De Capitoolbestorming van 1672

1672 was een bewogen jaar in de geschiedenis van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. Het land verkeerde in oorlog met Frankrijk. Daardoor hadden de inwoners te lijden onder plunderende, moordende en brandstichtende soldaten. Vanwege de oorlog was de handel in het land bovendien stilgevallen. Er heerste grote armoede en onvrede, waardoor een deel van de bevolking uiteindelijk in opstand kwam tegen de zittende regering. De manier waarop de etser-graveur Romeyn de Hooghe (1645 – 1708) de volksoproer van 1672 in beeld bracht, vertoont opvallende overeenkomsten met de Capitoolbestorming op 6 januari 2021.

Volksoproer in 1672

Voor mijn onderzoek naar rampen bestudeerde ik een prent van genoemde De Hooghe met een voorstelling van de Allerheiligenvloed van 1675. Hier koppelde de graveur deze watersnood aan eerdere rampspoed in de Republiek. Behalve de Allerheiligenvloed beeldde hij ook de oorlog met de Fransen af en de volksoproer, in 1672.

Romeyn de Hooghe, ‘Helpt ons Heere want wij vergaen’, 1675, ets en gravure, 278 x 345 mm. Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-OB-79.309A. Bron: Rijksstudio

Eerder wees ik er al op dat het van belang is om de prent als geheel te ogenschouw te nemen. De verschillende gebeurtenissen plaatste De Hooghe niet voor niets bijeen. Hij wilde immers laten zien dat de gebeurtenissen in logische verband stonden met elkaar. Slecht gedrag en gebrek aan geloof had de Republiek tot aan de rand van de afgrond geleid.

De focus op details kan ertoe dat de overkoepelende visie van De Hooghe naar de achtergrond verdwijnt. Toch loont het ook om naar de details te kijken.

Romeyn de Hooghe, ‘Helpt ons Heere want wij vergaen’, detail: Burger en boeren krijgh 1672. Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-OB-79.309A. Bron: Rijksstudio

Een belangrijk onderdeel van de prent is een kleine scène die De Hooghe betitelde als ‘Burger en boeren krijgh’. Het is de volksoproer van juni en juli 1672. Toen kwam het volk in opstand en riep het zittende regenten ter verantwoording. Die werden ervan beschuldigd te heulen met de Fransen en het land te hebben verraden. Samen met de oorlog stond deze opstand aan het begin van alle ellende, zo luidde de boodschap van De Hooghe.

Geweld tegen de overheid

De voorstelling van de volksoproer valt uiteen in twee delen. Links brengt De Hooghe vooral de agressie in beeld die zich richt op materiële zaken. We zien hoe mensen huizen vernielen en huisraad van rijke regenten in de gracht werpen.

Rechts toont De Hooghe vooral het geweld gericht op personen. Daar bestormt een groep mensen de trappen van een stadhuis. Voor het regeringsgebouw staat een omsingeld groepje regenten en op de voorgrond wordt iemand zelfs in elkaar geslagen.

Romeyn de Hooghe, ‘Helpt ons Heere want wij vergaen’, detail: Burger en boeren krijgh 1672. Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-OB-79.309A. Bron: Rijksstudio

Bij de prent publiceerde De Hooghe ook een uitleggende tekst waarin hij de losse scènes omschrijft. Over de volksoproer schrijft hij:

en daer onder sietse een Borger en Boeren-krijgh , waer in het Graeuw, onverduldigh over haer nederlaghen, uyt quaet vermoeden haer Overigheydt aentast, sleurt, slaet, vermoort en mishandelt, sloopt de huysen, verbryselt hun wapens en huys-raden, overvalt sijn eygen Steden, overweldight de Raedt- en Ghevangen-huysen; verkiest sijn selven de Ampten, en wreevelt nacht en dagh, onthockebant als dolle Tygers, de Grooten tegen Grooten en Geestelijcke tegen Geestelijcke, alle tegen malkander.

– De Hooghe, Ellenden Klacht van het Bedroefde Nederlandt (1675).

De Hooghe besteedt in de tekst bij zijn prent veel aandacht aan de extreme agressie richting de overheid, als hij schrijft dat het ‘grauw’ dat ‘uit kwaad vermoeden haar overheid aantast, sleurt, slaat, vermoord en mishandeld’. Hij beschrijft bovendien hoe het volk raadhuizen binnendringt.

De Capitoolbestorming in 2021

De bestorming van overheidsgebouwen en het geweld richting de gezagsdragers bracht mij de Capitoolbestorming van afgelopen 6 januari in herinnering, toen Trumpaanhangers massaal richting het Capitool trokken. Ze drongen met geweld het regeringsgebouw binnen. De agressieve houding richting de gekozen volksvertegenwoordiging vertoont dezelfde trekken als de tijdens de volksoproer van 1672. De beelden van betogers op de trappen en vluchtende politici zijn bijna hetzelfde als die van de Hooghe bijna 350 jaar geleden.

Bestorming van het Amerikaanse Capitool, Washington DC, 6 januari 2021. Foto: Jasper Colt. Bron: Jasper Colt-USA TODAY | Sipa USA

Zoals de Trumpaanhang in 2021, riepen ook de opstandelingen in juni 1672 om de terugkeer van één figuur. Toen was dit de man die het land van de Fransen moest bevrijden: Willem III. De roep om de prins van Oranje was in de loop van enkele dagen steeds luider geworden en leidde zelfs tot zijn benoeming als stadhouder, op 4 juli 1672.

Politieke kleur

Twee groepen stonden in 1672 tegenover elkaar: de regering op basis van het collectieve Staten Generaal en de Oranjegezinden. Ook in de Verenigde Staten is sprake van een tweedeling, daar de macht altijd in handen is van Democraten dan wel Republikeinen.

Het tweepartijenstelsel vergroot verschillen tussen groepen uit en de ideologisch gekleurde media jaagt die polarisatie verder aan, zo constateerde bijvoorbeeld politicoloog Chris Nijhuis in een actualiteitencollege van Radboud Reflects. De 17de-eeuwse media waren niet minder politiek gekleurd. Ook De Hooghe had zijn politieke voorkeuren die in zijn prent tot uitdrukking komen. Hij was zelf fervent aanhanger van Willem van Oranje. Toch betekende dit niet dat hij de volksoproer van 1672 goedkeurde. Integendeel, hij veroordeelde de opstand die volgens hem de eenheid van de Republiek aantastte.

Hoewel veel inwoners van de Republiek tot een van twee tegengestelde politieke kampen behoorden, waren de manieren waarop zij uitdrukking gaven aan hun politieke kleur, wel degelijk genuanceerd. Slechts een deel hiervan ging de straat op. Desalniettemin hadden de opstanden grote gevolgen.

Protest met attributen

In zijn prent laat De Hooghe ook zien dat de betogers in 1672 zich van allerhande attributen voorzagen om hun protest kracht bij te zetten. Een man op de voorgrond raapt stenen van de grond, waarschijnlijk om deze naar de regentenhuizen te gooien, zoals Panhuysen beschrijft in zijn boek over het rampjaar:

De straat was het domein geworden van opgeschoten pummels die rondmarcheerden met Oranjevlaggen. Ze riepen leuzen voor de net tot stadhouder benoemde prins van Oranje en smeten stenen door de ramen van regentenhuizen.

Luc Panhuysen, Rampjaar 1672 (2009), p. 180.

Midden tussen de opstandelingen staat een vrouw die een pan uit de kast getrokken heeft. Zij slaat erop met een lepel. Het lijkt wellicht een ad hoc beslissing om huisraad uit de kast te trekken alvorens te gaan protesteren, maar het kan zeker een bewuste keuze zijn, bijvoorbeeld op 14 december 2020. Tijdens dat lawaaiprotest, ook de ‘potten- en pannendemonstratie’ genoemd, stonden mensen bij het torentje om met hun herrie de aangekondigde toespraak van minister-president Mark Rutte te dwarsbomen.

De lawaaidemonstratie was aanleiding voor een fotoredacteur van De Volkskrant om een collage te maken van protesten. De fotoreportage toonde huisraad van over de hele wereld.

Frank Schallmeier, fotoreportage in De Volkskrant, 5 februari 2021.

De keuze voor het type pot of pan is soms typerend en het is leuk om deze culturele verschillen in beeld te brengen. Niet voor niets koos de fotoredacteur voor een paellapan in Spanje. Een vormkoekenpan symboliseert het lawaaiprotest in Den Haag. Nederlandser krijg je het niet, lijkt de achterliggende gedachte.

Ondanks de onderlinge verschillen is de behoefte om lawaai te maken, een constante die de verschillende landen verbindt. Behalve Spanje en Nederland zien we dan ook keukengerei uit onder andere Mexico, Chili, Engeland, Italië, Bulgarije, Oekraïne en India.

De prent van Romeyn de Hooghe voegt hieraan nog iets toe. Hij laat zien dat dergelijke vormen van protest van alle tijden zijn.

Heden en verleden

Overeenkomsten (en verschillen) met het heden vormen vaak een mooie aanleiding om een historisch verhaal te vertellen. Sterker nog, een vergelijking met het hier en nu kan de geschiedenis tot leven wekken. Zo is de Capitoolbestorming van januari de directe aanleiding om De Hooghes prent met de volksoproer eens opnieuw te bezien. Misschien kunnen we vanwege de actuele gebeurtenissen in de Verenigde Staten meer verklaren en ons zelfs beter inleven, ook al is de situatie in heel veel opzichten een andere.

Daarnaast leggen actuele gebeurtenissen soms nadruk op details die anders verborgen waren gebleven. De actualiteit doet onze blik op het verleden wat verschuiven, zo zou je kunnen zeggen. Zonder de potten en pannendemonstratie van afgelopen december was de trommelende vrouw in de prent van De Hooghe mij misschien wel nooit opgevallen.


Literatuur

  • Luc Panhuysen, Rampjaar 1672: Hoe de Republiek aan de ondergang ontsnapte (Amsterdam en Antwerpen 2009).
  • Henk van Nierop, The Life of Romeyn de Hooghe 1645-1708: Prints, Pamphlets, and Politics in the Dutch Golden Age (Amsterdam 2019).
  • Hanneke van Asperen. ‘Disaster and Discord: Romeyn de Hooghe and the Dutch State of Ruination in 1675’, Dutch Crossing (2020), DOI: 10.1080/03096564.2020.1809285 [online]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top