De betekenis van de Sint-Elisabethsvloed

Historici beschouwen de Sint-Elisabethsvloed wel als de bekendste overstroming in de geschiedenis van de middeleeuwen. Toch keek men in de voorgaande eeuwen niet altijd op dezelfde manier naar deze vloed. In Dordrecht legde men in eerste instantie veel nadruk op de liefdadige rol van deze stad. 18de-eeuwse geschiedschrijvers daarentegen zagen de Sint-Elisabethsvloed bovenal als een culminatie van de rampspoed in tijden van politiek conflict. Volgens deze visie illustreerde de overstroming vooral de chaos in Zuid Holland tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Hieruit blijkt hoe historische vertellers de betekenis van de Elisabethsvloed invulden zodat deze beter aansloot bij hun preoccupaties. Visuele voorstellingen weerspiegelen de veranderende betekenis van de Sint-Elisabethsvloed. Ze laten zien hoe gekleurd de blik op het verleden kan zijn.

De liefdadige rol van Dordrecht

Op de Elisabethsvloedpanelen in het Rijksmuseum, die rond 1495 werden geschilderd voor de Grote Kerk, staat Dordrecht centraal. Op het linker paneel zien we watersnoodslachtoffers hun spullen uit een bootje laden. Het pad aan hun voeten leidt naar de stadspoort van prominent afgebeeld Dordrecht. Een vrouw en een kind lopen in de richting van de stadsmuren. Door de openstaande poort verdwijnt net een man met een zware zak op zijn rug. De boodschap luidt dat Dordrecht zijn poorten open had gezet voor hen die door de Elisabethsvloed uit hun woonplaats waren verdreven.

Meester van de Elisabethsvloedpanelen, Sint-Elisabethsvloed met Dordrecht als toevluchtsoord, buitenkant linkervleugel van een altaarstuk, Noordelijke Nederlanden, c. 1490-c. 1495, olie op paneel. Rijksmuseum Amsterdam, SK- A-3145-A. Bron: Rijksstudio

De liefdadigheid van Dordrecht is een passend onderwerp voor een drieluik. Nakomelingen van de watersnoodslachtoffers hadden de opdracht gegeven voor het altaarstuk, zo bleek na archiefonderzoek. Het drieluik zou decennialang in de Grote Kerk van Dordrecht staan, totdat het tijdens de Reformatie uit de kerk werd verwijderd. Als het altaarstuk gesloten was, wat meestal het geval was, zag men de voorstelling van Dordrecht tijdens de watersnood. Op het linker paneel torent de Grote Kerk boven de andere huizen en kerken in de stad uit.

‘Veel smertelijker ramp’

Na verloop van tijd veranderde de betekenis van de Sint-Elisabethsvloed echter. De 18de-eeuwse historicus Jan Wagenaar nam het verhaal van de vloed op in zijn Vaderlandsche Historie. In het stuk, gewijd aan de gravin Jacoba van Beieren beschreef Wagenaar dat er in 1421 een stadsbrand woedde in Amsterdam. Maar de storm die Holland en Zeeland trof in hetzelfde jaar, was volgens hem een ‘veel smertelijker ramp’. Hij herhaalde het ingeburgerde, maar inmiddels achterhaalde idee dat ‘wel twee-enzeventig Dorpen verdronken,’ toen de oudste en tevens de zwakste dijk van Zuid-Holland doorbrak.

Simon Fokke, De Sint-Elisabethsvloed, ets, 1750, 184 x 207 mm. Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-OB-50.799. Bron: Rijksstudio

Bij Wagenaar wint het verdronken gebied rond Dordrecht aan betekenis ten koste van de stad. Van de liefdadige rol van Dordrecht verschuift de aandacht naar de rampspoed die het gebied trof. In latere visuele voorstellingen van de overstroming zien we Dordrecht dan ook steeds verder naar de achtergrond verdwijnen. Op de ets die de Amsterdammer Simon Fokke maakte voor het 21-delig geschiedkundig overzichtswerk van Wagenaar is Dordrecht slechts een stad in de verte. Op de voorgrond breekt de dijk en het water sleurt in zijn vaart een boerderij mee. Mensen proberen het vege lijf te redden door zich aan bomen vast te klampen of op een hoge kerktoren te klimmen. Via een ladder op een bootje klauteren ze naar boven, terwijl het water nog in volle vaart door de dijk gutst. Het lijkt een hachelijke onderneming.

Stip aan de horizon

De rol van de Elisabethsvloed werd nog verder ingekleurd op visuele voorstellingen van deze gebeurtenis. Op een ets voor de verkorte versie van Jan Wagenaars Vaderlandsche Historie bracht Fokke Dordrecht verder terug. De stad is nu slechts een stip aan de horizon. Een donkere kerktoren domineert de voorgrond. Opnieuw zien we mensen met een ladder de hoogte opzoeken om te ontkomen aan het stijgende water. Anderen klimmen op daken. Achter de toren is het volledig ondergelopen landschap te zien, met bootjes en meer verdronken dorpen. Daartussen beeldde Fokke ook het kasteel Ter Merwe af.

Simon Fokke, Sint-Elisabethsvloed en het huwelijk van Jacoba van Beieren, ets, 1784, 173 x 108 mm. Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-1960-450. Bron: Rijksstudio

De toevoeging van Ter Merwe aan het landschap is betekenisvol. De kasteelruïne demonstreert hoe het verhaal van de Sint-Elisabethsvloed verweven was geraakt met de geschiedenis van Jacoba van Beieren. De gravin had kasteel Ter Merwe gebruikt als uitvalsbasis tijdens het beleg van Dordrecht in 1418. Vervolgens verwoestten de stedelingen het gebouw toen zij Jacoba verjoegen. Tijdens de Sint-Elisabethsvloed raakte het reeds verruïneerde slot verder beschadigd.

In de ets linkt Fokke het verhaal van de vloed aan de politieke geschiedenis. Niet toevallig combineerde Fokke de voorstelling van de ‘Doorbraak van den Zuidhollandschen Waard’ met het huwelijk van Jacoba in 1432. Wagenaar noemt de Elisabethsvloed in zijn beschrijving van de benauwde politieke situatie in Holland. Zo kreeg de rampspoed tijdens de Sint-Elisabethsvloed haar ‘gekleurde’ betekenis tegen de achtergrond van het toenmalige politiek conflict. Volgens Wagenaar weerspiegelde het natuurgeweld het gelijktijdige oorlogsrumoer in het gebied.

Veranderende betekenis

Contemporaine preoccupaties kleurden de betekenis die aan de vloed werd toegekend. Tegenwoordig kijken we weer anders naar de Sint-Elisabethsvloed en daarmee naar de Elisabethsvloedpanelen. Deze spelen nu vooral een rol in het populaire vertoog over Nederland als waterland. Zo schreef Nelleke Noordervliet in haar versie van de geschiedenis van Nederland dat de panelen vooral een idee geven ‘van de natte kant van Nederland tegen het eind van de Middeleeuwen en het begin van de Nieuwe Tijd.’ Ook als het gaat over de stijgende zeespiegel en de risico’s daarvan voor de huidige staat van Nederland komen de panelen vaak aan bod, ook in het wetenschappelijk debat. De panelen illustreren dan vaak de gevaren die ons ook nu weer bedreigen. Zo kleuren moderne preoccupaties ook nu de blik op de 15de-eeuwse schilderijen.


Meer lezen?

Ik schreef al eens uitvoeriger over de voorstelling van de vloed op de Elisabethsvloedpanelen.

  • M. Wolters, “Master of the St Elizabeth Panels, Outer Left Wing of an Altarpiece with the St Elizabeth’s Day flood, 18-19 November 1421, with the City of Dordrecht in the Background, Northern Netherlands, c. 1490 – c. 1495.” In Early Netherlandish Paintings, J.P. Filedt Kok (red.), online coll. cat. Amsterdam 2010 (geraadpleegd 2 december 2020).
  • Hanneke van Asperen, “Charity after the Flood: The Rijksmuseum’s St Elizabeth and St Elizabeth’s Flood Altar Wings.” The Rijksmuseum Bulletin 67, nr. 1 (2019): 30-53. [jstor]
  • Liesbeth Helmus, “Het altaarstuk met de Sint Elisabethsvloed uit de Grote Kerk van Dordrecht. De oorspronkelijke plaats en de opdrachtgevers.” Oud Holland 105, nr. 2 (1991): 127-39. [jstor]
  • J. Wagenaar and Petrus Loosjes Azn, Vaderlandsche Historie, Vervattende de Geschiedenissen der Vereenigde Nederlanden, inzonderheid die van Holland, van de vroegste tyden af, 24 dln (Amsterdam: Allart, 1749-1789), III (1750), 453-454.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top