Liefde en opvoeding in het weeshuis

Burgerweeshuizen waren instellingen voor wezen wier ouders burgerrecht hadden. Het Nijmeegse burgerweeshuis opende in 1560 zijn deuren. De bestuurders van dit weeshuis voorzagen de burgerwezen van de eerste levensbehoeften, zoals voeding, kleding en huisvesting, maar ook opvoeding, opleiding en religieuze vorming waren belangrijke taken.

Halverwege de achttiende eeuw vond een herinrichting van de regentenkamer plaats. Een Italiaanse sierstucwerker bracht een gestukt plafond aan en de kamer kreeg een marmeren schouw. Toen de regenten een kunstenaar zochten om hun kamer van schilderwerk te voorzien, kwamen ze uit bij Dionys van Nijmegen (1705-1798). Deze was als schilder gevestigd in Rotterdam, maar zijn familie kwam oorspronkelijk uit de Gelderse stad. Van Nijmegen schilderde twee stukken voor de Nijmeegse regentenkamer, waaronder een doek met een vrouw en twee kinderen. Zij belichaamt de liefde en de opvoeding.

Het schoorsteenstuk van Dionys van Nijmegen toont een vrouw met twee kinderen die liefde en opvoeding in het weeshuis belichaamt.
Dionys van Nijmegen, Liefde en opvoeding, 1768, olie op doek, 92 x 61 cm. Nijmegen, Stichting De Beide Weeshuizen. (c) Stichting De Beide Weeshuizen

Liefde

Het doek is een zogenaamd schoorsteenstuk, bedoeld om in een lijst boven de nieuwe schouw te hangen. In dit werk combineerde Van Nijmegen twee personificaties in één figuur. De personificatie, ofwel een menselijke gedaante die een abstract begrip uitbeeldt, sluit naadloos aan bij de taken waartoe de regenten van het weeshuis zich geroepen voelde.

De vrouw is allereerst caritas, of de liefde, die meestal, en zeker in de achttiende eeuw, wordt voorgesteld als een voedende moeder, een vrouw die haar kind de borst geeft.

De vrouw met drie kinderen is de personificatie van de liefde.
Personificatie van caritas als moeder, in Cesare Ripa, Iconologia (Amsterdam: Pers, 1644), p. 292.
(c) dbnl

Het rode kleed dat over haar schoot is gedrapeerd, wijst ook naar de liefde, want rood is de kleur van bloed:

[om]dat de waere Liefde, sich, nae ’t getuyghnisse Pauli, totte stortinge des bloeds toe, uytstreckt.

– Cesare Ripa, Iconologia (Amsterdam: Pers, 1644; heruitgave 1971), p. 293.


Dit schrijft de Italiaan Cesare Ripa in zijn Iconologia. Het handboek waarin verschillende abstracte begrippen de revue passeren, en de manieren waarop ze uitgebeeld moeten worden, was een geliefd naslagwerk voor kunstenaars. De Amsterdamse uitgever Dirck Pietersz. Pers publiceerde in 1644 een Nederlandse versie van Ripa’s Iconologia. Kunstenaars zouden het boek nog tot ver in de negentiende eeuw als handboek gebruiken bij het vormgeven van personificaties.

Opvoeding

Dionys van Nijmegen voegt enkele interessante details toe aan zijn personificatie van de liefde. Een tweede kind leest een boek, terwijl de vrouw in haar vrije hand een roede houdt. De attributen zijn die van de opvoeding en ook deze details beschrijft Ripa in zijn Iconologia. Hierin staat dat de vrouw die de opvoeding uitbeeldt:

mette rechter hand een Roede [vasthoudt], en ’t schijnt datse met groot opmercken, een Ionghsken leert lesen, en van de slincker sijde staet een stock in de aerde, alwaer een jongh boomken tegen aen is gebonden…

– Cesare Ripa, Iconologia (Amsterdam: Pers, 1644; heruitgave 1971), p. 394.

Dionys van Nijmegen, Liefde en opvoeding, detail. (c) Stichting De Beide Weeshuizen

Inderdaad is achter het lezende kind een tak aan een paal gebonden. Niet alleen moeten kinderen opgevoed worden in kunsten en wetenschappen, schreef Ripa, maar ook in zeden en goede manieren. De jeugd, dat is de onbewerkte aarde die distels en doornen voortbrengt, als zij niet in goede banen wordt geleid, zo redeneerde Ripa. Zo illustreert de vastgebonden twijg dat de jeugd opgevoed moet worden om tot bloei te komen.

Liefde en opvoeding

De figuur op het schoorsteenstuk van Dionys van Nijmegen is wel ‘caritas als verzorgster en opvoedster van wezen’ genoemd. Strikt genomen zijn wezen echter niet afgebeeld. Immers dragen de kinderen op het schilderij niet het kostuum waarin de Nijmeegse burgerwezen gekleed gingen. Eerder staan de kinderen symbool voor de jeugd in zijn algemeenheid.

Bovendien is de vrouw niet caritas als opvoedster; zij is caritas én opvoeding. Beide waren kerntaken van de regenten van het weeshuis voor wie de vrouw op het doek tegelijkertijd een rolmodel en een spiegel was. Terwijl de regenten hun beslissingen namen in de regentenkamer, wees het schilderij hen erop dat liefde en opvoeding hen moesten leiden bij hun beslissingen. Tegelijkertijd belichaamt de vrouw, die de liefde en de opvoeding in zich verenigt, de instelling. Zij is de personificatie van het weeshuis, en de regenten zagen in haar ook hun eigen kwaliteiten weerspiegelt.


Meer weten?

Dit stuk is gebaseerd op een Engelstalig artikel dat ik schreef op LinkedIn. Voorstellingen van caritas waren eerder onderwerp van korte artikelen op deze website, bijvoorbeeld hier en hier. Over de personificatie van caritas en opvoeding, zie ook:

  • “Caritas als Lehrmeisterin − die Stadt als Mutter: Darstellungen der Armenhilfe von Juan Luis Vives bis Jean-Jacques Rousseau.” In Caritas: Nächstenliebe von den frühen Christen bis zur Gegenwart, ed. Christoph Stiegemann (tent. Diözesanmuseum Paderborn, 23 juli – 12 december 2015): 100-09.
  • “Charity Instructing the Poor: Concepts and Practices of Education Reflected in Images of Charity.” Zeitschrift für Kunstgeschichte 76, nr. 4 (2013): 541-56.

Over het burgerweeshuis in Nijmegen:

  • A. E. M. Janssen, Naar best vermogen: een geschiedenis van twee Nijmeegse weeshuizen, 1558-2008 (Nijmegen: Valkhof Pers, 2008).
  • G. Th. M. Lemmens (red.), “…Om dair in die kleijne arme verlaten weeskens in toe stellen…”. Geschiedenis van de stedelijke weeshuizen te Nijmegen (Nijmegen: Nijmeegs Museum ‘Commanderie van Sint-Jan, 1996).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top