Bedevaartinsignes van Scheut

Scheut was in de tweede helft van de 15de eeuw een invloedrijk en prestigieus bedevaartsoord. In februari 1450 legde Karel de Stoute (1433 – 1477), toen nog graaf van Charolais en later hertog van Bourgondië, de eerste steen van de kapel aldaar. Daarna bleef hij Scheut geregeld bezoeken. Bovendien kocht hij er vaak insignes, al kon nog geen enkel teruggevonden pelgrimsteken aan Scheut gekoppeld worden. Lang bleef onduidelijk hoe de onbekende bedevaartinsignes van Scheut eruit zagen. Tot nu toe.

Onze Vrouwe van Scheut

In Scheut bezochten de pelgrims een Mariabeeld waarvan werd gezegd dat het wonderen verrichtte. Een vrome schaapherder zou het beeld aan een jonge linde bevestigd hebben om zich daar op rustmomenten tot Maria te kunnen richten. Al snel begon het beeld bezoekers te trekken. Op zeker moment verplaatste men het beeld van de jonge linde naar een oude boomstronk.

De voormalige stadssecretaris van Brussel, Adriaan Dullaert, schreef kort na 1471 een tekst in het Latijn over de stichting en de beginjaren van het kartuizerklooster in Scheut. Hij vertelde over het ‘eenvoudige houten beeld van Maria’ en beschreef de sokkel als:

een boomstam waarvan de takken waren afgebroken [arboris trunco, ramis jam abscissis]

– Adriaen Dullaert, Origo sive exordium monasterii nostri Domini de gratia (Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, Ms Series nova 12 779)

Toen het Mariabeeld op een nacht licht uitstraalde dat tot in Brussel te zien was geweest, besloot het Brusselse stadsbestuur er een kapel op te richten. Daarvoor legde Karel de Stoute in 1450 de eerste steen. In 1456 vestigden zich in Scheut bovendien kartuizermonniken die vanaf dat moment de cultusplaats beheerden.

Onderzoek naar Scheut

Onderzoekers richtten zich tot nog toe vooral op het kartuizerklooster en de monniken. Hierover geven de overgeleverde bronnen immers de meeste informatie. Behalve naar het klooster van Scheut keken wetenschappers, vooral kunsthistorici, naar de Calvariescène die de beroemde schilder Rogier van der Weyden in 1456 aan het klooster van Scheut schonk. De Kruisiging van Scheut, zoals het paneel wordt genoemd, is tegenwoordig te bezichtigen in het Escorial, bij Madrid.

Rogier van der Weyden, Calvarie van Scheut, tussen 1457 en 1464, olie op paneel, 323,5 x 192 cm. Escorial. Bron: Web Gallery of Art

In 1783 hield de kartuizerorde op te bestaan. Daarop verlieten de laatste monniken het klooster. De kapel werd verkocht en later afgebroken. Een buurman die het Mariabeeld in huis had genomen, doneerde het na verloop van tijd aan de collegiale kerk van Sint-Petrus-en-Guido in Anderlecht. Daar staat het 15de-eeuwse Mariabeeld nog steeds in een neogotische nis. Met de verwijdering van het cultusbeeld en de vernietiging van de kapel in Scheut ging wat nog aan informatie over de oorspronkelijke opstelling restte, alsnog verloren.

Bedevaartinsignes van Scheut

Zo rijk als de bronnen zijn met betrekking tot de kartuizers, zo armoedig zijn de geschreven bronnen over de pelgrims en de presentatie van het cultusbeeld in Scheut. Hierdoor bleef de bedevaartcultus lange tijd in nevelen gehuld. Kunsthistoricus Yvonne Yiu die uitvoerig onderzoek naar Scheut verrichte, schreef bijvoorbeeld over de 15de-eeuwse bronnen:

These rarely mention the pilgrims, however, for although the monastery owed its existence to the pilgrimage to Scheut, the Carthusians with their emphasis on solitude avoided contact with the laity.

– Yiu, “Discipline or Security?,” p. 33

Archivalia vermelden de productie van souvenirs in Scheut, al in de 15de eeuw. Graaf Karel de Stoute, later hertog, kocht pelgrimstekens tijdens diverse bezoeken, zo staat in zijn rekeningen vermeld (Lille, Archives du Nord, B 3661). Hoewel dus steeds vaststond dat in Scheut bedevaartinsignes werden vervaardigd en verkocht, bleef lange tijd onbekend hoe deze eruit zagen.

Bedevaartinsigne van Ons Vrouwe van Gratie, Scheut, gevonden in Den Haag, tweede kwart 15de eeuw, lood-tin, 54 x 50 mm. Collectie familie Van Beuningen, Langbroek, 3985. (c) Medieval Badges Foundation. Bron: Kunera 16617

De boekenreeks Heilig en Profaan, waarvan inmiddels vier delen zijn verschenen, is gewijd aan loodtinnen insignes. Het derde deel bevat twee bijna identieke bedevaartinsignes waarvan de herkomst lange tijd onbekend was. Het ene werd gevonden in Eindhoven, het andere in Den Haag.

Hoewel niet helemaal compleet is de voorstelling op de pelgrimstekens gedetailleerd. In een smalle nis staat Maria, gekroond, met haar kind op de arm. Het huisvormige kastje is op een brede, taps toelopende sokkel geplaatst. Boven de kast is nog net de voet van een crucifix zichtbaar, met daarop de benen van de gekruisigde Christus. Het bovenste deel van het insigne, met daarin de top van het kruis, ontbreekt. Aan weerszijden van de constructie knielt een figuur, aan de ene zijde een man en aan de andere een vrouw. Beiden bidden. In hun gevouwen handen houden zij allebei het uiteinde van een banderol. ‘Maria vol’ staat op de een, ‘gracien’ op de ander.

‘Ons vrouwe te sciete’

Onder op het insigne staat een tekst. Omdat de gotische letters s, c, e en i erg op elkaar lijken, is het laatste deel van het opschrift lastig leesbaar, maar de tekst luidt: ‘ons vrouwe te sciete’. Sciete is een Middelnederlandse variant van het woord scheut, afkomstig van de infinitief ‘schieten’, zoals we in een etymologisch woordenboek kunnen nalezen.

In het Middelnederlands werd schieten ook wel geschreven als ‘scieten’. Sciete en scheut hebben dus beide de betekenis van spruit of uitspruitsel, iets wat uit een plant te voorschijn komt. ‘Ons vrouwe te sciete’ betekent daarom hetzelfde als ‘ons vrouwe te scheut’.

Bedevaartinsigne van Onze Vrouwe van Gratie, Scheut, detail met het opschrift. (c) Medieval Badges Foundation. Bron: Kunera 16617

Het opschrift duidt dus op een herkomst uit Scheut. De identificatie van de bedevaartinsignes als Scheut verklaart bovendien verschillende bijzondere beeldelementen. De brede, nogal opvallende basis onder de nis is de boomstronk waarop het miraculeuze Mariabeeld in Scheut stond opgesteld. Deze kreeg veel aandacht in de beschrijving van Adriaan Dullaert en moet een prominent deel zijn geweest van de opstelling in Scheut. Het is dan logisch dat de stronk ook een opvallend onderdeel uitmaakt van de voorstelling op de insignes.

Bovendien spreken de man en vrouw samen de tekst ‘maria vol gracien’. In Scheut had Maria aangegeven met deze naam aangesproken te willen worden. Onze Vrouwe van Scheut kreeg bekendheid als ‘Notre Dame de Grâce’ of ‘Onze Vrouwe van Gratie’. De man en vrouw bidden niet alleen tot Maria, ze spreken haar aan met de naam die zij droeg in Scheut.

Het crucifix op de bedevaartinsignes

De insignes zijn zeker geen fotografische weergave van het interieur van de kapel. Toch bieden ze inzicht hoe pelgrims het beeld aantroffen. Met een insigne wilden bedevaarders immers een herkenbaar beeld van het cultusoord mee naar huis nemen. De insignes zullen voor bezoekers dus zeker enkele herkenbare elementen bevat hebben.

Bedevaartinsigne van Ons Vrouwe van Gratie, Scheut, detail. (c) Medieval Badges Foundation. Bron: Kunera 16617

Behalve de typerende boomstronk met de nis erboven is (het fragment van) het crucifix boven het Mariabeeld fascinerend. Deze blijft onvermeld in de geschreven bronnen. Niettemin kan het crucifix onderdeel uitgemaakt hebben van de concrete situatie in de bedevaartkapel.

Het kruisbeeld voorziet de cultus van Scheut van een interessante context die nauw aansloot bij de belevingswereld van de kartuizers. Met de toevoeging van het crucifix wordt Maria de spil tussen boomstronk en kruishout. Daarmee wordt de incarnatie, en het belang ervan in de christelijke theologie, kernachtig verbeeld. Pas nadat Christus mens was geworden, werd de kruisdood immers mogelijk. En daarmee de verlossing. Christus is dus de groene scheut die voortkomt uit de dode boom, middels de maagd Maria. Via de moeder Gods transformeerde het dode hout in levend materiaal.

Scheut en Champmol


Claus Sluter, Christus. Dijon, musée archéologique , 1323. (c) RMN-Grand Palais / Daniel Arnaudet / Jean Schormans. Bron: Réunion des Musées Nationaux

De kartuizermonniken speelden wellicht een belangrijke rol in de keuze om het beeld op deze manier aan de pelgrims te tonen. Het kruisbeeld nam immers een centrale plaats in bij de kartuizers. Ook de pelgrimscultus in de kartuis van Champmol, gesticht door hertog Filips de Stoute (1342 – 1404), overgrootvader van Karel de Stoute, concentreerde zich rond een kruisbeeld. Dit beeld bleef helaas slechts fragmentarisch bewaard.

Mogelijk vormde het kartuizerklooster van Champmol een uitgangspunt voor de monniken van Scheut om na te denken over de presentatie van het Mariabeeld aan de pelgrims. Onze Vrouwe van Scheut, zoals ze is weergegeven op de hier geïdentificeerde bedevaartinsignes, paste in ieder geval naadloos in het spirituele gedachtengoed van de kartuizerorde. De geïdentificeerde insignes van Scheut geven zo een nieuw inzicht in de lang onderbelicht gebleven Mariacultus.


Meer lezen?

Hoewel de kartuizers zich graag naar buiten toe presenteerden als kluizenaars in hun klooster, was hun bemoeienis met de cultus groter dan tot nu toe aangenomen. Dit blijkt ook uit de bedevaartinsignes. Achter de voorstelling lijkt een doordacht beeldprogramma schuil te gaan dat draait om incarnatie en kruisdood. Ik schreef hierover een Engelstalig artikel Our Lady of Grace at Scheut voor het tijdschrift Medieval Low Countries (2020). Voor andere korte artikelen over insignes, zie ook hier en hier.

Literatuur over Scheut en haar pelgrims:

  • Hanneke van Asperen, “Ons Vrouwe van Gratie te Scheut.” In Het einde van de middeleeuwen, Matthijs Ilsink et al., red. (Nijmegen 2019), pp. 21-25.
  • Yvonne Yiu, “The Date of Rogier van der Weyden’s ‘Crucifixion of Scheut’: A Reassessment of the 15th Century Documents,” Zeitschrift für Kunstgeschichte 75, 2 (2012), pp. 179-192. [jstor]
  • Yvonne Yiu, “Discipline or Security? An Analysis of the Power Mechanisms Used to Regulate the Late Medieval Pilgrimage to Notre-Dame de Grâce at Scheut near Brussels,” Peregrinations 2, 1 (2005), pp. 28-48. [online]
  • Hugo van der Velden, “Karel de Stoute op bedevaart: de aanschaf van pelgrimstekens door de graaf van Charolais.” In Heilig en Profaan 2: 1200 laatmiddeleeuwse insignes uit openbare en particuliere collecties, H.J.E. van Beuningen, et al. (Cothen 2001), pp. 234-241.

Voor de twee insignes van Scheut, zie:

  • H.J.E. van Beuningen et al., Heilig en Profaan 3: 1300 insignes uit openbare en particuliere collecties (Langbroek 2012), p. 193 (hier nog foutief geïdentificeerd als Kapellebrug).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top