Aanraken met de ogen

Recent las ik een blogpost van Donders Instituut over het onderzoek van Nadine Dijkstra naar hersenactiviteit. Zij heeft gekeken wat er gebeurt in de hersenen als mensen zich iets inbeelden. Vervolgens vergeleek ze dit met de reacties in de hersenen als mensen iets met de ogen zien:

Onderzoeker Nadine Dijkstra heeft haar promotie-traject bij het Donders Instituut gewijd aan de vraag hoe erg inbeelding lijkt op echt zien. Haar onderzoek laat zien dat inbeelden en visuele waarneming opmerkelijk veel op elkaar lijken als we naar het brein kijken. 

– Floortje Bouwkamp, Je geestesoog werkt als een echt oog, op Donders Wonders, Radboud Universiteit Nijmegen, 25 januari 2021

In de middeleeuwen geloofde men dat een blik een blijvende indruk kon achterlaten op de geest. Men ging zelfs verder. Tijdens de aanschouwing van een voorstelling internaliseerde de gelovige de beeltenis, en daarmee het afgebeelde, zo was de overtuiging. Het leidde tot een emotioneel beladen omgang met heiligen en met relieken.

In het oog, in het hart

Voorstellingen konden allerlei emotionele effecten hebben. Iemand kon bijvoorbeeld troost vinden in het zien van een afbeelding. Een Middelnederlands getijdenboek vermeldt dat een barende vrouw vreugde en soelaas vindt als zij de Veronica – dat is het gelaat van Christus – aanschouwt:

Als een vrouw die bevalt van een kind, de beeltenis van Veronica ziet, zal zij verblijd en getroost worden in de nood.

Item zo wat vrouwe dat beelt vanden vironica aensiet die in arbeyt gaet van kinde si sel verblijt ende vertroost worden inden noot.

– Den Haag, KB Nationale Bibliotheek, Ms 132 G 38, ff. 71v-72r.

Via de ogen werd het getoonde zelfs afgedrukt in het hart. Christus zou zijn gelijkenis inprenten in de ongeboren vrucht, als een vrouw zijn beeltenis aanschouwde tijdens de zwangerschap. Daarom stroomden vrouwen samen, wanneer geestelijken van de Sint-Servaaskerk in Maastricht de voorstelling van Christus tevoorschijn haalden. Dit gebeurde jaarlijks op 6 januari, het feest van de Transfiguratie.

Jan van Eyck (kopie naar), Het gelaat van Christus, ca 1500, olieverf op paneel. Bayerische Staatsgemäldesammlungen – Alte Pinakothek München, WAF 251. Bron: Alte Pinakothek München

Betekenis van de blik

Een citaat uit een verzameling van mirakelen over de heilige Claudius illustreert ideeën over de rol van de zintuigen bij de internalisering van een beeltenis. Claudius was in 4de eeuw bisschop geweest in Besançon. Na zijn dood trokken zijn relieken snel pelgrims. Een van de wonderen bij zijn graf gaat over een vrouw uit Saint-Robert. Ze genas van vermoeidheidsverschijnselen, want ze:

raakte de heilige relieken aan met haar mond en haar ogen

touche les saintes reliques avec la bouche et les yeux

– Paul Benoît, Histoire de l’abbaye et de la terre de Saint-Claude, 2 vols. (Montreuil-sur-Mer 1890-92), I. p. 529

De opmerking laat zien hoe intens men de blik ervaarde. Je kon iets aanraken met de handen of de mond, maar ook met de ogen. Aanschouwing was een fysieke ervaring die heel intiem kon zijn, als een aanraking.

Emoties

De opvattingen verklaren ook waarom emoties zo hoog opliepen als mensen relieken van heiligen met eigen ogen zagen. Een voorbeeld geeft de chroniqueur Philippe de Vigneulles uit Metz die de toning van de relieken in Aken beschreef. Om 7 uur ’s ochtends toonde de prelaten er het kraamkleed van Maria aan de in groten getale toegestroomde pelgrims. De geestelijken, zo schrijft Philippe:

lieten het van verre zakken over de rand van de genoemde galerijen tegen de achtergrond van een gouden draperie voor het zicht van eenieder en vervolgens zou u zeggen dat de hele wereld trilde vanwege het grote lawaai van de hoorns en van het geschreeuw van de mannen en vrouwen die riepen om genade en er was geen mens wier haren niet te berge rezen en bij wie geen tranen in de ogen sprongen.

Et adoncque les prélas prengnent la dite chemise … et l’etendent tout du loing au dehors des dites aillées sus ung aultre drapz d’or, à la veue d’ung chacun et adoncque vous diriez que tout le monde tremble du grant bruit des cornets et du cri des hommes et femmes qui crient miséricorde et n’y ait homme que les cheveulx ne luy dressent en la teste et que les lairmes ne viengnent à l’euil.

Gedenkbuch des Metzer Bürgers Philippe von Vigneulles aus den Jahren 1471 bis 1522, ed. by Heinrich Michelant (Stuttgart 1852), p. 176.

Om het belang ervan te onderstrepen, koppelden pausen aflaten aan de aanschouwing van relieken. Daardoor nam het verlangen om aanwezig te zijn bij de ostensio reliquiarum – de toning van de relieken – uiteraard alleen maar verder toe.

Geestelijken tonen de heiligdommen van Neurenberg aan pelgrims, ingekleurde houtsnede in het Heiltumsbüchlein, Neurenberg 1487. Bayerisches Staatsarchiv Nürnberg, Rst. N. Handschriften Nr. 399a. Bron: Museen Nürnberg

Op de houtsnede staan pelgrims bij de reliektoning in Neurenberg. Vijf bisschoppen tonen de heiligdommen vanaf een galerij. Alle ogen van mannen, vrouwen en kinderen beneden zijn gericht op de kostbaarheden boven hen. Niemand draait zijn hoofd een andere kant op. Allemaal willen zij het beeld van de relieken opvangen.

Spiegel als extra oog

Reliektoning, detail: Pelgrim met spiegel. Bron: Museen Nürnberg

Nog iets anders valt op als we de houtsnede beter bekijken. Verschillende van de toegestroomde pelgrims houden ronde objecten vast, bijvoorbeeld een vrouw en kind in het midden. Het zijn spiegels. Ook de vrouw uiterst rechts houdt een ronde spiegel boven haar hoofd.

De spiegels functioneerden als een derde oog. Met de ogen ving men een beeld op, maar met spiegels kon men hetzelfde bereiken.

Spiegels behoorden dan ook tot de uitrusting van menig pelgrim. De Meester van Alkmaar schilderde in 1504 een reeks panelen met de werken van barmhartigheid. Een van de panelen, die met het huisvesten van vreemdelingen, toont een aantal reizende pelgrims.

Meester van Alkmaar, Werken van Barmhartigheid: het huisvesten van de vreemdeling, 1504, olie op paneel. Rijksmuseum Amsterdam, SK-A-2815. Bron: Rijksstudio

De meest linker pelgrim heeft drie objecten vastgemaakt aan de opgeklapte flap van zijn hoed. Tussen twee schelpen draagt deze een spiegeltje waarmee hij het beeld van de heiligdommen had opgevangen en vasthoudt.

Meester van Alkmaar, Werken van Barmhartigheid: het huisvesten van de vreemdeling, detail: Pelgrims. Rijksmuseum Amsterdam, SK-A-2815. Bron: Rijksstudio

Andere afbeeldingen tonen pelgrims met zelfs meer spiegels. Een van de pelgrims hieronder heeft een ketting van grote en kleinere spiegels over zijn hoed geschoven. Zo kan hij het beeld van de heilige opvangen zelfs als hij op dat moment zelf de andere kant op kijkt, wat het geval lijkt te zijn.

Meester van de heilige Lucia legende, Legende van de heilige Lucia, detail: Pelgrims, 1480, olie op paneel. Brugge, Jacobskerk. Bron: KIK-IRPA

Om pelgrims tegemoet te komen, combineerden insignemakers bedevaartssouvenirs met spiegels. Het eerst gebeurde dit in Aken, waarschijnlijk al in de eerste helft van de 15de eeuw. Het Akense succes kreeg navolging in andere bedevaartplaatsen, zoals ‘s-Hertogenbosch, Keulen, Düren, Brussel en Isleworth. Het voordeel van deze spiegelinsignes was dat je aan de voorstelling kon zien welk beeld de spiegel had opgevangen. De voorstelling op het insigne fungeerde daarmee als geheugensteuntje.

Extern geheugen

Met de ogen wist men het aanschouwde te internaliseren. De blik zorgde ervoor dat de aanschouwer zich een beeld kon inprenten. Door te kijken kon de aanschouwer datgene waarnaar men keek, een onderdeel van zichzelf maken. Als iemand zich dan het eerder aanschouwde voor de geest haalde, was het alsof deze het beeld opnieuw zag.

Dit besef gaf ook de aanschouwing van het heilige een bijzondere lading. Op het moment van zien werd het heilige immers onderdeel van de aanschouwer. Pelgrims gebruikten hierbij graag hulpmiddelen, zoals spiegels. Deze functioneerden als een extra oog, dat de ervaring van het zien versterkte. Tevens dienden ze als een extern geheugen waarop het heilige bewaard kon worden. De pelgrim kon met de spiegel het heilige zelfs overdragen op anderen als deze daar een blik in wierpen.


Literatuur

  • J.P. Filedt Kok, ‘Master of Alkmaar: Panel of a Polyptych with the Seven Works of Charity: Lodging the Travellers, 1504′. In: J.P. Filedt Kok (ed.), Early Netherlandish Paintings (Amsterdam 2010) [online]
  • Hanneke van Asperen, Pelgrimstekens op perkament: Originele en nageschilderde bedevaartssouvenirs in religieuze boeken (c. 1450 – c. 1530) (Nijmegen 2009). [pdf]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top