Familienotities en een bewogen geschiedenis

Handschriften met sporen van insignes zijn talrijk, zo bleek uit mijn dissertatie Pelgrimstekens op perkament (2009). Voor dit onderzoek bestudeerde ik honderd religieuze handschriften uit de late middeleeuwen. In al deze boeken waren eens insignes genaaid, maar deze werden meestal weer verwijderd. Vaak is een raadsel wanneer de insignes zijn weggehaald, of zelfs wie ze bevestigde. Het is dan ook bijzonder wanneer meer duidelijk wordt over de voormalige eigenaars, zoals in een getijdenboek met aantekeningen dat ik aantrof in de Koninklijke Bibliotheek van België. Bovendien verraden de familienotities in dit boek een bewogen geschiedenis.

Opening in een getijdenboek in de Koninklijke Bibliotheek van België met het begin van de boetpsalmen, voorafgegaan door een miniatuur van het Laatste Oordeel.
Laatste Oordeel, begin van de boetpsalmen, in een getijden- en gebedenboek voor gebruik van Utrecht, laatste kwart vijftiende eeuw, Koninklijke Bibliotheek van België, Brussel, Ms. IV 142, ff. 101v-102r. Bron: Piety in Pieces

Familienotities

Het getijdenboek kreeg ik onder ogen tijdens een bezoek aan de Koninklijke Bibliotheek van België in 2004 (Ms IV 142). Op folio 100v van dit handschrift zaten ooit vier insignes van verschillende vormen en formaten. Deze waren bevestigd op een blanco pagina en drukten af op de tegenoverliggende pagina, eveneens blanco (f. 101r). Op de keerzijde van dat blad zijn de afdrukken nog te zien, onder de miniatuur van het Laatste Oordeel waarmee de boetpsalmen beginnen (f. 101v). Waar de insignes vandaan kwamen, welke bedevaartsoorden de eigenaar bezocht of van wie de boekeigenaar de insignes kreeg, blijft gissen.

Miniatuur met de twaalfjarige Christus in de tempel. Rondom de miniatuur staan familienotities over geboortes in 1609, 1610 en 1613.
De Twaalfjarige Christus in de Tempel, miniatuur met daaromheen eigendomsnotities uit 1609, 1610 en 1613, in een getijdenboek, Brussel IV 142, f. 47v. Bron: Piety in Pieces

Wat het handschrift vooral spannend maakt, zijn de vele familienotities die een bewogen geschiedenis verraden. De schrijfsels over geboorte, dood en huwelijk staan verspreid door het handschrift. Kathryn Rudy noemde ze in haar boek Piety in Pieces (2016) en schreef erover:

While the margins around the Last Judgment print are left blank, those around the image of Christ preaching in the temple as a child are filled with a family’s birth records, as if they wanted to associate their progeny with the clever young Jesus.

– Kathryn Rudy, Piety in Pieces, p. 69

De plaats van de notities

Degene die de aantekeningen maakte, was waarschijnlijk de predikant Cornelis Pieters Burchvliet, de vader van genoemde kinderen. Rudy opperde dat hij de geboortes naast de voorstelling noteerde, omdat het in beide gevallen om kinderen gaat. Cornelis plaatste de namen van zijn kinderen graag naast het kind Jezus. Het is evengoed mogelijk dat Burchvliet vanwege zijn beroep als predikant persoonlijke affiniteit voelde met het predikende kind op de miniatuur.

Naast inhoudelijke gaven praktische overwegingen Burchvliets keuze voor de Jezusminiatuur in. De man schreef simpelweg verder rond de miniatuur, toen de voorafgaande blanco pagina’s gevuld waren. De vroegste notities, die uit de zestiende eeuw, staan op de blanco pagina’s voor en achterin het handschrift. De notities rond de miniatuur dateren van 1609, 1610 en 1613. Iets eerdere notities van c. 1605 staan op de blanco pagina’s die aan de miniatuur met het predikende kind voorafgaan (ff. 46v-47r). Niettemin is een persoonlijke voorkeur voor de voorstelling niet uit te sluiten.

Een bewogen geschiedenis

De familienotities maken het mogelijk om de geschiedenis van de familie Burchvliet te herleiden tot de jaren 1520. De vroegste notities luidt:

Int iaer xv.c [opengelaten] op onser lieue | vrouwen assomcien auent word | geboren mariken heydricx docht | en sterf Ionck.

– Koninklijke Bibliotheek van België, Brussel, Ms IV 142, f. 159r

Op 15 augustus 15.. – de rest van het jaar is niet ingevuld – werd Mariken geboren en zij sterft jong, zo staat er te lezen. Mogelijk schreef haar vader Hendrik of haar moeder Martjen de notitie. Dezelfde persoon noteerde ook de geboortes van Cornelis in 1529, Marike in 1530 en Fijethen in 1532. Enkele jaren later kwam het handschrift in bezit van Hendriks en Martjens oudste zoon Cornelis die in 1550 trouwde met Emerentiana Jansdochter. Misschien stierf zij in het kraambed, want kort na de geboorte van hun ongenaamde zoon hertrouwde Cornelis. Hij huwde Mariken Jaspersdochter in 1551.

Jaren later blijkt het echtpaar naar Engeland te zijn verhuisd aangezien in 1566 een pasgeboren zoon van Cornelius en Mariken in Londen sterft (f. 160r). Hun dochter Emerentiana werd geboren in Norwich in 1571 (f. 3v). Het vertrek naar Engeland doet vermoeden dat het gezin protestants was. Veel Nederlanders die zich hadden bekeerd, weken uit naar het veilige Engeland om aan vervolgingen van de Spaanse hertog Alva te ontkomen. Bekend is dat zowel in Londen als in Norwich zich grote gemeenschappen van protestantse vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden gevestigd hadden.

Protestante predikanten

Latere notities bevestigen dat de familie zich tot het protestantisme had bekeerd. In 1610 wordt een achterkleinkind van Cornelis en Mariken gedoopt door Libertus van Eyck (Fraxinus), predikant van de Hervormde Kerk in Brielle. Peetvader van het kind was een oom, de eerder genoemde Cornelis Pieters Burchvliet, predikant in Nieuwkoop. Deze zou later de geboortedata van zijn eigen kinderen rond de miniatuur met het predikende kind schrijven. Overigens zou Burchvliet Fraxinus opvolgen als predikant van Brielle, maar hij werd in 1617 afgezet vanwege vermoedens van remonstrantse sympathieën.

Blanco pagina met familienotities van twee sterfgevallen, een in 1615 en de volgende in 1617
Blanco pagina met vroeg zeventiende-eeuwse notities en naaigaatjes van insignes, in een getijdenboek, Brussel IV 142, f. 100v. Bron: Pelgrimstekens op perkament

De bekering tot het protestantisme is een mogelijke verklaring waarom de insignes verwijderd werden. In ieder geval pasten de pelgrimstekens, geassocieerd met bedevaarten en heiligenverering, niet langer bij het wereldbeeld van deze bekeerde familie.

Zelfs is te deduceren vóór welke datum de insignes werden weggehaald. De recto- en versozijde van het blad met de verdwenen insignes werden namelijk beschreven (f. 100v) en de vroegste notitie op dat blad dateert van 1606 (f. 100r). Bovendien schreef de boekeigenaar over de plaatsen waar voorheen de draadjes liepen waarmee de insignes vastzaten. Klaarblijkelijk waren de insignes toen al verdwenen. Kortom, de metalen souvenirs die waarschijnlijk rond 1500 werden verzameld en ingenaaid, hielden het niet langer dan een eeuw vol.

De geschiedenis van een familie

Boeken waren persoonlijk. Het waren vaak erfstukken. Het perkament werd aangevuld met recente familieverhalen over geboorte, doop en sterfte. En ook al sloten de gebeden uit het katholieke verleden niet meer aan bij de veranderde religieuze behoeften, de namen van voorouders maakten het getijdenboek tot een uniek familiedocument dat de moeite waard was om te bewaren. De insignes werden verwijderd om plaats te maken voor nieuwe geschiedenis.

In de eerste plaats werd het boek bewaard vanwege de notities die de bewogen familiegeschiedenis vastlegden. Maar de waarde van het boek voor deze familie oversteeg waarschijnlijk de notities. Ook al werden de insignes weggehaald, het boek zelf bleef herinneren aan het katholieke verleden. Bijvoorbeeld bevat het boek gebeden om te lezen als men ter communie ging (f. 142r) of geweest was (f. 145v), en anderen om te lezen voor een Mariabeeld (f. 146r). Hieruit volgt dat het verleden weliswaar gedeeltelijk, maar nooit helemaal werd overschreven. Zo bleef het handschrift een welkome getuige van de weg die voorvaders en -moeders hadden afgelegd. Hun bewogen geschiedenis waarin geloofsovertuiging een belangrijke rol speelt, is nauw vervlochten met dit bijzondere getijdenboek.


Stamboom

Stamboom van de familie Burchvliet volgens de vroegste notities in het getijdenboek Brussel IV 142:

I. Hendrik x Martjen
  1. Marike (15..- sterft jong)
  2. Cor[nelis] (1529- ), zie II
  3. Marike (1530-1536)
  4. Fijethen (1532- )
II. Cornelis x Emerentiana Jansdochter in 1550
  1. een ongenaamde zoon (1550/51- )
II. Cornelis x Mariken Jaspersdochter in 1551
  1. Hendrik (1551- )
  2. Marike (1552-1553)
  3. Jasper (1553-1562)
  4. Lucas (1555- )
  5. Jan (1556- )
  6. Pieter (1558-1610), zie III
  7. Jasper (1566-Londen 1566)
  8. Willem (1568- )
  9. Emerentiana (Norwich 1571- )
III. Pieter Cornelis x Mariken (of Marijtgen) Dierexdochter in 1579
  1. Cornelis (1580-Brielle 1622), zie IVa
  2. Maertgen (1581-1617), zie IVb
  3. Jasper (1583-1585)
IVa. Cornelis Pieters Burchvliet, predikant in Nieuwkoop en Brielle x Margaretha Gerritsdr Verdellf (of Delfs) in 1604
  1. Dirck (1605- )
  2. Hendrik (1609- )
  3. Gene (1610-1610)
  4. Marijke (1613- )
IVb. Maertgen Pieters Burchvliet x Andries Jans de Jong (c. 1573-Brielle 1649) in 1604
  1. Catrina (1605-1605)
  2. Jan (1606- )
  3. Corn[elis] (1610- ), gedoopt door Libertus Fraxinus in Brielle
  4. Maria (1614-1615)

Meer lezen?

Eerder schreef ik al eens een artikel over insignes in boeken. Zie hier. Over de veranderende functie van getijdenboeken:

  • Kathryn M. Rudy, Piety in Pieces: How Medieval Readers Customized Their Manuscripts (Cambridge 2016), p. 69. [online]
  • Hanneke van Asperen, Pelgrimstekens op Perkament (Nijmegen 2009), pp. 98-99, 120, 310-11. [pdf]
  • Eamon Duffy, Marking the Hours: English People and Their Prayers 1240-1570 (New Haven en Londen 2006).
  • Kathleen M. Ashley, “Creating Family Identity in Books of Hours.” Journal of Medieval and Early Modern Studies 32, nr. 1 (2002): 145-166.

Over de familie Burchvliet:

  • S. B. J. Zilverberg, “Cornelis Burchvliet.” In Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme, II (1983): p. 111.
  • H. de Jager, “De Remonstranten en Contra-Remonstranten in het land van Voorne, in ’t bijzonder te Brielle, in de jaren 1612-1619: notitie van Willem Crijnsze.” Archief voor Nederlandsche kerkgeschiedenis 3, nr. 4 (1889): 337-99.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top