Nieuwshonger en sensatiezucht

Dat de vraag naar nieuws snel om kan slaan in iets wat meer lijkt op sensatiezucht, blijkt onder andere na de overstromingen in 1861. Tijdens de strenge winter van 1860-61 zorgde ijsvorming op de Waal voor grote problemen in het rivierengebied van Nederland. De overstroming van het rivierengebied genereerde veel belangstelling. Nieuwshonger en sensatiezucht lagen dicht bij elkaar, zo blijkt ook uit krantenberichten.

Al op 6 januari bericht men uit Vuren dat het er wemelde van de belangstellenden. Op 14 februari plaatste de directie van de stoomboot die bij Schoonhoven voer, een advertentie waarin zij een extra reis aankondigden langs de meest getroffen gebieden.

De Directie der Stoomboot Schoonhoven brengt ter kennis van het Publiek, dat genoemde Stoomboot op Zondag 17 dezer eene Extra Reis zal maken naar de door den Watersnood geteisterde Streken. Men stelt zich voor te varen viâ Brakel tot Leeuwen, om des avonds te retourneren.

– “Extra Reis,” Rotterdamsche courant, 14 februari 1861, p. 4

Kaartjes voor het dagtochtje waren onder andere te verkrijgen bij de directie en bij de conducteur aan boord. Die voor het paviljoen kostten 5 gulden, die voor de grote kajuit f 2,50 en dan waren er ook nog kaartjes waarvan de prijs maar 1 gulden was.

De overstromingen van 1861

In december was kruiend ijs Nederland binnengekomen. Door de sterke vorst dreven de ijsschotsen niet verder en vroren ze aan elkaar vast. Het opgehoopte ijs bij Vuren en op andere plaatsen zorgde voor blokkades waardoor het water erachter snel steeg. Nieuwsberichten over de verergerende situatie volgden elkaar snel op.

Op sommige plaatsen stroomde het water al over de dijken de uiterwaarden in, als op 5 januari de Waaldijk bij Brakel breekt. Na de dijkdoorbraak tussen Zuilichem en Nieuwaal op 7 januari hield de Meidijk achter Zuilichem het niet, waarna verschillende dorpen in de Bommelerwaard onder water liepen. Hoewel er geen doden vielen, was de nood hoog. Huizen waren weggespoeld of door het ijs verbrijzeld. Veel woningen stonden onder water en er was een groot tekort aan voedsel, kleding en onderdak, terwijl de barre winterkoude aanhield.

Het leed was daarmee nog lang niet geleden: Er ontstond een tweede ijsdam bij Varik. Water stroomde over de dijken en op 1 februari brak de Waalbandijk bij Beneden-Leeuwen op twee plaatsen. 37 Mensen vonden daarbij de dood.

Overstroming van de Bommelerwaard

Tekenaar en lithograaf Carel Christiaan Anthony Last maakte een litho van de schade in de Bommelerwaard.

Voorstellingen van overstroomde plaatsen en andere bijzonderheden in de Bommelerwaard. De litho bevat veel details die tegemoet lijken te komen aan een nieuwshonger.
Carel Christiaan Anthony Last, Watervloed in den Bommelerwaard, 1861, toonlithografie, uitgegeven door Weijting & Brave, gedrukt bij H. L. Hoogstraten te Den Haag, 605 x 853 mm. Rijksmuseum, RP-P-OB-88.941. Bron: Rijksstudio

In 24 kleine taferelen tovert Last de kijker getroffen plaatsen in de Bommelerwaard voor ogen. Centraal is de dijk bij Brakel voorgesteld die als een van de eersten bezweek onder druk van het stijgende water op 5 januari 1861. Eromheen zien we afbeeldingen van de ondergelopen dorpen Zuilichem, Gameren, Bruchem en Nieuwaal. De litho bevat een grote hoeveelheid details die tegemoet lijken te komen aan een grote nieuwshonger.

Deze KAPITALE PLAAT, door den Heer LAST op de plaatsen zelve geteekend, wordt met Tint gedrukt, is lang 105 en hoog 70 Ned. duimen, en bevat 24 SCHETSEN. — Prijs f 2.50. Van alle Boekhandelaars te ontbieden, evenals van de Uitgevers WEYTINGH & BRAVE, te Amsterdam

Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad, 11 februari 1861, p. 4

Uitgevers van de litho, Weijting en Brave, lieten advertenties afdrukken in verschillende landelijke kranten. Daarin benadrukken zij dat Last alle 24 taferelen ‘op de plaatsen zelve’ heeft getekend. Last bezocht persoonlijk de dorpen en getroffen gebieden om daar tekeningen te maken. Waarschijnlijk kreeg hij compensatie om het ondergelopen gebied te mogen betreden. De daar gemaakte schetsen lagen aan de basis van de steendruk.

Het Land van Maas en Waal

De pendantprent richtte zich op het Land van Maas en Waal. Ook hiervoor tekende Last 24 scènes die samen een grote hoeveelheid informatie bevatten. De centrale scène toont koning Willem III tijdens zijn bezoek aan de doorgebroken dijk te Leeuwen. Hieromheen arrangeerde Last kleinere scènes van beschadigde woningen in andere dorpen.

Naast de feitelijke informatie, zoals welke dorpen schade hadden ondervonden, besteedt Last aandacht aan persoonlijk drama. Bovenaan plaatste hij een portret van de jonge Johanna van Beek die dagenlang zonder eten en drinken op het dak van een boerderij had vastgezeten. Ze overleefde.

Voorstellingen van overstroomde plaatsen en andere bijzonderheden in het Land van Maas en Waal. ook deze prent bevat een grote hoeveelheid details verdeeld over 24 kleine  scènes.
Carel Christiaan Anthony Last, Watervloed in het Land van Maas en Waal, 1861, toonlithografie, uitgegeven door Weijting & Brave, gedrukt bij H. L. Hoogstraten te Den Haag, 585 x 825 mm. Rijksmuseum, RP-P-OB-88.942. Bron: Rijksstudio

De dorpen Brakel en Leeuwen krijgen nadruk. De een staat centraal op de litho van de Bommelerwaard, de ander op die van het land van Maas en Waal. Deze twee dorpen behoorden dan ook tot de zwaarst getroffen plaatsen. De stoomboot voer langs beiden en deed daarnaast veel van de overige dorpen op de litho’s van Last aan. Het is verleidelijk om te denken dat sommige van de ramptoeristen de steendrukken aanschaften. Ze waren immers een tastbare herinnering aan de nare toestanden die de ramptoeristen ongetwijfeld met eigen ogen hadden gezien. Bovendien waren de litho’s al snel na de ramp beschikbaar.

Vast staat dat het publiek voor de prenten vele malen groter was dan de boottoeristen. De steendruk van de Bommelerwaard werd te koop aangeboden in verschillende regionale en landelijke bladen. Het Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad werd hierboven al genoemd. Daarnaast verscheen de advertentie bijvoorbeeld in het Algemeen Handelsblad. Volgens deze berichten was de plaat bij alle boekhandelaren te verkrijgen. Deze lag dus binnen het bereik van mensen die niet op een dagtochtje naar het watersnoodgebied gingen.

De prent van de Bommelerwaard werd zelfs aangeboden in Nederlands-Indië, zij het iets later dan in Nederland. Via advertenties in regionale kranten, zoals de Javabode en het Bataviaasch Handelsblad brachten de uitgevers de mensen ver weg op de hoogte.

Nieuwswaarde en sensatie

Het publiek van de litho’s mocht dan groter zijn dan de dagjesmensen op de boot, de steendrukken kwamen waarschijnlijk tegemoet aan vergelijkbare wensen. Nieuwgierigheid en een tikje sensatiezucht lijken mensen ertoe te hebben bewogen om een kaartje te kopen voor de tocht vanuit Schoonhoven naar Brakel en Leeuwen. Anderen, die geen boottrip ondernamen, wilden ook graag kennis nemen van de ondergelopen gebieden. Ook zij wilden zien welke schade het water had aangericht. In de wetenschap dat Last de scène ter plaatse had getekend, kregen geïnteresseerden het idee dat ze dicht bij de ervaring in het rampgebied kwamen. Hieruit blijkt maar dat nieuwshonger en sensatiezucht soms dicht bij elkaar liggen.


Meer lezen?

Ik schreef al eerder over watersnood in Nederland, bijvoorbeeld over de overstromingen van 1740-41 en over de Sint-Elisabethsvloed van 1421.

  • L.J. du Celliée Muller, Beschrijving van den Watervloed in Gelderland in Januarij en Februarij 1861 (Leiden 1861) [pdf transcriptie]
  • Anoniem, Beschrijving der Watersnood 1861 (Amsterdam 1861). [integraal opgenomen in Het Geheugen van Nederland]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top