De Allerheiligenvloed van 1675 en andere rampen

In de nacht van 4 op 5 november 1675 trof een hevige noordwesterstorm Holland met dijkdoorbraken tot gevolg. Hierbij kwam een groot deel van de provincie onder water te staan. Naar aanleiding van deze ramp vervaardigde etser en graveur Romeyn de Hooghe (1645 – 1708) een fascinerende prent waarin hij de Allerheiligenvloed van 1675 in een breder kader van andere rampen plaatste. Ook legde hij een verband met het Bijbelse verhaal van de storm op het Meer van Galilea. Hiermee suggereerde de etser dat een gebrek aan vertrouwen in God tot de neergang leidde die culmineerde in de Allerheiligenvloed van 1675.

De prent van Romeyn de Hooghe

De Allerheiligenvloed van 1675 is het hoofdonderwerp van de prent van De Hooghe. De maker wijdde maar liefst vijf van de negen scènes – als we de centrale scène meerekenen – aan de overstroming. Boven en onder op de ets-gravure zien we dijkdoorbraken op verschillende plekken in Holland, bij Den Helder, bij Hoorn, bij Halfweg tussen Amsterdam en Haarlem en aan weerszijden van Muiderberg.

Romeyn de Hooghe, ‘Helpt ons Heere want wij vergaen’, 1675, ets en gravure, 278 x 345 mm. Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-OB-79.309A. Bron: Rijksstudio

In de centrale scène knielt een gekroonde vrouw, terwijl het water door de gebroken dijk langs haar benen stroomt. Met haar handen samengebald boven haar hoofd roept zij: ‘Helpt ons Heere want wij vergaen’.

Romeyn de Hooghe, ‘Helpt ons Heere want wij vergaen’, detail: De personificatie van de Republiek. Bron: Rijksstudio

Vanwege de typische kroon op haar hoofd is de vrouw te herkennen als de personificatie van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. De hoofdtooi in de vorm van een hek is een variant op de muurkroon, vaak gedragen door personificaties van stadstaten en republieken.

De slechts met een hek ommuurde tuin was het perfecte zinnebeeld voor de Zeven Provinciën. Voorheen vooral gebruikt als symbool van de provincie Holland roept het hek associaties op met het land als gecultiveerde tuin. Grote delen van Holland waren immers gewonnen op de zee. Losgemaakt van Holland werd het hek nadien een symbool van de provinciën samen. Minder stevig dan een muur duidde de lage kwetsbare omheining op de losse samenhang tussen de verschillende gewesten. Immers, de eenheid van de jonge Republiek der Zeven Verenigde Provinciën stond voortdurend onder druk.

Andere rampen in de Republiek

De personificatie van de Republiek wordt in de ets geconfronteerd met de Allerheiligenvloed van 1675. Maar dit is niet de enige ramp die De Hooghe afbeeldde op zijn prent. Links van de knielende vrouw zien we boven de afschuwelijke excessen tijdens de Frans-Nederlandse oorlog die in 1672 zijn aanvang nam.

De scène daaronder toont de burger- en boerenopstanden. Deze oproeren waren niet alleen een gevolg van de conflicten tussen de prinsgezinden en staatsgezinden. Burgers eisten meer inspraak en wilden zittende regenten vervangen. Vanwege de opeenvolgende crises wordt het jaar 1672 waarin deze gebeurtenissen zich afspeelden, aangeduid als het ‘Rampjaar‘.

Helaas, met het afwenden van een burgeroorlog in 1672 was het gevaar niet geweken, zo laat Romeyn de Hooghe zien in twee scènes uiterst rechts. Boven verbeeldde hij een storm die in 1674 Utrecht in puin legde. Op de achtergrond brokkelt de Domtoren af.

Romeyn de Hooghe, ‘Helpt ons Heere want wij vergaen’, detail: Willem III beschermt de personificatie van de provincie Utrecht. Bron: Rijksstudio

In de scène daaronder ligt een vrouw op de grond. Zij is de personificatie van de provincie Utrecht, veroverd door de Fransen op 23 juni 1672. Achter haar staat stadhouder Willem III die het Franse leger verjaagt. Links vluchten de Franse soldaten voor de als oorlogsgod geklede stadhouder.

Toch dreigt nieuw gevaar. Achter de rug van Willem III doemen de schaduwen op van fakkel dragende furiën die weinig goeds in de zin hebben.

Dramatische gevolgen

De naderende furiën wijzen vooruit naar de Allerheiligenvloed van 1675. In vier scènes voert Romeyn de Hooghe de dramatische gevolgen van de opeenvolgende dijkdoorbraken ten tonele.

Romeyn de Hooghe, ‘Helpt ons Heere want wij vergaen’, detail: Doorbraken van de zeedijken bij Den Helder en Hoorn. Bron: Rijksstudio

Prominent afgebeeld in het midden van de ets is de neergezegen personificatie van de Republiek. Langs haar benen stroomt het water dat door een gebroken dijk komt, en daarachter storten de muren van de Utrechtse Dom ineen. Rechts toont Romeyn de Hooghe nogmaals de verschrikkingen van de Frans-Nederlandse oorlog.

Romeyn de Hooghe, ‘Helpt ons Heere want wij vergaen’, detail: De personificatie van Republiek. Bron: Rijksstudio

Aan de voeten van de Republiek liggen tot slot een lege beurs en een caduceus met levenloze slangen. De gevulde beurs en herautenstaf symboliseren normaal gesproken rijkdom en welvaart. Hier symboliseren ze echter het tegenovergestelde: armoede (armoe) en neergang van de handel (neeringhloosheit). Als de rampspoed aanhoudt, zo lijkt De Hooghe te suggereren, is de Republiek ten dode opgeschreven.

Storm op het Meer van Galilea

Naast het hoofd van de vrouw beeldde De Hooghe een scheepje af dat niet direct in verband staat met een van de eerder genoemde rampen. Het ouderwetse scheepstype met de brede bolle boeg wijkt af van de andere afgebeelde vaartuigen. Het schip met bollende zeilen is gevuld met radeloze mensen. Hoewel het slechts om een detail gaat, is ook een achterover leunende gedaante met een stralenkrans rond het hoofd te herkennen. Deze lichtende figuur is Jezus op het schip tijdens de storm op het Meer van Galilea.

Romeyn de Hooghe, ‘Helpt ons Heere want wij vergaen’, detail: De storm op het Meer van Galilea. Bron: Rijksstudio

Het schip met de wanhopende discipelen en de rustende Jezus verwijst naar een passage in het Nieuwe Testament waarin Jezus met zijn discipelen het Meer van Galilea overstak. Terwijl hij sliep, stak een hevige storm op. In paniek maakten de leerlingen Jezus wakker met de woorden: “Helpt ons Heere want wij vergaan!” Vanwege deze demonstratie van wantrouwen en ongeloof wees Jezus hen terecht: “Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?” (Marcus 4:40).

Gebrek aan vertrouwen

“Helpt ons Heere want wij vergaan!” waren de woorden die de wantrouwende discipelen tijdens de storm tot Jezus hadden gericht. De tekst die de Republiek uitspreekt tijdens de Allerheiligenvloed van 1675, komen letterlijk overeen. Deze tekst zal de beschouwer onmiddellijk aan de betreffende Bijbelpassage hebben doen denken. In tekst en beeld legde Romeyn de Hooghe zo een direct verband tussen Jezus’ ongelovige leerlingen en de personificatie van de Republiek, en daarmee met haar ongelovige inwoners.

Met zijn prent maande De Hooghe zijn landgenoten tot een verandering in hun gedrag. Aanhoudend gebrek aan vertrouwen in God kon volgens de etser alleen maar tot verdere rampspoed leiden.


Meer lezen?

Over deze en andere interessante details op de prent van De Hooghe schreef ik recent een Engelstalig artikel getiteld Disaster and Discord voor het tijdschrift Dutch Crossing. Daarin besteed ik meer aandacht aan de oorzaak van de neergang van de Republiek volgens Romeyn de Hooghe. De onenigheid tussen de inwoners van de Republiek is volgens hem de directe aanleiding. De Hooghe suggereert zelfs dat de rijke inwoners van de provincie Holland de schuldigen zijn.

Ik schreef al eerder stukjes over afbeeldingen van watersnood in Nederland, bijvoorbeeld over de Elisabethsvloed van 1421, de doorbraak van de Anthonisdijk in 1651 en de overstromingen in het rivierengebied in 1740-1741.

Over de dramatische toestand van de Republiek in de periode 1672:

  • Ingmar Vroomen, Taal van de Republiek: Het gebruik van vaderlandretoriek in Nederlandse pamfletten, 1618-1672 (proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam 2012), vooral pp. 169-229. [online]
  • Luc Panhuysen, Het rampjaar 1672: Hoe de republiek aan de ondergang ontsnapte (Amsterdam 2009).
  • Petra Drieskämper, Redeloos, radeloos, reddeloos’: De geschiedenis van het rampjaar 1672 (Hilversum 1998).
  • Daan Roorda, Het rampjaar 1672 (Bussum 1971).

Naar aanleiding van het verschijnen van het boek van Panhuysen in 2009 maakte het radioprogramma OVT een vierluik over het Rampjaar 1672. Het is te beluisteren via http://geschiedenis.vpro.nl (zoek: Rampjaar 1672).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top