Een collectie insignes met een uniek verhaal

Heel af en toe bleven insignes bewaard in laatmiddeleeuwse religieuze boeken. Het De La Chambre getijdenboek staat bekend om de aanwezigheid van maar liefst 23 insignes. Het is de grootste collectie van middeleeuwse pelgrimstekens die nog in een getijdenboek vastzitten. Dit maakt het boek uniek. Er zijn wel voorbeelden bekend van pagina’s in middeleeuwse boeken met sporen van een dergelijke grote collectie, maar de verzameling in het De la Chambre getijdenboek is niet illustratief voor de middeleeuwse praktijk. Pas in de 19de eeuw maakte de toenmalige eigenaar de insignes vast op het schutblad. Moderne fotografische technieken helpen om het unieke verhaal achter deze bijzondere collectie insignes naar boven te halen.

Insignes

De insignes zitten nu samen op één pagina. De collectie geeft een prachtig overzicht van gestanste insignes die eigenaars in de late 15de en vroege 16de eeuw graag in hun religieuze boeken naaiden. Meestal resteren slechts afdrukken, zo beschreef ik al vaker.

23 insignes op een schutblad in het De La Chambre getijdenboek. Den Haag, KB nationale bibliotheek, Ms 77 L 60, f. 98r. Bron: KB nationale bibliotheek

Het boek kwam vlak na vervaardiging van een eigenaar die in de Franche-Comté woonde. Enkele van de insignes komen van bedevaartplaatsen uit deze streek, zoals Saint-Claude en Mont-Roland.

Blanco pagina met 23 insignes erop genaaid, in het De La Chambre Getijdenboek. Den Haag, KB nationale bibliotheek, Ms 77 L 60, f. 98r. Bron: KB nationale bibliotheek

Ook andere Franse bedevaartplaatsen zijn vertegenwoordigd, zoals Saint-Quentin, Saint-Hubert in de Ardennen, Saint-Nicolas-de-Port, Tarascon, Saint-Maximin-la-Sainte-Baume en mogelijk Apt. Andere insignes komen uit Canterbury, Aken, Thann, Einsiedeln, Oberbüren, Geraardsbergen en ‘s-Gravenzande. De herkomstplaatsen beslaan dus een uitgestrekt gebied van Engeland tot de Provence, en ook Holland, Vlaanderen en het Duitse taalgebied.

De insignes kwamen pas op het blad samen, toen de toenmalige eigenaar het boek in 1819 van een nieuwe band liet voorzien. Omdat de collectie uniek is, rijst onmiddellijk de vraag:

WAREN DE INSIGNES ONDERDEEL VAN HET HANDSCHRIFT VOORDAT DE EIGENAAR ZE OP HET HUIDIGE FOLIO BIJ ELKAAR BRACHT?

Bij bestudering van de rest van het getijdenboek blijkt snel dat ook andere pagina’s sporen van insignes bevatten. De codex heeft daarnaast talrijke notities over geboorte en sterfte van familieleden van opeenvolgende eigenaars. Uit die aantekeningen kunnen we afleiden wie het boek in bezit had vanaf 1467. Ook dat is bijzonder.

Eigenaars

De eerste eigenaar die een notitie maakte, was Symon de La Chambre. Deze beschreef op schutblad IIr de geboorte van zijn zoon Claude in 1467.

Schutblad met genealogische notities, detail. Den Haag, KB nationale bibliotheek, Ms 77 L 60, f. IIr. Foto van de auteur

Dertig jaar later schreef deze Claude de La Chambre een notitie over de geboorte van zijn derde kind:

In het jaar 1497 op maandag de twaalfde dag van de maand februari rond 5 uur van die dag kwam in Montjustin Anthoine ter aarde, zoon van Claude de La Chambre ridder, uit het lichaam van mejuffrouw Anthoine de Bonigne zijn vrouw …

Lan mil CCCC iiij xx et dixsept le lundi xije Jour du / mois de fevrier enuiron cinq heures decette Jour / auant … au lieu de montjustin vint sur terre / anthoine filz de claude dela chambre escuier au / corps de damoiselle anthoine de bonigne sa feme …

– Den Haag, KB nationale bibliotheek, Ms 77 L 60, f. IIv

Claude schreef de aantekening precies onder de afdrukken en naaigaatjes van twee inmiddels verwijderde insignes. Hij zal de notitie dus gemaakt hebben, toen de insignes er al waren.

Schutblad met een genealogische notitie, gemaakt door Claude de La Chambre in 1497 in het De La Chambre getijdenboek. Den Haag, KB nationale bibliotheek, Ms 77 L 60, f. IIv. Foto van de auteur

Licht als hulpmiddel

In het onderzoek naar gebruikssporen in middeleeuwse boeken kunnen allerhande technieken behulpzaam zijn. Tegenwoordig staat de meeste geavanceerde apparatuur ter beschikking, maar soms helpen eenvoudige hulpmiddelen al. Op zoek naar sporen fotografeerde de KB nationale bibliotheek het boek met een krachtige UV-lamp en met een lichtbron achter de pagina.

Schutblad met genealogische notities en pagina met begin van de kalender in het de La Chambre getijdenboek. Den Haag, KB nationale bibliotheek, Ms 77 L 60, ff. IIv en 1r. Foto onder UV-licht. Bron: KB nationale bibliotheek

Een lichtbron achter de pagina helpt om de naaigaatjes zichtbaar te maken. De foto’s leiden tot beter inzicht in de wederwaardigheden van de insignes voordat ze op folio 98r bijeen gebracht werden. Zo zien we op een foto met lichtbron dat Claude de notitie op folio IIv inderdaad onder de naaigaatjes aanbracht.

Schutblad met genealogische notities uit 1497 en 1500 in het De La Chambre getijdenboek. Den Haag, KB nationale bibliotheek, Ms 77 L 60, f. IIv. Foto met lichtbron achter de pagina. Bron: KB nationale bibliotheek

Ook zien we de tekst op de andere kant van de pagina doorschemeren. De bovenste notitie op de keerzijde van dit folio dateert van 1467. Hier naaide Claude de insignes overheen.

Claude en Claudius

De uiteindelijke collectie op folio 98r bevat maar liefst drie pelgrimstekens van de heilige Claudius, Claude’s naamheilige. Pelgrims konden de heilige Claudius vereren in Saint-Claude in de buurt van Besançon waar deze bisschop was geweest. Saint-Claude lag niet ver van Montjustin waar Claude de La Chambre leefde. Mogelijk bezocht Claude de bedevaartplaats zelf, misschien zelfs meermaals.

Ook op folio 90v zitten de naaisporen en afdrukken van ten minste zes insignes. Daaroverheen werden allerlei namen en jaartallen geschreven. De vroegste dateert van 1538. Voorafgaand aan de krabbels werden de insignes verwijderd of waren ze al even weg. Met ultraviolet zijn de afdrukken iets beter zichtbaar dan met het blote oog. Langs de vouw van het katern zien we ten minste vijf afdrukken boven elkaar

Schutblad met namen en jaartallen, aangebracht in 1538, 1539 en 1541 in het De La Chambre getijdenboek. Den Haag, KB nationale bibliotheek, Ms 77 L 60, f. 90v. Foto onder UV-licht. Bron: KB nationale bibliotheek

Licht achter de pagina laat duidelijk de dubbele naaigaatjes zien langs de bovenzijde van de pagina waar drie ronde insignes naast elkaar zaten. Uit de foto’s kunnen we zo afleiden dat drie insignes op folio 90v waren vastgemaakt. Meer insignes lieten afdrukken achter, zo bleek uit de foto met UV-licht, maar deze waren mogelijk genaaid op het tegenoverliggende folio.

Schutblad met namen en jaartallen, aangebracht in 1538, 1539 en 1541 in het De La Chambre getijdenboek. Den Haag, KB nationale bibliotheek, Ms 77 L 60, f. 90v. Foto met lichtbron achter de pagina. Bron: KB nationale bibliotheek

De insignes op folio 90v werden waarschijnlijk rond 1540 verwijderd. Ze zullen dus in of vlak voor 1540 naar een andere pagina zijn verplaatst. Hoogstwaarschijnlijk was dit een van de in 1819 verwijderde schutbladen.

Een uniek verhaal

Uit de foto’s blijkt dat ten minste verschillende insignes eerder op andere plaatsen in het boek zaten, op folio IIv en 90v. De twee insignes op folio IIv zaten daar al vóór 1497, toen de toenmalige eigenaar Claude de La Chambre een bezittersnotitie maakte. Ze werden zullen er ná 1467 vastgezet omdat Claude over de notitie op de achterzijde heen naaide. Die notitie dateert van 1467. Op folio 90v zaten drie insignes. Op het folio dat daarop volgde, zaten er nog meer.

De laatste fase is de huidige situatie met de insignes op folio 98r. In 1819 kreeg het boek een nieuwe band. Destijds werden de oude schutbladen met daarop de insignes verwijderd en voegde de binder een nieuw katern met schutbladen toe (ff. 91-98). Op de laatste pagina daarvan arrangeerde de boekbezitter de verzameling insignes opnieuw in de huidige constellatie. De ordening is een andere dan voorheen.

Het blijft de vraag of de 19de-eeuwse eigenaar misschien insignes toevoegde aan de eerdere verzameling. De schutbladen die in 1819 werden verwijderd, zijn er immers niet meer en kunnen we niet onderzoeken op sporen. Toch weten we inmiddels meer door goed te kijken én door verschillende fotografische technieken te gebruiken. Enkele (ronde) insignes in het De La Chambre getijdenboek waren zeker onderdeel van de vroegste collectie, in ieder geval die uit de Franche-Comté.


Meer lezen?

  • Hanneke van Asperen, “Pelgrimage, Insignes en Handschriften.” In Zuid-Nederlandse miniatuurkunst: De mooiste verluchte handschriften in Nederlands bezit, red. Anne-Margreet W. As-Vijvers en Anne S. Korteweg (Zwolle 2018): 300-09, vooral 304-05.
  • Megan Foster-Campbell, “Pilgrimage through the Pages: Pilgrims’ Badges in Late Medieval Devotional Manuscripts.” In Push Me, Pull You: Imaginative, Emotional, Physical, and Spatial Interaction in Late Medieval and Renaissance Art, red. Sarah Blick en Laura D. Gelfand (Leiden 2011), pp. 227-74; DOI: https://doi.org/10.1163/9789004215139_008 [online]
  • Hanneke van Asperen, Pelgrimstekens op perkament: Originele en nageschilderde bedevaartssouvenirs in religieuze boeken (c. 1450 – c. 1530) (Nijmegen 2009), pp. 323-24. [pdf]
  • Hanneke van Asperen, “Gebed, geboorte en bedevaart: Genealogie en pelgrimstekens in het getijdenboek D’Oiselet (Den Haag 77 L 60)”, Desipientia. Kunsthistorisch Tijdschrift 11 (2004): 39-46.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top