Naastenliefde na de Sint-Elisabethsvloed

Net als kunsthistorici larderen onderzoekers in andere disciplines hun onderzoek graag met afbeeldingen. Deze maken een verhaal leesbaar, een boek of artikel mooier. En een beeld zegt meer dan duizend woorden. Maar soms vertelt een afbeelding een genuanceerder verhaal dan in eerste instantie lijkt. Op de panelen van de Sint-Elisabethsvloed in het Rijksmuseum vormt niet de watersnood het voornaamste onderwerp. De ramp vormt de achtergrond van een verhaal over weldadigheid. De panelen verbeelden de naastenliefde van de stad Dordrecht voor de slachtoffers van de Sint-Elisabethsvloed.

Twee panelen tonen het landschap van de Grote Waard na de Sint-Elisabethsvloed met de dijkdoorbraak in de achtergrond van het rechter paneel. De slachtoffers zijn onderweg naar Dordrecht dat op het linker paneel is afgebeeld.
Meester van de Elisabethsvloed-panelen, Dordrecht en de slachtoffers van de Sint-Elisabethsvloed, olie op paneel, ca. 1490-1495, Rijksmuseum, Amsterdam, SK-A-3145 en SK-A-3145B. Bron: Archeologie Dordrecht

De panelen van de Sint-Elisabethsvloed

In publicaties over historische overstromingen komen steevast dezelfde plaatjes terug. De schilderijen met de Sint-Elisabethsvloed in het Rijksmuseum zijn geliefd. Tijdens deze overstroming in november 1421 liep de Grote Waard bij Dordrecht onder water. De voorstelling van deze historische gebeurtenis illustreert het werk van bekende historici, zoals het recente boek van James Kennedy.

De panelen zijn populair omdat ze de vroegst bekende afbeeldingen van een watersnood in Nederland zijn. Belangrijker nog is misschien nog wel het epische karakter van de panelen. De schilderijen spreken tot de verbeelding omdat ze vol zitten met verhalende details. Op de voorgrond sjokken de terneergeslagen slachtoffers met de bezittingen die ze nog hebben kunnen redden, in hun handen en op hun rug. Hun verslagen gezichtsuitdrukkingen spreken boekdelen.

Vaak wordt alleen in een bijzin vermeld dat de panelen geen ooggetuigenverslag van de ramp zijn. Ze zijn een gekleurde versie van de rampzalige gebeurtenis die circa 70 jaar na dato werd geschilderd.

Detail van het rechter paneel van de Sint-Elisabethsvloed: In een landschap met kleine dorpjes in het verschiet komen mensen aanlopen en in bootjes aanvaren. Op de voorgrond stappen mensen aan land en tillen hun bezittingen op de wal. In het water drijven wee lichamen.
De Sint-Elisabethsvloed, rechterpaneel, detail: de slachtoffers komen aan wal. Bron: Rijksstudio.

Een altaarstuk

De twee panelen hangen nu in het Rijksmuseum, maar waren ooit onderdeel van een altaarstuk in drie delen. De nabestaanden van de slachtoffers uit Wieldrecht gaven de opdracht tot de schilderijen, zo wist Liesbeth Helmus na diepgravend archiefonderzoek aan te tonen. De mensen uit Wieldrecht hadden een doopvont en twee klokken uit hun overstroomde kerk meegenomen die zij in bruikleen gaven aan de Grote Kerk van Dordrecht. In ruil hiervoor kregen zij het recht op het gebruik van een altaar in de kerk. Ter versiering hiervan lieten zij een altaarstuk vervaardigen.

De panelen met de watersnood vormden de buitenkanten van twee luiken. Hiermee kon het altaarstuk geopend en gesloten worden om een centraal paneel – dat helaas verloren ging – te onthullen en verhullen.

Een voorstelling van naastenliefde

Detail van het rechter paneel van de Sint-Elisabethsvloed: In het landschap ligt een dijk die is doorgebroken tussen de kerken van de dorpjes Wieldrecht en Cillarshoek. Vanuit de rivier kolkt het water in de polder. Een boerderij wordt meegesleurd door het water.
De Sint-Elisabethsvloed, rechter paneel, detail: de dijkdoorbraak tussen Wieldrecht en Cillaarshoek. Bron: Rijksstudio.

De rol van de panelen als onderdeel van een altaarstuk bepaalt het uiterlijk van de voorstelling. Om te beginnen ligt maar een klein deel van het land onder water. De dijkdoorbraak is afgebeeld, maar ver in de achtergrond. Bovenaan het rechterpaneel kolkt het water door de gebroken dijk tussen Wieldrecht en Cillaarshoek en neemt een boerderij in zijn stroom mee. Vandaaruit varen enkele bootjes met gezinnen naar droog land.

De nadruk ligt vooral op de tocht van de slachtoffers naar het veilige Dordrecht. Op de voorgrond van het rechter paneel komen de overlevenden aan wal en tillen hun bezittingen op het droge. Anderen lopen al over land in de richting van Dordrecht dat prominent op het linker paneel is afgebeeld. De stad opent zijn poort voor de getroffenen, een daad van caritas of liefde na de Sint-Elisabethsvloed.

Op dit detail van het linkerpaneel van de Sint-Elisabethsvloed is de stad Dordrecht te zien, omgeven door water. De toren van de Grote Kerk rijst hoog boven de stad uit. Een man met een zware zak op zijn rug loopt gebukt door de stadspoort naar binnen.
De Sint-Elisabethsvloed, linker paneel, detail: de stad Dordrecht. Bron: Rijksstudio

Bijbelse voorbeelden

De schilder vond mogelijk inspiratie voor de barre tocht van de getroffenen door een uitgestrekt landschap in afbeeldingen van de kruisdraging. Op voorstellingen van de kruisweg, zoals deze, is Christus onderweg van Jeruzalem naar de berg Golgotha. Daar zal hij gekruisigd worden. De tocht van Christus gaat gepaard met eenzelfde sfeer van terneergeslagenheid, al is de uitkomst een andere. De slachtoffers van de watersnood vluchten naar de stad waar zij redding vinden, terwijl Christus de stad verlaat. Hij is op weg naar de plaats van zijn terechtstelling.

Een in flamboyant gothische stijl versierde poort symboliseert de toegang tot het hemelse Jeruzalem. Op de voorgrond komt een grote stoet mensen aanlopen die wordt begroet door de heilige Petrus. Engelen reiken de naakte zielen kleding aan.
Hans Memling, Laatste Oordeel, altaarstuk, linker paneel: de zielen betreden het Hemelse Jeruzalem, 1467-1471, Nationaal Museum Gdansk. Bron: Wikimedia

Voor Dordrecht als heilzame haven vond de schilder ook bijbelse voorbeelden. In voorstellingen van het Laatste Oordeel, ook vaak op altaarstukken, trekken de uitverkoren zielen in processie naar de geopende poort van het Hemelse Jeruzalem. Dordrecht ligt in het landschap van de Grote Waard, zoals de uit de hemel neergedaalde stad in het landschap van het Laatste Oordeel. De slachtoffers van de Sint-Elisabethsvloed vinden hun veilige haven in Dordrecht, zoals de uitverkoren zielen in het Hemelse Jeruzalem.

De visuele parallel met de geopende hemelpoort onderstreept het belang van Dordrecht voor de voorstelling.

De naastenliefde na de vloed

Het verhaal over de Sint-Elisabethsvloed, zoals het vaker verteld wordt, krijgt een nieuwe lading op de Sint-Elisabethsvloed-panelen. De nadruk ligt niet zozeer op de watersnood. Veel meer aandacht had de kunstenaar voor de slachtoffers en voor de stad Dordrecht. De vloed is dan ook vooral afgebeeld om de weldaad van Dordrecht in beeld te brengen. Om het verhaal over naastenliefde na de Sint-Elisabethsvloed te vertellen, zocht de schilder naar passende bijbelse voorbeelden. Binnen de context van de kerk zullen deze parallellen weerklank hebben gevonden bij het publiek. Met visuele referenties aan de kruisweg en het Laatste Oordeel plaatste de kunstenaar de Sint-Elisabethsvloed in een religieus-moralistisch kader, geschikt voor een altaarstuk.


Meer lezen over mijn onderzoek naar de panelen van de Sint-Elisabethsvloed? Lees het artikel in Rijksmuseum Bulletin [jstor]. Zie ook mijn andere publicaties.

Genoemde literatuur:

  • Hanneke van Asperen, “Charity after the Flood: The Rijksmuseum’s St Elizabeth and St Elizabeth’s Flood Altar Wings.” The Rijksmuseum Bulletin 67, nr. 1 (2019): 30-53. [jstor]
  • James Kennedy, Een beknopte geschiedenis van Nederland (Amsterdam 2017).
  • Liesbeth Helmus, “Het altaarstuk met de Sint Elisabethsvloed uit de Grote Kerk van Dordrecht. De oorspronkelijke plaats en de opdrachtgevers.” Oud Holland 105, nr. 2 (1991): 127-39. [jstor]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top