ter hoogte van het pad waarop pelgrims zich een weg omhoog ploeteren naar de bergtop. Het motief verwijst naar pelgrimage. Immers, reizigers droegen vergelijkbare schelpen om onderweg als pelgrim herkenbaar te zijn. Door de zorgvuldige plaatsing trekken de motieven de aandacht naar kleine, maar betekenisvolle details in de miniatuur.

Maria Magdalena en pelgrims in de Provence

De miniatuur is geen naturalistische weergave van het bedevaartsoord Sainte-Baume in de 16de eeuw. Wel bevat de voorstelling interessante verwijzingen naar de contemporaine situatie, met de pelgrims, de dominicanen, hun klooster en de bergkapel.

Voor het ontwerp van de miniatuur ging de verluchter te rade bij beroemde voorbeelden, meest opvallend de miniatuur van de gebroeders Van Limburg in de Belles Heures. Bovendien schilderde de verluchter het in een contemporaine stijl door de miniaturen te voorzien van een illusionistische rand. Daarbij koos de schilder de randmotieven zorgvuldig. Evenals de centrale voorstelling combineert de rand motieven die verwijzen naar het leven van Maria Magdalena, met haar pelgrims in de Provence.


  • M. Faries, “Jan van Scorel, Mary Magdalen, Haarlem, c. 1530.” In Early Netherlandish Paintings, ed. M. Ubl, online coll. cat. Amsterdam (2010) [online]
  • Bernard Montagnes, “Le pèlerinage provençal à Marie-Madeleine au xve siècle.” Revue des sciences philosophiques et théologiques, 4, nr. 85 (2001): 679-95. DOI: 10.3917/rspt.854.0679. [online]
  • Etienne Michel Faillon, Monuments inédits sur l’apostolat de Sainte Marie-Madeleine en Provence, et sur les autres apôtres de cette contrée: Saint Lazare, Saint Maximin, Sainte Marthe, les Saintes Maries Jacobé et Salomé, etc., etc., 2 delen (Parijs 1848) [Google Books]

Een kort Engelstalig artikel over deze miniatuur publiceerde ik eerder op LinkedIn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top