Het drama van Babyloniënbroek

Krantenartikelen met beschrijvingen van desastreuze overstromingen gaan vaak vergezeld van foto’s, zoals recente berichten over Indonesië in januari 2020 of over Kenia in november 2019. De illustraties geven de lezer een beeld van het leed en de schade.

Via sociale media en door burgerfotografen zijn beelden bovendien vrijwel onmiddellijk beschikbaar. Kranten aan het begin van de negentiende eeuw bevatten geen foto’s, meestal zelfs geen illustraties. Toch was er ook toen vraag naar verhalen en afbeeldingen van noodsituaties. Prenten, die in veelvoud gedrukt konden worden, waren het aangewezen medium om beelden te verspreiden, eerst vooral gravures en later litho’s.

Een gedenkboek naar aanleiding van de watersnood van 1809 bevat een reeks gravures met enige van de meest belangrijke voorvallen, vooral in Brabant en Gelderland. Tekenaar en schilder Cornelis van Hardenbergh (1755 – 1834) maakte de ontwerptekeningen waarna de Amsterdamse graveur Reinier Vinkeles (1741 – 1818) de gravures verzorgde. Onder de prenten staat dat Van Hardenbergh ad vivum delineavit, wat betekent dat hij ‘naar het leven tekende’. Wat hield deze toevoeging hier eigenlijk in? Hoe ‘levensecht’ zijn de afgebeelde situaties?

Het drama van Babyloniënbroek

Wil je dit artikel verder lezen? Ga dan naar de website van Brabants Erfgoed, waar dit stuk over rampenprenten ‘naar het leven’ verscheen. Specifiek ga ik in op een prent van een watersnooddrama in het Brabantse Babyloniënbroek, gemaakt door Van Hardenbergh. Deze tekenaar, die zich ontpopt had tot een ware ‘rampenkunstenaar’, maakte het ontwerp voor de prent na de watersnood van 1809.

Het drama van Baybloniénbroek in prent gebracht door reinier Vinkeles naar een ontwerp van Cornelis van Hardenbergh
Reinier Vinkeles naar Cornelis van Hardenbergh, Kapel te Babyloniënbroek tijdens de watersnood van 1809, ets, 50 x 340 mm. Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-AO-1917-102. Bron: Rijksstudio

Ik schreef wel vaker artikelen over prenten van rampen. Een artikel over de watersnood van 1861 vind je hier. Daarnaast schreef ik artikelen over een prent van de watersnood in 1740-1741 en de schilderijen van de Sint-Elisabethsvloed. Bij nadere bestudering blijkt het in deze gevallen niet te gaan om ooggetuigenverslagen, maar om zorgvuldig geconstrueerde voorstellingen. De kijk op de historische gebeurtenissen is gekleurd. Ook keek ik naar de functies van rampenprenten, zoals die van de brand in de Amsterdamse schouwburg in 1772.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top