Liefde en tragedie in tijden van watersnood

In een overstroomd landschap vaart op de voorgrond een groot zeilschip. Op de achtergrond rechts is een dijkdoorbraak te zien. Overal zijn groepjes mensen te zien die anderen te hulp schieten. De voorstelling is gevat in een kader met een bazuinblazende, gevleugelde figuur erboven. Op de vier hoeken zitten vier riviergoden. Caspers beeldt scenes van liefde en hulpvaardigheid uit ten tijden van de tragische watersnood.
Jan Caspar Philips, De watersnood van 1740-1741, ets, h. 197 mm, titelpagina van P. Bakker, Nederlands Water-Nood van den Jaare 1740 en 1741 (Amsterdam: Kornelis de Wit, 1741), Rijksmuseum, Amsterdam, RP-P-OB-60.043. Bron: Rijksstudio

Een groot schip met bollende zeilen vaart over onstuimig water. Voorbij het schip is een uitgestrekt ondergelopen landschap zichtbaar, met rechts een dijkdoorbraak. De maker van de ets, Jan Caspar Philips, schetst een beeld van de historische overstroming in de winter van 1740-1741. Maar de afbeelding is niet alleen verhalend. De prent combineert narratieve elementen met een allegorie over liefde en tragedie in tijden van watersnood.

De watersnood van 1740-1741

Na een langdurige periode met aanhoudende regen was het water in de rivieren van Rijn, Lek, Maas en Waal tot kritische hoogte gestegen. Ondertussen waren de dijken verzadigd geraakt. Inmiddels was het geen kwestie meer óf de dijken zouden breken, maar welke dijken. Op 24 december 1740 werd de vrees bij Elden en Bemmel bewaarheid. De catastrofale dijkdoorbraken zetten een groot deel van de Over- en NederBetuwe en de Tielerwaard onder water. Ondertussen gingen de overstromingen door. Hoewel er bij de doorbraken weinig menselijke slachtoffers vielen, was de materiële schade groot. Vee verdronk massaal. Voor de mensen die huis en goed waren kwijtgeraakt, dreigde het gevaar van kou, ziekte en hongersnood.

De ets is de titelpagina van het gedicht Nederlands Water-Nood van den Jaare 1740 en 1741, geschreven door Pieter Bakker. Kornelis de Wit bood het boek te koop aan in de Amsterdamsche courant van 23 maart 1741, ‘met een konstige Titel-Plaet, getekent en in ’t koper gebragt door J. C. Philips.’ De gedigitaliseerde versie van Nederlands Water-Nood vind je hier. In de vormgeving van zijn ets volgde Philips de tekst van Bakker nauwgezet.

Watersnood in Europees perspectief

Detail met de gevleugelde figuur die de voorstelling bekroont. Ze blaast op een bazuin en houdt de ander naar beneden gericht naast zich. Het is Fama, de godin van het gerucht.
Philips, De watersnood van 1740-41, detail: Faam. Bron: Rijksstudio

Bovenaan de pagina is de gevleugelde Faam afgebeeld. Zij is de personificatie van het gerucht.

Wanschapen, groot en snel, alom verzien van vleug’len vol oogen, ooren, zoo veel tongen, niet te teug’len

– Bakker, Nederlands Water-Nood, p. 11

De ogen en oren, genoemd in het gedicht, zijn het patroon op de stof van Faams kleed. Haar jurk is versierd met ogen en haar wapperende mantel met oren.

Faam die alles ziet en hoort, is getuige geweest van vergelijkbare rampen in naburige landen. Bakker beschrijft overstromingen van de Tiber, Seine, Donau, Main en Rijn, elders in Europa. De dichter plaatst de overstromingen in het Nederlandse rivierengebied in dit breder Europees perspectief. Naast de personificaties van Rijn (linksonder) en Maas (rechtsonder) beeldde Philips daarom die van Tiber, Donau, Seine en Main af. Bij hem, zoals bij Bakker, vormen de grote Europese rivieren – letterlijk – het kader waarin het Nederlandse drama zich afspeelt.

Tragedie

In zijn gedicht beschrijft Bakker hoe hij kracht vindt bij Melpomene na het zien van alle leed in het rivierengebied:

‘k Voel waarlijk mij de pen, door zoo veel leeds, begeven. Versterk me, ô Melpomeen!

– Bakker, Nederlands Water-Nood, p. 8

Detail van de voorgaande afbeelding van twee figuren in het grote zeilschip. Het zijn een man die aan het schrijven is, en een vrouw met kroon en dolk in handen. Dit is Melpomene, de muze van de tragedie.
Philips, De watersnood van 1740-41, detail: de dichter en Melpomene. Bron: Rijksstudio

Melpomene is de muze van de tragedie. Bij haar vindt de dichter zowel de inspiratie als de kracht om de menselijke ellende te beschrijven.

Philips beeldde de dichter af met de mythische figuur die de tragedie belichaamt. Op het dek van het zeilschip zit de dichter, al schrijvend met een ganzenveer. Naast hem zit een vrouw met een kroon en een getrokken dolk. Dit zijn de traditionele attributen van Melpomene.

Melpomene was geen onbekende in cultureel Amsterdam in de achttiende eeuw. Op het podium van de in 1772 afgebrande Amsterdamse schouwburg stond een beeld van Melpomene. Reinier Vinkeles etste een voorstelling van dit Amsterdamse beeld met kroon in de ene hand en dolk in de andere. Voor een afbeelding, klik hier. Mogelijk kende Philips dit beeld in de schouwburg. De tekenaar en etser woonde immers in Amsterdam vanaf 1736.

Naast de menselijke ellende is er aandacht voor onderlinge solidariteit. Bakker schrijft:

Terwyl de liefde hier dus yvert tot elx heil, zoo bruist myn hulk weêr voort met opgezwollen zeil.

– Bakker, Nederlands Water-Nood, p. 16

Hij noemt de liefde zelfs ‘de edelste deugd‘ (p. 9). Hiermee onderstreept hij het belang van de liefde, waaronder ook de naastenliefde werd verstaan, in tijden van watersnood.

Liefde in beeld

Dit detail van de prent van Philips toont een stukje van het ondergelopen landschap met daarin scènes van hulpvaardigheid en liefde. Op de voorgrond trekken twee figuren in een roeibootje drenkelingen uit het water. Op de achtergrond vaart een kleine zeilboot naar ondergelopen huizen waar mensen hun toevlucht hebben gezocht op de daken.
Philips, De watersnood van 1740-41, detail: voorbeelden van hulpvaardigheid. Bron: Rijksstudio

In navolging van het gedicht is de naastenliefde een belangrijk thema in de prent. Overal zijn groepjes mensen te zien die anderen te hulp schieten. Twee figuren in een kleine roeiboot, rechts van het grote schip, trekken drenkelingen aan boord, terwijl meer zielen aan komen zwemmen. Verderop ploegen bootjes door het water in de richting van de ondergelopen huizen om de mensen op de daken te helpen.

Het detail van Philips' prent toont een vrouwenfiguur met drie kinderen. Zij is de personificatie van de Caritas of de liefde. Een paar mannen nadert haar van links en vragen om hulp. Andere mannen slepen drenkelingen uit het water op het droge.
Philips, De watersnood van 1740-41, detail: Caritas. Bron: Rijksstudio

Ook de kleine groep links symboliseert de onderlinge hulpvaardigheid. Enkele mannen trekken watersnoodslachtoffers op het droge. In hun midden staat een opvallende figuur met drie kinderen, één op haar arm, een jongetje links van haar en een meisje rechts. De vrouw is niet slechts één van de watersnoodslachtoffers. Zij neemt een prominente plaats in op de voorgrond en is bovendien de enige die het beeldvlak uitkijkt. Met haar rechterarm lijkt ze op de noodlijdenden om haar heen te wijzen.

Vanwege het belang dat in het gedicht wordt gehecht aan de liefde, is het mogelijk dat Philips hier een personificatie van Caritas, of de liefde, afbeeldde. Caritas, de voornaamste van alle deugden werd ook wel de moeder aller deugden genoemd. Ze wordt meestal met drie kinderen afgebeeld, een op haar arm en twee aan haar zijde, zoals ook bij Philips. Voor een voorbeeld van de personificatie van Caritas, klik hier.

Tragedie en liefde in 1809

Detail van de prent van De Vletter met de watersnood van 1809. In het midden staat een vrouwenfiguur met kinderen, een op de arm. Zij personifieert liefde of Caritas. Een man nadert haar van links. Een man trekt een ander op het droge.
Johannes de Vletter naar Jan Lodewijk Jonxis, Doorbraak van de Waalbandijk in 1809, detail: Caritas, ets en aquatint, h. 618 mm, Rijksmuseum, Amsterdam, RP-P-1882-A-5716. Bron: Rijksstudio

De moederfiguur van Philips bleef niet onopgemerkt, blijkt uit een voorstelling van de watersnood van 1809. Graveur en tekenaar Johannes de Vletter (1770-1828) maakte een ets en aquatint naar een tekening van de Utrechtenaar Jan Lodewijk Jonxis. Op de voorgrond staan dezelfde figuren in dezelfde houding. De moeder met kinderen – een op de linker arm, drie (geen twee) aan haar zijde – wordt benaderd door een man van links. Zij strekt haar rechterarm naar hem uit, zoals bij Philips. Ook de man die een ander op het droge helpt, is op de ets uit 1741 te vinden, iets achter de vrouwenfiguur. Van alle figuurgroepen op Philips’ prent kopieerde De Vletter alleen deze twee en plaatste ze bovendien op de voorgrond van zijn watersnoodtoneel.

Op de prent van De Vletter is de doorbrekende Waaldijk te zien. Water kolkt vanuit de rivier in het lager gelegen gebied. Op de voorgrond staat de figuurgroep die liefde en solidariteit symboliseert. Op de achtergrond vluchten mensen uit het rampgebied.
Johannes de Vletter naar Jan Lodewijk Jonxis, Doorbraak van de Waalbandijk in 1809, ets en aquatint, h. 618 mm, Rijksmuseum, Amsterdam, RP-P-1882-A-5716. Bron: Rijksstudio

Allegorie van liefde en tragedie in tijden van watersnood

Narratief en allegorie liggen dicht bij elkaar in de ets van Philips. De kunstenaar maakte de titelpagina voor Nederlands Water-Nood met de tekst van Bakker bij de hand en volgde het gedicht nauwgezet. De kunstenaar focuste op de ellende, gesymboliseerd door Melpomene. Hij voegde daaraan toonbeelden van onderlinge hulpvaardigheid toe. Philips maakte van de dijkdoorbraak een allegorische voorstelling gewijd aan liefde en tragedie in tijden van watersnood.

Bakker eindigt het gedicht met een passage gewijd aan nationale hulpvaardigheid. Hij schrijft dat de landsbestuurders uit medelijden ruim gedoneerd hebben, zoals hun plicht betaamt (p. 46). Hun onderdanen hebben dat voorbeeld gevolgd. Vanwege deze blijken van deugdzaamheid zal God Nederland uiteindelijk weer gunstig gezind zijn, zo meent Bakker.

Volgens Bakker omvat de liefde niet alleen solidariteit tijdens de ramp, maar ook nationale initiatieven van landsbestuurders en hun onderdanen. De voorbeelden van hulpvaardigheid, zoals Philips ze visualiseerde, worden daarmee een metafoor voor het brede scala aan liefdewerken om de grote nood te verlichten. Hij verbeeldde niet alleen de deugdzaamheid van mensen die de watersnood beleefd hadden, maar impliceerde allen die hulp bieden in de nasleep van de ramp.


Meer lezen?

Een versie van dit verhaal over de titelplaat van Nederlands Water-Nood presenteerde ik tijdens de Historicidagen in Groningen op 22-24 augustus 2019. Zie hiervoor ook bij mijn lezingen. Ben je geïnteresseerd in afbeeldingen van naastenliefde ten tijde van watersnood, zie dan mijn artikel over de Sint-Elisabethsvloed.

Meer lezen over de watersnood van 1740-1741?

  • Jan Buisman, Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen, V: 1675-1750 (Franeker 2006), pp. 694-718.
  • J. van Zellem, “Nooyt gehoorde hooge waeteren:’ Bestuurlijke, technische en sociale aspecten, in het bijzonder de hulpverlening, van de overstromingsramp in de Over-Betuwe in 1740-1741.” Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis 12 (2003): 11-20. [webversie 2006]
  • Pieter Bakker, Nederlands Water-Nood in den Jaaren 1740 en 1741 (Amsterdam 1741). [Google Books]
  • Jacob van Wijk, Beknopte Beschryving van de Noodlydende en Overstroomde Landstreeken in Zuid-Holland en een gedeelte van Gelderland (Gorinchem 1741). [Google Books]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top